Naar de inhoud

Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

Geraardsbergse gedachten en gedichten
akke.beakke.be

om stil van de te worden...


16005-772c2d03b948564334f59781a7a4e8d4.JPG


In een reactie onder Dirk-in-der-daad van Arlette Vanderstocken uit Geraardsbergen, staat een gedichtje dat haar dochtertje Jolien De Neef schreef. In 2008 is Jolien 15 jaar. Dat meisje schreef onderstaand gedichtje tijdens haar gevecht tegen het kreng dat kanker heet. Ik veroorloof me de vrijheid het zelf een titel te geven en de lay-out te verzorgen. Later zal een bijdrage van haar mama worden geplaatst… om stil van te worden… en na te denken over wat geluk betekent.

Persoonlijk vind ik het gedichtje prachtig omdat het heel dicht bij dat meisje aanleunt en gezien haar leeftijd het kwalitatief is. Laten we ook niet vergeten dat de thematiek elk mens met het hart op de juiste plaats raakt. Het is ontstaan uit pijn en dat temidden haar puberteit. Moet men lijden om waardevol te worden? Nee, dat zit sowieso in dat jonge mensje met een veelbelovende toekomst in zicht.


Je kan de volledig reactie van Arlette Vanderstocken lezen via de reageerknop rechts onderaan het artikel van Dirk-in-der-daad. Maar nu laat ik Jolien De Neef aan het woord. Lees daarna haar gedichtje. 


 16005-772c2d03b948564334f59781a7a4e8d4.JPG

 


Hallo,

Ik ben Jolien 15 jaar en ben geboren op 22 november 1992. Toen ik nog mama haar buikje zat besloot ik precies die dag eruit te klauteren en ik wist ook precies waarom. Ik wou het perfecte geschenk zijn voor mijn mama. Sinds jaar en dag zijn wij de beste maatjes, ik en mijn mama: twee handen op een buik.

 

Mijn ouders stuurden me als kleine peuter naar het Sint-Catharinacollege in Viane waar ik eindigde als een ondeugende tiener. Na deze jaren van onbezorgdheid kwam het afscheid van het kleine schooltje en dat viel me zwaar. Maar ik werd een fiere leerlinge aan het Sint-Catharinacollege in Geraardsbergen waar ik Moderne Wetenschappen studeer.

 

In november 2005 stortte mijn leuke leventje ineens in. Ik kreeg het slechte nieuws dat ik botkanker had. Een jaar lang uit mijn leven gegrepen zonder dat ik het wou maar het moest en zie me nu staan. Nog zelfverzekerder dan ooit ga ik door.

 

Natuurlijk heb ik ook nog een papa, mijn reddende engel, mijn steunpilaar en mijn broer Jeroen. Ook is er nog een woefke, onze Rani de hond. Zo een lief hondje heb ik nog nooit gezien. Altijd staat ze aan onze zij wat er ook gebeurt en dat is waarom ik zo van haar hou.


Mijn familie, waarom ik zo van ze hou? Ze staan gewoon altijd klaar voor mij, ALTIJD!

xxx
© jolien



om stil van te worden…

 

 

Af en toe willen opgeven,

af en toe mij laten gaan,

dood zijn voor maar even

tot de oorlog is gedaan.

 

Af en toe willen stoppen,

stoppen om door te gaan,

bang zijn af en toe,

bang om te hervallen

 

en te vallen heel erg ver

naar beneden toe

en dan

in de hemel belanden

om daar verder te gaan

zonder pijn en in vrede te zijn.

 

© Jolien De Neef

 
Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Hendrik Van Kerkvoorde16 augustus 2009 om 10:33

Ontroerend!

Dit gedicht van Jolien geeft blijk van de twijfels en van de wens de strijd soms op te geven. Toch is Jolien blijven vechten en heeft ze de ziekte overwonnen.daarbij vond ze nog de kracht om iedereen die haar dierbaar is nog een hart onder de riem te steken. Hoe diep ze ook zat, ze vond steeds de tijd en kracht om haar moeder, vader en broer moed in te spreken en kracht te geven om door te gaan.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Frans De Beck - bijdrage van Albert Schrever


018%20Panorama.jpg
 
 


Frans De Beck

(1810-1879)

 

 

Frans De Beck werd geboren in Geraardsbergen op 13 oktober 1810. Hij was opsteller voor ‘de Gentsche dagbladen Journal des Flandres’ en ‘Constitutionel des Flandres’. Ook werd hij lid van den Provincialen Raad van Oost-Vlaanderen; van 1843-70 kantonaal opziener der lagere scholen, sedert 1840 vrederechter te Zottegem en van 1870 lid van de gemeenteraad. Hij overleed in Zottegem op 6 december 1879.

 

Van hem zijn de volgende gedichten uitgegeven: Geeraerdsberg (in het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje voor 1851); De Doofstomme, Zottegem, 1853; Het Vaderland, Zottegem, 1860; Slechte Tyd, Gent, 1860. Verder een aantal Kerstliederen, van welke er jaarlijks één werd uitgegeven onder de titel: ’Dertig Kerstliederen en andere gedichten’, Zottegem, 1852-1877. Het grootste gedeelte van zijn poëzie is nog in handschrift. In het jaar 1880 werd er te Gent het boek ‘Ter nagedachtenis van wijlen den heer Frans De Beck (1810-1879) binnen zijn leven vrederechter van het kanton Zottegem’ gepubliceerd.

 

(Bron: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.)

 

 

Het lange romantische gedicht ‘Geeraerdsberg’ van de nagenoeg onbekende Geraardsbergse dichter Frans De Beck (1810-1879) bevat verwijzingen naar de Oudenbergstad. Het werd geschreven in 1850 en is bijzonder lang. Amputeren zou zonde zijn omwille van de beelden en lokale verwijzingen. Naar mijn oordeel is dat een prachtgedicht.

Wat volgt is de letterlijke versie zoals die verscheen in het boek van Albert Schrever over “Geraardsbergen, zijn taalgebruik…”

 

 

MarLeen

 


 

 

Met oprechte dank aan Albert Schrever voor onderstaande bijdrage.

 

 

Zoals dr. Ada Deprez en Mario Baeck in hun studie o­ver het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje 1834-1875 schri­jven nam Frans Rens daar o.m. honderden gedichten van be­kende en minder bekende Vlamingen in op. In jg. XVIII (1851) van dit jaarboek verscheen het twintig kwatrijnen tellend stuk Gee­raerdsberg van de hand van de vrij onbe­kende Geraards­bergse dichter François De Beck (1810-1879) die, net als Rens, zijn voornaam François zou vervlaamsen tot Frans. We geven eerst de integrale tekst:

 

                

             Geeraerdsberg

 


O Berg, die Geeraerds stad, de wieg van myne kindschheid,

             Omschaduwt met uw hooge kruis,

Wanneer de gouden zon in 't blozend oosten opryst,

             En met heur glans uw top bestraelt!

 

Berg, dien ik in myn jeugd zoo gaerne heb bewandeld!

             Niet dikwyls ziet mijn oog u weêr:

Maer daeglyks komt uw beeld my voor het aenzicht zweven,

             En 'k zie het 's nachts in zoeten droom.

 

Hoe menigmael bezocht ik u, by d'avondschemer,

             met een gekozen vriendenpaer,

Na 't zwoegen van den dag! En met wat reine vreugde

             Genoten we uw bekoorlyk schoon

 

En 't schoone der Natuer! 't Zy dat de lieve Lente

             Den berg en 't wyde veld in 't rond

Met jeugdig groen versierde, of met den gouden bloesem

             Die ryken koolzaed-oogst belooft;

 

't Zy dat, in volle kracht, met weelderige vruchten,

             De milde zomer stond te pryk:

De lucht gaf balsemgeur, en 't stille ruim doorstroomde

             Eene onuitspreekbre harmony.

