Johnny Cash: Hurt

Johnny Cash: Hurt
Rozenkrans
Gisteravond was het rozenkrans... in het huis van God. God... Hij wordt toch verondersteld een beschermende vader te zijn voor ons arme schepsels? Ik zie in hem meer een gevoelloze tiran. Laatst ben ik de bijbel beginnen lezen. Ik ben in mijn jeugdjaren één jaar verplicht naar een Katholieke school gestuurd. Een goede school, daar niet van. De beste school die ik in mijn beschamende schoolcarière bezocht heb. Maar in die school was je verplicht om een bijbel te kopen. Al die tijd heb ik die bewaard. Ontelbare keren ben ik verhuisd, maar die bijbel is nooit verloren gegaan. Een klein rood boekje, splinternieuw. Laatst vond ik hem op de zolder. Ik ben erin beginnen bladeren en uiteindelijk heb ik Genesis uitgelezen... Verder ben ik niet geraakt. Een vreselijke arrogante en opvliegende vent is die God. Volgens mij waren Mozes, Abraham en al hun voorvaderen schizofreen. Zo gek als een achterdeur. Maar genialiteit en waanzin liggen dicht bij elkaar. In alle geval, één van die genieën heeft de grootste bestseller aller tijden geschreven. Deze is vertaald in alle talen en overgenomen door talloze andere culturen zoals de Islam en het Jodendom. En nu maken ze ruzie over wie gelijk had. Ze zeggen verdomme allemaal hetzelfde, het wordt alleen anders geïnterpreteerd door hun lezers en de maatschappij van dienst.
Van oermens naar mens....
Het einde
Hij wilde een tekening van zijn vader maken. Als laatste eerbewijs. Niet met zoveel woorden uitgesproken, maar toch. Zijn moeder gaf hem een foto, die hij de volgende dag al meenam naar de kunstacademie. Die middag kwam hij met een pracht van een tekening thuis: het portret van zijn vader. Zoals wij hem altijd gekend hebben.
Black eyed Peas: My Humps
Als je een man zou zijn....
Alanis Morrisette: My humps
Klik op foto
Ik, Claude
Hoofdstuk VI
Er gingen enkele saaie dagen voorbij. Het gebeuren behoorde al bijna tot een vergeten verleden. In het atelier begon Marie wat op mijn zenuwen te werken. Normaal kan ik me niets aantrekken over de gemoedstoestand van anderen. Toch zeker niet die van vrouwen. Dan kan je evengoed bij elk klagelijk gejank van je hond medelijdend naast hem op je knieën gaan zitten. Marie liep al dagen met rode gezwollen ogen rond in de winkel. Regelmatig liet ze een luide, diepe zucht horen en stond ze verdwaasd in het niets te staren. Onze Jos was ook uit zijn normale doen. Bezorgd verloor hij zijn vrouw geen moment uit het oog. Ze bediende de klanten even efficiënt als altijd. Maar als ik per ongeluk in haar gezichtsveld kwam, begon ze onbedaarlijk te huilen en verdween ze naar de slaapkamer. Onze Jos volgde haar op de voet. Ik legde nieuwsgierig mijn oor te luisteren op de slaapkamerdeur, maar ik hoorde alleen maar wat onverstaanbaar gemompel en gesnik. Ach, wat kon het me ook schelen. Ik goot me een kop koffie uit en keerde terug naar het atelier. Ik bediende de klanten in de winkel en ging aan het werk. Na een half uurtje kwam het koppel terug naar beneden. Ik was het voorval al vergeten, maar toen onze Jos achter me door liep, kneep hij me broederlijk in mijn schouder. Dit had hij sinds mijn kindertijd niet meer gedaan. Eerder verveelt dan dankbaar keek ik naar hem terwijl hij terug aan het werk toog. Maar hij gunde me geen blik. Op dat moment begon het me te dagen dat die hele vervelende toestand wel eens met mij te maken kon hebben. Maar ik kon niet bedenken wat …
Nadat ik die avond de winkel had afgesloten, riep onze Jos me even naar boven, wat heel ongewoon was. Iedere andere avond vertrok ik na het afsluiten onmiddellijk huiswaarts. Een beetje geïrriteerd door deze onverwachte verandering in mijn dagelijkse gewoonte, stampte ik de trap op. Marie zat al aan de keukentafel op me te wachten, met een verkreukelde zakdoek in haar vuist geklemd. Jos trok een stoel achteruit en gebaarde me om plaats te nemen. Marie hield de zakdoek voor haar mond om een snik te smoren. Ik voelde me meer dan ongemakkelijk door deze hele vertoning. Onze Jos vouwde zijn handen samen en hij keek me ernstig aan.
“Het gaat over ons Louisa…” begon hij onheilspellend.
Ik keek hen vragend aan en legde mijn handen met gespreide vingers plat op het tafelblad als teken van mijn onschuld. Ik had Louisa al dagen niet meer gezien. Sinds het trouwfeest afgelopen vrijdag om precies te zijn en dat vertelde ik hun ook. Marie legde haar hand op mijn arm en ze keek me troostend aan.
“Luister Claude,” begon ze. “In ons hart hebben we altijd gehoopt dat jij en ons Louisa samen zouden eindigen. Maar nu …”
Onbedaarlijk barstte ze weer in snikken uit, zodat ze haar zin niet kon afmaken. Onze Jos vervolgde op zijn rustige en onverstoorbare manier.
“Louisa is in verwachting, Claude.”
Ik werd lijkbleek en voor de eerste keer in mijn leven was ik sprakeloos. Ik staarde naar mijn handen en zenuwachtig begonnen mijn vingers op de tafel te trommelen. De gore trut. Ze had alles verteld! Onze hele relatie aan de grote klok gehangen, ook al had ik het haar ten strengste verboden. Ik kon dat kleine serpent wel …
“… van Gust Verrellen.” Hoorde ik Marie haar zin nog afmaken.
Verward keek ik op. Wat had Gust met deze situatie te maken? Die domme kloot. Ik kende hem van op school. Als een schoothondje liep hij al zolang ik mij kon herinneren achter Louisa aan. Maar zij had geen oog voor dat papventje met zijn te korte beentjes. Ik had hem in jaren niet meer gezien.
“Wat …” Vloog ik op, maar Marie liet me niet uitspreken.
