Libelle
Libelle
Libelle
Libelle
De Romeinen gingen met deze slang in bad

Op het moment dat ik hem stil op het pad zag liggen, dacht ik het direct. Dít moet hem zijn, eindelijk, na zo veel jaren een ontmoeting met de geelgroene toornslang. Aux Choud betekent warm water en hier in de Franse Pyreneeën is al sinds mensenheugenis een kuuroord. De Romeinen introduceerde deze slang.
7 juli 2009. Ruim een meter lang lag hij doodstil in de zon. Coluber viridiflavus is letterlijk vertaald de geelgroene slang en zo ziet hij er ook uit. Voorzichtig het fototoestel pakken, langzaam bewegen en hopen dat hij me niet ziet. Na de eerste foto was hij direct weg, in een keer schoot hij het bos in. Jammer, maar deze ontmoeting gaf vooral tevredenheid.
Dat de Romeinen rare jongens waren weten we allemaal en een van hun vreemde gewoontes was baden tussen de slangen. Ze namen speciaal deze geelgroene toornslang mee naar nieuw veroverde gebieden omdat hij zo rustig in het warme water rondzwemt. Dat de geelgroene toornslang absoluut niet giftig is zal ook hebben meegespeeld. Volgens de overlevering trekt deze slang zich niets aan van die mensen om zich heen. Dat baden tussen de slangen moet erg leuk zijn geweest.
Er zijn tientallen warmwaterbronnen in de Pyreneeën, vooral aan de Franse kant, en ze nemen weer toe in populariteit. De beheerders proberen deze slangen er uit weg te houden want dat schrikt de hedendaagse badgasten af. Zij begrijpen de Romeinen niet. Dankzij deze Romeinen leven er nu prachtige slangen op veel plaatsen waar ze tweeduizend jaar geleden niet waren. En ze zijn niet van plan om daar weg te gaan. Geelgroene toornslangen zijn alleen schuwer geworden want die moderne mensen laten ze niet meer rustig rondzwemmen. Zelfs een voorzichtige fotograaf vertrouwen ze niet meer.
Kees Woutersen – www.aragonnatuur.com -
bron; trouwcommunities.nl
Deze ijsbeer zal sterven
Natuurdocumentaires geven mij altijd de schuld van alle problemen. Behalve Planet Earth.
Elk jaar worden ze mooier: natuurfilms en documentaires. Niet alleen door verbeterde techniek; de druk om iets mooiers en beters te maken dan eerder wordt steeds groter.
Veel recente documentaires zetten de gevolgen van de klimaatverandering centraal. Kijk eens hoe erg het al is, welke dieren er al bijna uitgestorven zijn! Met vaak die belerende toon: "en dat is allemaal uw schuld!"
Dat verpest het kijkgenot zo, dat ik niet eens meer verder kijk en snel wegzap naar een gemoedelijke comedy of ander lichtvoetig vermaak.
Het kan ook anders. De documentairereeks Planet Earth van de BBC heeft precies de juiste toon te pakken. Commentator, en natuurfilmgoeroe David Attenborough geeft mij nooit de schuld. Maar hij laat wél zien wat er op dit moment gebeurt.
En ik kan vervolgens mijn kennis over het klimaat gemakkelijk verbinden met de scene die ik te zien krijg. Een soort beangstigende dreiging gaat er op deze manier van uit. Veel effectiever dan het belerende vingertje van de meeste andere documentaires.
Het meest indrukwekkende moment van de serie is die van de mannetjesijsbeer die door het smelten van het ijs, naar de zeerobben heeft moeten zwemmen. Hij is daardoor zo verzwakt dat hij zijn prooi niet meer kan aanvallen. Uiteindelijk geef hij het op. En je weet: die ijsbeer zal simpelweg verhongeren.
bron; trouwcommunities.nl
Chimpansee geeft poemajong de fles
In het TIGERS-instituut in het Amerikaanse South-Carolina, hebben verzorgers een chimpansee geleerd een poemawelp te verzorgen.
Chimpansee Anjana helpt de verzorgers van het 'Institute of Greatly Endangered and Rare Species', zoals TIGERS voluit heet, met allerhande taakjes. Zo geeft ze poema Sierra zelfs de fles.
"Chimpansees leren snel en imiteren gedrag, dus duurde het niet lang voor ze het juiste gedrag om met kittens om te gaan, ontwikkeld had", zegt Bhagavan Antle, directeur van het park.