 

Maer somstyds, als Natuer by zomergloed moest smachten,

             Steeg uit het westen een gevaert

Van donderwolken, en hing over 't dal te dryven,

             Door d'ouden berg teruggekaetst.

 

Wat statelyk tooneel trof dan de ontroerde zinnen!

             Wy zagen 't onweêr in 't verdiep,

De wolken op elkander stooten, vuerge bollen

             En schichten slingren op de stad:

 

De donder kletterde, en zyn rommelend gedommel

             Dreunde in de holten van den berg;

Een zoele regen kwam de kwynende aerd' verfrisschen;

             Natuer hief 't dankend lied tot God...

 

De donder zweeg, de zon verdreef de zwarte wolken;

             De hemel blonk met nieuwen glans;

Met levendiger jeugd stond ook de berg te pralen,

             En lokte ons uit tot nieuw genot.

 

De herder dryft de kudd' van huppelende schapen

             Op 't zodengroen der hooge kruin;

't Gevogelte kweelt in 't loof der boomen; bronnen wellen,

             En hemelzuiver is de lucht.

 

Hoe lustig zien we ginds de wyde Denderbeemden,

             Bezet met welig horenvee!

Hoe lieflyk de rivier langs weide en velden kronklen!

             Hoe pronkt in 't veld de glansende oogst!

 

Het oog reikt uren ver. Daer ryzen vriendensteden

             Aen noord- en oost- en zuiderkim:

Hier, van den vlaemschen grond, blikt men in Henegouwen,

             En ziet men Lessen aen zyn voet.

 

O Berg! hoe dikwyls heeft uw statig zicht myn harte

             Verlustigd in de studiezael

Van stads latynse school, waer gy voor 't oog my zweefdet!

             Hoe dikwerf daer myn geest verkwikt!

 

En, by de wandeling, hoe stegen wy, studenten,

             Met drift op uwen steilen top!

Hoe lustig mogten wy daer klauteren en mallen,

             En liepen wy bergop, bergaf.

 

Wanneer ik, Geeraerdsberge, u weder kom bezoeken,

             Beklim ik graeg den berg ook weêr.

Allengs werd hy getooid: maer 't omgehangen tooisel

             Nam toch 't natuerlijk schoon niet weg.

 

Ik zie, en ik geniet... Wat is de berg toch heerlyk!

             Hoe spreidt de stad zich vóor my uit!

Daer ryzen boven haer de torens van haer kerken;

             En 't lang bekende klokgelui

 

Bromt in myn oor. De markt, waer 'k in myn kindschheid speel­de,

             Praelt daer, vóoraen, met keurgen bouw;

De school, waer myne jeugd aen wetenschap zich voedde,

             Praelt ginder in 't verschiet... En hier,

 

Ten top des ouden bergs, 't verheven kruis, het teeken

             Van 's menschen redding, in welks schaûw,

Na stillen bedegang, de menigt' neêr komt knielen,

             In tyd, der godvrucht toegedacht.

 

Hier de kapel, waer ik myne vreugde, leed en kommer

             Tot Godes Moeder spreken kwam;

Waer ryke gift betuigt de dankbaerheid er ryken,

             En de arme zyne krukken liet.

 

Kapel, in uw beluik wil ik nog telkens bidden:

             "O Moeder Gods! zy steeds myn troost!      

'k Vergete u nooit! Zoo volge uw magtige bescherming

             My op myn gansche levensbaen!"

 

Sottegem, 1850                                            F. DE BECK.

 

 

Omdat het uit (twintig) kwatrijnen bestaat, zouden we het gedicht, formeel gezien, klassiek kunnen noemen maar bij na­der inzien blijkt dit het enige klassieke kenmerk te zijn. De rijmloze verzen, de onregelmatige verslengte en de enjambe­menten maken er eerder een stuk moderne poëzie van.

 

Wat zijn inhoud betreft beschouwen we het als een roman­tisch -soms zelfs pathetisch- gedicht waarin sentiment, liefde voor de natuur en heimwee naar de jeugd domineren. Drie ele­menten willen we even toelichten.

 

In strofe 13 spreekt de dichter over zijn studiejaren in stads latynse school waarmee hij het koninklijk stadscollege (1824-1830) bedoelt dat tijdens het Hollands bewind werd ge­sticht in het vroegere miniemenklooster en dat pas na een overgangsregime van twintig jaar (1830-1850) het huidi­ge bis­schoppelijk Sint-Catharinacollege is geworden.

 

Voor velen onder ons heeft de in strofe 14 beschreven wandeling een andere betekenis dan voor de dichter voor wie ze blijkbaar een en al genot en ontspanning was. Bij de latere generaties mochten de internen op hun vrije namiddagen deel­nemen aan de wandeling in tegenstelling tot de externen die soms een wandeling als straf meekregen en dus moesten mee­wandelen.

 

Zinsstukken als 't dankend lied tot God..., 't verhe­ven kruis en Moeder Gods, wier magtige bescherming wordt afge­smeekt, in de laatste drie strofes (18-20), ten slotte wijzen op de christelijke levensvisie die we niet alleen aan­treffen in dit stukje poëzie van Frans De Beck maar ook in verscheide­ne gedichten van zijn stadsgenoot Frans Rens.

 

Albert Schrever

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Maurice Geeroms

 

68-2b04aadc8642bfe8c3bd6d9c95a5b9f4.jpg 
 

Maurice Geeroms zwijgt maar schrijft


 

Ik ga jaren terug. Als er een man is waarvan ik dacht: ‘ik lees hem maar verder weet ik niet wie hij is,’ dan was het wel Maurice Geeroms. Bovendien durf ik beweren dat hij de eerste was die zijn stad Geraardsbergen en haar gebeurtenissen trouw en gestaag verheerlijkte in een vers.

 

Maurice werd geboren op 17 november 1933 als dertiende van vijftien kinderen. Twee keer werd hij gelauwerd als laureaat Pauwelprijs. Ook kaapte hij de 3de Pauwelfotoprijs weg in hetzelfde dorp Galmaarden. Maurice behaalde tevens de 1ste prijs bij de aforismenwedstrijd in Gent. En we vullen het rijtje aan: hij behaalde de publiekprijs aforismen in Deinze en de 1ste prijs Hemelryckpoëzie waarvan ik helaas noch het jaartal, noch de achtergrond van ken.

 

Maurice is een stille en bescheiden man. Maar door middel van zijn gedichten vertelt hij jou wat hij te vertellen heeft. Hij is een dichter van en voor het Geraardbergse volk en maakt hierbij gebruik van een triviale taal. Er is niets dat hem ontgaat in zijn stad, waarna hij het neerschrijft. Dat gebeurde nog voor de Geraardsbergse dichters van vandaag hun woorden lieten vallen.

 

Het mag worden gezegd: Maurice was de eerste die via gedichtjes voortdurend ruchtbaarheid gaf en geeft aan Geraardsbergen. Hij is een blijver.

 

 

Een hoofdrol

 

 

Geloof speelt

in Geraardsbergen

een hoofdrol

omdat het kapelletje

op den Oudenberg

ze hoog staat.

Wat lager

het gouden Heilig Hart

dat met de armen gespreid

de stad zegent.

En op de markt

de kolossale

Sint-Bartholomeuskerk.

Een rots in de brand

Sint-Jozef en

Sint-Catharinacollege.
Zelfs de Dender

houdt geloof niet tegen.

De marbol

het Manneken Pis

het zijn fonteintjes

van zegen

 

© Maurice Geeroms

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Wim De Clercq











Nachtzoentje

Wanneer de stille slaap langzaam
je vermoeide leden bezwaart

In 't donker van de lange bange nacht

Misschien ben ik dan bij je in je lome droom tot de zon de hemel klaart.

