Naar de inhoud

BASKENLAND

Littekens op een stierenhuid
akke.beakke.be
Net zoals de Vlamingen streven de Basken naar onafhankelijkheid. Hier is een deel van hun verhaal.

Archief

Deze grote natie (esta gran nación) verdient een grote man

Jaime Mayor Oreja raaskalt
22 augustus 2007

De ex-minister van Binnenlandse Zaken in één van de regeringen Aznar, Jaime Mayor Oreja, gaf ooit zijn ontslag omdat hij zichzelf in zijn oneindige hoogmoed al zag als Lehendakari van het Baskische Volk! Toen hij de fouten en vergissingen op elkaar bleef stapelen, en dus die functie mocht vergeten, stelde hij zich verkiesbaar voor het Europese parlement. Daar zit hij nu nog altijd en wel als Ondervoorzitter van Fractie van de Europese Volkspartij (EVP-Christendemocraten) en Europese Democraten, het clubje van Wilfried Martens, die ooit de PNV liet vallen om met de ranzig rechtse PP samen te werken, en zo zijn baan als voorzitter veilig te stellen.         

Curriculum Vitae

Lid van het nationaal dagelijks bestuur van de PP. Voormalig voorzitter en woordvoerder van de PP-fractie in het Baskische Parlement.
Adjunct-algemeen secretaris van de PP (sinds 1996) en erevoorzitter van de PP van het Baskenland.
Minister van Toerisme van de preautonome Baskische regering van 1980 en afgevaardigde voor Guipúzcoa.
Regeringsafgevaardigde voor Baskenland (1982). Voorzitter van de PP-fractie in het Baskische parlement (1984-1986).            
Autonoom parlementslid voor de UCD (1980).        
Voorzitter van de PP-fractie in het Baskische parlement (2001-2004).        
Lid van de Cortes voor Vizcaya (1989).       
Lid van de PP-Fractie voor Álava (eerste, vierde, zesde, zevende en achtste zittingsperiode).         
Minister van Binnenlandse Zaken (1996-2001).

Op 22 augustus 2007 schreef hij een nieuw hoofdstuk van zijn particulier politiek delirium. Hij deed dit in Rimini (Italië) op een samenkomst van (in vertaling) "Communie en Bevrijding", georganiseerd door de katholieke Kerk. Zonder het minste schaamtegevoel beweerde hij dat het Laïcisme van Zapatero en het Nationalisme twee kanten van dezelfde munt zijn. Het nationalisme is totalitair in de politiek en in zaken in verband met het geweten. Het laïcistische project van Zapatero wil de Spaanse natie verzwakken. De goden moeten hun getal hebben.

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

Onschuldig opgepakt

Giuliano Cavaterra gearresteerd
op basis van
verklaringen afgelegd onder foltering
21 augustus 2007 

Op 21 augustus 2007 werd te Bayonne Giuliano Cavaterra, verantwoordelijke voor de internationale contacten van Batasuna in Frankrijk, door de Gendarmerie gearresteerd. Men wil hem in verband brengen met de distributie van het interne ETA-bulletin “Zutabe”. Deze arrestatie houdt verband met de arrestatie eerder dit jaar van Sebas Bédouret (Sebastián Bédouret, journalist bij radio Txalaparta in Parijs, was op donderdag 5 januari 2007, samen met andere internationale waarnemers op weg naar de meeting in de velodroom Anoeta in Donostia, toen hij in Hernani uit de bus werd gehaald door de Guardia Civil. Nadat allen uitgestapt waren, werden in de rugzak van Sebas enkele cd’s en een exemplaar van Zutabe gevonden. Op 09 januari 2007 kon hij zijn advocaat spreken, en daarbij verklaarde hij gedurende drie dagen bedreigd, mishandeld en gefolterd te zijn in de kazerne van Intxaurrondo (Donostia). De mishandeling had geduurd tot hij een verklaring, waarin hij zichzelf beschuldigde, van buiten kende.). Bédouret had tijdens de foltering de naam van Cavaterra laten vallen.

Giuliano Cavaterra hield op 20 april 2007, samen met Jean Claude Agerre (leider van Batasuna in Frankrijk), een persconferentie op de zetel van Batasuna om de folteringen tegen Bédouret aan te klagen. Askatasuna maakt hierover publiekelijk bekend: “De Franse staat maakt misbruik van de beschuldigingen die door de Spaanse politie aan hen worden overgemaakt. Of die beschuldigingen het gevolg zijn van brutale folteringen, zoals de “plastiek zak”, de onderdompeling in het “bad met uitwerpselen”, de “elektroden”, of de meest afschuwelijke marteling, maakt voor hen geen verschil uit".