“Ik weet het, jongen, voor ons is het ook een grote schok. Niemand was op de hoogte van hun stiekeme vrijage. Maar eergisteren vertelde Louisa me dat ze in verwachting was, ze wilde me niet vertellen wie de vader was. Gisteravond heeft Gust aan ons vader gevraagd of hij met Louisa mocht trouwen. Dan moet er geen tekeningetje bij gemaakt worden, denk ik.” Besloot ze bijna fluisterend met neergeslagen ogen.
Opnieuw was ik sprakeloos. Gust was nog een grotere idioot dan ik dacht. Hoewel, hij had zijn kans gegrepen. Het meisje dat hij nooit zou kunnen krijgen zag geen andere uitweg. En nu zat hij met dat kind opgescheept! Mijn kind! Onze Jos schonk mij een borrel in.
“Die kun je wel gebruiken, denk ik …” zei hij meelevend terwijl hij de kleine neut naar me toe schoof. En of ik die kon gebruiken. In één teug kapte ik het kleurloze vocht naar binnen. Marie stond op en snikkend trok ze zich terug in hun slaapkamer. Ik kon het wel uitschreeuwen van vreugde. Maar ik moest me nog even goed houden. Verslagenheid veinzen. Ik legde mijn handen opnieuw plat op tafel en bleef ernaar staren in de hoop om niet in een vreugdevol lachen uit te barsten. Maar mijn eerbare broer was ervan overtuigd dat ik overmand was door verdriet. Verdriet … Dat bestaat alleen bij overgevoelige wijven.
“Altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt!” is mijn levensmotto en daar ben ik in geslaagd.
“Gaat het jongen?” Vroeg onze Jos bezorgt.
Ik knikte maar dorst niet op te kijken. Bang dat hij mijn vreugde in mijn sprekende ogen kon zien. Mijn helderblauwe ogen lopen met mijn ziel te koop. Dat is mijn enige tekortkoming. Hij klopte me, bij het rechtstaan, bemoedigend op mijn schouder.
“Neem zoveel tijd je nodig hebt. Je mag op de zetel blijven slapen als je wil…”Zuchtte hij, waarna hij naar de slaapkamerdeur slofte. Hij draaide zich nog even om toen hij de deurklink al in zijn handen had. Gelukkig zat ik met mijn rug naar hem toe, anders had hij de amusante grijns op mijn gezicht opgemerkt.
“Neem morgen maar een dagje vrijaf” Zei hij me nog, voor hij in hun echtelijke kamer verdween.
Ik bleef nog even zitten, tot ik hun bed zachtjes hoorde kraken. Pas toen was ik er zeker van dat ik ongestoord kon vertrekken. Zo stil mogelijk stond ik op, ik kon niet snel genoeg weg zijn. Deze dag kon niet beter eindigen. Eindelijk was ik van die trut vanaf en ik had er nog een extra vrij dagje bovenop gekregen! Vrolijk fluitend, met mijn handen in mijn zakken, slenterde ik verder naar Lowieke, het dorpscafé
Kreupel
Het is midden in de nacht en ik kan de slaap niet vatten. Ik ben moe, daar niet van, mijn ogen willen niets liever dan dichtvallen om de duisternis te ontvangen, maar mijn lichaam beslist daar anders over. Ik heb namelijk al twee uur de hik, en er lijkt niet veel aan te doen. Mijn vriend heeft ooit eens twee dagen en drie nachten achter elkaar gehikt...Mooi vooruitzicht
Ik, Claude
Hoofdstuk V
Nadat ik enkele minuten over het pad richting huis wandelde, verdween de euforie over de macht die ik over leven en dood scheen te hebben. Na het doden van dat onnietige wezen voelde ik een gelukzalig gevoel over me heen komen. Alsof ik almachtig ben, onkwetsbaar zelfs. Maar nu dit allesoverheersende gevoel afnam begon ik over de gevolgen van mijn daden na te denken. Louisa was geheel overstuur naar huis gevlucht. Wat als ze in die toestand haar mond zou voorbijpraten. Het was mijn woord tegen het hare natuurlijk en ik kan heel overtuigend zijn. Trouwens, ik stond recht in mijn schoenen. Ik had er geen geheim van gemaakt dat ik geen toekomst zag in een leven met haar. Dat zij mijn toenaderingen anders opnam, dat is haar probleem. Maar dat geeft haar het recht nog niet om mij zo koelbloedig in de val te lokken. Na deze redenering was ik ervan overtuigd dat ik het recht aan mijn kant had. Iedere zichzelf respecterende man zou op deze manier reageren. Vrouwen, het waren berekende en onbetrouwbare wezens. Hun enige taak in hun miezerige leven is om de man te dienen. En zelfs dat krijgen ze niet voor elkaar.
Ik werd in mijn overpeinzingen gestoord door een flikkerend lichtje in de verte. Een fiets naderde me vanuit het dorp. Ik verstopte me achter een struik en gluurde door de takken. Kon het? Zou ze zo dom zijn of speelde de voorzienigheid mee door me een tweede kans te gunnen. God had echt grootse plannen met mij om het lot zo in mijn richting te sturen. Haar blonde haren glansden in het maanlicht. Haar fiets rammelde over het hobbelige bospad en haar blauwe zwierige rok wapperde vrolijk in de wind. Zij was het, de domme gans. Waarom ze op haar schreden terugkwam, wie zal het zeggen. Waarom doen vrouwen wat ze doen? Ze zijn gewoon niet slimmer. Als een roofdier sloop ik naar het pad, verscholen in de schaduw van de struik waarachter ik verborgen zat. Net op het moment dat ze me passeerde sleurde ik haar van haar fiets en gooide haar op de grond. Als een wild beest begon ze om zich heen te schoppen en te klauwen. Ze gilde en krijste alsof haar laatste uur geslagen had. Ik werd dol door dat geschreeuw. Het was alsof die kat terug tot leven was gekomen om me te tarten. Ik wilde het gekrijs en het spartelen stoppen. Dat was alles. Ik nam haar bij haar strot en kneep. Ze klauwde met haar lange vingers naar mij gezicht. Ik had nooit geweten dat Louisa zulke lange nagels had. Ik voelde haar klauwen scheuren in mijn vel. Door de pijn werd ik woest. Ik voelde het bloed naast mijn oog sijpelen. In mijn woede kneep ik nog wat harder tot het spartelen minderde. Haar greep rond mijn polsen verzwakte. Uiteindelijk veranderde het gegil in een hees gesnik waarna al snel alle weerstand stopte. Na een laatste schok die door haar lichaam voer was het stil…
Eindelijk stilte. Vrouwen en katten … wat een lawaai konden zij produceren. De stilte bracht me opnieuw tot rust. Ik zat schrijlings over het levenloze lichaam na te hijgen. Dit was me het avondje wel. Nadat het oorverdovend kloppen van mijn hart een beetje geluwd was, bekeek ik haar. Door de worsteling waren haar haren los gekomen en ze lagen nu slordig verspreid over haar gezicht. Daar lag ze nu, zo stil en vredig. Zo zouden alle vrouwen moeten zijn.
