De doodseskaders van GAL


Tomás Pérez Revilla
+28 juli 1984
Tomás Pérez Revilla werd geboren te Bilbao op 17 december 1937. Toen hij 3 jaar was stierf zijn vader, een republikeins militant, in de gevangenis van Montjuich. In 1966 werd Revilla vrijwilliger voor ETA. Hij werd het slachtoffer van de doodseskaders van GAL op 15 juni 1984. Hij overleed aan zijn verwondingen op 28 juli 1984.
Alles begon op 22 mei 1984. Op die dag kwam de Franse politiecommissaris Roger Boslé een ontmoeting op het spoor tussen Jean Philippe Labade en José Amedo op de 'col de Ibardin’, 20 kilometers van Hendaia. De mannen van Boslé namen foto’s van de Spaanse subcommissaris José Amedo en van de Franse huurling Jean Philippe Labade, onder contract bij GAL. Na een paar dagen onderzoek werd de nummerplaat van de wagen geïdentificeerd als behorende tot de Jefatura Superior de Policía de Bilbao. Een drietal weken later, op 15 juni 1984, verscheen GAL opnieuw ten tonele in het zuidoosten van Frankrijk. Omstreeks 12:00 u werd een explosie gehoord op de Avenue Carnot te Biarritz toen een motorbestuurder een wagen inhaalde. In de wagen zaten Tomás Pérez Revilla en Ramón Orbe Etxeberría. Balans: Revilla en Orbe werd zeer ernstig gekwetst. Revilla overleed aan zijn verwondingen op 28 juli 1984.
De dag voor de aanslag door was er in Madrid een Frans-Spaanse topbijeenkomst geweest tussen de socialistische ministers José Barrionuevo (ESP) en Gastón Deferre (FR).
De dag na de aanslag werden de daders, Jean Philippe Labade en de huurlingen Patrick de Carvalho, Roland Sampietro en Jean Pierre Bounin, opgepakt. Uit de verklaringen van Labade zelf, en van zijn ex-vrouw Jeannete Cassiede, bleek dat hij de verbindingsman was tussen de “koepel” van Binnenlandse Zaken in Spanje en de huurlingen die opereerden voor GAL. Portugese politiediensten hadden in 1985 ook ontdekt dat Labade 4 Portugese burgers had geronseld om een reeks aanslagen tegen Etarras voor te bereiden. Volgens de Portugese Justitie bleek uit verklaringen dat in de rekruteringszaak José Amedo en Míchel Domínguez betrokken waren, en dit in samenwerking met de geheime diensten van Portugal, de DINFO (Divisão de Informações).
De moord op Tomás Pérez Revilla was niet de eerste poging. Al in 1976 werd hij, zijn vrouw Felisa Zubiñaga en een zoon beschoten door een ander doodseskader, het Batallón Vasco Español (BVE), met machinegeweren Ingram M-10. Beide volwassenen werden toen zwaar gewond.