 

© Wim Paul De Clercq

 



Wim De Clercq

 

 

We noteren Geraardsbergen. 13 Mei 1962. Het is moederdag. Wim De Clercq wordt door weeën aangespoord zich te laten uitglijden en hapt naar zuurstof. Een jonge moeder wordt verrast door het openzetten van Wims longen en een whleiiii. Hij is geboren en vrijwel onafgebroken zal hij in de stad blijven ademhalen. In de Wijngaardstraat.

 

12 jaar versleet Wim zijn lagere en daarna zijn Latijn-Griekse schoolbroek op het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen. Vervolgens behaalde hij een master in de Oosterse filologie & in Oost-Europakunde (interuniversitair) en een bachelor in bestuurswetenschappen te Gent.

 

Later huwde Wim met Hilde en werd vader van 3 zonen: Tijl (16 jaar), Brecht (13 jaar) en Wout (8 jaar).

 

Momenteel werkt hij als vakbondsverantwoordelijke en is in die hoedanigheid ook raadsheer in sociale zaken in het Arbeidshof te Gent.

 

In zijn vrije tijd doet hij aan sport: fietsen, zwemmen, joggen. En ah ja, zijn schoenmaat is 43.

 

 

Poëzie

 

Sinds zijn 13de voelt Wim de behoefte om de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens van zich af te schrijven. Dit heeft geduurd tot zijn 26ste (het jaar waarin hij huwde met Hilde). Een paar maanden vóór zijn huwelijk heeft hij zowat alles -enkele uitzonderingen niet te na gesproken- verbrand.

 

Vandaag leeft het besef dat hij helaas enkele pareltjes vernietigde tussen de pakweg 150 weggegooide gedichten.

 

Na een writer’s block nam de muze hem weer bij de lurven en schrijft hij de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens weer van zich af.

 

Niet onbelangrijk: hij beschikt ook nog over enkele werkjes in het Frans, Engels, Oud-Egyptisch en Sumerisch.

 

Uit de reeks gedichten die hij me mailde, werd ik het meest aangesproken door “Hooglied voor Hilde”. De titel is wijs en zonder poespas worden we getuige van intense en heldere gevoelens. Het is ‘meeslepend’ en ‘ongeremd’. En dat lust ik als zoetekoek. Overigens, door middel van poëzie opent de dichter wat hij dicht. ‘Hooglied voor Hilde’ is een naakt gedicht, een licht erotische liefdesverklaring waarvan de lezer wellicht denkt: “ach, schreef ik dat maar voor mijn liefje” en de lezeres “ach, kreeg ik dat maar van die kerel van mij.”

 

Of het gewaagd is zo persoonlijk te schrijven? Nee, ik kan dat alleen maar toejuichen! Poëzie heeft zoveel functies (of zijn het goede eigenschappen?) waaronder helen of bestendigen.

 

De hoofdletter aan het begin van elke zin (zonder leestekens) kan zijn veroorzaakt door de tekstverwerking “Word”. Maar schrik niet, het is in het dichterswereldje ook een modegril. In elk geval, het gedicht lees je zoals het me werd bezorgd. Ik ben de hoofdletters sinds jaren gewend…

 

 

 

HOOGLIED VOOR HILDE

 

 

Wat ik

Heel echt wilde

Was

 

Heel echt Hilde

Heel echt gehecht

Heel hartig hart

Heel lacht

Heel licht

Jouw gezicht

 

Zo hecht en heerlijk langzaam

Zo begeerlijk fijn en traagzaam

Zo mijn en minzaam

Zo zoetjes je te zoenen

Zo rustig je te kussen

 

Zoetjes je zoentjes

Rustig je kusjes

 

Mekaar graag ontdoen

Van vele kleren

Mekaar zoenend ontdoen

Van schone schroom

Om dan na zeven eeuwen

Stralen en strelen

Hebben en helen

Aaien en laaien

 

Zalig zachte aanrakingen

Strelende stille uitlatingen

 

Ogen gesloten

Armen omsloten

Tedere tongen

Rillingen trillingen

Rug en rood

Rood en bloot

 

Jij en wij

Halende handen

Varende vingers

Spel voor spel

Voorspel wel

Voelt zo wel

 

Zeemzoete zachte zotheid

Rillende stille trillingen

Teder, zacht en peis

In jouw paradijs

Sierlijk wiegende heupen

Deinende duinen

Duwende dijen

Draaiende dalen

‘t Stralende lachen

Kleurrijke kleine kreetjes

Fleurrijke fijne kreuntjes

 

Zondvloed van

Loffelijke liefde

Zondvloed door

Liefelijke liefde

Verenigde vochten

Vermengd verenigd

Enig tesamen lichamen

Belichamen innig bemin

Belichamen innig gezin

Belichamen enig gezin

 

Wat ik heel erg wil

Is

Heel echt liefde

Is heel echt Hilde

Heel echt

Heel oprecht

 

© Wim Paul De Clercq, 4 maart 2008

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Rik Van Damme, dichter met zicht op zee













Op woensdag 30 april stelde Rik Van Damme zijn dichtbundel voor.


“Gedicht met zicht op zee” werd letterlijk en figuurlijk én muzikaal boven het doopvont gehouden in de hospitaalkerk aan de Gasthuisstraat in Geraardsbergen.

De verzen werden voorgedragen door Rik himself en Anneleen Van Nylen en de academieleerlingen uit haar klas. Het zangensemble 'Fil d'Art' o.l.v. Thomas Meert bracht tussendoor profane renaissanceliederen waarmee meteen een hemelse toon werd gezet en het geheel op een meer dan voortreffelijke manier én met klasse werd ingekleed.
De opkomst was hoog. De poëzie deed wat het moest doen: raken.

En de sfeer? Er viel een voile van rust over de luisteraars. Zelfs een duivin, dommelend in haar verenkleed in een hoek van een glasraam, bewoog geen pen. Een doffer scheerde zo nu en dan voorbij. Halverwege de vertoning, tussendoor de talrijke regenvlagen, viel een straal zonlicht in de kerk.

'Wat hebben duiven en Rik gemeen?' vroeg ik me af.
'Vrede en verzoening?' Ik legde een link met zijn poëzie. Verzoende Rik zich via zijn gedichten met het verdriet uit het verleden? Kan men ooit vredig omgaan met het besef van verlies van een geliefde familielid of met wat ooit was en plots werd weggegomd?

'Dat betekent niets dan goeds,' mijmerde ik verder en warempel ik dacht aan de duiven in het nok van het dak van de buur van Rik toen ik hem een bezoek bracht (lees hieronder).
Bij wonder bewoog geen hoofd uit verveling, verroerde geen mond. De aandacht vestigde zich op wat zou volgen en zo nu en dan zag ik een traan. En neen, ik overdrijf niet. Ik weerspiegel wat ik zag, ik weerspiegel de herkenbaarheid. 

De avond werd afgesloten met een heerlijk glaasje. Er werd nagepraat en er vielen welgemeende en terechte felicitaties. Inderdaad het warme onthaal en de hartelijke gesprekken bevestigden dat de avond -zoals voorspeld - onvergetelijk werd.


MarLeen


Rik Van Damme, dichter met zicht op zee

 

 

“Zijn dat uw duiven in de nok van het dak van de buren?” vroeg ik aan de goedlachse man in de deuropening. De duiven in roekoegelid onderhielden zich met hun veren als een ontvangstdelegatie in maatpak.

“Neen, dat zijn die van de buren,” antwoordde Rik. Hij glimlachte en met een vriendelijk gebaar nodigde hij me uit zijn huis te betreden.

 

Met een onlogische maar tactische vraag werd het ijs gebroken en ruimde ‘u’ plaats voor ‘je’.