Brit wacht twee jaar op oever voor foto van springende zalm
Nieuw-Zeelandse stranden leeg door giftige blaasvis
Sharkwise - Deel 3: Haai valt fotograaf aan
Kikker gevonden in de tuin
Kikker gevonden in de tuin
Volgende foto's zijn van een klein kikkertje gevonden
tussen de plantjes in de tuin en nu
verblijft in ons vijvertje.
Gerrit Jansen: Vlinders zijn niet sterk, maar hebben trucjes om te overleven
Het groot geaderd witje is vergeleken bij de andere witjes een ware schoonheid. De soort is in ons land als standvlinder na 1975 niet meer waargenomen. foto Gerrit Jansen
Rups van de koninginnepage.
Vlinders leven niet lang. Niet alleen de volwassen dieren worden door veel vijanden belaagd; voor het rups- en het popstadium is de belangstelling van rovers nog groter.
Augustus is altijd een vlindermaand. Individuen van een aantal soorten voeren dan amoureuze vluchten uit: er wordt overduidelijk aan een laatste generatie gewerkt. Dartelende koolwitjes maken dit de laatste weken het meest duidelijk. Met koolwitjes bedoel ik het groot koolwitje, Pieris brassicae en het klein koolwitje, Pieris rapae, ook wel knollewitje genoemd. Beide soorten zijn bekende verschijningen in praktisch elke tuin. Dat komt niet alleen omdat ze algemeen zijn, maar ook omdat ze een zwervend bestaan leiden.
Jan Brands uit Ewijk kijkt met argusogen naar de witjes. Hij stuurde mij de volgende mail: 'De witjes zijn weer goed aan het fladderen, dus heb ik mijn boerenkool maar eens bekeken en daar kwam ik heel wat verschillende eitjes tegen. Zoals u op de foto kunt zien, hebben de groepjes eieren verschillende kleuren. Zijn ze allemaal van dezelfde soort koolwitje?'
Ik heb Jan verteld dat alle eitjes van het groot koolwitje zijn en waarschijnlijk van meerdere vrouwtjes. Als ze net zijn afgezet, zijn ze geel; al snel worden de eitjes grauw of donkerder van kleur. De eipakketjes op de foto zijn van verschillende data. De vlinder legt de eitjes in groepjes: gemiddeld 45; de maximale productie ligt in een goede zomer boven de duizend eieren. Afhankelijk van de temperatuur komen de rupsjes na drie tot zeven dagen te voorschijn, waarna het grote eten kan beginnen. Dat betekent voor Jan: minder boerenkool. De rupsen van het groot koolwitje zijn minder schadelijk dan de rupsen van de kleine, die eten van veel koolsoorten de bladeren van het hart. De rupsen van de grote prefereren de buitenste koolbladeren. De rupsen van beide soorten verpoppen binnen drie weken. De poppen van de laatste generatie overwinteren. Het groot koolwitje kent drie generaties; de kleine minstens vier! Gezien de grote eiproductie betekent dit in een gunstige zomer heel veel witjes!
Vorige week reed ik een stukje dijk; ik moest mijn snelheid aanpassen om geen witjes tegen de auto te krijgen. Witjes zijn, zeker als ze een amoureuze bui hebben, trage vliegers. Botsingen zijn dan ook moeilijk te voorkomen. Er trokken ook distelvlinders over de dijk: nakomelingen van de trekkers uit het zuiden van Europa die dit voorjaar met honderdduizenden Midden-Europa overspoeld hebben. Distelvlinders botsen zelden tegen een auto, omdat het zulke snelle en wendbare vliegers zijn. Het aantal verkeersslachtoffers onder vlinders wordt volgens mij onderschat. Gezien het formaat van de slachtoffers spreken dergelijke aanrijdingen ook weinig tot de verbeelding. Een paar jaar geleden reed ik van Schaarsbergen naar Hoenderlo achter de Hoge Veluwe door. Het was in de avond, tegen zessen. Tientallen heidevlinders warmden zich op het asfalt op. Ik kreeg er drie tegen de auto. En ik was niet de enige automobilist op de provinciale weg. Ik ben even uitgestapt en een stukje wegberm van hooguit 25 meter afgezocht naar verkeersslachtoffers. Dat leverde 33 dode heidevlinders op!