Batasuna is in Frankrijk, in tegenstelling tot in Spanje, niet verboden. Het is dus een wettelijke politieke partij, maar de methodes om de partij te criminaliseren zijn overduidelijk gelijklopend.

Op 22 augustus 2007 wordt door Askatasuna gemeld dat Cavaterra in vrijheid gesteld werd, zonder enige aantijging of beschuldiging. Dit is ook de eerste maal dat dit voorvalt. Krijgt die ongewone beslissing, althans ongewoon voor het Franse gerecht, misschien nog een duister vervolg?

Giuliano Cavaterra, des relations internationales de Batasuna

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

Alleen de goede kant is onschuldig

Spaanse bisschoppen… een ras apart!
20 augustus 2007

Aartsbisschop Agustín García-Gasco van Valencia heeft zich op 20 augustus 2007 de woede op de hals gehaald van de slachtoffers van de Francodictatuur en hun families. Hij wil een macroheiligdom oprichten voor de "onschuldige slachtoffers van de Heilige Kruistocht", zoals de Burgeroorlog nog steeds genoemd wordt door de winnaars. De Partido Popular van Valencia heeft de Kerk al een lapje grond van 4.000m² cadeau gedaan. Valencia was in de nadagen van de Burgeroorlog de "hoofdstad" van 2de Republiek en de laatste stad die in de handen van de fascistische troepen viel. Voordien was de stad dan ook een toevluchtsoord van vluchtelingen geworden. De repressie was dan ook bijzonder wreed. Het "Forum per la Memoria del País Valancià " heeft een lijst met namen en voornamen van 26.300 personen gecatalogeerd die er in massagraven terechtkwamen! Men weet waar ze vandaan kwamen en men kent de oorzaak van hun overlijden. En vaak was dat ten gevolge van foltering, uithongering of wetteloze executies. Er waren kinderen bij die niet eens de leeftijd van één jaar hadden bereikt, maar toch ten gevolge van een schedelbreuk stierven! Zij verloren het leven tussen 1 april 1939 en 31 december 1945. Dit is dus tijdens de repressie na de overwinning van Franco! Sommigen onder hen zijn van Baskische afkomst. Valencia was, net als Alacant, een rattenval waaruit niemand kon ontsnappen. De stad werd een immense gevangenis. Alle kloosters waren gevangenissen geworden, die geleid werden door kloosterordes! Niemand hoorde later wat er met hen gebeurd was. Nu weet men ten minste waar een gedeelte van hen terecht kwam. Bij de ontdekking van de massagraven wilde de PP-regering van Valencia ze alsnog laten verdwijnen door er grafnissen op te laten bouwen! Ook werd een poging ondernomen om de documenten te laten verdwijnen! Er moest zelfs dag en nacht gewaakt worden!

Om even duidelijk te zijn: de aartsbisschop wil alleen de daders eren! Het Forum meent dat leden van een organisatie als de Katholieke Spaanse Kerk die zich aansloot bij de uitvoerders van een criminele Staatsgreep tegen de verkozen regering van de 2de Republiek niet als "onschuldig" kunnen beschouwd worden. Oorlogen worden gevoerd om te moorden en er vallen aan beide zijden slachtoffers. Franco en zijn bendeleden zijn de schuld van de doden die aan beide zijden vielen.

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

Eén van de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw

Eduardo Chillida
+19 augustus 2002

Eduardo Chillida Juantegui werd geboren te San Sebastian op 10 januari 1924. Hij overleed op 19 augustus 2002. Chillida was een Baskische beeldhouwer.

Van 1943 tot 1946 studeerde Chillida architectuur in Madrid. In 1949 verhuisde hij naar Parijs, waar hij een atelier inrichtte. In 1949 werd hij curator van het "Musée National d´Art Moderne Salon de Mai". In 1950 (volgens andere bronnen: 1951) keerde hij naar San Sebastian terug. Van 1959 tot 1977 nam hij aan diverse Documenta-tentoonstellingen )Documenta 2, 3, 4 en 6) in Kassel deel. In de tachtiger en negentiger jaren werden er belangrijke retrospectieven georganiseerd in New York City, Bonn, Münster, Berlijn, Frankfurt am Main en San Sebastian.

In zijn vroege werken concentreerde Chillida zich nog op de menselijke vorm (meestal torso's en bustes in steen uitgevoerd). Later werden zijn beelden massiever en abstracter en creëerde hij meer monumentale werken voor de openbare ruimte. Chillida behoort tot de belangrijkste beeldhouwers van de twintigste eeuw.

