WIE ZIJN WIJ

WIE ZIJN WIJ
RUINES VAN HET HEDEN

Ruïnes
van het
heden.
*
Roert deze rekening ook niet in ons diepste wezen en roept ze geen herinneringen op van verloren gegaan geluk en glijdt onze melancholie nier weer naar een verleden waar alles schijnbaar vredig was.
Of zijn het ruïnes waaruit vergankelijkheid ademt, een droomsfeer die misleidend werkt en ons nier laat inzien dar het getuigenissen kunnen zijn van het drama van het nooit aflatende einde van mens en wereld. Men bouwde tempels, paleizen, kathedralen om zo de aardse grootheid en de tijdelijke macht eeuwig re bestendigen. Dit alles werd verwoest en verscheurd door trots en hoogmoed en het willen overstijgen en overheersen van de kosmische en natuurlijke wetmatigheden. De ruïnes kunnen wijzen naar tijden waar de mensen als automaten en blinde slaven van de krochten der verdrukking leefden en hun slapende gewetens onderworpen werden door heersende of tiranniserende politieke, godsdienstige, religieuze, sociale en culturele machten. De gedenkstenen huldigen dat fallische element van het mateloos willen bezitten en onderdrukken.
De symbolische ornamenten op stenen en offertafel wijzen naar een verfijnd weten, dat leidde tot blinde bijgelovigheid en schijnbare waarheid. Gaan zo niet het aardse geluk en de grootheid telkens weer van rijk tot rijk voorbij en getuigen zij niet van de eenzaamheid van het bewustzijn? ... en in hoeverre kunnen al deze woorden nu vandaag nog met dezelfde betekenis geschreven worden als een actueel gebeuren, waar ook vandaag de mensheid zich laat leiden tot barbarisme en schrikwekkendheid, tot de algemene vernietiging, in de overtuiging levend dat alles goed, oprecht en zuiver is?
Zal het verleden weldra overgroeid worden door een nieuw opschietende plantengroei, een nieuw leven dat wortel heeft kunnen schieten op de achtergebleven kale rotsachtige bodem?
Toch bij dit alles, wanneer wij aandachtig toekijken, zien wij dot de treden nog intact zijn, ook de poort met het zonneteken. Duiden die er niet op, dat wat overblijft, een weg is, om opnieuw een poging te kunnen ondernemen om hoger op te klimmen naar de hoge witte berg die veraf voor ons aan de horizon ligt? Is het niet alsof het vibrerende licht in de lucht een kracht is die oproept om de overgang te maken van het primair psychische naar een hernieuwde vergeestelijking of spiritualiteit?
Tekst: Frans Croes: “Een beeld met een woord erbij”. Oplage is uitverkocht.
INDIEN IK EEN VOGEL WAS

INDIEN
IK
EEN
VOGEL
WAS
GEWEEST
Indien ik een vogel was geweest kon ik
vliegen en zou ik de vrijheid hebben
bezongen en zou ik bergen hebben getrotseerd
en zeeën hebben ontmoet
en ‘s morgens de zon hebben aanbeden.
Nu ben ik een mens, en ik mis die vrijheid.
Ik kan niet dartelend zingen
want alles is reeds in koor gezet.
Ik mag niet vrij losvliegen
ook daaraan
is paal en perk gesteld.
Dan zie ik verder in mijn dromen
een wereldbeeld van angst.
Ik ook voel me evenzeer bedreigd als
de vogels in hun nest.
Daarom kan ik ook vandaag niet langer
meer dromen, dat ik ook eens een vogel
was, want ook ervaren zij de gruwelhand
van de mens die mijn naaste is,
ook hij
die me morgen wurgen zal.
Frans Croes. (uit zijn dichtbundel “Het Offer”)
LAAT ONS DE DAG GOED INZETTEN;
Weekend groet.
Inspiratie van de week.
Inspriratie
van
deze
week.
Maar dat wat houvast zoekt, is niet wat je werkelijk bent.
Het is het denkbeeldige ikje.
Wat je echt bent hoeft zich nergens aan vast te houden.
Erik van Zuydam
Soms heb ik ook de bhoefte mij aan iets op te trekken. Maar dit lukt niet zomaar omdat ik al zo lang alleen leef. Ik vraag het mezelf trouwensaf of het nodig is dat ik iemand hier naast mij nodig heb? Persoonlijk voel ik een NEEN maar gevoelens blijven ons Zijn bespelen en dan kan ik maar best terug vallen op mijn echte zijn.
Frans.
MIJN WATERLAND, MIJN ZENNEGAT

