Amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders doen een winterslaap verscholen onder bladeren of zelfs in de grond. Wanneer de eerste buien vallen met zachtere temperaturen, ontwaken ze. Ze trekken dan, vanaf het invallen van de duisternis, naar beken en poelen waar ze paren en hun eitjes afzetten. Deze trek begint nu stilaan op gang te komen en valt begin april gewoonlijk stil.
De mannetjes beginnen vroeger aan deze trek dan de vrouwtjes, maar ze doen er langer over omdat ze onderweg uitkijken naar een geschikte partner. Hebben ze hun ook op eentje laten vallen, dan grijpen ze dit vrouwtje met hun gespierde voorpoten vast en laten zich meevoeren naar de poel waar ze zich zullen voortplanten.
Veel verkeersslachtoffers
Omdat ons landje zowat overal doorsneden wordt door banen, straten en wegen, moeten veel amfibieën het gevaarlijke verkeer trotseren om hun paarplek te bereiken. En daarbij vallen er helaas jaarlijks heel wat slachtoffers. Om deze massamoord te voorkomen worden in het hele land tal van paddenoverzetacties georganiseerd.
Langsheen de straten waar veel padden en kikkers oversteken worden schermen geplaatst die de diertjes naar emmers leiden. Vrijwilligers zorgen er dan voor dat ze veilig aan de overkant terug uit de emmer gehaald worden.
Op plaatsen waar tijdens de trek veel padden voorbij komen worden vaak tijdelijk driehoekige gevaarborden geplaatst met de afbeelding van een pas om de automobilisten aan te zetten hun snelheid te matigen.
Hebt u al gemerkt dat er bij u in de straat of in de buurt regelmatig amfibieën het leven laten in het drukke verkeer en voelt u zich geroepen om daar iets aan te doen? Bedenk wel dat de meeste dieren ’s avonds en ’s nachts oversteken en bij voorkeur bij regenweer. Maar daar laat een echte natuurvriend zich natuurlijk niet door afschrikken. Essentieel materiaal voor een paddenoverzetter is een goede zaklamp, een emmer en reflecterende kledij. Vergeet in al uw enthousiasme nooit dat uw eigen veiligheid op de eerste plaats komt.
Steeds vaker worden er ook heuse amfibieën tunnels aangelegd onder de wegen of doorheen een verkeersdrempel. Belangrijk hierbij is wel dat iemand zich het onderhoud van deze tunnels aantrekt en regelmatig de wanden die de amfibieën naar de tunnels leiden, nakijkt. Belangrijk is immers dat afval, maar ook restanten van strooizout uit de tunnel worden verwijderd voor de trek begint. Dat gaat het best met een hogedrukreiniger.
Welke amfibieën komen vooral bij ons voor?
De paddentrek is misschien ook een mooie gelegenheid om zelf nader kennis te maken met de amfibieën in eigen streek of uw kennis door te geven aan kinderen en kleinkinderen.
De meest voorkomende amfibieën zijn:
De bruine kikker
De bruine kikker bereikt een lengte van 9 tot 10 cm. Hij is zeer variabel wat rugkleur en tekening betreft: geelbruin, roodachtig bruin of donkerbruin, soms zijn er groene tinten zichtbaar. De tekening bestaat uit donkere of zwarte vlekken op de rug en donkere dwarsstrepen op de achterpoten. Ze kan echter geheel ontbreken. Vrijwel alle bruine kikkers hebben een donkere, langwerpige vlek die het trommelvlies bedekt en reikt van het oog tot aan de basis van de voorpoten. De keel en buik kunnen wit, vuilgeel of soms oranjeachtig zijn, meestal met een marmerpatroon van bruine of grijze vlekken. De huid is meestal vrij gaaf.
Tijdens de paartijd is het mannetje herkenbaar aan de forser gebouwde voorpoten en de paarborstels op de duimen en aan zijn spierwitte keel met een vaag blauwe schijn.