Museum_Chillida-Leku

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

Een Bask is nooit vrij

Als Garzón de passie preekt,
nationalist, let op uw ganzen
18 augustus 2006

Dabid Pla en Aito Lorente werden op 27 juli 2000 gearresteerd in Zaragoza. Ze werden ervan beschuldigd lid te zijn van het "ETA-commando Vizcaya" en "van de intentie om op erg korte termijn een aanslag te plegen op de burgemeester van Zaragoza. Als bezwarende omstandigheid werd vermeld dat Pla in 1999 woordvoerder was van de radicale jongerengroep Jarrai. Ze werden veroordeeld tot zes jaar en die straf zat er op 25 juli 2006 integraal op! Onderzoeksrechter Santiago Pedraz tekende hun ontslag uit de gevangenis.

Vrij! Zou je denken. Maar kenners van de Spaanse “democratuur” weten wel beter. Een Bask is nooit vrij!

Op het ogenblik dat beiden vrij zouden komen, was Pedraz op vakantie. Zijn taken werden overgenomen door Baltasar Garzón en die zag de kans schoon om nog eens op de frontpagina’s van de kranten te verschijnen. Hij tekende verzet aan tegen de vrijlating van Pla en Lorente. Er waren "voldoende aanwijzingen" om beiden ervan te beschuldigen aan ETA de nodige informatie doorgespeeld te hebben om in mei 2001 in Zaragoza een aanslag te plegen op de president van de PP van Aragón, Manuel Giménez Abad. Garzón gebruikte daarvoor documenten die hij van de Franse politie had doorgespeeld gekregen.

Volgens Pedraz waren dezelfde bewijzen eerder al afgewezen als onvoldoende. Nadat Pedraz uit vakantie terugkeerde, verklaarde hij nogmaals dat er onvoldoende bewijzen waren.

Op 18 augustus 2006, drie weken na datum, stonden Pla en Lorente buiten. Zouden ze nu ook echt vrij zijn?

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

License to kill?

Het volk zal dit nooit vergeven
+17 augustus 1991

Op 17 augustus 1991 beleefde Euskadi andermaal een zwarte dag. Na een nacht van tientallen arrestaties in Donostia, werd een huis omsingeld in de wijk Morlans, waar 3 Baskische nationalisten zich schuilhielden: Patxi Itziar Agirre, Jokin Leunda Mendizabal en Iñaki Ormaetxea Antepara. Terwijl in een rechtstaat verdachten (nog geen beschuldigingen, nog geen bewijzen) in voorlopige hechtenis worden geplaatst, oordeelde de Guardia Civil het nodig om meteen de wapens te hanteren en een salvo op het huis af te vuren. Dit duurde de hele morgen lang. Tegen de middag vielen zij het huis binnen na het eerst met traangas te hebben bewerkt.   
Patxi Itziar lag dood op een kussen in de keuken met 1 schotwonde in de slaap. Jokin Leunda vertoonde 12 schotwonden in de rug (geen enkele dodelijk) en een schotwonde in het hart van op korte afstand afgevuurd. Iñaki Ormaetxea lag in het bad met 2 schotwonden in niet-vitale organen en een schotwonde in het hoofd, afgevuurd van op minder dan 25 cm. Waren de urenlange salvo’s een dekmantel, een strategie om latere “onfrisse praktijken” te verdoezelen? Ik weet het niet. Ik hoop alleen dat het gezegde “al moesten de kraaien het uitbrengen” een verhelderend licht op deze onfrisse zaak zal brengen.

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

Veertig jaar ellende

16 augustus 1968
16 augustus 2008

De dictatuur vaardigde op 16 augustus 1968 een uitzonderingstoestand uit in de provincie Gipuzkoa en stuurde een groot aantal militanten naar de gevangenis (onder hen: Mario Onaindia, Enrike Gesalaga, Josu Abrisketa, Víctor Arana, Eduardo Uriarte, Jone Dorronsoro, Jon Etxabe, etc.) Alleen al in die maand augustus werden meer dan 600 personen gearresteerd. Baskische advocaten werden aangehouden, geslagen of verbannen (Castells, Bandrès, Ruiz Ceberio, Etxebettia, Zarco en Lakuntza o.a.) en honderden identiteitskaarten ingehouden. De rangen van de ballingen werden aangevuld met meer dan 200 nieuwe gevallen.