Levenloos … Als je ze nodig had kon je ze tevoorschijn halen, als ze niet meer dienden kon je ze weggooien. Een gebruiksvoorwerp … Dat was de ware aard van de vrouw. Teder streelde ik haar blonde haren uit haar gezicht. Maar ik geloofde niet wat ik zag. Dit kon niet… Dit mocht niet waar zijn. Geschokt keek ik naar het gezicht van de dode vrouw. Dit was Louisa niet! Dit was een onbekende jonge vrouw. Wel een mooie onbekende vrouw. Misschien zelfs knapper dan mijn Louisa. Maar ze was niet Louisa.
“Verdomme!” Vloekend sprong ik recht. Nu pas kon ik haar van top tot teen bekijken. Ze was gekleed in een slonzige, versleten, bruine jurk. Ze droeg geen elegante dansschoentjes onder die vod, maar mannenschoenen. Ik vloekte nog een beetje harder. Dit was een ramp. Louisa leefde nog! Ze kon me nog altijd verraden, de hoer. Maar eerst de belangrijke dingen. Ik moest van dit levenloze kreng afgeraken.
“Denk, Claude … denk na!” Sprak ik mezelf toe. Aan de overkant van het pad hoorde in enkele koeien herkauwen. Mijn ogen waren ondertussen gewend aan de duisternis. In het weiland zag ik een ronde vorm staan. Ik spande mijn ogen een beetje harder om uiteindelijk een waterput in die vorm te herkennen. De boer pompte hier het drinkwater voor zijn beesten op. Ik tilde het vrouwmens op mijn schouder zoals ik een zak aardappelen droeg en ik gooide haar over de prikkeldraadomheining. De beesten werden een beetje onrustig door mijn plotse aanwezigheid, maar de duisternis zorgde ervoor dat er geen paniek uitbrak onder de kudde. Ik sleurde het lichaam aan haar voet mee naar de put. Ze was in de modder belandt en ik was niet van plan om mijn mooie, nieuwe pak te besmeuren. Ik hief haar onder haar oksel op en gooide haar over de rand van de put. Een zachte plons verzekerde me ervan dat het pakketje veilig aangekomen was. Ik stofte mijn pak een beetje af en besloot dat het wel genoeg was geweest voor vandaag. Een vrije dag was ook niet je dat. Veel vermoeiender dan een gewone werkdag. Maar nu had ik tenminste vervoer naar huis. Ik reed op haar fiets richting dorp, waar ik het rijwiel aan het eerste het beste busstation achterliet…
Woorden
Ik, Claude
Hoofdstuk IV
Louisa straalde als een echte filmster, die kleine blonde troela. Fier als een pauw liep ze aan mijn arm door het dorp naar de kerk. Tijdens de plechtigheid werden haar ogen glazig en gelukzalig zag ze zichzelf al als bruid voor het altaar staan met mij aan haar zijde. Mijn gedachten gingen ook die kant uit, maar dan met een ander als mijn bruid. Als paria ’s werden we achteraan in de kerk verbannen, maar van daaruit had ik een uitstekend zicht op alle aanwezigen. De kerk zat stampvol. Alle notabelen van het dorp waren aanwezig. Zelfs de burgemeester! Dit bevestigde mijn vermoedens dat de familie Genova van het grootste belang was in hogere kringen. Na de plechtigheid werden we verwacht op de receptie. Plechtig stonden de fiere ouders langs het bruidspaar om felicitaties in ontvangst te nemen. Na deze verplichting zochten mijn ogen de feestzaal af. Louisa liet mijn arm geen moment los. Ik kreeg het flink benauwd door haar constante aanwezigheid. Plots gaf ze een gilletje en sleurde ze me mee naar de andere kant van de zaal. Uitgelaten op en neer springend begroette ze haar beste vriendin: Elena …
Geheel onverwacht stond ik plots oog in oog met haar. Ik kon geen woord uitbrengen. Gelukkig had op dat moment niemand oog voor mijn aanwezigheid, zo kon ik haar onopvallend observeren. Zij was blijkbaar de babysit van haar jongere broertje en zusje. Een tweeling zo op het eerste zicht. Het jongetje had ik de vorige keer in de winkel gezien. Nu was hij helemaal opgekuist en hij blonk bijna als een spiegel. Zijn zusje was net een engeltje. Een jongere versie van Elena. Ik had onmiddellijk een hekel aan die twee snotapen. Zij waren op dit moment het grootste obstakel tussen ons. Door het geroezemoes door hoorde ik Louisa mijn naam vernoemen. Fier stelde ze me voor, maar voor ze me haar ‘verloofde’ kon noemen nam ik elegant Elena ’s fijne hand in de mijne en verklaarde dat ik jongste vennoot was van “Vermeers stoffen en kleding”, waarna ik haar complimenteerde met de trouwjurk die zij uit onze stof hadden gecreëerd. Eerlijk gezegd had ik helemaal niet op de jurk in kwestie gelet. Als het ontwerp niet van mijn handen afkomstig was, kon het niet de moeite waard zijn … Duidelijk een bewijs dat de familie geen kapitaal meer in hun bezit had, anders hadden ze wel van mijn artistieke talenten gebruik gemaakt. Maar helaas, dit was niet aan hen besteed.