Naar het schijnt is de eerste indruk de belangrijkste. Onbewust of juist heel bewust bepalen de eerste 30 seconden het verdere gedrag ten opzichte van een persoon. Juist, wat moet Rik Van Damme hebben gedacht?

 

Rik ontmoette ik voor het eerst tijdens een tentoonstelling. Hij vergezelde me tijdens een korte rondgang. Voor een van de kunstwerken bleven we stilstaan. Daar wees hij me op details waar ik nooit aandacht aan besteedde. Nee, ik moest me niet bukken met mijn rug naar het kunstwerk gericht om vervolgens door gespreide benen te kijken. Doorgaans laat ik het werk op me afkomen. Ik stap er in, wandel er doorheen en leg de emoties als dichtvoer vast. Hij trok mijn aandacht met de opmerking dat in alles wat men doet de techniek een stevige wortel en dus het uitgangspunt is.

 

“Zoek een plaatsje en ga zitten,” zei hij nadat ik de leefruimte was binnengestapt. De sobere en met smaak ingerichte woonkamer bezorgde me een zengevoel. Tussen de fris ogende overgordijnen stroomde het daglicht binnen dat speelde met de glans van een glasverzameling. Hier en daar hing een kunstwerk als gegoten aan de muur. De ruimte ademde zacht en zuiver en straalde witheid uit. De rust bedwelmde.

 

Na zijn studies aan de K.U. Leuven was Rik Van Damme leraar geschiedenis en esthetica aan het Sint-Aloysiuscollege in Ninove. Hoewel literatuur hem reeds van in zijn prille jeugd boeide, is het pas op latere leeftijd dat hij door de muze van de poëzie werd bezocht.

 

“Ik schrijf niet zomaar een gedicht,” vertelde Rik bescheiden, “pas als iets me raakt krijgt het een bestemming”.

Onder de salontafel liggen zijn woorden gestapeld, op de salontafel ligt zijn bundel geëtaleerd.

“Ik doe ook aan fotografie,” vervolgde hij, “de foto op de omslag van de bundel is…”.

Ik luisterde en luisterde en kreeg door zijn openhartigheid niet eens de behoefte iets over mezelf te vertellen.

 

Bij het verlaten van zijn woning toont Rik enkele van zijn kunstwerken. Zijn veelzijdigheid is merkbaar in schetsen, kleurrijke portretteringen en dan weer serene (opper)vlaktes.

 

Rik Van Damme is niet alleen een manusje-van-alles. Bovendien beschikt hij over een flinke dosis ernst en wijsheid maar ook over een portie humor.

“Je hoeft niet achterwaarts te rijden om de oprit te verlaten. Ik ben een grootgrondbezitter," lachte hij, "je kunt via een rit rond het huis mijn domein verlaten.”

Rik knikte genegen en ging terug naar binnen.

 

De wagen start en rijdt recht in een vergezicht. Tussen de bomen gaapt het weidse landschap. Ik blader heel even door zijn dichtbundel en werp bij het voorbijrijden van de woonkamer snel een blik door het venster. Rik Van Damme bladert ongestoord door mijn bundel.

 

 

Mijn beknopte visie over ‘Gedicht met zicht op zee’

 

De gedichten zijn kort en krachtig en daardoor uiterst aangenaam om lezen, laat staan in één ruk de bundel te verslinden.

 

Wat me opvalt, is de verzorgde schrijfstijl. Ontdaan van overtolligheden en voorzien van doorgaans frappante slotregels verwondert en ontroert hij de lezer. Opvallend is dat Rik als dichter dicht bij zichzelf blijft, zichzelf niet verloochent. Hij schrijft zoals hij praat: ongedwongen, transparant (zoals zijn glascollectie) en oprecht.

 

Marleen De Smet

 


 

 

Met dank aan Albert Schrever voor onderstaand artikel dat hij schreef voor het weekblad 'De Beiaard' n.a.v. de publicatie van de bundel.

 

 

Rik Van Damme schreef "Gedicht met zicht op zee"

 

"Gedicht met zicht op zee" is de eerste dichtbundel van Geraardsbergenaar Rik Van Damme (°1939) verlucht door Academieleraar Marnik Baert. Als leraar geschie­denis en kunstgeschiedenis in het St.-Aloy­siuscollege in Ninove had Van Damme regelmatig contact met kunstschilder Maurice Van Saene die hem inwijdde in de wereld van de schil­derkunst. Sommigen weten dat Van Damme ook lessen plasti­sche kunsten volgt o.m. aan de Kunstacademie in Geraardsber­gen waar hij zelf regelmatig ook theoretische cursus­sen over de hoog­tepun­ten in de plastische kunsten geeft. Slechts enkele vrien­den weten dat Rik regelma­tig ook poëzie pleegt:

 

             Een gedicht is vechten

             met woorden, snoeien in volzinnen

             zoeken naar toevallige akkoorden

             gespeeld op een orgel vol dromen

             en de vele noten van het alfabet

             onder mijn pen, in elkaar gezet...

 

Zelfs wie slechts gelooft in klassieke poëzie stelt vast dat de vrije verzen en de meestal strofenloze gedichten van Rik Van Damme niet alleen een stevige structuur en een opval­len­de doorzichtigheid uitstralen maar ook uiting zijn van diepmense­lijke gevoelens en persoonlijke gedach­ten wat duide­lijk is in

 

                 "Mijn laatste les":

 

             De lichten zijn gedoofd

             de borden schoongeveegd

             de laatste leerling weg

 

             Ik heb nooit geloofd

             dat de weemoed

             van een lege klas

             zo overweldigend was.

 

Rik Van Damme schildert, niet alleen met het penseel maar niet minder vaardig en gedreven met de pen in "Wit vlokje":

 

             Wanneer het land krom ligt

             onder 't gewicht van verse sneeuw,

             is er geen levende ziel te zien

             in de holle wegen met volle boorden

             en het haast onzichtbare spoor

             van dat dwarrelend witte vlokje

             dat viel, smolt en genadeloos bevroor.

 

De poëzie van Rik is niet in een woord te vatten. Ze is narratief en autobiografisch, zeer individueel en toch alge­meen menselijk, weemoedig en metafysisch, rijk aan beelden en metaforen en toch direct maar boven alles is ze klaar geschre­ven en bevattelijk, in duide­lij­ke woorden:

 

                 "Vaderhuis"

 

             Mijn ouders'huis wordt afgebroken

             genadeloos op een hoop gegooid;

             pannen, stenen, tegels, opgebroken,

             gekleind, gehakseld, vergruisd;

             ons huis blaast zijn laatste adem uit;

             ik voel me haveloos, ontheemd, berooid,

             mijn kinderjaren op straat gegooid...

 

Elk van de 33 gedichten is meer dan zomaar een ver­haal: "Een gedichtje schrijven is (dan) niet meer dan in de voetspo­ren lopen van alles wat ons ontroert en helpt om door de harde korst te bijten van de dagelijkse realiteit en door te dringen tot de onzichtbare maar levensnoodzakelijke mystieke kern van ons vluchtig en broos bestaan".

 

Albert Schrever

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Het inzicht van Eric Lancksweerdt heeft veel in zich











Langs de steegjesroute van Geraardsbergen -meer bepaald aan de reling van de Dender- kan je onderstaand gedicht lezen.

 

 

Elk van elders en van ver

zo kwamen zij geschreden

langs de draden van een web

dat begin noch einde kende.

 

Tweezaam betraden zij de plek,

een kring waar stilte heerste.

Het meisje ademde een lang verleden uit

de plooien van haar ruwe kleed

en haar ogen teder. Wat blauw

van oude zeeën. Wat grijs

van mineraal gesteente, waarin

een warme straling leefde. Daar

in die volmaakte cirkel was

hun weerzien veel meer dan

van vlees en bloed alleen. Twee draden

strengelden tot één, en brachten zo

het web volledig in beweging.