De democratie van de socialisten, die niet willen onderdoen voor de democratie van de ranzig rechtse Partido Popular, heeft geen uitzonderingstoestand meer nodig. Zij verbieden politieke partijen “à la carte”, snoeren iedereen de mond die er een andere mening op na houdt en zorgen ervoor dat de gevangenissen al meer dan 750 politieke gevangenen “herbergen”. De overgrote meerderheid van die gevangenen is geen ETA-lid, maar worden wel zo aangewezen om de farce toch nog enigszins te kunnen rechtvaardigen. De “democratuur” in al zijn glorie.

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

De Spaanse pers

Guardia Civil
sanctioneert
15 augustus 2001

De Guardia Civil van Navarra kondigt op 15 augustus 2001 sancties aan tegen de agenten van hun korps die twee dagen eerder betrokken waren bij de incidenten in een bar te Leitza. Ze noemen de incidenten zelf "erg zwaar". De twee betreffende agenten kwamen rond vijf uur in de morgen, tijdens de feesten, in burger, de bar “Gaztañaga” binnengestapt, waarbij er één van de “verdienstelijken” een Cetme-geweer onder zijn jas verborgen hield. Kort daarop verlieten ze de zaak om terug te keren met pistolen. De uitbaatster weigerde hen een consumptie te geven omdat ze dronken waren en gewapend. Daarop dreigden ze de uitbaatster een paar kogels door het hoofd te jagen als ze niets te drinken kregen. Daarop kwam een patrouille van de Guardia Civil en nam de twee mee. Zo stond het te lezen in “Diario de Navarra”.       

De manipulatiekrant “El Mundo” bracht het verslag onder de rubriek "Euskadi" (!) in een toon die te vergelijken viel met soortgelijke pathetische versies uit de Franco-tijd: "Alles begon met een groep radicalen die met een andere groep jongeren in discussie geraakten in de buurt van een bar waar zich linkse nationalisten bevonden." En die begonnen de goede Guardias te provoceren… Spaanse pers.

Geschreven door Natxo om 00:00 Stuur door

De echte volksnationalisten

Izquierda Abertzale
Eén constante
Decennialange repressie


Heksenjacht

De omstreden wet “Ley de Partidos” van 2003, die het mogelijk moest maken dat politieke partijen die er een andere mening op na houden, verboden werden; het proces 18/01 tegen de jongerenbeweging Jarrai-Haika-Segi (7 februari 2005 - 27 april 2005); het proces 18/98 tegen het Baskische nationalisme (21 november 2005 - 14 maart 2007); het verbod van politieke partijen om deel te nemen aan de verkiezingen van 27 mei 2007 en 9 maart 2008; de inbeslagname van bankrekeningen en door de wet erkende subsidies aan politieke partijen; de verwoede pogingen om verkozen gemeenteraadsraadsleden, schepenen en burgemeesters uit hun functies weg te stemmen via moties van wantrouwen, en zelf hun plaats in te nemen; de invallen in de Herriko Tabernak (2007); het opsluiten van het volledige bestuur van de politieke partij Batasuna in 2007 en 2008; het gerechterlijk onderzoek 35/02 dat de banden (koste wat het wil) de banden moet blootleggen tussen Batasuna en ETA, het proces 33/01 tegen “Gestoras pro-Amnistía” en “Askatasuna” als verlengstuk van de nietigverklaring van Batasuna gestart op 21 april 2008; het embargo op bankrekeningen in Liechtenstein, Brussel en Parijs (begin april 2008); zijn niet nieuw.       
Het is de voortzetting van de permanente, wansmakelijke en repressieve strategie van de Spaanse staat tegen Izquierda Abertzale, de echte volksnationalisten, met verschillende tactieken op ieder mogelijk moment. De lijst kan nog aangevuld worden, dit zijn slechts de meest in het oog springende feiten. En de vrees is gewettigd dat 21 april 2008 niet het eindpunt is, immers in de nacht van 18 april 2008 is om 03:30u een nieuwe razzia gestart tegen jongeren die betrokken zouden zijn bij de “Kale Borroka”, waarvan de feiten dateren van 2005. Tien jongeren werden gearresteerd. En op 22 april 2008 werden er nog eens twee jongeren uit Errenteria aan toegevoegd.