Kikkereitjes
De bruine kikker is één van onze amfibieën die het vroegst naar het voortplantingswater trekt. De afgezette eiklompen zijn aanvankelijk niet groot maar zwellen aan in contact met het water en worden zeer omvangrijk. Ze bevatten zo een 700 tot 4500 eieren en worden vooral in ondiepe waterpartijen afgezet.
De groene kikker
De groene kikker is meestal grasgroen met vlekken op de rug en een smalle gelige lengtestreep over de rug. Hij heeft donkere dwarse strepen over de dijen en heeft geen grote donkere vlek tussen oog en voorpoot zoals bij bruine kikker. Er zijn 3 soorten groene kikkers: de poelkikker, meerkikker en de bastaardkikker. Een manier om ze van elkaar te onderscheiden, is luisteren naar het gekwaak van de mannetjes.
De gewone pad
De gewone pad is een vrij groot en zwaar gebouwd dier. De mannetjes meten 5 tot 7 cm en de vrouwtjes worden nog iets groter, tot 12 cm. De rug is beige, lichtbruin, grijsbruin of roodbruin gekleurd. De buik is witachtig met een grijze marmerkleur. De ogen zijn koperrood met een horizontale pupil. Achter het oog bevindt er zich een grote oorklier (parotoïde) die schuin naar achter loopt. De larve is zwart van kleur en wordt 3 tot 3.5 cm groot.
Als voortplantingsplaats kiest ze poelen, sloten, grachten, vijvers en kleiputten. Ze heeft wel een zekere voorkeur voor vrij diepe (0.5 tot 1 m) en grote waterplassen en vooral plaatsen met een verticale vegetatie waaraan ze haar eisnoeren kan bevestigen.
De legsels zijn zeer gemakkelijk te onderscheiden van die van de bruine kikker. Padden leggen hun eieren af in snoeren, kikkers in klompen. De eisnoeren zijn soms 3 tot 4 m lang en bevatten 3000 tot 8000 eitjes die 1.5 tot 2 mm groot zijn. De eitjes zijn in 3 tot 4 rijen geordend.
De Alpenwatersalamander
De Alpenwatersalamander heeft een roodoranje ongevlekte buik.
Ook de oranje keel is bijna altijd ongevlekt. Een mannetje heeft donkerblauwgrijze bovendelen met zwarte honingraatvormige vlekjes op de flanken en een lage ongekartelde rugkam, zigzag geelzwart getekend (enkel in de paartijd). En wijfje is olijf tot groenachtig van kleur met een onduidelijke marmertekening op de bovendelen.
De larve kan een lengte van 4 tot 6 cm bereiken en is herkenbaar aan de uniform hoge staart, die naar het uiteinde toe plots versmalt en stomp afgerond is.
De kleine watersalamander
Het mannetje van de kleine watersalamander heeft donkerbruinige bovendelen, opvallend getekend met zwarte bollen. Hij heeft een gevlekte buik met helder donkergele tot oranjerode lengtestreep. Kenmerkend is ook de koptekening met zwartbruine lengtestrepen. Zijn roomwitte keel is duidelijk gevlekt. Verder heeft hij een hoge, gekartelde, vlezige rugkam (enkel in de paartijd). Een wijfje is fletsbruin gekleurd, nauwelijks getekend en heeft bijna altijd vlekjes op de buik en keel (maar kleiner dan bij man).
De kleine watersalamander heeft de kortste voortplantingsperiode van onze 4 inheemse soorten. De volwassen dieren verlaten dan ook vrij snel het water, namelijk begin mei. De paartijd begint in april en duurt tot einde mei. Na 2 tot 4 weken komen de larven uit de eitjes.
Zin om te helpen bij de paddenoverzet? Kijk dan op de website van Hyla, de amfibieënwerkgroep van Natuurpunt waar u de handen uit de mouwen kunt steken.
Auteur: Leen Baekelandt
bron; plusmagazine.be