Friesch Paarden-Stamboek bewaakt 130 jaar kwaliteit van zwart ros
Eibert (8) is een van de ongeveer zestig dekhengsten in de wereld die
het Friesch Paarden-Stamboek heeft goedgekeurd.

Wereldreiziger
Het Friese paard Tjalling heeft vlechtjes in zijn manen. Hij staat op stal en zet zijn tanden zachtjes in de schouder van Marten Jellesma (61). Tjalling heeft een beroemde vader: Eibert 419, een glanzend zwart paard van acht jaar oud. Eiberts overgrootmoeder heette Willemina, en diens moeder was de merrie Leentje.
Eibert, Tjalling en ook zijn zus Tjitske zijn drie van de 40.000 paarden die op dit moment staan ingeschreven bij de Koninklijke Vereniging Het Friesch Paarden-Stamboek (KFPS), het oudste en op een na grootste paardenstamboek in Nederland. Dit jaar viert het zijn 130-jarig bestaan; vanavond woont koningin Beatrix in Leeuwarden een show bij om het jubileum te vieren. De koningin is beschermvrouwe van de vereniging.
Het wordt een grootse show, belooft het KFPS. Hij laat zien dat het zwarte paard allang niet meer alleen op Friese bodem woont. Het voelt zich ook thuis in de sneeuw in Scandinavië, onder de hete zon van Zuid-Afrika en tussen glitter en glamour in de Verenigde Staten.
Marten Jellesma, eigenaar van hengstenhouderij Jellesma in Rotstergaast, een klein dorp vlak bij Heerenveen, sprak pas nog paardenhouders uit de VS. Hij komt net terug uit Reno, Nevada, waar een grote keuring plaatshad. Hij reed dagenlang met een trailer met Friese merries van bevriende fokkers door het land, overnachtte in paardenmotels, bezocht shows. Met plezier denkt hij terug aan de koetsier van de gouden koets, die daar op een show met een wagen en acht Friese paarden vlak tussen twee poortjes doorreed, met op elk ervan een balletje – en de balletjes bleven liggen.
De VS huisvesten het Friese paard pas sinds 25 jaar. Geëmigreerde Nederlanders haalden het dier erheen, weet Jellesma. „De eerste paarden gingen per boot, daarna reisden ze via KLM in iets wat op in elkaar getimmerde kratten leek. Vliegmaatschappijen hebben nu professionele vervoerscontainers.” Jellesma fokt zijn paarden op vaderlandse grond, waar elk Fries paard zijn wortels heeft. Of het zwarte dier nu in China woont of in IJsland, zijn stamboom gaat terug tot Friesland.
Ridderpaard
Eibert 419 is een van die waardevolle dieren die door het Friesch Paarden-Stamboek zijn erkend als dekhengst. Jesse 435 is er nog zo een, die is ook van Jellesma. Jaarlijks wagen zo’n 350 hengsten een kansje bij de strenge keuringen; daarvan blijven vier tot vijf hengsten over die worden goedgekeurd voor dekking. In totaal zijn er op dit moment zo’n zestig erkende dekhengsten, aldus Marja Teekens, manager bij het KFPS. De dieren zijn zomaar een kwart miljoen euro waard. Met de andere hengsten mag in Nederland niet worden gefokt. Zij gaan de dressuursport in (80 procent), of de aangespannen sport, of de tuigsport. Een bezoeker die in Friesland zo’n show met sjezen en paarden ervoor bewondert, vaak gemend door mensen in klederdracht, kijkt naar tuigsport.
Het Friese paard kent een edel verleden. Het galoppeerde als ridderpaard door heel Europa, zegt Teekens. Later werd het ingezet als boerenpaard, maar het legde het af tegen zijn sterke collega’s zoals het zware, sterke Belgische trekpaard. Omdat het Friese paardenbestand achteruitging, werd als reddingsplan een stamboek opgericht. Dat gebeurde op 1 mei 1879. In dat jaar stonden er maar een paar dieren ingeschreven. Inmiddels worden wereldwijd jaarlijks zo’n 7000 veulens geboren.