Eén constante

De Baskische onafhankelijkheidsbeweging heeft nooit een normale plaats kunnen innemen in het politieke leven. De Spaanse staat heeft nooit nagelaten jacht te maken op die beweging, heeft nooit één moment laten voorbijgaan zonder hen te belagen. Dit gebeurde bij het ANV vanaf het ontstaan, voor, tijdens en na Franco. Ook Herri Batasuna moest er aan geloven, praktische vanaf de eerste dag van haar bestaan op 18 oktober 1978 te Bergara. En het resultaat van die heksenjacht was niet alleen de onmogelijkheid om met dezelfde middelen te werken als de andere politieke partijen of de daaropvolgende nietigverklaring, neen, het resultaat was eveneens dat vele militanten van die beweging hun politieke werk met hun leven hebben moeten bekopen en nog veel meer met arrestaties en opsluiting door politie, gekleed in alle mogelijke uniformen.

Vanaf het ontstaan van Herri Batasuna kregen zij te maken met een hatelijke vijandigheid van de Spaanse staat. Maar daar bleef het niet bij. Zij kregen ook te maken met aanvallen uit de hoek van het gematigde nationalisme, dat gegokt had op een “vacature” in het Spaanse politieke systeem, en zo de beginselen (soevereiniteit) van Sabino Arana verloochenden. Een mooi voorbeeld hiervan is wat op 28 oktober 1978 gebeurde. De PNV had de militanten opgeroepen om te manifesteren tegen ETA, een manifestatie die later de manifestatie van de duiven genoemd werd (manifestación de las palomas). Herri Batasuna had opgeroepen om te manifesteren onder het motto  “Atzoko eta gaurko gudarien alde»” (Gisteren en vandaag, samen met de gudaris of Baskische soldaten) . De concentratie van de PNV werd beschermd door Spaanse veiligheidstroepen, Herri Batasuna kreeg niet eens de tijd om hun spandoek te ontvouwen. Bij vele blijft de herinnering bestaan aan de scène waarbij Telesforo Monzón het hoofd biedt aan de “grijzen” (Cuerpo de Policía Armada of de gewapende politie opgericht onder Franco). De charges van de politie veroorzaakten 5 zwaargewonden. Het verbieden van manifestaties van de onafhankelijkheidsbeweging was en is nog altijd schering en inslag, en bij het repressieve optreden waren en zijn zowel de Guardia Civil, de gewapende politie, de oproerpolitie, de gewone politie als de Ertzaintza van de partij.

De gevangenis, een onvermijdelijke stap

Arrestaties en opsluiting omwille van politieke redenen, van politiek protest, zijn een constante geweest voor alle leiders en militanten van de Baskische onafhankelijkheidsbeweging. Al in februari 1979, als gevolg van protesten tegen de onmenselijke omstandigheden van de politieke gevangenen, werden in Gasteiz-Vitoria 40 personen opgepakt, onder hen militanten van Herri Batasuna en van LKI-Liga Komunista Iraultzailea (een afgescheurde groep na de 5de Assemblee van ETA en communistisch geïnspireerd) .

Magistraat Siro Francisco García Pérez decreteerde de opsluiting in de gevangenis van Langraiz voor een 20-tal militanten, de meerderheid behorend tot Herri Batasuna, omdat ze volgens de magistraat verklaringen in het Euskara hadden afgelegd. Na een algemene staking die praktisch heel Gipuzkoa lamlegde, werden ze vrijgelaten, met uitzondering van Telesforo Monzón, in beschuldiging gesteld van “verheerlijking van het terrorisme”, de gebruikelijke dooddoener. Monzón, die toen 74 jaar was, begon een hongerstaking die zijn gezondheid zodanig aantastte dat men vreesde voor zijn leven. Een maand later werd hij vrijgelaten, nadat hij opnieuw gekozen was in het Spaanse Parlement, ditmaal niet meer op een PNV-lijst, zoals 40 jaar eerder, maar voor Herri Batasuna. Terwijl hij doodziek in de gevangenis zat, werd hij verkozen, maar pas vrijgelaten op 10 maart 1979.

Een weinig later verordende de Procureurgeneraal van de Staat, José Manuel Fanjul, een bevel tot een nieuw proces tegen Telesforo Monzón omdat hij verklaringen had afgelegd aan buitenlandse journalisten in een persconferentie, georganiseerd door Herri Batasuna. In november 1979 gaf het congres de toestemming om zowel Francisco Letamendia “Ortzi”, als Telesforo Monzón, te berechten. De repressie heeft Telesforo Monzón heel zijn leven achtervolgd tot aan zijn dood in 1981. Zelfs tijdens zijn begrafenis werd de lijkkist gegijzeld door de ordestrijdkrachten. De macabere rouwstoet kwam in zijn geboortestad aan, terwijl de kist omsingeld was door tanks van de politie.