 

© Eric Lancksweerdt

 

 



Het inzicht van Eric Lancksweerdt heeft veel in zich

 

 

Het waren vooral zijn bescheidenheid, zijn discretie en zijn indringende stilte die mij aanspraken. Intensief luisterde hij naar wat ik te vertellen had, waarbij hij zachtjes zijn hoofd zijwaarts liet hellen. Hij verwelkomt je met hart en ziel.

 

Erik Lancksweerdt werd geboren op 30 april 1959 in Deinze. Daarna woonde hij in Gent, om zich uiteindelijk in Geraardsbergen te vestigen. Eric is getrouwd met Carine, en vader van vier kinderen: Katinka, Marjolein, Benjamin en Peter.

 

Hij is jurist van opleiding, en volgde ook nog een paar opleidingen in de methodiek van de bemiddeling. Beroepshalve is hij magistraat, eerste auditeur bij de Raad van State, waar hij elke dag opnieuw op zeer tastbare wijze geconfronteerd wordt met vragen over recht en rechtvaardigheid. Als jurist heeft hij al vrij veel publicaties, maar die zijn niet direct poëtisch.

 

Eric heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot literatuur, filosofie, psychologie en spiritualiteit. Zelf schreef hij een dichtbundel “het laboratorium van de liefde”, die als basis diende voor een muziek- en poëzieprogramma. Het is een gedichtencyclus van 51 pagina’s die eigenlijk het resultaat is van een persoonlijke evolutie, een groei als mens. De gedichten, die heel spontaan ontstonden, kunnen beschouwd worden als een getuigenis van een wakker worden en een openbloeien. In de bundel wordt voorzichtig naar een antwoord gezocht. Een antwoord dat eigenlijk heel simpel is.

 

Later schreef hij de novelle “De appel in de weegschaal”, die werd uitgegeven bij Ankh-Hermes in Deventer (Nederland). In dit poëtisch geschreven verhaal volgen we de mens, Adam, vanaf zijn verbanning uit de Tuin van Eden tot aan zijn ontdekking van een nieuwe, dit keer bewust beleefd, aards paradijs. ‘De appel in de weegschaal’ geeft de lezer een hoopvolle, inspirerende boodschap mee.

 

Zijn lievelingsauteurs zijn (in volgorde van voorkeur): Herman Hesse, Margueritte Yourcenar en Anton Tsjechow. Hij houdt ook nogal van de Russische klassieken, zoals Dostojewski en Gogol.

Zijn lievelingsdichters zijn Rainer Maria Rilke en de mystieke dichter Rumi. Van de Belgische dichters houdt hij het meest van Herman De Coninck. Zijn lievelingsgedicht is “De kern van alle dingen”, van Felix Timmermans.

 

De filosofen waarvan hij het meest heeft geleerd zijn Hannah Arendt en Erich Fromm. De diepste wijsheden vond hij evenwel in het soefisme. Maar zijn grootste leermeester is het leven zelf, een leermeester die je altijd brengt wat je op een bepaald moment nodig hebt om erop vooruit te gaan als mens.

 

Zijn hobby’s zijn poëzie, schilderen, tekenen, en dansen. Hij houdt ook van reizen, waarbij hij zowel in desolate landschappen als in vibrerende wereldsteden zijn hart kan verliezen.

Van daaruit ontstond wellicht de derde uitgave “De weg naar de Hemel – op kleine voetjes door Midden-Spanje”. Het is een (kinder)filosofisch reisverhaal met vragen en uitspraken uit de kindermond. Er heerst een grote verbondenheid doorheen het hele boek waardoor ik de indruk krijg dat het werd geschreven door het hele gezin en daar genoot ik van.

 

Voor zijn artistieke hobby’s heeft Eric momenteel niet veel tijd, omdat hij volop werkt aan een doctoraat over politieke participatie van burgers. ‘Maar, zegt hij, ‘van zodra dat af is komt er weer ruimte voor andere dingen.’


 

Lees hieronder nog een sterk staaltje poëzie:

 


De jonge boer weet niet

dat hij traagjes door de winter

van zijn leven ploegt. Hij is

 

van laars tot pet verenigd met

de zware grond, het stappen

van zijn paarden, de appelaar

 

die uitpakt met zijn wilde

bloesemblaadjes. Een witte zegen

dwarrelt neer door veel meer

 

van een voller licht

dat zijn hart vernist op

alle dringen. Ze draaien

 

zich in hem ineen tot

inniging, tot beeld, tot

vrucht waarvan hij, tot tong

 

gegroeid, nog één keer gulzig

proeven mag. Zijn smaakpapillen

tasten langzaam af, langs de kleur

 

van zijn seizoenen, hun geur, hun

warmte en hun kilte. De keel slikt

alles binnen in één keer. Het einde

 

van zijn winter rekt zich uit

tot eeuwigheid en krimpt tot

nieuwe lente. Daar waar aarde

 

is, en licht op een paar laarzen.

Wat stilte. Het stappen van

de paarden naar de appelaar.

 

© Eric Lancksweerdt

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Dirk in-der-daad


















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 

 


Dirk in-der-daad

 

 


“Hier ben ik dan”, mailde Dirk mij. Uiteindelijk is hij er sinds 8 mei 1951. Hij werd geboren te Sint-Niklaas en woonde in Dilbeek tot hij zich in augustus 2006 vestigde te Geraardsbergen.

 

Wie De Beiaard er op naslaat zal merken dat ‘Dirk uit Geraardsbergen’ regelmatig een gedicht publiceert. Dirk is een bijzondere man aan wie wij ons mogen spiegelen als het ons een moment tegenzit. Snel zal blijken dat we de schouders niet mogen laten zakken. Dirk kende veel tegenslagen met als gevolg dat hij werkonbekwaam werd en zijn directeurszetel in een Amerikaanse bank noodgedwongen moest ruilen voor zitjes in wachtkamers en ziekenhuisbedden.

 

 

ziek zijn

 

lap nu dit weer

mijn lichaam vol uitslag

ik weet het echt niet meer

wat het is met mij...

 

moet steeds naar de dokter langs

deze keer bloed trekken

om te zien wat het nu

weer allemaal met me is...

 

weet je, wordt dat moe

steeds hetzelfde gedoe

alles doet soms zo'n pijn

alles is soms zo zwaar...

 

weet je wat ik wil

gewoon mijn ik terug...

 

© Dirk

 

 

Naast gedichten schreef dirk gedurende die tijd twee boeken ‘Bedenkingen’ en ‘Bedenkingen II - Levertransplantatiepatiënt’. De boeken werden niet op grote schaal uitgegeven maar gebundeld en gedrukt in een kleine oplage. Het eerste boek werd volledig uitverkocht aan familie en vrienden. Van het tweede boek heeft hij gelukkig nog een exemplaar voor zichzelf.

 

Naast het schrijven en de talloze ziekenhuisverblijven wandelt Dirk graag door de straten van Geraardsbergen en ontdekt telkens iets nieuw. Daarnaast speelt hij piano, zowel klassiek als variété en lichte jazz.

 

Alles heeft een doel. Tegenspoed zette hem aan tot het schrijven van gedichten. Die uitlaatklep maakt het hem mogelijk het negatieve naar het positieve om te buigen.

Wellicht leerde hij daardoor noch achteruit noch vooruit te kijken maar te relativeren. Genieten van de kleine dingen of gebeurtenissen die zich afspelen in het heden is koren op de molen van een levensproces.

 

 

een kind

 

het ziet een vlindertje

en tuurt het na

een peinzend gezichtje

de ogen...zo klaar

 

een handje dat wijst

naar de lucht

een stemmetje dat zegt

met een zucht:

 

waar gaat dat vlindertje nu naar toe

ik zeg, naar mama

want het is moe...

