
Gearresteerd op 6 januari 2007
Zie
ook artikel “Hitza eta erabakia, askatasunez” van 07.01.2007.
Sébastien Bédouret (zie foto), journalist
bij radio Txalaparta in Parijs, was donderdag 5 januari, samen met andere
internationale waarnemers op weg naar de meeting in de velodroom Anoeta in
Donostia, toen hij in Hernani uit de bus werd gehaald door de Guardia Civil.
Nadat allen uitgestapt waren, werden in de rugzak van Sebas enkele cd’s en een
exemplaar van Zutabe gevonden. Op 09.01.2007 kon hij zijn advocaat spreken en
daarbij verklaarde hij gedurende drie dagen bedreigd, mishandeld en gefolterd
te zijn in de kazerne van Intxaurrondo (Donostia). De mishandeling had geduurd
tot hij een verklaring, waarin hij
zichzelf beschuldigde, van buiten kende. Ze hadden ermee gedreigd ook zijn
vriendin, die acht maanden zwanger is, te arresteren. Gedurende de drie dagen
verbleef hij, half naakt, in een ijskoude cel. Met de handen op de rug en het
hoofd tussen de knieën was hij, tussen vier Guardia Civiles overgebracht naar
Madrid. Daar werd verder tegen hem
geschreeuwd tot hij begreep wat ze bedoelden. Toen hij dan voor rechter Ismaël
Moreno moest verschijnen, verklaarde hij dat zijn “bekentenis” er was gekomen
onder foltering. Hoewel hij alles ontkende, werd hij toch overgebracht naar
Soto del Real op beschuldiging van “collaboratie met ETA”. Askatasuna verklaart dat niet enkel Baskische burgers gefolterd worden,
maar ook degenen die solidair zijn met hen.
Getuigenis van Sébastien Bédouret
Oorspronkelijke Franse tekst: hier
“Ik werd gearresteerd op 6 januari
2007. Ik werd in een wagen (4x4) geplaatst en naar de kazerne van Intxaurrondo
(Donostia) gebracht. Er waren twee Guardia Civiles met me. Een als bestuurder
van de wagen, de andere zat naast me op de achterbank. Aangekomen, wachtten we op de
aankomst van de vergezellende wagens. Een van de wachtende Guardia Civiles
bekeek me met een dreigende blik, tot degene die naast me zat hem teken deed me
met rust te laten. Ik werd uit de wagen gehaald en verplicht de
ogen te sluiten. Een van de begeleiders hield zijn hand voor mijn ogen. In
tweeën geplooid, met het hoofd naar de grond, werd ik naar een cel gebracht. Er
werd me gezegd de ogen pas te openen nadat ik er de toelating voor zou hebben
gekregen. Nadat ze de cel verlaten hadden, mocht ik de ogen openen. Door de
opening in de deur zag ik drie agenten met bivakmuts naar me kijken. Een van
hen was een gebrilde vrouw. Zij is samen met een collega vertrokken terwijl de
derde naar me bleef kijken. Het was diegene die me eerder al bedreigend had
aangekeken. Ik had het koud en beefde. Regelmatig kwamen ze naar me kijken. Zij
vroegen me of ik wist wie me gearresteerd had. Gezien ik niet wist waar ik was,
antwoordde ik: "de politie". Waarop zij mij antwoordden:" Je
bent in Intxaurrondo. Ken je de geschiedenis van Intxaurrondo? Je had de
gelegenheid heel wat getuigenissen te lezen, maar als je hier naar buiten komt,
dan kan je je eigen getuigenis schrijven".
Bij een ander bezoek vroegen ze mij
recht te staan, rug naar de deur, met gebogen hoofd en gesloten ogen. Ik denk
dat drie agenten in de cel kwamen. Ik moest in een hoek van de cel gaan staan.
Er werden me twee dekens over het hoofd gegooid en ze begonnen mij vragen te
stellen over mijn persoonlijk leven. De vragen kwamen snel en onophoudelijk.
Als ik niet vlug genoeg antwoordde, kreeg ik een klap tegen het achterhoofd. Ik
weet niet hoelang dit eerste verhoor duurde. Vijftien of twintig minuten? Na
een korte onderbreking kwamen ze terug en alles begon opnieuw. En dit
verscheidene keren... Zij gingen, kwamen terug... Vragen en antwoorden...
Een van de agenten vertolkte de rol
van "goede agent". Tussendoor kwam hij in mijn cel, zette zich naast
me en stelde me vragen over mijn familie. Hij zei me rustig te blijven en ook
dat ik de volgende dag, zoals voorzien, de trein naar huis zou kunnen nemen. Ik
had een biljet voor de trein van 14u15 naar Parijs. Hij zei me dat ik nog alle
tijd had... Maar weer kwamen de anderen in de cel en alles begon opnieuw. Zij
vroegen of ik het koud had en als ik "ja" antwoordde plaatsten zij de
dekens over mijn hoofd. Wanneer ik het te warm had, haalden zij de dekens weg.