Op 4 februari 1981 kwam koning Juan Carlos op bezoek in Gernika, en net als hij aanstalten maakte om een redevoering af te steken, stonden de volksvertegenwoordigers van Herri Batasuna en van LAIA recht en begonnen het “Eusko Gudariak” (lied van de Baskische Soldaten) te zingen. Zij werden door de Berrozi, privémilitie van de PNV en een wettelijke twijfelachtige groep veiligheidsagenten, hardhandig van de plechtigheid verwijderd. Op die gebeurtenis volgde een ongemeen harde repressie. In mei gaf de minister van Binnenlandse Zaken, Juan José Rosón, de opdracht om alle functionarissen van Herri Batasuna met een openbaar ambt te arresteren. In de vroege ochtend van 8 mei 1981 werden 25 Herri Batasuna-verkozenen opgepakt te Nafarroa, 18 in Gipuzkoa, 9 in Bizkaia en 11 in Araba. De dag nadien verplaatste het politionele offensief zich naar een persconferentie van Herri Batasuna, waar de gebeurtenissen werden aangeklaagd: Francisco Letamendia, Periko Solabarria, Jon Idigoras, Mikel Arizaleta, Joselu Cereceda en Karmel Etxeberria werden na het uiteenzetten van hun argumenten aan de perslui, gearresteerd. De aaneenschakeling van juridische acties en arrestaties van parlementsleden van Herri Batasuna bleef duren tot 1994, tot zij eindelijk vrijgesproken werden.

Maar 2 jaar later begon de carrousel opnieuw te draaien. Tussen februari 1996 en juli 1999 werd de Mesa Nacional van Herri Batasuna (het hoofdbestuur) voortdurend opgeschrikt met arrestaties, een juridisch proces en meer dan 21 maanden cel als gevolg. De feiten die de hysterie teweegbrachten, zijn terug te brengen tot de verspreiding van een video over het “Democratisch Alternatief” van ETA. Het verbod hierop en de heksenjacht als gevolg, was de voorbode van een proces dat onder immense politieke druk kon doorgaan. Het was nochtans die Mesa Nacional die het “Foro de Irlanda” (vredesforum gelijkaardig aan dat van Ierland) op de sporen zetten, een forum dat zou leiden naar het “Acuerdo de Lizarra Garazi”. Als klap op de vuurpijl werd de partij Herri Batasuna verboden. De leiders die de fakkel overnamen in de politieke partij Batasuna, ondergingen hetzelfde lot en ook de partij werd verboden.

De doden

De gevangenis is niet de hoogste prijs die veel leiders van Izquierda Abertzale, personen met openbare ambten of gewone militanten moeten betalen. Er zijn voorbeelden genoeg aan te halen van moordaanslagen uitgevoerd door parastatale of parapolitionele organisaties. Die duistere en sinistere moordcommando’s kregen officiële bescherming van bovenaf en genoten in veel gevallen van een doofpotoperatie, waardoor een aantal criminele feiten nog altijd niet volledig werden uitgeklaard.

Op 24 september 1979 werd een lid van Herri Batasuna en burgemeester van Hernani, Juanjo Uria, slachtoffer van een aanslag op zijn persoon. Hij kwam er met de schrik van af. Dezelfde maand kende Tomás Alba Irazustra (42 jaar), raadslid van Herri Batasuna in Donostia, minder geluk. Op 28 september 1979, toen hij omstreeks om 02:00u naar de parking wandelde om zijn wagen te halen, werd hij door twee schoten dodelijk getroffen. Mikel Arregi, raadslid in het gemeentehuis van Etxarri Aranaz, werd door de Guardia Civil afgemaakt tijdens een wegcontrole op 11 november 1979.

Op 23 juli 1980 verwoestte een bomexplosie een kinderkribbe te Iturriaga, die geleid werd door de levensgezellin van Antton Artiñano, een HB-raadslid te Zeberio. De laffe aanslag eiste 3 mensenlevens, waaronder een jonge vrouw die 9 maanden zwanger was. Op 30 augustus van dat zelfde jaar kwam bij een aanslag van parapolitionele daders te Ondarroa een militant van Herri Batasuna om het leven, Angel Etxaniz.

Op 4 november 1988 gijzelde een commando van GANE (Grupo Antiterrorista Nacional Español) gedurende 3 dagen het raadslid, Fermín Urtizberea, van Herri Batasuna uit Hondarribia-Fuenterrabia. Gedurende die drie dagen werd hij duchtig “onder handen genomen”. Op 15 mei 1989 kreeg de Abertzale volksvertegenwoordiger, Patxi Erdozain, uit Navarra een bombrief toegestuurd. Hij kwam er ongedeerd van af. Minder geluk had de postbode, Orereta José Antonio Cardosa, die op 20 september 1989 een bombrief moest bezorgen aan een militant van Herri Batasuna, Ildefonso Salazar. De postbode schoot er zijn leven bij in.

