Naar de inhoud

Fjak@

akke.beakke.be

Image and video hosting by TinyPic

Archief

Stadsdichter van de stad Gent.roel richelieu van londersele

Toen ik klein was en onder tafel woonde



toen ik klein was en onder tafel woonde

 

kende ik de enkels van de grote mensen

 

nu ken ik enkel de grote mensen

 

en dat is niet de bron van mijn vreugde



laten we ons voortaan alleen nog vergissen

 

en lachen met de spijkers van het geduld

 

we zullen hout geven aan de bossen

 

en goud aan de bankiers van het leven

 

in de lente van de leugens zullen we de snoeiers

 

handhaven en waken over de tongen en het woord



laten we weer vossen kweken en de telers

 

van de macht verschalken met raven en kazen

 

we zullen de paleizen smaller maken

 

en de sleutels uitdelen aan de gekken van de stad

 

maar de wetten weten wie ze dragen en aan de hoofden

 

van de gekken wordt geschaafd zonder verpozen



 

5 reacties Reageer op dit bericht

Verdwenen vaders. auteur : Victor Schiferli

Verdwenen vaders

Een brief aan de kinderen stelt hij op:
‘zulk een wreed ongeluk, ik zweer
dat ik jullie verliet tegen mijn wil’ –
maar voogdij gaat naar de moeder.

Op een avond staat hij voor de deur.
Er brandt licht in de hal. De deurbel
steekt als een mes in de sponning.
Drank suist radeloos door zijn hoofd.

Hij verlaat het portiek en regen dwingt
hem minutenlang in een steeg te staan.
Kinderen hollen hun schaduw achterna,
ze rennen alsof hij daar al jaren stond.

.

5 reacties Reageer op dit bericht

Moeder. gedicht van Jac van Hattum

Moeder

Het was niet vreemd, dat zij vertrok
met om haar mond die strenge trek;
geen wrevel was ‘t, nog minder wrok:
het was de winst uitzelfgesprek.

Het was, na al haar pijn, geen pijn
wat school in de besloten lip;
het was besef van eenzaam-zijn,
der laatste dingen diep begrip.

Men komt alleen; men gaat alleen
en alles, wat daartussen ligt,
was haar geweest, voor iedereen,
een zelf zicht opgelegde plicht:

onafgebroken dienstbaar zijn,
een zelf-vergeten hulpbetoon
en nu en dan de felle pijn
om zelfs niet het geringste loon.

Schoon nooit om loon iets werd gedaan
trok om haar mond de strenge trek,
de winst, waarmee z’is heengegaan
na duizend nachten zelfgesprek.

4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Fjak@

↑ Terug naar de berichten