Rozengeur en maneschijn

Rozengeur en maneschijn
Uit het bos kwam in volle vaart
een jonge prins op een wit paard;
en op de berg verjoeg de zon de mist
en schitterde op een glazen kist.
De prins reed met zijn paard naar boven
en kon zijn ogen niet geloven
want in het schrijn tussen de rozen
lag beeldschoon een prinses te blozen.
En toen hij al die schoonheid zag,
dan raakte hij helemaal van slag.
Hij zei :"Ik wil dat de koning dit weet",
waarna hij naar 't paleis terugreed.
Maar daar kreeg hij de wind van voor
want iedereen riep daar in koor :
"Heb je haar gekust , vroegen ze allemaal,
want dàt moest wel in dit verhaal."
De prins zei :"Had ik dat geweten ,
dat sprookje was ik totaal vergeten !"
Daarom galoppeerde hij dan vlug
door het bos naar die berg terug.
Het duisterde... De sterren schenen...
Alle rozen waren verdwenen...
Geen schoonheid meer; geen glazen schrijn,
enkel nog rozengeur en maneschijn...
Fons Wilms 03.08.2021





