Galant boog ik me licht en kuste ik haar hand. Kleine, zachte blanke handen had ze. In ieder geval geen handen die het gewoon waren om hard te werken. Maar daar kon verandering in komen. Hard werken viel aan te leren, vooral na enkele maanden leerschool bij mijn moeder! Heimelijk had ik al leedvermaak bij het beeld van deze breekbare schoonheid die zich uit de naad werkte, voor mij. De glimlach die door deze gedachte op mijn lippen verscheen, werd aarzelend beantwoord door haar. Maar veel gelegenheid had ik die avond niet om met haar door te brengen. Die twee rotkinderen eisten haar volledige aandacht op. Het was duidelijk, die twee moesten op de één of andere manier uit de weg worden geruimd.
De bruidegom lustte graag een stevige pint. Al snel zag ik dat er met hem wel te praten viel. Zo vlug ik kon liet ik Louisa aan haar lot over en knoopte een gesprek aan met de bruidegom, die al niet helemaal vast meer op zijn benen stond. Hij bleek een echte Don Juan te zijn die de vrouwtjes wel kon smaken en na dit huwelijk zou daar geen verandering in komen. Daar maakte hij geen enkel geheim van. Ik vroeg me af hoe hij die vrouw dan had kunnen overtuigen tot een huwelijk. Eerlijk gezegd, als ik haar wat aandachtiger bekeek, echt gelukkig zag ze er niet uit.
“Haar vader …” Verklapte hij me zijn geheim. “Je moet haar vader aan jouw kant krijgen. Hij is nog van de oude stempel. Hij gelooft nog in het arrangeren van huwelijken. Waarschijnlijk nog een overblijfsel van hun adellijke afkomst.”
Voor ik nog meer vragen kon stellen werd hij aangeklampt door een ander lid van de familie. Zijn familie zonder twijfel. Nog een lallende Hollander.
Voor het avondfeest werden we niet uitgenodigd. Er was alleen voorzien voor de naaste familie en enkele goede vrienden. Een beetje beduusd dropen we af. Ik bracht Louisa naar haar fiets die op de hoek van de feestzaal stond. Ikzelf was te voet gekomen. De meeste genodigden hadden op die korte tijd zoveel mogelijk gedronken. Zingend en roepend liepen ze door de dorpsstraat om het feest in de plaatselijke cafés verder te zetten.
“Weet je,” fluisterde ze poeslief in mijn oor, “we hoeven nog niet naar huis te gaan.”
Meer uitleg had ik niet nodig. Ik nam het stuur van haar fiets over en met haar op het bagagerek reden we het pad achter de kerk in, dat het bos en de velden in leidde. Ik gooide haar fiets op de grond en wilde haar het eerste het beste bosje in sleuren, maar ze verzette zich en rukte zich los uit mijn sterke armen. Een beetje verder op het smalle pad zat een spierwitte poes brutaal naar ons te kijken. Haar vacht weerkaatste in het maanlicht. Louisa zette zich op haar hurken en met zachte woordjes lokte ze het dier. Ik begon het serieus op mijn heupen te krijgen. Altijd was ze in de weer met dieren en vooral met poezen. Ik had een hekel aan die beesten. Aan alle beesten eigenlijk. Als ik er over nadacht, moest ik ook niet veel hebben van mensen. Vooral vrouwen vond ik vervelende schepsels. Een noodzakelijk kwaad. Al even irritant als die verdomde katten. Ze nam het witte mormel in haar armen en begon haar liefdevol te strelen. Ik had dat kreng wel kunnen verscheuren. In de plaats van mijn noden werden nu die van die vervloekte vlooienbak bevredigd. Luid spinnend nestelde ze zich in Louisa ‘s armen.
“Ik moet je eerst iets vertellen, Claude!” Fluisterde ze dwingend, terwijl ze zich neerzette op een omver gevallen boomstam. Ongeduldig zette ik me naast haar neer en verwachtte me weer aan haar onzinnig gekakel.
“Ik heb fantastisch nieuws Claude! Nieuws dat ons hele leven zal veranderen, in de goede zin. Dit is hetgene waar ik om gebeden heb sinds ik jou ken …” voorspelde ze.
Ik begon me een beetje ongerust te voelen. Ik kreeg het gevoel dat ik in de val gelopen was.
“Claude … Ik ben in verwachting! We krijgen een kindje … Is dat niet fantastisch?” Riep ze opgewonden uit.
Ik kreeg het warm en koud tegelijkertijd bij het horen van die woorden. Het werd even donker voor mijn ogen, waarna ik haar en die stomme kat in een bloedrode nevel zag verschijnen. Mijn handen kromden zich tot klauwen en ik hoorde mijn hart in mijn hoofd kloppen. Ik kon niet meer nadenken, niet meer ademen. Het was alsof mijn strot ter plaatse werd overgesneden. Ik boog me hijgend naar haar toe. Ze keek me met wijdopen gesperde ogen aan en ze deinsde zo ver mogelijk achteruit. Het beest in haar armen begon te krijsen en te blazen. Beschermend sloeg ze haar arm rond het vieze witte schepsel. Ik trok het beest met één ruk aan haar nekvel uit Louisa ’s armen. Spartelend hing het gillend en spuwend in mijn grote, krachtige hand te spartelen. Grijnzend keek ik Louisa aan en siste:
“Luister goed naar me … ik heb hier niets mee te maken. Zorg dat je van dat duivelsjong vanaf komt of ik help wel een handje.”
Zonder met mijn ogen te knipperen brak ik de nek van de kat met één ruk. Plots was het doodstil. Het krijsen was opgehouden. Alleen de zware onregelmatige ademhaling van Louisa galmde in mijn oren. Ze gooide haar benen naar de ander kant van de boomstam en holde huilend naar haar fiets. Zonder om te kijken fietste zo snel ze kon over het zandpad in de richting van het dorp. Ik gooide het levenloze kreng van de kat in de struiken en wandelde vrolijk fluitend met mijn handen ontspannen in mijn zakken naar huis.