 

© Dirk

 

Wie Dirk graag iets vertelt, kan dit doen via de reageertoets rechts onder dit bericht.

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

muurgevecht

 



12-797cc97a1806ae4a32d12071a1747dc6.jpg



 

muurgevecht

 

 

oh nee

vanwaar

vanwaar toch

de drang naar zijn

slopende steilheid?

stijgende angst zadelt me

naar slinkse bochten die ik amper ken

 

kantige kinderkopjes kniekneuzen

ze klinken lief maar bonken hard

de kwetsbare velodroom trotseert mijn twijfels

maar woede schakelt forcerend groot doserend klein

verbeten -aah-  kras ik surplace en stijg

met mondjesmaat alsof het zadel konteverkeerd staat

 

beaufort waait door zijn bomendos en beteugelt

viriele vechtlust tot ik neerstort in vloekend decor

aah, hier druipt tragiek en heroïek

zijn stenen slaan vileine vuistslagen

en spotten met menselijke nietigheid

oh wee, en danseuse zal ik zijn rug bestampen

over zweet van zij die zijn waarheid bekampen

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

De dingen van Peter Motte
















Klik op de foto voor meer informatie. 

 

 


Het geschrevene

blijft, maar om het te lezen

ontbreekt het geduld.

(uit ‘Ik ben geen boeddhist’. De bundel bevat haiku’s en tekeningen van Peter Motte en verscheen in de maand augustus 2006 in een oplage van 63 genummerde en gesigneerde exemplaren als elfde deeltje in de serie Te Water!, een reeks verschenen boekjes uitgegeven door Het Zinkend Schip naar aanleiding van de zondvloed!, een tsunami van lezingen en non-evenementen ingericht, en soms ook niet, op voortdurend wisselende tijdstippen, op alsmaar andere locaties, naar aanleiding van steeds wat anders en vaak helemaal niets. Et cetera.)

 

 


Peter Motte

 

 


Peter, herinner jij je nog de talrijke vriendenbezoekjes samen met jouw ouders bij mijn ouders thuis en omgekeerd? Weet jij nog hoe oud je was? Acht of negen? En hoe ik volop puberde? Hoe jij in een hoekje, zonder een woord te spreken, rustig speelde?

Wisten wij veel dat wij -pas vele jaren later- elkaar veel zouden vertellen… meestal zonder een woord te spreken.

 

Peter Motte werd als tienjarige gegrepen door sciencefiction en astronomie. Dat kwam door twee boeken: de roman ‘De vervloekte planeet’ door John Vermeulen, en het sterk verouderde ‘Vijf miljard jaar heelal’ door Popp-Pleticha.

 

Aangezien mensen op ongeveer die leeftijd hun culturele voorkeuren kiezen, was het onvermijdelijk dat die invloed nooit zou verdwijnen. Het leidde tot wiskundestudies, taalstudies en letterenstudies (Germaanse filologie (Engels-Nederlands) aan de Universiteit Gent, promoveerde in 1990 tot licentiaat in de Germaanse filologie met een scriptie over de Nederlandstalige sciencefiction van 1976 tot 1987 en in 1991 tot speciaal licentiaat in de algemene literatuurwetenschap met een scriptie over Salman Rushdie).

Ook leidde het tot de uitgaven van literaire tijdschriften, waaronder De Tijdlijn en de publicatie van verhalen, artikelen en recensies.

 

Sinds 1998 is hij zelfstandig technisch vertaler, vooral voor de automobiel- en ICT-sector, en organiseert een eigen website, blogs en e-maildiscussielijsten. Hij zag zich lang als prozaïst en begon pas in 2003 te dichten. Dat was naar aanleiding van een initiatief van de plaatselijke bibliotheek van Geraardsbergen over haiku’s. Twee van zijn haiku’s werden geselecteerd voor de beste inzendingen.

 

 


Een begin van inzicht

 


Iedere schrijver wordt vroeg of laat aangevallen door de clichévragen: waarom schrijf je, en vooral: “Waar haal je het vandaan?”,
schrijft Peter aan het eind van zijn bundel “Ik ben geen boeddhist” en hij vervolgt:

 

Hoogmoedig reageren is een van de clichéreacties. Want schrijvers lijden al even erg aan herhaling als anderen. Ook mogelijk: zeggen dat je hard moet werken. Al wordt dat bij schrijvers soms: zeggen dat je veel moet lezen. (Onzin, natuurlijk: wie leest schrijft niet).

Maar eigenlijk verbergen alle clichéreacties dat we het eigenlijk niet weten. En dat als we het zouden weten, of zouden vermoeden in welke richting het antwoord lag, onze reactie te ingewikkeld en te lang is om tijdens een borrelgesprek er een essay over te improviseren.

 

Ook ik heb het lange tijd niet geweten.

 

De oplossing kwam toevallig tijdens een groepstentoonstelling waaraan een dichteres deelnam, die ik tientallen jaren eerder voor het laatst had ontmoet.

 

Ze had een boek uit. Ik kocht het. Ze schreef er een opdracht in. Die leed wat aan haar gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar er stonden twee interessante zinnetjes tussen: “Waarom schrijf ik? / Omdat ik niet kan zingen.”

 

Doordat ik haar al zo lang kende, dreef het me terug naar toen ik pas begon.

 

Het was eenvoudig, ik schreef omdat ik begon op te schrijven wat ik verzon.

 

 

Peter heeft een hele reeks publicaties waarvoor ik graag verwijs naar zijn bibliografie http://users.skynet.be/peter.motte/de.tijdlijn/bibliopetermotte.htm

 

 

Onderstaande gedicht ‘Het ding’ is wel zijn ding maar ook mijn ding. Ik vind het heerlijk om lezen en te laten bezinken om het daarna met een totaal ander inzicht te herlezen. Het is een gedicht dat sterk tot de verbeelding spreekt. Nee Peter, dit lijdt niet wat aan mijn gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar zoals gewoonlijk: welgemeend.

 

 


Het ding


 

 

Het was niet eens een ding.

Het was een hoop,

een rest,

neergedruipt van rond de kaarsvlam.

Maar het werd

autootjes,

en bootjes,

en hondjes

‑ onze nukkige hond dwong ons tot de schuine kop ‑

en boompjes en zelfs bomen,

en huisjes

‑ want onze zus wou haar poppen onder dak.

En, ja, ook poppen.

Maar we noemden ze

politieagenten,

en bakkers,

en brandweerlieden.

Maar geen calavera,

want dat kenden we niet

‑ en kerkhoven negeerden we nog.

En iemand probeerde uit het gele druipsel de zon te kneden,

maar we vonden alledrie de witte maan mooier.

 

En toen kwam een keuze.

Het ding zonder vorm,

de rest,

het afval,

moest weg,

als we iets anders wilden.

Iets beters.

We schoven de hoop naar zijn uitgestelde rustplaats,

en ontvingen een ding,

een pakje,

met letters in regenboogkleuren,

die hobbelend 'boetseerklei' spelden.

 

De nieuwe auto's reden niet,

de boten voeren niet,

er werd niets meer gebouwd,

er kon niets meer groeien,

en niets leek nog echt

 

Alleen de hoop had dat gekund:

alles tonen

wat wij verzonnen

- in de pauze van zijn bestaan.

 

© Peter Motte

25 december 2007 - 27 januari 2008

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Hoe zalig is Pasen











Klik op de foto voor een uitvergroting. 


 

Hoe zalig is Pasen


Toen ik in het begin van de week op wandel was, liep ik ergens voorbij een winkel waar de paashaas in chocolat stond uitgestald.
Paaseieren gelijk voetballen, en kleine eitjes lagen verspreid in de vitrine tussen chocolade konijnen, hazen, kiekens en zelfs treinen, auto’s, paarden en een chocolade Sint die ze waarschijnlijk niet verkocht kregen verleden jaar.


