Na bijna 20 jaar cel


Josu Ormaetxea Antepara
VRIJ!
25 januari 2003
In Urbina, Araba-Alava, wordt Josu Ormaetxea Antepara door familieleden, vrienden en dorpsgenoten op 25 januari 2003 ontvangen nadat hij bijna 20 jaar in Spaanse gevangenissen doorgebracht heeft. In 1984 werd hij gearresteerd en gefolterd. Mogelijk kregen ze onvoldoende informatie uit hem geslagen, want ze kwamen kort daarop zijn broer, Iñaki halen, die eveneens gefolterd werd. Josu kreeg 88 jaar. Iñaki werd vrijgelaten, echter niet voordat die tegen de rechter gezegd had “niet te zullen rusten voordat hij alle onrecht en lijden dat hij gezien gezien en ondervonden had, zou gestopt hebben.” De rechter sprak toen profetische woorden: “Hier hebben we een toekomstige terrorist.”
Het dorp telt nu nog vijf jongeren die voor lange tijd achter de tralies zitten. Op 100 inwoners is de som vlug gemaakt: 5%!
De ontvangst van Josu ging door in en rond “Iñaki Enea”, de familiebar die genoemd werd naar zijn broer. Iñaki Ormaetxea verloor het leven op 17 augustus 1991 in de wijk Morlans (*) in Donostia nadat de woning, waarin hij samen met Jokin Leunda Mendizabal en Patxi Itziar verbleef, door de méér dan 100 (honderd!) Guardia Civiles werd aangevallen en zelfs met granaten werd bestookt.
(*) Op 17 augustus 1991 beleefde Euskadi andermaal een zwarte dag. Na een nacht van tientallen arrestaties in Donostia, werd een huis omsingeld in de wijk Morlans, waar 3 Baskische nationalisten zich schuilhielden: Patxi Itziar Agirre, Jokin Leunda Mendizabal en Iñaki Ormaetxea Antepara. Terwijl in een rechtstaat verdachten (nog geen beschuldigingen, nog geen bewijzen) in voorlopige hechtenis worden geplaatst, oordeelde de Guardia Civil het nodig om meteen de wapens te hanteren en een salvo op het huis af te vuren. Dit duurde de hele morgen lang. Tegen de middag vielen zij het huis binnen na het eerst met traangas te hebben bewerkt.
Patxi Itziar lag dood op een kussen in de keuken met 1 schotwonde in de slaap. Jokin Leunda vertoonde 12 schotwonden in de rug (geen enkele dodelijk) en een schotwonde in het hart van op korte afstand afgevuurd. Iñaki Ormaetxea lag in het bad met 2 schotwonden in niet-vitale organen en een schotwonde in het hoofd, afgevuurd van op minder dan 25 cm. Waren de urenlange salvo’s een dekmantel, een strategie om latere “onfrisse praktijken” te verdoezelen? Ik weet het niet. Ik hoop alleen dat het gezegde “al moesten de kraaien het uitbrengen” een verhelderend licht op deze onfrisse zaak zal brengen.
Nadien, bij het eerbetoon in zijn geboortedorp, sprak een vriend de woorden die nu boven de ingang van de bar staan: “Nooit zullen we het dorpsplein van Urbina overgeven.”
Moeder Blanca Antepara zit in de hoek van de bar, bescheiden, hoewel ze in heel Baskenland bekend is, omdat ze geen enkele manifestatie te voordele van de gevangenen overslaat.




