MIJN WATERLAND,
MIJN LAND, WAAR IK
O ZOVEELVAN HOU…
Besloten leef ik in een weelde van water, luchten en natuur.
Door waters omgeven in een uithoek ergens ver weg
ligt een oud ruraal gebleven gebied waar niemand mag
aan tornen aan Mijn Zennegat.
Een natte droom is het niet. Wel een soms barre realiteit.
Van over de vlakten stuwen wolken en striemende regen
neer op ons of worden wij gebraden NU door een
doorzengende hitte.
Het is er mooi, maar de mens, dat aftands diers, heeft geen
respect meer voor al wat daar leeft, maar men mag er met
hun poten niet aankomen, want daar zorgde ik voor en
beschermde het.
Voor niet mijn kinderloos zijn, maar voor uw kinderen en de
vele achterkleinkinderen die ons zullen opvolgen wanneer ons
verleden eens is gepasseerd. En ik ben o zo blij voor wat ik
deed niet voor mij, maar voor elk ander!
Frans Croes – 30 juli 2005.
In de rechterkolom zal u een reeks foto’s kunnen zien waarover ik in een opwelling schreef. Het interland is vrijwaart voor bezoekers zodat alles daar verder een natuurlijke gang kan gaan.
U mag mij steeds komen vinden op het Zennegat 14 – zie hierboven mijn woning – dat ergens ver weg ligt van alle geraas en het dwaze gedoe. Maar bel mij vooraf op nummer 015-271395.
DE MENSEN SCHOPPEN TOT EEN GEWETEN...

"DE MENSEN SCHOPPEN TOT ZE EEN GEWETEN KRIJGEN" ...
Zijn de laatste woorden van de onlangs overleden schrijven Louis-Paul BOON, uit zijn novelle: "Mijn kleine oorlog", en Hector ROMBAUT, vergelijkt Frans Croes met deze Louis-Paul Boon".
Zoals Frans Croes in zijn vechtersjaren tekeer ging tegen wat hij meende verkeerd te gaan in de wereld, zo is hij ook de laatste vijf jaar als kunstenaar, vechter in zijn werk, gebleven.
Enkel het marginale leven, de tribune, de straat, de beweging en de manifestatie behoren tot het verleden.
Maar in zijn tekeningen vindt men de kritiek op de overconsumptie, overmechanisatie, overmanipulatie terug. Hij; waarschuwt als het ware de mens voor verrotting, voor teloorgang, voor de afgrond.
Volgens hem vertoont de hedendaagse westerse mens een Psychosomatisch ziektebeeld: hij, is enkel" dan" nog te redden wanneer tijdig de oorzaken van de kwaal worden weggenomen.
Inhoudelijk valt in het werk van Frans Croes de dualiteit op. Tegenstellingen bij de vleet. In één enkel werk ligt enerzijds de oneindige hoop naar schoner en beter, gesymboliseerd door het licht, het opstijgen naar dat licht; onderaan in datzelfde werk een soort duistere onderwereld die wemelt van nog levende doden.
Soms is het een en al optimisme, een soort van zoen aan de mensheid, vol innige vertedering. In andere momenten wordt het een hallucinatie, een satirische en cynische aanklacht.
Maar iets is merkwaardig: de meest pessimistische voorstellingen zijn eigenlijk TOCH ergens positief gericht. Die werken tonen ergens een eindpunt aan, naar het NIETS, een soort verlangen naar DE VAL om daarna opnieuw te kunnen OPSTAAN voor EEN NIEUW BEGIN.
En toch mag uit deze enkele beschouwingen niet worden afgeleid dat Frans Croes een "geëngageerd" artiest is, die strekkingen verdedigt. Hij is NIET de brenger van de blijde boodschap. Hij IS en BLIJFT sensibel, intuïtief.
Nooit zal bij hem het cerebrale de bovenhand krijgen op zijn spontaniteit Maar zijn getormenteerd verleden is NIET weg te wissen, het maakt deel uit van zijn creativiteit.
Misschien zoekt Frans Croes onbewust, onderbewust, naar DE MENS VAN MORGEN, in een wereld waar het voor de mens van vandaag bergaf gaat.
De uitstraling van zijn werk is HOOP, en zolang er achter die hoop ook een beetje GELOOF blijft zitten, zal zijn carrière als graficus zich verder ontwikkelen.
Hector ROMBAUT: Gedeelten van de openingsrede in galerij DE CASTELEYN te Hingene op 27 maart 1981.
HOE HET OOIT BEGON...