Gedurende het jaar 1991 werden nog eens 5 leden van Herri Batasuna slachtoffer van een aanslag. Jon Idigoras kreeg een bombrief die niet ontplofte. Verscheidene wagens van militanten van Herri Batasuna werden in brand gestoken te Orereta, Gaztelu en Lizarra. De laatste wagen, eigendom van raadslid Patxi Lage, bracht de teller van het aantal in brand gestoken wagens op 35. In Ziordia ontplofte een bom in de onderneming van José Ignacio Flores, lid van Herri Batasuna.

Een heel groot gedeelte van de publieke opinie herinnert zich nog levendig de twee voorvallen waarbij elementen van parastatale groeperingen en Guardia Civiles zich te buiten gingen aan willekeurige en wederrechterlijke terechtstellingen van belangrijke leiders van de onafhankelijkheidsbeweging. Op 20 november 1984 werd Xanti Brouard, bestuurslid van Herri Batasuna en voorzitter van HASi, afgeslacht in zijn artsenpraktijk door huurlingen en doorzeefd met kogels. En vijf jaar later, op diezelfde onheilspellende 20 november, onderging in een hotel in Madrid de volksvertegenwoordiger van Herri Batasuna, Josu Muguruza het zelfde lot. Iñaki Esnaola werd zwaar gekwetst. Jon Idigoras ontsnapte als bij wonder aan de dood.

Het isolement

Noch de moties van wantrouwen, noch de pogingen tot politiek en sociaal isolement, noch de weigering om de wettelijke salarissen of subsidies uit te betalen, zijn nieuw in de geschiedenis van Izquierda Abertzale. De Spaanse staat heeft miljoenen euro’s achterovergedrukt die wettelijk voorzien waren voor partijen (zoals in ons land). Met alle mogelijke middelen werd verhinderd om die uitbetalingen uit te voeren. Rechtbanken en veroordelingen kwamen er aan te pas, maar de zelfbenoemde democraten stelden de betalingen voortdurend uit, probeerden hun gelijk te halen bij rechtbanken en stemden uiteindelijk wetten “ad hoc” waardoor ze het gelijk aan hun kant kregen.

Op 12 januari 1988 werd het "Pacto de Ajuria Enea-Para la normalización y pacificación de Euskadi" (Voor de normalisatie en de pacificatie in Euskadi) ondertekend. Het grondprincipe was: "Er wordt geen politieke prijs betaald voor het geweld". Herri Batasuna ondertekende niet. Onder voorzitterschap van de PNVer José Antonio Ardanza werd de strategie van isolement tegen Herri Batasuna gelanceerd. De ondertekenaars verklaarden zich akkoord om eender welk middel te hanteren tegen burgemeesters van Herri Batasuna om hen uit de gemeentehuizen te verdrijven, vooral daar waar zij de meerderheid uitmaakten. In de jaren 90 werd deze strategie tot het uiterste toegepast. Een klein voorbeeld: verkiezingsdebatten op EiTB (Baskische Tv-zender) werden opgeschort omdat PNV, PSE en PP weigerden aan één tafel te zitten met vertegenwoordigers van Herri Batasuna (cordon sanitaire)., ondanks het feit dat de aanwezigheid van die partij door de wet verplicht was. Liever geen debat, dan samen te zitten.

Het hoeft geen betoog dat deze politiek van apartheid, die tot doel had Izquierda Abertzale te destabiliseren, ook problemen blootlegde binnen de kring van de ondertekenaars van het “Pacto de Ajuria Enea”. Een document van november 1991 erkende dat “akkoorden op gemeentelijk vlak of gesprekken met die partij (Herri Batasuna) over bijvoorbeeld de autosnelweg door het natuurgebied van Leizaran de “democratische” consensus van de strategie van het verbreken van de betrekkingen in diskrediet brachten. Daarom werd naderhand de dure eed gezworen dat alleen een consensus tussen de ondertekende partijen eventuele toekomstige akkoorden zouden bekrachtigen.  Dus, allen tegen één, waarbij “allen” bepalen wat “democratisch” is of niet. Met lede ogen werden bewegingen opgemerkt, aanleunend bij Izquierda Abertzale, maar de “democraten” bleven van mening dat de onafhankelijkheidsbeweging onvoldoende betekenisvol was om deel te nemen aan het democratische systeem. Dus uitsluiting of apartheid. Na de ontvoering en de moord op het raadslid van de PP, Miguel Angel Blanco, in juli 1997, en in een klimaat van uiterste emotionaliteit beslisten de ondertekenaars van het “Pacto de Ajuria Enea” dat zij nooit meer enig initiatief van Herri Batasuna zouden mogelijk maken.