Vlinders zijn niet sterk, dat is aan hun bouw af te lezen. Aan vijanden ontbreekt het ze bepaald niet. Het is dan ook maar goed dat ze van Moeder Natuur een aantal slimmigheidjes hebben meegekregen om een vlinderleven lang mee te kunnen. Lang hoeft dat leven niet te duren. Bij veel soorten beperkt het volwassen stadium zich tot enkel een amoureuze ontmoeting. De mannetjes sterven na het liefdesavontuur een natuurlijke dood, de vrouwtjes volgen zodra de eieren zijn gelegd.
Niet alleen de vlinders worden door vele vijanden belaagd; voor het rups- en het popstadium is de belangstelling van rovers in het algemeen nog groter. Rupsen en poppen worden veelvuldig door sluipwespen en sluipvliegen geparasiteerd, roofmijten en spinnen zuigen ze uit. Ook ziekteverwekkers zoals bacteriën, schimmels, virussen en protozoën kunnen populaties van vlinders decimeren. Natuurlijk gaat dat niet allemaal zonder slag of stoot. Een aantal vlindersoorten is bijvoorbeeld giftig. Sommige soorten maken zelf gif, andere sparen gif op uit planten die zich chemisch hebben gewapend tegen vraat en ziektekiemen.
De rups van de monarchvlinder – een trekvlinder uit Noord-Amerika – leeft op zijdeplanten. Het afweergif van deze planten wordt in het lichaam van de rups opgeslagen, waardoor het dier oneetbaar wordt voor rovers. Iets dergelijks zien we ook bij de rupsen van het groot koolwitje en het knollewitje. De meeste waardplanten van deze twee vlindersoorten beschikken over mosterdoliën, die met glucose verbindingen aangaan. Deze giftige glucosinolaten slaan de rupsen in hun lichaam op, waardoor zij voor vogels oneetbaar worden. De volwassen vlinders van het knollewitje en het groot koolwitje maken zelf het giftige eiwit pierine. Om geen last van het gif te hebben, transporteren ze het naar delen van het lichaam waar het weinig kwaad kan. Gaat er toch iets mis, dan hebben deze vlinders antistoffen en afbreekstoffen bij de hand. Pierine hoopt zich op in de schubben op de vleugels. Een vogel die een witje pakt, zal weinig plezier aan het hapje beleven. Van één zo'n vlinder gaat hij niet dood, maar hij heeft wel geleerd om voortaan koolwitjes links te laten liggen.
'Brandnetelrupsen' zoals die van de kleine vos en de dagpauwoog wapenen zich met de gifstoffen die in de brandnetelharen zijn opgeslagen. Omdat deze rupsen in groepsverband leven, zijn ze samen extra sterk. Als een vijand zo'n pluk rupsen nadert, begint de hele groep extreem te bewegen: een vorm van bluffen.
De strategie van het bewust gezien worden, komt bij vlinders meer voor. Vorige week vertelde ik al over bluffende olifantsrupsen met 'nepogen'. De nepogen van dagpauwoog en nachtpauwoog schrikken roofvijanden ook af.
Vijf lezers troffen de afgelopen week in hun moestuin rupsen van de koninginnepage aan op het loof van wortels, venkel en dille. Jonge rupsen lijken vanwege het kleurpatroon wel wat op een vogelpoepje. Grote rupsen dragen waarschuwingskleuren: geel, rood en zwart. Het signaal luidt: 'ik ben niet eetbaar'. Komt een predator toch te dichtbij, dan steekt de rups zijn osmaterium uit, een oranje, V-vormig dreigorgaantje dat ook nog eens een onaangename geur verspreid. Helaas zijn al die trucjes om te overleven voor veel dagvlindersoorten niet afdoende. Het gaat nog steeds slecht met onze vlinders. Invasies van trekvlinders, zoals de distelvlinder dit voorjaar, zijn mooi meegenomen, maar zeggen niets over een verbetering van de leefomstandigheden van onze vlinders. Daar hebben we zwermen kleine vossen en dagpauwogen voor nodig: vroeger hele gewone vlinders!