Wat zou er gebeuren als het stamboek niet bestond? „Dan was het ras nooit zo tot bloei gekomen”, zegt Marja Teekens. „Door het stamboek is de kwaliteit toegenomen en werd het Friese paard een exportproduct.”
Het bewaren en overbrengen van kennis is belangrijk, aldus Jellesma. „Door registratie weet je precies hoe de generaties in elkaar steken.” Belangrijk als er iets misgaat. In 1991 werden plotsklaps bruine Friezen geboren. „Doordat alle gegevens van het voorgeslacht beschikbaar waren, kon worden uitgezocht hoe dat kwam. Ik moet er niet aan denken dat het stamboek zou verdwijnen. In 2003 dreigde een faillissement wegens te grote investeringen in een paardencentrum in Drachten. Gelukkig is die tijd voorbij. Dat Dirk Scheringa failliet gaat, prima, maar als het stamboek failliet zou gaan, is dat erg.”
Jellesma rijdt al sinds zijn twaalfde paard. Zijn vader, Lambertus Jellesma, besloot in 1953 te gaan ringrijden in Lisse, waarvoor hij een sjees aanschafte. Zo kwam de hobby in de familie. „Ze vielen vaak in de prijzen”, zegt Jellesma junior over zijn vader en moeder. „Wij hadden zeven kinderen thuis, en alle zeven hebben we een gouden zweep gekregen, en een stoeltjesklok. Die wonnen mijn ouders bij de shows.”
Rijden met de sjees doet Jellesma zelf niet of nauwelijks: „Het kost zo veel tijd. Je bent de dag ervoor bezig, de dag zelf, en als het regent moet je de dag erna nog alles schoonmaken.”
Behalve met de fokkerij houden Jellesma en zijn dochters Trees (30) en Jetske (20) zich bezig met het trainen, keuringsklaar maken en beleren van de dieren. Dat laatste betekent dat ze worden gewend aan een zadel, of aan de wagen. Paarden van anderen komen vier tot zes weken logeren om getraind te worden. Het hele jaar door zijn er keuringen. „Als ik dan een paard van ons leuk zie bewegen, krijg ik kippenvel”, zegt Jellesma. „Je bent er zo lang en intensief mee bezig geweest. Ik kan dan wel een traantje wegpinken. Er zit veel emotie in dit werk.”
Lange voorbenen
De Jellesma’s hebben gemiddeld zo’n 75 paarden lopen – Friezen van 5000 euro waard, veulens van 1500, en van alles ertussenin. Op een veiling gaat een drachtige merrie soms opeens weg voor 30.000 euro.
De zwarte Hillies, Hetskes, Akkes en Oekes in de wereld hebben een rustig karakter. Ze behoren tot het type koudbloedpaarden, die in tegenstelling tot warmbloedpaarden kalm en stabiel zijn. Liefhebbers noemen ze zwarte parels. Friese paarden lopen rond op lange voorbenen, hebben een klein, sprekend hoofd, niet te grote oren en „een mooi groot oog.”
Witte haren op de neus? Liever niet, zegt het stamboek. Ze moeten voldoende „behang” hebben: dat zijn de manen, sokken en staart. Tijdens shows wapperen die haren sierlijk in de wind. Maar als de paarden in de box staan, zijn de manen gevlochten. Zo blijven ze mooier en groeien ze sneller. En dus draagt zelfs de stoere Eibert een vlecht in zijn stal. Geen kleine vlechtjes, maar een grote hengstenvlecht.
Slungelige hengst wordt held met dekbrevet
Om het jaar lopen er op Prinsjesdag acht Friese paarden voor de gouden koets. Het andere jaar zijn het Gelderse paarden, net als de Fries van oorsprong een tuigpaard. De traditie is om een Nederlands ras te gebruiken, weet Marja Teekens van het KFPS.