De vragen en slagen gingen maar door. Een van hen zei me: "Goeie nacht, Mr
Txalaparta", doelend op het radioprogramma "Txalaparta Irratia"
waaraan ik deelneem.
Tussendoor werd ik uit de cel
gehaald. Ik werd naar het hospitaal gebracht waar twee vrouwen me onderzochten.
Zij vroegen me welke behandeling ik onderging, maar ik heb niets gezegd over
mishandelingen. Zij gaven me water te drinken, maar ik durfde niet veel te
drinken. Ik had geen vertrouwen...
Opnieuw in Intxaurrondo werd ik
verplicht een verklaring van buiten te leren. Tot zeven maal moest ik deze
verklaring herhalen met alle details die me werden opgelegd. Een advocaat, me
verplicht toegewezen, en een tolk waren aanwezig bij de aflegging van mijn
verklaring, maar ik mocht hen niet spreken. Ik kon de advocaat niet zien, hij
stond achter me. Ik zei niets over de slechte behandeling want ik was bang voor
represailles. Na de aflegging van mijn verklaring werd ik weer naar mijn cel
gebracht. De agenten die me verplichtten de verklaring van buiten te leren,
kwamen me vragen of ik hun bevelen opgevolgd had. "Ja", antwoordde ik
waarna zij mij uit de cel haalden en naar een wagen brachten. Vier Guardia
Civiles begeleidden me. Ik werd op de achterbank geplaatst, tussen twee van
hen. Alhoewel me een masker werd opgezet, kon ik zien dat het donker was.
Toen we uit de wagen stapten, was het dag. Ik wist het niet, maar ik werd naar
Madrid gevoerd. Tijdens de ganse reis was ik gemaskerd, het hoofd tussen de
benen, met de twee agenten leunend op mijn rug. Ik had het verschrikkelijk
warm. De hele reis lang, stelden zij me vragen, hielden niet op te praten. Zij
zwegen enkel wanneer wij stopten om te tanken. Ik had de indruk dat de ene me de
vragen stelde en dat de andere ze noteerde om ze daarna terug te geven aan de
ondervrager met richtlijnen voor de ondervraging. Een van hen zei me: "In
je verklaring zijn heel wat zaken niet duidelijk. Ik heb het voorgevoel dat de
"goede" methode niet gewerkt heeft. Wij gaan dus moeten gebruik maken
van de "slechte" methode. Weet je wat we bedoelen?" Zij
begonnen onder mekaar te praten en opeens leek de auto de baan te verlaten.
Alsof wij op een bosweg waren. De wagen hobbelde over de weg. De weg leek me
erg lang. Toen zij me uit de wagen lieten, had ik de indruk in een verlaten oord
te zijn. Het was erg koud en het rook er vreselijk! Zij brachten me naar een
vertrek dat niet leek op een cel, terwijl het toch die functie had. Zij zeiden
me dat wij in de "speciale zone" waren. Ik voelde alleen en
afgezonderd van de wereld.
Telkens zij die ruimte binnen
kwamen, moest ik rechtstaan, rug naar de deur, hoofd gebogen en ogen gesloten.
Toen brachten zij me naar een ander vertrek. Ik moest hen volgen, het hoofd
tussen de benen. Zij brachten me naar een vertrek, met witte
tegels betegeld. Het deed denken aan een laboratorium. Ik was moe. Ik had nog
niet geslapen. Zij duwden me in een hoek, gooiden dekens over
mijn hoofd en vroegen me of ik begreep wat er aan het gebeuren was. Zij
hernamen de vragen en slagen. Tijdens de ondervraging werd ik verplicht
kniebuigingen te doen. Vragen, kniebuigingen, slagen... Uiteindelijk viel ik in
zwijm, maar zij verplichtten mij op te staan en door te gaan. Maar ik kon niet
meer! Telkens weer moest ik opstaan... Een van hen, legde zijn hand op mijn
geslachtsdelen en vroeg me hoe men "homoseksueel" vertaalde in het Frans.
Ik antwoordde hem. Iedereen lachte. Ik had de indruk dat er heel wat agenten
aanwezig waren en een van hen had een heel speciale lach. Nadien werd ik
meermaals "homoseksueel" genoemd. Een van hen legde zijn hand op mijn
hoofd en vroeg of ik zijn stem herkende. Ik herkende zijn stem als een van de
ondervragers in Intxaurrondo maar zei "Neen". Hij gaf me een klap
tegen het achterhoofd en vroeg: " En nu? Herken je me nu?"
Ondertussen werd ik verplicht kniebuigingen te doen en ik kreeg klappen zonder
ophouden. Zij herhaalden hun bedreigingen en hadden het over mijn vrouw. Zij
vroegen me of ik wist welke dag we waren en ik realiseerde me dat ik geen benul
van tijd meer had. Ik werd naar de cel gebracht, maar even later
kwamen zij me weer halen. Om een dokter te zien. Toen begreep ik dat wij niet
in een afgelegen oord waren. Zij brachten me eerst in een ruimte waar ik mijn
gezicht en handen wat mocht wassen. Daarna was het trappen op, een lange gang
met op het einde, het vertrek waar de dokter me ontving. In de gang,
zag ik het gezicht van degene die me ondervroeg in Donostia.
