FRANKRIJK Het bloemendorp

FRANKRIJK
Het bloemendorp
Het schilderachtige stadje Gerberoy prijkt op de lijst van Les plus beaux villages de France. Met reden, want de mooie oude huizen en geplaveide straten worden in de lente en zomer opgefleurd met bloemen in zachte kleuren die perfect aansluiten bij het decor. Dat heeft het Picardische plaatsje te danken aan kunstschilder Henri Le Sidaner, die op aanraden van Auguste Rodin in 1901 naar Beauvais verhuisde. Toen ontdekte hij het karakteristieke maar vervallen stadje. Hij maakte er verschillende schilderijen van en stimuleerde de bewoners hun straten en huizen op te fleuren, net zoals Monet dat in Giverny had gedaaan. Zelf liet Le Sidaner in de schaduw van de kerk een prachtige tuin aanleggen. Bij het binnentreden ontdekt u achter de witte planten verschillende onafhankeljke tuinen die verbonden zijn met kronkelende steile paden tussen de bomen. Boven ligt de rozentuin aan de ruïnes van een oud kasteel. U vindt er nog steeds het zomer- atelier van de schilder en een prieeltje, vanwaar u een prachtig uitzicht over het heuvelachtige landschap hebt.
In navolging van Le Sidaner strijken in het dorp vanaf de eerste lentedagen talloze schilders neer. Op de derde zondag van juni wordt ook nog steeds het Rozenfeest georganiseerd, dat door Le Sidanar in het leven werd geroepen. En zijn kleinzoon onderhoudt met passie de impressionistische droom van zijn opa.
Jardins Le Sidaner, Rue du Logis du Roy 18, Gerberoy. Bezoek na reservatie voor groepen vanaf 15 personen, van april tot november: di-zo: 9-17.30 uur. Toegang:€ 5 p.p. Info: tel. 0033 344 82 16 50, www.gerberoy.net en reservation@lesjardinshenrilesidaner.fr
bron; plusmagazine.be



Mien Ruys was een internationaal gerenommeerde tuinarchitecte die zelfs in eigen land tenvolle werd geapprecieerd. Ook haar vader was overigens een bekend tuinier. Hij lanceerde bij onze noorderburen als eerste het concept van de borders. In 1973 schreef Mien Ruys een boek waarin niet zozeer de ordening van de planten in de tuinen de aandacht voor zich opeisten, maar wel de tuinplanten zelf. Het werd een gigantisch succes en Mien Ruys paste haar ideeën ook zelf toe in haar eigen tuin, waar ze in 1925 aan begon en die ze steeds verder uitbreidde. Verwacht u hier dus niet aan een strak geplande opbouw, wel aan een ongedwongen feest van kleuren en vormen. In feite is het een opeenvolging van 28 proeftuinen waarin Mien experimenteerde en alle combinaties en materialen uitprobeerde. Ze geven als het ware een chronologisch overzicht van de tuinarchitectuur van de 20ste eeuw, gecombineerd met de evolutie die Mien Ruys zelf onderging. De nieuwste tuinen worden nog voortdurend verder ontwikkeld, de oudere worden bewaard zoals vroeger. De verwilderingstuin is de oudste, maar ook de oude proeftuin met de grote border, de watertuin met stapelmuurtjes of de verdiepte tuin met spoorbielzen zijn interessante klassiekers. 
