Ik, Claude
Hoofdstuk III
Elena was niet echt rad van tong. Hoe harder Louisa aandrong , hoe zwijgzamer het meisje werd. Er hing een waas van geheimzinnigheid rond die hele familie Genova, wat de roddels in het puriteinse dorp natuurlijk aanwakkerden. Maar op een dag kwam Louisa na het werk de zaak binnengehold, wat helemaal niet van haar gewoonte was. Uitgelaten als een klein kind, dat ze in feite nog was, vertelde ze haar zus dat ze uitgenodigd was op het huwelijk van Raina Genova, de oudste zus van Elena. Ze vreesde dat haar vader haar nooit zou laten gaan zonder escorte dus ze kwam haar zusters hulp inroepen. Mijn hart ging als een wilde tekeer. Dit was mijn kans om met de mysterieuze Elena in contact te komen. Ik moest ervoor zorgen dat ik, zonder enige argwaan te wekken, mee naar dat huwelijksfeest werd gevraagd! Onze Jos luisterde me enige interesse naar het onsamenhangende geratel van zijn schoonzusje. Ik luisterde aandachtig maar liet niets blijken. Ook niet toen ik mijn naam hoorde vallen. Ik deed alsof ik geconcentreerd bezig was. Ik mocht niet te gretig lijken. Ik zou mijn zogenaamde relatie met Louisa kunnen verraden, of beter gezegd zij zou haar mond kunnen voorbijpraten met haar onvolwassen gekakel en ongecontroleerde gevoelens. Maar tegelijkertijd kon ik tegenover haar mijn interesse voor haar vriendin niet laten zien. Dan werd ze totaal onbruikbaar voor mijn doel!
Marie herhaalde mijn naam nog twee keer voor ik quasi ongeïnteresseerd opkeek.
“Wat?” Vroeg ik en keek hun met mijn meest onschuldige blik aan.
“Wil jij met ons Louisa naar dat trouwfeest gaan?” Herhaalde Marie.
“Trouwfeest? Wie gaat er trouwen?” Viel ik uit de lucht. Mijn bescheidenheid laat me niet toe om op te scheppen over mijn groot acteervermogen, maar als ik zo eerlijk mag zijn: ik had een groot acteur kunnen worden. En met de jaren heb ik dit talent nog aangescherpt.
Louisa is altijd al een opgewonden standje geweest en ongeduldig begon ze het verhaal opnieuw af te ratelen. Maar Marie, die ouder, wijzer en verstandiger is, legde haar het zwijgen op. Ze stelde me opnieuw voor om met Louisa naar het trouwfeest van Raina Genova te gaan als vertegenwoordiger van de zaak. Ik keek alsof ik een beetje verveeld zat met de zaak. Ik zuchtte eens diep en keek de twee vrouwen bedenkelijk aan. Tot onze Jos zei:
“Eigenlijk moet je gaan, Claude. Dan kan je wat reclame maken voor de zaak. De stof voor de jurk komt immers van hier!”
Zo had ik het nog niet bekeken. Uiterlijk tegen mijn zin gaf ik toe.
“Voor jouw een plezier te doen, Jos, zal ik gaan.” Beloofde ik hem. Louisa stond midden in de winkel al dansend in haar handen te klappen. Ik keek haar bedenkelijk aan en ik zette me met een diepe zucht terug aan het werk.
Hoe dichter het huwelijk naderden, hoe zenuwachtiger ik werd. Moeder, verweet me dat het wel leek of ik stapte zelf in het huwelijksbootje. Wist zij veel dat deze dag even belangrijk zou worden als mijn eigen huwelijk. Van deze ontmoeting hing mijn gehele toekomst af! Raina trouwde met een Hollander. Hendrik van der Heyden heette hij, een grote slanke man, die ploegbaas was op de fabriek waar Louisa, Elena en ook Raina werkten. Raina was na haar verloving gestopt op de fabriek op vraag van haar toekomstige. Het paste niet dat de vrouw van de ploegbaas tussen de lagere klassen, die fabrieksarbeidsters toch zijn, moest vertoeven. Waar ik hem groot gelijk in gaf. Een vrouw hoort thuis te blijven, om voor haar man en het huis te zorgen. Zij heeft geen behoeftes aan contact met anderen zolang zij een goede echtgenoot heeft. Zij zal zelfs geen tijd meer hebben voor al die tierlantijntjes. Tenminste, als zij een goede vrouw is…
De grote dag brak aan. Ik had voor mezelf een nieuw pak gemaakt. Louisa verwachte van me dat ik haar een nieuwe jurk zou maken, wat ik haar al snel uit haar mooie maar domme hoofdje praatte. Ontgoocheld richtte ze zich tot mijn broer die haar wensen vertedert inwilligde. Voor zover zij wisten was dit haar eerste afspraakje. Hij nam haar maten en tussen de bestellingen door maakte hij haar jurk naar een model uit de laatste nieuwe catalogus. Enkele maanden later, een dag voor het feest, paste ze dol enthousiast haar nieuwe blauwe jurk. Maar o ramp! De ritssluiting achteraan ging niet helemaal dicht!
“Je hebt de maten verkeerd genomen!” verweet de kleine furie hem.
Beteuterd bekeek ze zichzelf in de spiegel. Onze Jos glimlachte en vermeldde terloops dat ze misschien een beetje teveel gesnoept had. Inderdaad, nu deze jurk zo hard rond haar lichaam spande, viel het me ook op dat ze een beetje verdikt was. Haar normaal ranke en tengere gestalte was op enkele weken tijd ronder geworden. Marie bekeek haar zusje met een bedenkelijke frons en stuurde haar terug naar de paskamer. Onze Jos heeft de hele nacht doorgewerkt om het jurkje opnieuw uit te leggen en klaar te krijgen tegen de volgende ochtend.
Ik ben die ochtend zeker drie keer naar het koertje geweest. Op van de zenuwen was ik. Ik kreeg geen hap door mijn keel. De geur van het gebakken spek dat mijn moeder voor me had klaarstaan riep braakneigingen bij me op. Ik dorst onder haar priemende blik niet te weigeren en kokhalzend zette ik mij aan tafel. Gelukkig riep op dat moment mijn vader luid en vloekend op zijn vrouw. Zij liet mij aan mijn lot over en verdween naar de koer, waar mijn vader blijkbaar in de één of andere benarde situatie verzeild was geraakt. Ik gaf mijn vier dikke sneden brood belegd met het vette spek snel aan de hond die op dat moment onder de tafel zat, de geur van het spek opsnuivend. In vier grote happen was het ontbijt verorberd. Ik dronk enkele slokken van de koffie terwijl ik haastig van tafel opstond. Net op dat moment kwam mijn moeder terug binnen. Ze keek me bedenkelijk aan. Met opgetrokken wenkbrauwen ging haar blik naar de hond die smakkend van onder tafel gekropen kwam. Maar voor ze iets kon zeggen kwam mijn vader luid snuivend en scheten latend binnen gestrompeld. Met veel gestommel zette hij zich aan tafel en zonder mij een blik te gunnen begon hij smakkend en boeren latend aan zijn ontbijt. Het vet droop langs zijn kin. De eerste hap had hij nog niet doorgeslikt of hij dronk gulzig van zijn koffie. Walgend nam ik mijn jasje dat netjes over een kapstok aan de deur van de traphal hing en vertrok.
