Terug in de tijd 38

| 21 december 1978 |
Op 21 december 1978, kwam ETA-leider José Miguel Beñaran Ordeñana, “Argala” (29 jaar) in Agelu-Anglet om het leven bij een aanslag van het BVE (Batallón Vasco Español), een duister groepje Spaanse staatsterroristen. Van de auto waaronder de explosieven geplaatst waren, bleef niet veel over. Van Argala evenmin! De persoon Argala was niet meer, maar de mythe Argala was geboren. Zijn echtgenote, die op dit ogenblik verbannen leeft in Venezuela, kan zich 25 jaar later alles nog levend herinneren.
In Arrigorriaga (Bilbao) hingen meteen heel veel Baskische vlaggen met het zwarte rouwlint uit en op het stadhuis hing de vlag halfstok.
Twee dagen later kwamen de stoffelijke resten van Argala in zijn geboortestad aan. Op de dag van de begrafenis werd 4.000 Spaanse Politiemannen. Om alle calamiteiten te vermijden, vroeg de familie aan de stadsgenoten om naar huis te gaan. Dit zorgde voor het akelige beeld waarbij enkel politiemannen op straat te zien waren. Onder de bekenden, noem het maar moedigen, stapten Telesforo Monzón op, Txomin Ziluaga en Santi Brouard (die later zelf in zijn dokterskabinet in Bilbao zou worden doodgeschoten) Toen de stoet op de Plaza de España (nu Plaza Argala) aankwam brachten drie politiemannen de militaire groet! Dit was één van de meest ongewone en aangrijpende beelden uit de recente geschiedenis van Baskenland. Waarom deden die militairen dat? Waren ze gepakt en vielen ze even uit de toon? Ze zullen Argala toch niet voor de militaire tegenstrever hebben genomen die hij in feite wel was!?
Paul Asensio, samen met Iker Casanova, (op dit ogenblik in de gevangenis) coauteur van het boek “Argala” noemde Argala, behalve een ETA-dirigent, één van de voornaamste Baskische vertegenwoordigers. PNV-president Arzalluz zei in een interview met “Interviú”: “Wie zijn leven geeft voor zijn volk verdient onze verering en ons respect, maar zijn manier van actievoeren was verschillend van de onze. Hij was met een zaak bezig die ook de onze is en mannen zoals hij maken deel uit van die van ons.”
Argala was op 21 jarige leeftijd, in 1970 moeten vluchten.
Een week voor zijn dood nam hij een toespraak op voor het amnestiecomité van zijn stad:
“De gewapende strijd zint ons niet , hij is onaangenaam en hard. Men raakt er door in de gevangenis, op de vlucht, men wordt er voor gefolterd, men kan sterven of men moet doden. Wie mij kent weet dat ik het niet graag doe, maar dit is de situatie van alle ETA-militanten. Ze voelen zich verplicht te vechten. ETA, noch een andere politieke groep of partij kan de problemen van de Baskische werkvolk oplossen. Enkel het Baskische werkvolk zélf kan dit. Enkel een georganiseerd volk kan het doel van zijn strijd bereiken”.
Spanje wist goed wie ze moesten uitschakelen. Eerst Argala, later Santi Brouard. Zij waren in staat allen achter één vlag te krijgen!




