De voorbijgangers werpen een blik op al het moois die er nog lekker uitziet ook.
Een moeder moet zelfs aan de arm van hare kleine snotter sleuren met de uitvlucht dat het nog veel te vroeg is voor Pasen, en dat het slecht is voor zijn tanden en zijne lever.
Ik stond daar plots voor die vitrine vol chocolat te denken hoe Pasen vroeger was.
Ja Pasen, waar is de tijd naartoe dat ik op Aswoensdag een zwart kruis op mijn voorhoofd kreeg.
Ik moest gaan biechten, en was in de kerk al vergeten waarom ik daar in dienen biechtstoel zat.


Potverdekke, ne mens was verplicht van iets uit zijnen duim te zuigen om toch maar niet te laten opvallen dat ge daar voor niets gekomen waart.
De kalender stond vol van die dagen waar er telkens wel iets gebeurd was, maar rond Pasen volgden de dagen elkaar op.

De woensdag was nog maar voorbij, als witte donderdag al voor de deur stond.
De dag van het laatste avondmaal, waar Jezus met zijn leerlingen aan tafel zat.
Niet zomaar een avondmaal zenne!
Nee nee, hij moet zelfs hun voeten gewassen hebben dienen avond.
Maar ge weet hoe het gaat als ge u zo ne keer laat gaan op nen avond, er zit daar altijd ne Judas tussen die ’t spel naar de vaantjes helpt hé.
Awel, Jezus had dat daar ook aan zijn been.
Hij had daar het brood verdeeld en een beker wijn uitgeschonken voor al die apostels, maar daarmee was de kous niet af zenne.
Er zat daar ne Judas tussen die hem toch wel verraden had zekerst!

Goede vrijdag is de dag dat Jezus aan het kruis sterft.
Eigenaardig dat ze juist die dag goede vrijdag noemen.
Ik zou dat zwarte of trieste vrijdag genoemd hebben, maar ja wie weet hadden ze in den tijd wel ne minister van kalendernamen, en met die mannen geraakt ge daar zeker niet aan uit hé.
De dag dat iemand onschuldig zijn kruis moet dragen, en dan nog sterft op dat zelfde kruis kunt ge toch een andere naam geven zekerst.
Goede vrijdag, is ook de dag dat men geen vlees mocht eten.
Jawadde zeg, bij ons was dat vroeger elke vrijdag goede vrijdag.
’t Was elke vrijdag vis, en als er nu eens iets was waar ik geen graten in zag, dan was het toch wel de visdag zekerst.
’t Is gezond had mijnen bompa gezegd, terwijl ik daar bijna blauw zag van mij juist te verslikken in zo ne graat.
En omdat mijn oma altijd zeer begaan was met mijn gezondheid, had ze wat citroen geperst over mijne vis om hem wat meer smaak te geven.
Ppffff jawadde, dan moest ik nog een zuurder gezicht trekken.

De zaterdag hadden ze stille zaterdag genoemd.
In stilte de dood van Christus herdenken die in zijn graf lag.
En nu nog, als we iets herdenken is het meestal in stilte.
Het is die stilte die mij zoveel plaats geeft in mijne kop om na te denken.
En dan is er Pasen!
Hoeveel van die kleine snotters herdenken de verrijzenis van Jezus uit het graf?
Ze zijn zodanig verwend met alles wat rond de herdenking plaatsvindt, dat ze de essentie vergeten.

Ik zie ze op Pasen zoeken tussen de struiken en de ornamenten in de tuin, achter een chocolatten ei, dat de klokken uit Rome zouden hebben gebracht.
Ja, met al die fictiefilms die ze nu voorgeschoteld krijgen zouden ze het nog kunnen geloven ook.
Allé zeg, stel u voor dat ik hier een chocolatten ei in mijnen hof vind van een klok die overvliegt.
Of nog beter, van een paashaas die eieren legt.
Ze kunnen ne kleine toch nogal iets laten geloven hé.
Maar nu ik hier zo zit te denken, wat is er nu schoner dan in iets te geloven?
 
Ja, in wat moet een mens in feite geloven?
Wel gewoon geloven in wat ne mens sterkte geeft om door het leven te stappen.
En is dat een kieken in chocolat of een chocolatten paasei, dan mag dat gerust hoor.
Misschien zit men wel aan dienen chocolatten paashaas zijn oren te knabbelen, en tevens te denken waar die traditie vandaan komt
En als alles op is, dan blijft nog alleen Pasen over.
Een dag waar zelfs ongelovigen chocolat eten en eieren strooien.
Ja, soms is geloven veel meer dan we zelf wel willen geloven.
Ben ik nu te laat om ieder van u een zalige Pasen te wensen?
Nee hoor, want ’t is veel te vroeg voor mijn kerstwensen.
Een zalige Pasen gewenst.

© chauffeurke

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe.


 

‘Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe’

 


denk ik als ik een gedicht de w(ijde)w(ereld in)w(erp). Ik wil almaar beter worden en ben zelden tevreden. Daarom dank ik mijn strenge lezers om hun reacties en commentaren.

 

Bijna iedereen heeft poëzie in zich maar niet iedereen legt met dezelfde bevlogenheid dezelfde accenten waarmee uiting wordt gegeven aan wat door het hart of hoofd wordt waargenomen.

 

Wat levert brandstof voor een gedicht? Inspiratie? Meestal wel. Maar een ervaring die iemand ontroert of waar iemand voor openstaat kan eveneens aanzetten tot dichten. Zo zag ik laatst iemand huilen waardoor ik besefte dat tranen de zuiverste schrijfvlekken zijn. Ze laten vlekkeloos sporen na en verheffen na droogtijd het blad in spatjes pure poëzie. Zo ook in een lukrake lach ontdaan van alle remmingen heeft poëzie in vele opzichten vele gezichten.

 

Ik heb niet de pretentie te verklaren wat poëzie is. Toch meen ik dat poëten door taal zijn bezeten en dat ze met weinig woorden spreken van wat niet spreken doet. Bovendien schrijf ik zelden wat ik zeg of zeg ik zelden wat ik schrijf. Dat samen maakt poëzie tot een merkwaardig communicatiemiddel.

 

Poëzie beaamt en kleurt, onderlijnt of ademt sensitiviteit in & intensiviteit uit en is verder moeilijk te definiëren. Wat ik weet is dat een goed gedicht appel doet op de totale persoonlijkheid van de lezer.

Hoe krijgt een dichter dat voor elkaar? Door wakker te schudden, beelden te tonen, te overreden of te ontroeren en door het ritme de lezer te laten meezingen binnenin. Het is overigens ook aan de lezer om uit te maken of een gedicht recht voor de raap is of door de gelaagdheid vast te stellen dat hij op het verkeerde been werd gezet.

 

Dichters zijn niet enkel delvers maar ook durvers en denkers, soms doemdenkers die hun ervaringen sublimeren. Het is zoals met ongeluk worden geconfronteerd door diep in een ervaring of zichzelf te graven om van daaruit het geluk weer te verheffen, m.a.w. het ongeluk recht in de ogen kijken om te beseffen wat geluk is. Beroering en ontroering doen dichters dichten, lezers lezen.

 

Kortom, met het schrijven van poëzie tel ik op, trek ik af, ventileer en doe ik aan zelfheling. Daarna vermenigvuldig ik dat wat ik wil delen met wie er voor open staat.

 

Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Guy Sper vertelt...












Klik op de foto voor een uitvergroting. 



Guy Sper vertelt...

 

 

“De drang om te schrijven begon heel vroeg. Tijdens mijn jeugd leefde ik met het idee een boek te schrijven. ‘De Blizzard’ zou een theatraal verhaal worden over een driehoeksverhouding die tot ontknoping komt in een sneeuwstorm.