Ontslag
Een stralend zonnetje en zomerse temperaturen. Ik zit in de schaduw van een jonge Vlier en probeer een boek te lezen. Wat niet gemakkelijk is als een aanhankelijke kat je volledige aandacht opeist, een jonge Stafford uitgelaten door de tuin holt en daarbij enkele kippen omver loopt die zich met veel kabaal over de hele tuin verspreiden en een oude Pit Bull die al dat jong geweld gelaten over zich heen laat stormen.
Buren
Opnieuw een hele dag in de tuin gewerkt. Eerst de heg geplant. Ze is nog maar een halve meter hoog, maar de bedoeling telt. Binnen een jaar of twee staat daar een mooie, dikke ondoordringbare altijd groene heg vol tevreden vogels. Nu nog een omheining zodat ik de honden in de zomer zonder probleem in de tuin kan laten. Misschien kan ik zo de kippen beletten om bij de buren hun mooi, nieuw grasperkje om te woelen. Met nieuwe buren kun je beter op goede voet staan, vind ik. Het is niet mijn bedoeling om de beste vrienden te worden en om wekelijks bij elkaar over de vloer te komen. Een vriendelijke goeiedag bij het elkaar toevallig ontmoeten is al goed genoeg. En als ze de ploitie niet op ons dak sturen omdat onze kippen in hun tuin zitten, daar zou ik ook al dik tevreden mee zijn.
Met de vorige buren hebben we dat aan de hand gehad. Het strookje gras in de berm was een beetje te hoog gegroeid. Ik geef toe, we hadden het eigenlijk kort moeten maaien. maar aangezien wij geen grasmachine hebben, wegens veel te lui om ons gras af te doen, daar hebben we kippen voor, is het ieder jaar een beetje een gedoe om de bosmaaier bij een vriend te lenen. Het komt er gewoon niet van. En de gemeente maait tweemaal per jaar de berm en die dag zat er aan te komen. Ik dacht, "Ach, die enkele weken nog..." Ik geef het toe, het was pure laksheid. Die dag stond de wijkagent voor onze deur. Onze nieuwe buur (twee jaar geleden) had klacht neergelegd over het hoge gras. Hij zag het verkeer niet meer vanuit zijn oprit .... De wijkagent zelf voelde zich een beetje gegeneerd. Hij had de man in kwestie aangeraden om eerst persoonlijk met ons te komen praten. Maar naar verluid durfde hij niet. Ik zweer het, zo angstaanjagend zien we er echt niet uit. We maakten er geen enkel probleem uit en de volgende dag zijn we de bosmaaier gaan lenen en op een halve dag was alles netjes kortgemaaid.
Twee dagen later kwam de gemeente de berm maaien ...

Onze heg
Wij hebben nieuwe buren. De vorige buren hebben amper twee jaar naast ons gewoond. Hun ontbrak het aan "groene vingers", in tegenstelling tot zijn voorganger die zijn tuin altijd tip top in orde hield. Iedere zaterdag werkte hij met veel toewijding samen met zijn twee zoontjes in zijn tuin. Het grasperk was mooi kort afgemaaid. Strak afgelijnde bloemperkjes en kort gesnoeide struiken maakten het geheel af. Wij zijn ook niet echt uit het juiste tuinarchitectenhout gesneden. Wij houden van groen, maar dan meer van de verwilderde soort. Leven en laten leven is mijn motto. Onze hele tuin staat vol bomen en struiken, zelf geplant. Wat anderen uit hun tuin gooien wegens 'te groot', 'groeit niet snel genoeg' of 'bloeit nooit', adopteren wij liefdevol en geven we een nieuwe thuis. Wij wonen in een landelijke omgeving met heel vruchtbare grond. Bijna alles groeit en bloeit hier, zonder probleem. De bomen worden groot, de struiken staan dicht en de bloesems trekken veel insecten aan. In onze tuin woont volgens mij bijna de gehele mussenpopulatie van Balen en omstreken, vredig samen met ontelbare andere vogelsoorten, die ik allemaal niet bij naam ken. Zo'n kenner ben ik niet. Ik geniet alleen van hun aanwezigheid en hun gezang op de vroege ochtend. Van hun luid gekwetter en noeste arbeid bij het bouwen van hun nesten. 
Zalig Pasen


Ik, Claude
Hoofdstuk II
Ik ontmoette haar in de zaak van onze Jos. Marie, mijn kersverse schoonzus, baatte de winkel met naaigaren, stof en knopen uit. Ik werkte, samen met mijn broer, achter in het atelier. De zaken draaiden goed. Van heinde en verre kwamen ze naar ons om hun exclusieve kleding te laten maken. Nutteloos te vermelden dat ik de geniale bedenker was van de meest originele ontwerpen. Ik moet toegeven dat Maries winkeltje ook haar vaste klandizie had, waaronder meestal huisvrouwen en boerinnen uit de streek. Maar ook de gegoede burger wist ons, vooral mij als ontwerper, te waarderen. Lang voor er van Versace sprake was, kleedden wij de adel en de rijken uit de streek.
Zij kwam met haar oudste zus stof kiezen voor een trouwkleed. Je zag zo dat deze twee dames van goede komaf waren. Hun verfijnde maniertjes waren een verademing tussen al die boerentrienen uit het dorp. Marie was op dat moment eventjes uit, dus ik maakte de honneurs waar. Ik begroette hen hartelijk maar ook weer niet té! Je moet je plaats kennen, nietwaar? De oudste dame nam onmiddellijk het heft in handen. Met één oogopslag zal je wie hier de meest dominante van de twee was. Het trouwkleed was voor haar bedoeld. Maar mijn oog viel op de jongste zus van het tweetal, ook al deden ze in schoonheid niet voor elkaar onder. Maar zij was meegaand, op het onderdanige af zelfs. Deze gouden karaktertrek wekte mijn aandacht. Nog nooit had ik zo’n deemoedig persoon gekend. Heel wat anders dan mijn bazige moeder en de zelfzekere Louisa. Zelfs de altijd goedlachse Marie was vergeleken met dit lieftallig wezentje een rasechte tiran!
