
A Euskal Herria,¿quién le pedirá perdón?
En wie zal vergiffenis vragen aan Euskal Herria?
Op zaterdag, 5 mei 2007, verscheen een bijdrage van Tasio Erkizia Almandoz, militant van Batasuna en ex-volksvertegenwoordiger van Herri Batasuna, in de krant Gara. Ziehier een vrije vertaling.
“De partij van Josu Jon Imaz, de Partido Nacionalista Vasco, heeft een lange weg achter zich van ideologische ontaarding. De partij is er zelfs in geslaagd een hommage brengen aan de opvolger van Franco, Carrero Blanco, of aan de superfolteraar, inspecteur Melitón Manzanas.
De lijst van slachtoffers, voortvloeiend uit de verbitterde confrontatie tussen Euskal Herria en de staten Spanje en Frankrijk, is lang en gevarieerd. En het is zeker geoorloofd een zekere bezorgdheid te uiten ten aanzien van een verdiende hulde aan de vele slachtoffers. Maar de beste hulde die er zou kunnen gebracht worden, is te vermijden dat er nog meer lijden voortvloeit uit dit conflict, en terzelfder tijd kleine stappen gezet worden naar verzoening, gebaseerd op wederzijds respect.
Ik betuig mijn volste respect en medeleven aan de slachtoffers van deze geweldadige en bloedige confrontatie, maar verafschuw diegenen die misbruik maken van de toestand omwille van ideologische objectieven of omwille van electoraal gewin. De morele en schaamteloze recuperatie van hun lijden is verwerpelijk.
Wat op zondag, 22 april 2007, te beleven viel in het Palacio Euskalduna te Bilbo lijkt mij uitermate ernstig, omwille van het partijdig en exclusief karakter van de plechtigheid en omwille van het collectieve schuldbesef waarbij de ernstige toestand van een onderdrukt Euskal Herria magistraal verzwegen werd. Politici hebben in naam van het volk vergiffenis gevraagd, in naam van een volk dat gedwongen wordt te zwijgen, dat verstoken blijft van de meest elementaire rechten: het recht zelf de toekomt te bepalen. Ze hebben vergiffenis gevraagd voor een conflict met politieke wortels, door politici gecreëerd.
Het is ernstig omwille van het sectaire karakter van de plechtigheid, waarbij de slachtoffers van het staatsterrorisme gemarginaliseerd en geminacht worden, terwijl de slachtoffers van ETA verheerlijkt worden. Op die manier wordt een scenario geschapen van goeden en slechten. De goeden zijn de verdedigers van de sacrosancte eenheid van de Spaanse staat, de slechten zijn de vogelvrij verklaarden: Xanti Brouard, Gladys del Estal (1), de Carlisten op Montejurra (op 9 mei 2007 verschijnt een artikel hierover in mijn blog), Lasa en Zabala, de moorden in Alonsotegi (2), de arbeiders van 3 maart in Gasteiz, de doden van de slachtingen door GAL, Norma Mentxaka (3)...
(1) Op 3 juni 1979, tijdens de Internationale Dag tegen Nucleaire Energie, wordt Gladys del Estal Ferreño in Tudela (Navarra), neergeschoten tijdens een manifestatie
(2) Op 19 januari 1980 plaatsen doodseskaders (BVE) een bom in de bar Aldana te Alonsotegi, omgeving Bilbao, waarbij 4 burgers het leven lieten: Manuel Santacoloma, Pacificio Fika, Mari Paz Armiño en Liborio Arana.
(3) Op 9 juli 1976 wordt tijdens een volksfeest in Santurtzi, waarbij gemanifesteerd wordt, door de veiligheidsdiensten met scherp geschoten, met Mentxaka als dodelijk slachtoffer
De hommage ging uit van een dichotomie (indeling in 2 klassen) tussen de verdedigers van de Staat en de rest, die kritiek had op het systeem, die arbeidsvoorwaarden eisten, die sociale rechten opeisten, die het Euskara als officiële taal promoten, die zelfbeschikkingsrecht eisten. Het doet herinneren aan de tijd dat de propagandamolen van Franco, de rode honden en de rode separatisten vogelvrij verklaarden. En op deze hommage waren verscheidene politieke partijen aanwezig, maar één partij draagt hier een verpletterende verantwoordelijkheid: de PNV van Josu Jon Imaz. Het uiterste waartoe zij zijn opgeschoven is zorgwekkend. Dit is geen nationalistische partij meer.