Gerrit Jansen
bron; gelderlander.nl
Koeien te pletter gestort
De kadavers van de dieren worden met een helikopter geborgen. De boer heeft verslagen gereageerd op het verlies van zijn koeien.
bron; telegraaf.be
Gorilla bekijkt foto's nieuwe date
De Britse zilverrug Bobby stierf vorig jaar. Daardoor hebben de vrouwtjes geen man meer en moest een nieuwe partner voor de dames worden gezocht. Yeboah lijkt wel zin te hebben in zijn verhuizing. Toen hij de foto's van de drie vrouwtjes te zien kreeg, was ook hij zeer geïnteresseerd, aldus The Sun.
bron; telegraaf.nl
Antilope kijkt tv en slaapt in logeerkamer
Zonnebloemen in de warme zomer augustus 2009
Poëziefietsroute
Opnieuw beperking op houden van zoogdieren
Golden retriever ontfermt zich over tijgerwelpjes
In het Amerikaanse Kansas heeft een golden retriever haar enorme moederinstinct laten blijken. De hond neemt al een tijdje de zorg over een paar kleine tijgertjes voor haar rekening.
De welpjes zijn verstoten door hun moeder en de teef ziet er geen graten in om als 'vervangmoeder' op te treden. Meer nog, volgens een woordvoerder van het Safari Zoological Park heeft de hond geen seconde geaarzeld om zich over de welpjes te ontfermen.
bron; gva.be
Slang reist 700 kilometer mee onder motorkap wagen
Goudvis overleeft 7 uur op de vloer
Gorillababy trekt veel bekijks
Foto: Hans Broekhuizen/De Gelderlander
De gorilla's in Burgers' Zoo in Arnhem hebben deze dagen meer bekijks dan ooit. In de nacht van maandag op dinsdag kregen ze er een baby bij en dat trekt drommen publiek.
Voor het zestien jaar oude wijfje N'Gayla was het de derde nakomeling. Dinsdag was het weer te slecht, maar woensdag mocht ze met haar enkele decimeters grote gorillababy naar buitenverblijf. Vader Bouwi mocht ook mee, maar bleef op eerbiedige afstand van moeder en kind.
bron; De Gelderlander.nl
De apollovlinder en het eilandeffect
Roodoranje stippen of oranjerode stippen. Waarom leven hier in de Pyreneeën twee verschillende apollo´s vlak bij elkaar en zijn ze in alle Europese gebergten anders? De apollovlinder is een relict uit de ijstijden en leeft alleen hoog in de bergen.
06 augustus 2009. Met geluk fotografeerde ik deze apollo in de hoge Pyreneeën bij Hecho. Dit is de ondersoort PYRENAICUS (links op de foto), die met oranjeachtige stippen. De andere (rechts) is de ondersoort ARAGONICUS van de zuidrand van de Pyreneeën. Die is witter, groter en heeft roodachtige stippen. De afstand in een rechte lijn is maar 50 km. Hoe komen die verschillen?
De theorie is dat isolatie verschillen maakt. De ene populatie verandert nu eenmaal anders dan de andere. Niets is stabiel, ook een diersoort verandert. Het begint met kleine dingen zoals een extra stip, een ander kleurtje, de grootte gaat verschillen enzovoort. Het is niet te voorspellen hoe of wat, maar die dingen gebeuren. Nu zijn er ruim 30 verschillende apollovlinders beschreven in de europese gebergten. Niet alleen daarom is de apollo zo populair. Verschillen altijd zijn leuk om te bestuderen, maar hij is ook nog eens de grootste dagvlinder van Europa.
Onze apollovlinder uit Arguis (rechts op de foto) is daarbij de grootste. Verschillende keren heb ik gehad dat hier een apollo links het openstaande autoraampje invliegt, en rechts er weer uit. Geweldig! Hij is ook een beetje vreemd, want hij vliegt tot 650 meter hoogte terwijl andere vormen altijd boven de 900 of 1.000 meter leven. Hooggebergte dus. Ik heb me laten vertellen dat de grote hoeveelheid kalk in de grond op deze plek aan de zuidrand van de Pyreneeën de belangrijkste reden van zijn enorme groei zou zijn. Hoe dan ook, hij kan hier niet weg. Het lukt een apollo niet van gebergte naar gebergte vliegen en die 50 km. is blijkbaar ook al te veel. Het is dus alsof ze op een eiland leven en geisoleerd zijn van de rest. Op een eiland evolueert een dier anders dan zijn soortgenoten op een ander eiland. De vinken op de Galapagoseilanden zijn het bekendste voorbeeld maar het gebeurt dus ook bij de apollovlinder. Zoiets heet het eilandeffect.
Kees Woutersen - www.aragonnatuur.com -
bron; trouwcommunities.nl