Terwijl de twee vrouwen stof uitkozen, kwam Marie terug binnen. Zij nam mijn taak over. Ik draalde nog eventjes, maar nadat ze me dwingend van boven haar bril aankeek droop ik af. Ik keerde niet terug naar het atelier. Ik verschool me in een donker hoekje onder de trap die naar het woonvertrek boven de winkel leidde. Van daaruit had ik een goed zicht op mijn prooi. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Marie en de bruid in spe onderhandelden over de prijs van kant en knopen toen de deurbel opnieuw ging. Een jongetje van een jaar of twaalf kwam met vieze plakhanden de winkel binnen. Voor hij bewonderend de gekozen stof kon vastgrijpen, nam de jongste zus de kwajongen kordaat bij zijn pols en sleurde hem mee naar buiten. Ik schrok wel een beetje van dit besliste optreden. Dit had ik van dit uiterlijk bange wezeltje niet verwacht! Misschien was ze toch niet zo geschikt voor mij. Ik keerde terug naar mijn werkplek en besloot om haar uit mijn gedachten te zetten.
Later die dag hoorde ik terloops een gesprek tussen mijn broer en zijn vrouw, over hoe die twee voorname dames hun winkel hadden uitgekozen! Zij behoorden tot een adellijke Bulgaarse familie. Verarmde adel alleszins, maar toch … De ouders waren volbloed Bulgaarse edellieden. Vlak na de oorlog waren ze om de één of andere duistere reden hun land ontvlucht en hadden ze zich totaal geruïneerd in ons dorp gevestigd. Kwatongen beweerden dat ze met de vijand hadden geheuld en dat hun eigendommen en kapitaal in beslag waren genomen. Anderen dachten dat ze zich voordeden als arme lieden, maar dat ze een aanzienlijk deel van hun fortuin uit de brand hadden kunnen slepen. Hoe dan ook, het meisje in kwestie prikkelde mijn nieuwsgierigheid.
Ik liet niets merken, stelde geen nieuwsgierige vragen maar ik legde mijn oor ter luister. Op dit moment vond ik mijn heimelijke pleziertjes nog bij Louisa, die ik echter niet als een toekomstige bruid zag. Eerder als een vluchtig tussendoortje tot er zich iets beters aanbood. Nu was ze gewoon gemakkelijk. Geef me eens ongelijk? Mijn onmiddellijke omgeving was niet op de hoogte van onze stiekeme rendez - vous. Ik had haar verboden om ook maar met een woord te reppen over onze vrijage. Ik zou er anders onmiddellijk een einde aanmaken. Gevoelig voor mijn charmes en mijn duidelijk dominante positie gehoorzaamde ze mij blindelings. In andermans gezelschap deden we alsof we elkaar maar oppervlakkig kenden. Ik vond haar in feite toch maar een vervelend wicht, dus ik had er geen enkele moeite mee om haar ook zo te behandelen. Als ze niet zo vlug bereid was geweest om mijn verlangens te bevredigen, had ik haar al lang de laan uitgestuurd. Maar nu kon ik haar misschien nog voor andere doeleinden gebruiken! Zij had ongeveer dezelfde leeftijd als mijn, zoals ik haar in mijn dromen noemde, toekomstige bruid. Zij kon mij in contact brengen met deze Bulgaarse ‘prinses’.
Louisa werkte op de fabriek in de stad. Dagenlang brak ik mijn hoofd om haar terloops in de richting van mijn doel te sturen. Tot ik op een avond tussen haar geratel door, waar ik nooit op let, plotseling haar naam hoorde: Elena … Als een schok ging die naam door me heen. Ik keek geïnteresseerd in haar richting en aangemoedigd door mijn plotse belangstelling vertelde ze enthousiast verder over haar nieuwe collega.. Elena Genova was die dag blijkbaar als nieuwe werkkracht begonnen in de fabriek. Om dat Louisa tussen voornamelijk oude knarren stond te werken, had ze onmiddellijk contact gezocht met haar leeftijdsgenoot. Elena was nogal verlegen. Ze zei niet veel, ook al beheerste ze de Vlaamse taal goed. Het meisje bleek dus nog over een redelijk goed verstand te beschikken ook, als ze op relatief korte tijd een nieuwe taal had geleerd. Ach, dit obstakel zou wel te overwinnen zijn, daar was ik zeker van. Immers, een vrouw kan nooit meer verstand hebben dan een man. Laat staan deze man. Ik moedigde Louisa aan om deze nieuwe vriendschap uit te diepen. En zoals altijd gehoorzaamde ze mij blindelings.



Ik, Claude ...
Hoofdstuk I
Mijn hele leven ben ik al bijzonder geweest. Geniaal als het ware. Miskent door anderen, maar zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Ik ben geboren als vierde zoon van een treinbestuurder. Een trotse man, mijn vader. Niet zo intelligent als ik, maar geef toe dat mijn niveau moeilijk, als het ware onmogelijk, te bereiken is. Mijn uitzonderlijke talenten zal ik wel van een verre voorouder geërfd hebben. Waarschijnlijk zul je in mijn stamboom wel wereldleiders en kunstenaars vinden. Daar ben ik van overtuigd. Het uiterlijk heb ik wel van hem geërfd. Hij was een knappe man, groot en hij straalde gezag uit. Zijn woord was wet, niemand twijfelde daaraan. Ik ook niet, als kind. Als volwassene begreep ik dat hij het dikwijls bij het verkeerde eind had. Ik alleen heb immers alle wijsheid in pacht …
Mijn moeder was geen mooie vrouw. Ze was zwaar, zeg maar dik. Met grote, ruwe handen en een stem zo luid als een kerkklok. Het temperament van een wilde stier en ogen zo donker als kolen! Het was een echt manwijf. Ik vreesde haar, en dorst haar niet te trotseren. Ik was niet laf! Niemand kan mij van enige lafheid beschuldigen! Dat woord staat niet in mijn woordenboek! Ik was slim. Waarom zou ik mijn meerdere uitdagen? Mijn tijd komt nog wel…Ook al werd mijn vader in het hele dorp en ver daarbuiten, alom gerespecteerd, thuis was het duidelijk dat mijn moeder de broek droeg. Al heel vroeg in de ochtend vertrok hij van huis naar het werk en na het werk ging hij meestal nog een pint pakken bij ‘Lowieke’; waar onze Jos, mijn negen jaar ouder broer, hem iedere avond buiten kon sleuren.. Thuisgekomen schold moeder hem iedere keer de huid vol, maar vader hoorde haar amper. Ook al leek dat laatste onmogelijk met zo’n bulderende stem. De hele straat kon iedere avond meegenieten van haar tirade en zo waren de buren op de hoogte van het reilen en zeilen van ‘de Swa’.