Bij de dood van Franco vertikte de PNV het om de verantwoordelijkheid voor de burgeroorlog en voor de 40 jaar dictatuur te laten onderzoeken. Zij opteerden om de bladzijde om te slaan en te “vergeten”, om de beestachtigheden tegen ons volk onder de mat te vegen. Geen uitzuivering van politionele of politieke machten, geen gerechtelijke aanklachten voor de brutaliteiten van het leger, geen aandacht voor de samenstelling van de rechterlijke macht die bemand was met franquisten…
De volgende stap was de criminalisering van de Izquierda Abertzale, onder het mom van het Pakt van Ajuria-Enea (*).
(*) Het Pact van Ajuria-Enea werd in 1988 ondertekend, waardoor de Baskische Autonome Regering aan de Spaanse staat de socio-politieke ruimte en bescherming bood die het nodig had om zijn tegenaanvallen te laten uitvoeren in Euskal Herria door politiecorpsen van de Spaanse staat. Ook in die periode begon de spreidingspolitiek van gevangenen, de heksenjacht op Herri Batasuna, van het apartheidsregime tegen HB in de media, de operatie in Bidart… Eender welke maatregel werd gedoogd, zolang het maar bijdroeg tot de vernietiging van de Baskische links-nationalistische beweging.
Als gevolg van een steeds sterker wordende Izquierda Abertzale (zeer hoog resultaat in de verkiezingen van 1987 en een obstakel om de status van neo-franquisme te handhaven), werd een politiek van pesterijen en onwettig verklaringen uitgetekend. De gevolgen van die heksenjacht was het opsluiten van het volledige politieke personeel van Izquierda Abertzale, het sluiten van kranten, het verbod op politieke partijen, fantasme-processen, de wederrechterlijke in bezitneming van burgerlijke en politieke rechten van 15.000 burgers…
Met behulp van een regimepers, die niet weet wat deontologie is, werd een nieuw syndroom in het leven geroepen: zij die zich geen Basken voelen, zijn slachtoffers van het nationalisme; de Basken zijn beulen omdat ze in het onderwijs het Euskara willen invoeren, omdat leraars (na meer dan voldoende kansen) geweerd worden als zij geen Euskara spreken. De Partido Popular heeft zelfs geen enkele scrupule om de slachtoffers te cultiveren en zo worden daarin bijgestaan door het grootste deel van de media, die dekking geven.
Op 22 april 2007 werd een hommage gehouden voor één bepaald soort slachtoffer: het slachtoffer dat ideologisch verwant is met “het systeem”. Dat betekent noch min, noch meer de rehabilitatie van een bepaalde staatsideologie en de veroordeling, op een impliciete manier, van de Baskische gemeenschap. Het valse beeld dat de Basken beulen zijn, wordt hierdoor gevoed.
Het is absoluut geoorloofd hulde te brengen aan de slachtoffers, maar Mr. Ibarretxe het is niet geoorloofd dit te doen zonder rekening te houden met de context, het is zelfs verwerpelijke de context te verzwijgen. En als er vergiffenis gevraagd wordt in naam van het volk, dan moet dat gebeuren voor alles wat dit volk heeft ondergaan, dus ook vergiffenis vragen voor de slachtoffers van het staatsterrorisme. Is het ene geweld aanvaardbaar en het andere niet? Die zondag heeft u een stap gezet in de richting van het criminaliseren van de Baskische Staat.
Wie en wanneer zal iemand vergiffenis vragen aan Euskal Herria voor de tientallen jaren van onderdrukking en onderwerping, voor de ontelbare slachtoffers van de doodseskaders, voor de 6.000 burgers die vreselijk gefolterd werden door staatsambtenaren, voor de historische minorisatie en achteruitstelling van het Euskara, voor de verkrachting van het democratisch recht om zelf te beslissen?
Onderwerping zal ons nooit vrij maken!