Groeten van Fjak@ en een pootje van Pucky

Groeten van Fjak@ en een pootje van Pucky
Groeten van Fjak@
.
HIJ HAD GEEN TALENT. auteur : Jan EijkelboomHIJ HAD GEEN TALENT
Hij had geen talent voor tragiek,
verdonkeremaande rampspoed
bij het leven, meanderde
door een landschap tot aan
een toevallige stad
waar hij plotseling zag:
hier kom ik vandaan.
Af en toe viel hem in
dat hij misschien wel bestond.
Ook zag hij een vrouw
van wie het bestaan
met geen pen
te ontkennen.
Ze paarden en hadden geluk.
Toen hij later tot zijn verbazing
het leven moest laten
liet hij één boodschap na:
als jullie mij gaan verstrooien
ga dan met je rug naar de wind toe staan.
Fjak@ wenst je een aangename zondag en dit boeketje is voor jou.
.
Rabindranath TagoreDe vlinder telt geen maanden doch momenten
En heeft tijd genoeg
Groeten van Fjak@
.
gedicht geschrven door : Agnes SteenssensIk span een koord
van woord naar woord
een dunne draad van traan en lach
ik loop van dag naar dag
mijn leven in woord
Agnes Steenssens
Een lege plek om te blijven:auteur Rutger Kopland
Geef mij maar de brede, trage rivieren,
de bewegingen die je niet ziet maar vermoedt,
de drinkende wilgen, de zinloze dijken,
een doodstille stad aan de oever.
Geef mij maar de winter, het armoedige
landschap, de akker zonder het teken van
leven, de kracht van de krakende heide.
Geef mij maar de kat als hij kijkt voor
hij springt, om te vechten, te vluchten,
te paren, te jagen, als hij kijkt.
Geef mij maar een paard in galop, maar
op zijn zij in het gras. Geef mij
maar een vraag en geen antwoord.
.
Invoelen. auteur : roel richelieu van londerseleInvoelen
morgen zal ik in een fles wonen
en tegen de kurk zeggen niemand binnen te laten
in een fles zijn de vensters van glas
en wie naar buiten kijkt ziet de mensen
in een ander glaslicht
de vloer is er van zachte oude wijn
en als je spreekt weeg de echo er niet zwaarder
dan de ronde geur van druiven
in een fles zal ik ouder worden
dan mijn vrienden
.
Stadsdichter van de stad Gent.roel richelieu van londerseleToen ik klein was en onder tafel woonde
toen ik klein was en onder tafel woonde
kende ik de enkels van de grote mensen
nu ken ik enkel de grote mensen
en dat is niet de bron van mijn vreugde
laten we ons voortaan alleen nog vergissen
en lachen met de spijkers van het geduld
we zullen hout geven aan de bossen
en goud aan de bankiers van het leven
in de lente van de leugens zullen we de snoeiers
handhaven en waken over de tongen en het woord
laten we weer vossen kweken en de telers
van de macht verschalken met raven en kazen
we zullen de paleizen smaller maken
en de sleutels uitdelen aan de gekken van de stad
maar de wetten weten wie ze dragen en aan de hoofden
van de gekken wordt geschaafd zonder verpozen