Onze Jos was de oudste thuis. Ik heb hem altijd een beetje verwijfd gevonden met zijn blonde kuif, maar blijkbaar waren de meisjes daar dol op. Tussen ons was er nog een tweeling, Jacob en Claude. Maar zij zijn enkele dagen na hun geboorte gestorven. Ik ben naar hen genoemd, wat ik op zich al een hele eer vind. Ik moet mijn twee broers vervangen, wat een dagtaak op zich is, voor een gewone mens. Maar niet voor mij. Ik ben dan ook een uitzonderlijk persoon. Mijn officiële naam is Jacob, maar mijn roepnaam is Claude. Onnodig om te vermelden dat mijn moeder bij mijn geboorte mijn uitzonderlijke kwaliteiten al snel ontdekte en daarom heeft zij mij met deze onnoemelijk zware taak belast. Ik draag deze last met zwier en zonder klagen. Maar ik verwacht dan wel een behandeling naar behoren, wat zij mij meestal zonder aarzelen toebedeelt. Ik krijg de mooiste kleren, het grootste stuk vlees en het meeste zakgeld. Allemaal zonder medeweten van mijn huisgenoten. Mijn vader is iedere avond te zat om enig verschil te merken. En onze Jos eet meestal buitenshuis omdat hij op leercontract is bij een kleermaker. Ik heb toch gezegd dat hij een beetje verwijfd is!
Onze Jos had een lief. Marie heette ze. Het was niet echt een schoonheid te noemen, maar ze kleedde zich wel heel modieus voor die tijd. Spijtig dat ze de rest van haar verdere leven in dat stadium is blijven steken. Briljant als ik ben, was ik natuurlijk op de hoogte van de laatste nieuwe mode. Ook al was mijn broer kleermaker, veel kaas had hij hier niet van gegeten. Marie was de oudste van vier zussen. Haar jongste zusje wekte enige interesse in me op. Het was in die tijd een knappe deerne, met haar blonde vlechten. Maar een beetje te zelfzeker naar mijn smaak. Eerlijk gezegd had ik medelijden met de man die ooit met haar opgescheept geraakte! Nee, ik wou niet in de voetsporen van mijn vader treden. Alleen ik zal de broek in mijn huis dragen en niet de één of andere blonde del!
Op het moment dat de oorlog uitbrak had onze Jos net de goede leeftijd bereikt om als soldaat opgeroepen te worden. Maar ons moeder wilde haar eerstgeborene niet aan het front verliezen, dus bekokstoofde ze een plan. Haar jongste zus, Melanie, was in het Zuiden ingetreden bij een klooster. Is er een betere plek om een vluchteling te verbergen? Ze nam onmiddellijk contact op met tante nonneke. Ook zij kon de dwang van mijn moeder niet weerstaan. Je mag naar de andere kant van de wereld verhuizen, eens onder de invloed van mijn moeder zal je haar nooit meer ontsnappen! De arme zuster had geen schijn van kans. Ze stemde toe in het wilde plan van mijn moeder. Op een ochtend ging onze Jos met ons vader uit werken. Ik was een kerel van amper tien jaar, ik maakte me geen zorgen om de nakende inval van de vijandelijke troepen en de dreigende armoe. Ons vader heeft broerlief via een beestenwagon mee naar het zuiden gesmokkeld, waar hij een tijdelijk onderkomen vond in het klooster van tante Melanie. Mij werd niets verteld. Ik, als snotaap, zou mijn grote mond wel eens kunnen voorbij praten. Ik wist niet beter of onze Jos zat bij het leger.
Het buiten smokkelen van vluchtelingen moet in erg goede aarde gevallen zijn, want al vlug had mijn vader een heel winstgevend handeltje opgezet. Men vertelde later dat hij een dappere verzetstrijder was, maar eigenlijk was het doodsimpel uit winstbejag ontstaan. Mensen verkochten hun halve hebben en houden zodat mijn vader hun kinderen een veilig onderkomen kon bezorgen. Ver van het front en de bezetter. Het klooster was zijn contactpersoon. Voor een schamel procentje van zijn woekerwinsten, wilden zij wel voor relatief veilige onderkomens zorgen. Ons vader is bij mijn weten nooit gepakt. Zijn vluchtroute was een goed bewaard geheim
Pas jaren later ontdekte ik dat mijn ouders nog een appeltje voor de dorst opzij hadden staan. Zij waren alles behalve krap bij kas! Maar toen was het te laat. Ondertussen was ik getrouwd en had ik een gezin om voor te zorgen en ik neem mijn verantwoordelijkheden heel serieus! Na de oorlog trouwde onze Jos met Marie. En Louisa, haar zus, bleef maar achter mij aan lopen. Hoe kon ze ook een man als ik weerstaan? Iedereen was op de hoogte van haar kalverliefde, maar ik deed alsof mijn neus bloedde. Ik had grootsere plannen met mijn leven.. Met mijn grote talenten was ik het de mensheid verplicht vond ik, om iets terug te geven. Ik zou gaan studeren in de stad. Maar mijn groot hart strooide roet in het eten… Na de oorlog brak er grote armoede uit. Om financieel mijn steentje bij te dragen, ging ik in dienst bij onze Jos als leerling – kleermaker. Hoe dom van mij. Mijn enige excuus is mijn jeugd…

Tragger Hippy