De dokter was een koude vrouw die
klaarblijkelijk afstand hield. Zij stelde vragen over de behandeling. Ik
vertelde haar over de klappen en de kniebuigingen. Zei vroeg: "Niets dat
te zien is?" Ik antwoordde "Nee" want er viel niets te zien van
de behandeling. Ik vroeg haar welke dag we waren, maar had de indruk dat ze met
me spotte. Het ganse bezoek duurde niet meer dan twee minuten. Zij vroeg de
Guardia Civiles me wat water en wat te eten te geven en ook Ventoline want ik
hen astma. Teruggekomen in mijn cel, vroegen de agenten of ik geklikt had. “Nee”,
antwoordde ik. Zij brachten me een flesje water en een sandwich. Ik dronk enkel
wat water. Terwijl ik in de cel was, kwamen en gingen de Guardia Civiles. Telkens
moest ik opstaan, tegen de muur, hoofd gebogen, ogen gesloten. Een van hen
legde telkens mijn hand op het flesje water. Toen namen zij me mee voor een
andere ondervraging. Zij hadden het over mijn vrouw en uitten wilde
bedreigingen. Zij zeiden dat mijn vrouw, bij het bericht van mijn arrestatie,
naar Madrid gekomen was. Zij hadden haar opgesloten en zouden haar hetzelfde
lot doen ondergaan, zelfs "ietsje meer". Zij hadden geluk, zo zeiden
ze, want mijn vrouw is in verwachting. Mijn vrouw is in haar achtste maand. Ik
geloofde hun bedreigingen. Ik ken mijn vrouw en wist dat ze bekwaam was naar
Madrid te komen. Bovendien gaven ze me heel wat details zodat ik hen geloofde.
Bovendien dreigden ze alle personen die ik ken in Gipuzkoa op te sluiten. Zij vroegen
me alle instellingen die ik bezocht op te sommen. Ik zei hen alleen Etxerat
bezocht te hebben en dat deze instelling legaal was... Zij zeiden me vijf dagen
te hebben om me te doen verklaren wat zij wilden horen. Aangezien ik helemaal
geen notie van tijd meer had... Een van hen zei toen dat hij me bij
onze volgende ontmoeting in Lizartza zou doden. Ik was slechts één keer in
Lizartza! Zij dreigden zelfs met Barajas! Er moest toch iemand de schuld
krijgen... Ik werd opnieuw naar de cel gebracht. Ik kreeg een tas koffie en een
sandwich maar kon niets naar binnen krijgen. Ik werd verplicht een tweede
verklaring af te leggen. Ik werd verplicht meer "in détail" te gaan.
Ik had de indruk dat de verklaring erg kort was, maar na er met de advocate
over gesproken te hebben, leek alles drie uur geduurd te hebben. Wat aanduidt
dat ik alle notie van tijd verloren had. Na deze tweede verklaring werd ik
opnieuw naar de cel gebracht waar ik regelmatig gestoord werd.
Tijdens de ondervragingen waren er
steeds de klappen, bedreigingen en kniebuigingen. Zij vroegen mij of ik wist
wat de "bolsa" was (foltertechniek: plastieken zak om over het hoofd
te trekken en af te sluiten), terwijl zij me er één tegen het oor hielden,
zodat ik het geluid hoorde. Ondertussen schreeuwden zij mij in de oren, zeiden
me dat de vijf dagen nog niet voorbij waren, dat ik na de verklaring voor de
rechter weer bij hen zou komen. Zij vroegen me of ik Unai Romano kende... Nadien
brachten ze me voor de rechter.
Ik heb de indruk dat de
ondervragingen in Intxaurrondo langer waren dan in Madrid. Maar in Madrid was
er meer geweld. Eén van de agenten had een Zuid-Amerikaans accent. Zolang ik
onder toezicht van de Guardia Civil was, kon ik niet slapen.
Op 8 januari werd ik onder
rechterlijk toezicht geplaatst. Aan de rechter verklaarde ik de slechte
behandelingen en bedreigingen. De procureur vroeg me, gezien de bedreigingen
omtrent mijn vrouw, of zij met me meegekomen was! Ik zei van niet, zij was in
Parijs gebleven.! Toen vroeg hij me hoe ik had kunnen geloven in haar
arrestatie Ik antwoordde hem dat gezien de omstandigheden ik eender wat zou
geloven.
Ik legde mijn verklaring af. De
rechter vroeg toen aan de procureur welke strafeis hij vorderde. Na het bureau
even verlaten te hebben kwam de procureur en eiste een gevangenisstraf. Dus
besloot de rechter mijn opsluiting. Mijn eerste nacht in Soto del Real
verliep slapeloos. Ik werd telkens wakker, in paniek, met het gevoel nog steeds
bij de Guardia Civil te zijn. Er moet rekening gehouden worden met het feit dat
ik bij hen helemaal geen slaap kende”.
Artikel
"Libérez Sébastien Bedouret" in "Le Journal" van 13.01.2007