Proces 18/98


EUSKAL HERRIA HEEFT
HET LAATSTEWOORD
Op 14 maart 2007 was de laatste zittingsdag in het monsterproces 18/98. De beklaagden krijgen het laatste woord. Euskal Herria krijgt het laatste woord. (relaas van de incidentrijke zittingen)
Het proces is 21 november 2005 gestart en heeft 16 maanden geduurd. Het is het gevolg van een paar juridische spitsvondigheden begonnen in 1998. De bedoeling was een groot deel van de Baskische gemeenschap het zwijgen op te leggen, de linkse abertzales. Het was het proces tegen het Baskische nationalisme. Een uitzonderingstoestand werd gecreëerd en het recht van vrijheid van mening, het recht op bijeenkomsten en vergaderingen, het recht op ondernemen, het recht op een eigen ideologie, het recht op dissidentie werden met de voeten getreden. Het recht op zelfbeschikking staat niet in het woordenboek van het staatsnationalisme.
De aanval was eigenlijk al begonnen in 1996 toen, na een furieuze en georkestreerde propagandacampagne, de eerste verdachtmakingen gelanceerd werden tegen Herri Batasuna. De voltallige directie werd veroordeeld en opgesloten. Dit was zonder voorgaande in Europa. De PSOE, de socialisten, waren toen aan de macht. Een paar jaar later, toen de PP de macht overnam, werd de repressieve strategie agendapunt nummer 1 voor de regering. Ideeën, initiatieven, sociale en politieke activiteiten werden gecriminaliseerd. Onder impuls van magistraat Baltasar Garzón werd vanaf dit moment de filosofie van het “netwerk” uitgetekend. Personen en organisaties die hetzelfde doel nastreefden als ETA (zelfbeschikking) werden beschouwd als het “netwerk” van ETA. De finaliteit was al die personen en organisaties buiten de wet te stellen. Het motto “Todo es ETA”, ze zijn allemaal van ETA, moest juridische stappen en veroordelingen vergemakkelijken. De impuls van deze strategie was louter politiek: de sacrosancte eenheid van het grote Spanje vrijwaren. De processen die gevoerd werden, waren generaliserend: ze handelden niet over specifieke delicten, maar over algemeen vooringenomen stellingen die tot doel hadden een bepaalde sociopolitieke gemeenschap te straffen. Als klap op de vuurpijl werden die processen gevoerd voor een uitzonderingsrechtbank, de Audiencia Nacional, opvolger van het “Tribunal de Orden Público” onder Franco. De Audiencia Nacional hanteerde eigen normen over de rechtstaat, en dit met goedkeuring van de uitvoerende macht. Verklaringen afgelegd onder de vreselijkste folteringen werden met de mantel van de macht bedekt en op de koop toe als wettelijk bewijsmateriaal aanvaard. Vreemde zaken zijn er in de rechtszaal gebeurd. Meerdere malen werd het recht op verdediging geschonden. Vanaf het begin werd een rechtsprocedure naar eigen goeddunken gehanteerd; de vooringenomenheid van het Hof lag er vingerdik op; personen die rechtstreeks met het onderzoek betrokken waren, werden onder hevig protest van de verdediging toch als “deskundigen” opgeroepen; bewijslast (vooral ten ontlaste) verdween; documenten waren onvolledig; 100.000 documenten, waarvan de verdediging niet in kennis werd gesteld, werden op de rol geplaatst; meermaals werd aan de beklaagden of aan de verdediging het woord ontnomen; de vertalingen van het Euskara naar het Castilliaans brachten totaal verkeerde interpretaties aan het licht; tegenstrijdige verklaringen waren schering en inslag; authentieke documenten die verdwenen waren, werden vervangen door al dan niet gemanipuleerde kopieën; vreselijke verhalen van folteringen, werden door het Hof als niet ter zake weggewuifd…
Aan het eind van dit monsterproces krijgen de beklaagden, de verdedigers van een Euskal Herria, het laatste woord. Ze staan niet alleen. Intussen hebben al meer dan 15.000 Basken zichzelf in beschuldiging gesteld voor gelijkaardige feiten. Feiten die in een democratie niet strafbaar zijn. Spanje is echter geen democratie, maar een “democratuur”: een dictatuur van een bepaald gedeelte van het volk, met heimwee naar het “España una, España grande, España libre” van Franco. Met heimwee naar de macht om de macht.




