Lopen voor de koninklijke koets is een eer. Teekens kent meer Friezen die het ver schopten. Jochem bijvoorbeeld, die als jonge hengst werd gekocht door ene Jorritsma uit Heeg. „Hij was een wat slungelige hengst, niet echt een blikvanger. Zijn werk bestond uit korte bezoekjes aan de Friese merries van Jorritsma. Als Jochem langs de boxen paradeerde, lieten de merries goed zien of ze vruchtbaar waren of dat het nog niet zo ver was. Als het goede moment voor de dekking was aangebroken, belde Jorritsma een hengstenhouder en werden de merries gedekt door een KFPS-goedgekeurde dekhengst. Jochem kwam daar niet aan te pas. Toen Jochem echter uitgroeide tot een volwassen en prachtige hengst, besloot Jorritsma het dier voor te stellen op de hengstenkeuring van het KFPS. Daar behaalde het paard zijn dekbrevet. Hij werd veelvuldig ingezet in de fokkerij en behaalde meerdere kampioenschappen in de tuigsport. Jochem werd –postuum– preferent verklaard, wat betekent dat het paard een belangrijke rol heeft gespeeld binnen de fokkerij van het Friese paard.”
Miss Universe 2008 probeert haar titel te houden
Zaterdag is een spannende dag voor de merrie Renske van Diphoorn. „Zij is als het ware de Miss Universe 2008 onder de Friese merries”, vertelt Marja Teeken. „In 2008 werd ze kampioen van de jaarlijkse centrale keuring. Dat is de afsluiting van het keuringsseizoen en daarvoor worden slechts de beste merries van het kalenderjaar uitgenodigd. Het gaat dan niet alleen om Nederlandse merries. Er komen ook dieren uit Denemarken, Scandinavië, Engeland en Frankrijk en soms wel uit landen die nog verder weg liggen.
De merries strijden op de centrale keuring om de hoogste eer: welke wordt uitgeroepen tot de mooiste merrie van het jaar? In 2008 viel de eer te beurt aan de driejarige merrie Renske van Diphoorn. Zij is gefokt door de familie Ensing uit Diphoorn (Drenthe). Vanavond is bekend of Renske de titel houdt. De centrale keuring van 2009 is vandaag; in Leeuwarden paraderen de mooiste merries door het WTC Expo. In de hoofdpiste, toch al mooi ingericht voor de show van vanavond, kunnen de paardendames zich van hun beste kant laten zien.
Of er ook een Mister 2009 bestaat? Inderdaad, er is ook een speciale keuring voor de goedgekeurde KFPS-dekhengsten. Die heeft ieder jaar plaats in het tweede weekend van januari.
De kampioen van 2009 is Maurus en hij staat ter dekking in Lunteren.”
Sommige veulens hebben Nederland nooit geroken
Het Friese paard als wereldreiziger staat centraal op de show die het Friesch Paarden-Stamboek zaterdagavond geeft, met koningin Beatrix als gast. Teekens: „Over de hele wereld is het Friese paard wel te vinden. Het leeft in de sneeuw in Noorwegen, onder de hete Afrikaanse zon en op de uitgebreide vlaktes in Australië. De paarden worden over het algemeen aangekocht in Nederland en ondernemen dan een vliegreis naar hun verre bestemming. En in al die landen wordt er ook gefokt met de paarden, dus sommige veulentjes hebben nog nooit de Nederlandse bodem onder hun hoeven gehad.
Een bijzonder reislustig paard is de hengst Warn. Warn is een goedgekeurde dekhengst. Hij is in 1991 geboren in Nederland en werd als driejarige hengst erkend voor de dekdienst.
Hij heeft enkele jaren in Nederland ter dekking gestaan, maar werd in 1994 verkocht naar Amerika. Na twaalf jaar trouwe dienst in de VS is de hengst weer teruggehaald naar Nederland. Daar bleef hij een dekseizoen lang, waarna hij werd aangekocht door mevrouw Schneeweiss in Oostenrijk. Hoogstwaarschijnlijk zal hij daar wel zijn oude dag uitdienen, maar je weet het maar nooit met zo’n reislustige hengst.”
www.kfps.nl.
Clasina van den Heuvel
bron; refdag.nl