HOE HET OOIT BEGON…
Vanaf mijn geboorte leefde ik in een dorp aan de grens van Mechelen. Mijn familie was oer christelijk en van mijn geboorte af had ik astma.
Ik lag dan veel te vaak plat neer happend naar lucht zoals een vis die op sterven na dood is. Daar ontstonden binnen mijn droompartijen – want de droom is mijn leven – het weten van de zeer onrechtvaardige, ook wou ik ooit kunstenaar worden, schilder namelijk.
Op mijn 17de jaar volgde ik wat avondlessen tekenen met houtskool en was zonder pochen een exemplarisch talent, zodat ik klassen kon overslaan en weldra ook naakttekeningen maakte naar levend model.
Ik dronk zeer veel en mij ouders zagen dat da academie daarin de schuldige was. En ik moest stoppen en verdwaalde verder en belande in gevangenissen en in een internering instelling.
In 1967 startte ik met een artiesten café: Staminee Herten Aas. Daar maakte ik aan de toog gezeten meerdere tekeningentjes in blauwe bic waarvan ik nog 3 exemplaren bezit.
U kunt deze zien: de 3 eerste bovenaan.
*
Die Staminee eindigde voor mij faliekant en kwam na een tijd letterlijk in de goot terecht, twee maal na elkaar dat ik opgenomen werd in de ziekenhuizen waar men mij bloed; voeding en andere dingen gaf. Bij de 2de opname besloot ik om nu eens en voorgoed kunstenaar te worden. En daar begon ik te tekenen met een zwarte stift.
De werken die ik u toon zijn niet allen meer in mijn bezit, maar om geschiedenis vol te maken toon ik er 7 tekeningen van. Allen hebben eigenlijk een grote deler het verlangen naar het seksuele.
Daar in dat ziekenhuis besloot ik om naar een afkickcentrum te gaan. Dit was in Scheldewindeke. Daar maakte ik mijn eerste pentekening met het profileer pennetje e zo volgden er later nog twaalf. Maar ik werd er uitgegooid, omdat ik sociaal niet integreerbaar was. Maar ik had mijn overtuiging mee en eind 1976 had ik mijn eerste tentoonstelling bij een vriend die drie handelspanden had. Het werd een lukker!
Van deze zuivere pentekeningen laat ik er 8 zien.
Frans Croes.
Croes tekent universele levenskracht.

Frans Croes tekent universele levenskracht.
Het betreft zuivere pen- en potloodtekeningen, (met mooie grijsgamma's), sepiatonige 'tekeningen en gewassen kleurtekeningen. Vrij van directe agressiviteit, seinen deze composities een stille euforie of een harmonieuze intensiteit uit.
Het zijn tekeningen die geen visie willen opdringen, maar in hun veel suggererende bovenbouw toch naar een rijke onderbouw verwijzen. Frans Croes doorworstelde een evolutie. Hij passeerde langs destructie een hekeling, langs het willen ontmaskeren van de maskerades van het mensdom, langs veeleer negatieve krachten. Hij verwijlde in de wereld van het mystieke, het occulte en het esoterische, maar vond finaal ook dààr geen soelaas. Uiteindelijk behield hij slechts zijn geloof in de oerbron van het leven zelf, in het kosmische gebeuren en in de natuur. Daarbij is hij een aanbidder van zon en licht.
De meeste composities tonen dan ook een wirwar, van floreale elementen, een woekering van planten, een haast barokke weelde, met hier en daar relicten van het oude denken en voelen. Er is ook een pan erotisme, dat zich nooit ostentatief naar voren wil werken. Niet zelden verschijnt de schoonheid van de vrouw te midden van een bloemen guirlande. Een ongewoon zelfportret van deze mar-, kante kunstenaar is «Het boek der wijsheid »: een boek vol blanke bladzijden, dat zijn waarheid voor zichzelf houdt. De mens wil zich ontdoen van het dogmatisch denken, maar heeft niet in de gaten dat hij steeds weer nieuwe houvasten zoekt. Croes rest het geloof in leven en ervaring.
Van: Rene TURKRY † - Uit de: Gazet van Antwerpen – maart 1989.