In april 2008, naar aanleiding van het indienen van “mociones de censura” (moties van wantrouwen) tegen de politieke mandatarissen van het ANV, staan de kranten vol van herinneringen aan gelijkaardige moties ingediend in de zomer van 1997 om de mandatarissen van de politieke partij Herri Batasuna buiten het “politieke” spel te zetten. Eén voorbeeld: Xabier Zubizarreta “Txiron”, was burgemeester van Arrasate-Mondragón van 1987 tot 2003, met als enige uitzondering de jaren 1997-1999, toen hij als gevolg van een “moción de censura” weggestemd werd en vervangen door  José María Loiti (PNV). Het klimaat van agressiviteit, de aanvallen op de Herriko Tabernak (kroegen voor echte nationalisten), de oproep tot een heksenjacht, begon zelfs de windhanen van de PNV te verontrusten. Zij maakten een verklaring openbaar waarin stond dat de bedoeling van het “Pacto de Ajuria Enea” niet het isolement van Izquierda Abertzale was, maar wel de niet-samenwerking. Maar Ramón Jáuregui, toenmalig sleutelfiguur bij de Baskische socialisten van de PSE, verklaarde enkele maanden later doodleuk dat het isolement vruchten had opgeleverd. Maar één jaar later stapte de PSE uit de Baskische regering omdat er toch akkoorden werden afgesloten tussen PNV, EA, IU en Herri Batasuna. De begenadigde lezen kan hieruit zelf kunnen opmaken hoe standvastig de PNV wel is, hetzij t.o.v. Herri Batasuna, hetzij t.o.v. andere partijen. Het machtshemdje is nader dan het moraalfilosofische rokje.

Afluisterpraktijken

Op 31 maart 1989 wordt op de voornaamste verdieping van de zetel van Herri Batasuna te Vitoria-Gasteiz een structuur van illegale spionage ontdekt: afluisteren van de gesprekken en de communicatie van deze politieke formatie. De beruchte CESID registreerde alle ingaande en uitgaande verkeer vanuit een pand recht tegen over de zetel van Herri Batasuna. Van de zes personen die op het beklaagdenbankje terecht kwamen voor deze feiten, werden twee spionnen vrijgesproken omdat registreren vanuit openbare ruimte geen delict zou zijn. De twee hoofdverantwoordelijken van CESID, Emilio Alonso Manglano en Javier Calderón, werden wel veroordeeld, maar onmiddellijk in beroep vrijgesproken door het Hooggerechtshof. De spion Franciso Buján werd ook vrijgesproken, maar was intussen al overleden. De enige die veroordeeld werd, Mario Cantero, maar nadien kreeg hij genade. De illegale spionage op het reilen en zeilen van Herri Batasuna begon onder Felipe González, werd verder gezet door José María Aznar en ook José Luis Rodríguez Zapatero bleek begin 2007 in het zelfde bedje ziek te zijn. Zelfs de krant “Gara” werd onlangs (17 juni 2008) slachtoffer van illegale afluisterpraktijken.

Geschreven door Natxo om 09:07 Stuur door

De limieten van de rechtstaat voorbij

Willekeur ten top
13 augustus 2008

 

Op 13 augustus 2008 verschijnt in de krant “Gara” een artikel dat de wenkbrauwen doet fronsen. Enrique López (foto), woordvoerder van de Consejo General del Poder Judicial (CGPJ), de algemene raad van de rechterlijke macht, verdedigt op 12 augustus 2008 de “cadena perpetua”, de eeuwigdurende straf, tegen Baskische militanten (let wel, alleen tegen Baskische militanten) als totaal grondwettelijk!

 

De argumentatie van Enrique López: “Onze rechtbanken hebben bepaald dat de “cadena perpetua”, de eeuwigdurende straf, voorwerp is van herziening. Eenmaal de minimumstraf beëindigd wordt, kan het “sujet” (de Baskische politieke gevangene) onderworpen worden aan een continue controle (zo lang mogelijk in de cel houden) om zijn graad van reclassering te analyseren”. Dit is willekeur ten top!

Geschreven door Natxo om 10:24 Stuur door

Meer van BASKENLAND

↑ Terug naar de berichten