 

Studies en het werk drongen het initiatief in de vergeethoek. Op kleine ontplooiingen na op school en enkele cursiefjes in lokale blaadjes bleef mijn talent latent.

 

In 1996 lachte het geluk mij echter toe: ik werd werkloos!

Ik wijdde me volledig aan mijn hobby. Ik zou sprookjes schrijven om mij in mijn fantasie te ontdoen van remmingen en legde me toe op het tekenen van illustraties bij de sprookjes.

Na verloop van tijd bleef het tekenen, maar de schrijversmuze bleef achterwege. Het laatste wat ik toen schreef ‘God en de zwarte gaten’ was een uitlaatklep voor wat gebeurde in onze maatschappij.

Om het muggenziften te illustreren zou ik gedichten schrijven waardoor de muze weer werd aangewakkerd.

 

Door mijn deelname aan een paar wedstrijden en met de hulp van collega-schrijvers ging de wagen weer aan het rollen.

Inmiddels weet ik dat dichten mijn ding is. Een late roeping maar ook een nobele taak.”

 



Ik ontmoette Guy Sper tijdens gedichtendag 2008. Niet voor het eerst want ik kende hem van ‘ergens’. Uiteindelijk zou blijken dat we als onbekende buren om de hoek leefden in het centrum van Geraardsbergen.

 

Tijdens gedichtendag 2008 te Geraardsbergen liet Guy bij tal van toehoorders een niet de definiëren indruk na. De manier waarop hij moeiteloos zijn gedichten proclameerde wist hen te raken. Zijn ietwat verlegen maar specifieke manier van voordragen zorgde ervoor dat zijn gedichten aan kracht wonnen.

 

Na een eerste lezing van een drietal gedichten die Guy me toestuurde meen ik te mogen stellen dat poëzie schrijven zijn manier van ventileren is in een taal die zowel voor Jan met de hoed als voor Piet met de pet verstaanbaar blijft.

 

Over de gedachte achter het gedicht 'iemand anders', verklaart Guy:


'Het is een korte opflakkering van besef van egoïsme.'

 


Iemand anders

 

 

Waarom ben je iemand anders,

anders dan ikzelf?

Waarom blijf je jezelf,

terwijl ikzelf mezelf ben?

Komt ons samenzijn van een kant

die kant van mezelf,

of is er ook een kant aan jouw kant

een kant van jezelf?

Of begrijp ik het woordje ‘ons’ niet

tussen jezelf en mezelf…

onszelf?


© Guy Sper

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Face to face met Erika



















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 

 


Erika’s brieven uit Moerbeke

 

 

Face to face

 

 

“En?? Hoe is ’t verlopen op je blind date?” vroeg een lezeres zich af.

“Goed, heel goed” antwoordde ik en schoot in een lach. Mijn lach moet aanstekelijk geweest zijn want de lezeres lachte mee. Waarom wist ze blijkbaar niet. Ik wel; ik lachte niet alleen omdat de ontmoeting zo ontzettend leuk was, wel om wat ik tussen de blind date en nu ben te weten gekomen.

 

Deze vrouw is een dorpsgenoot van de schrijfster die ik ontmoette. Ze kennen elkaar niet. Als ze mekaar op ’t straat zouden tegen komen, zouden ze nochtans een goed gespreksonderwerp (brief uit Moerbeke) kunnen hebben. Maar ze hebben zelfs nu nog geen weet van elkaars bestaan.

Nog het meest had ik binnenpret omdat ik me terug de badkamerscène, die de ontmoeting voorafging, voor de geest haalde. In gedachten zag ik me terug in de badkamer druk bezig. Vooral de onhandige inspanning die ik leverde om mijn nagels extra lang te maken bracht me aan het lachen.

 

Aan het tearoomtafeltje zag ik dat ook deze schrijfster al eens aan haar nagels knabbelt. Tja, als de inspiratie niet wil komen, kan dat even ‘knagen’ aan de schrijver in kwestie.

Als de woorden niet vlot genoeg komen, durf ik bovendien al eens een sigaret opsteken, hopend dat er door extra te inhaleren iets in de geest wakker geschud zou worden. Ach, dat is een vals argument. Soit. Onlangs kreeg ik een telefoontje van een andere schrijfster en om het storend lawaai in huis te ontlopen, ging ik aan de terrastafel zitten. Ik deelde deze handeling mee aan de onbekende belster. En wat zei deze? “En nu ga je een sigaretje opsteken zeker?” Juist ja. Soort kent soort.

Het was deze vrouw die me vertelde dat Leentje, mijn blind date, ook een rookster is. Hahaha; we moeten tijdens onze afternoontje dus eigenlijk allebei met een gemis bij de koffie gezeten hebben…

Alhoewel; niet als zodanig ervaren want het was een gezellig onderonsje. Er zijn zelfs plannen voor een tweede ontmoeting. Dat wordt alvast een nog (h)eerlijkere face to face.

 

Zie, nu ga ik het briefje printen en herlezen. Op het terras, weliswaar met een doodversnellend dingetje in d’hand. En een stylo om verbeteringen aan te brengen. Terwijl ik naar een pen grabbel, bedenk ik dat ook schrijven schadelijk is voor de gezondheid. Want het vreet aan je nachtrust.

“En aan ons liefdesleven” zegt mijn echtgenoot als ik me wat later, moe maar voldaan, als een ijsblok in zijn bedwarm schootje nestel.

 

© Erika
15 oktober 2004


 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

nacht van de duisternis

 

 

nacht van duisternis

 

 

de nacht breekt open. hoor

hoe duister zich vergaapt aan het

wentelen van de dag. in een boomkruin

sikkelt de maan een hangmat

tussen kale takken. ik lig

 

in de gloedholte, goudgeel.

 

aan elke uiteinde wiegen wensen

van oost naar west. ik verlies het noorden,

word het wakkerzijn moe en zink

dieper en dieper naar vandaag

is morgen een herinnering

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Soetkin Baptist - Isthar










Klik op de foto voor een bezoek aan de website van Isthar. 

 

 


Soetkin Baptist - Isthar gaat naar Belgrado

 


 

Ishtar is een Vlaamse Folkgroep dat pareltjes van liefdesliederen brengt uit de schatkamers van de Europese volksmuziek. Het ensemble vertolkt liederen van de 11de eeuw tot op heden waaronder Ierse ballades, Hongaarse herdersgezangen, Griekse volkswijsjes en hoofse Franse liederen.

 

Met spanning werd uitgekeken naar de finale tot op het moment dat de beslissing viel: Isthar vertegenwoordigt België tijdens het Eurosongfestival te Belgrado.

Soetkin Baptist, die de zang voor haar rekening neemt, groeide op in Waarbeke, een rustige deelgemeente van Geraardsbergen. Haar middelbaar onderwijs volgde ze in het Sint-Catharinacollege en is momenteel studente zang aan het Lemmensinstituut. Soetkin zong in het jeugdkoor van de kunstacademie “Innamorata di Musica”, in het schoolkoor, het kerkkoor en sinds haar achttiende bij ishtar.

 

Het aanstekelijk deuntje in combinatie met de verzonnen tekst van ‘O julissi na jalini’ klinkt bijzonder opgewekt en wordt m.i. door instrumentale en muzikale details subtiel afgeboord.

Maar wat bezingt Soetkin? Ongedwongen en met een flinke dosis vrolijkheid zingt ze over en voor jou, over alles en niets.
Juist, dat maakt het zo bijzonder. Het lied nodigt uit tot zelfreflectie en daarmee doe je uiteindelijk wat je wilt. Niets wordt voorgezongen of het oor ingefluisterd. De luisteraar krijgt een geschenk en mag zelf de inhoud bepalen.

 

Voor mezelf verzon ik de titel “O juli na juni” omdat het me denken doet aan het zomerse juligeklinkel van klokjesbloemen, onbezorgde madeliefjes & fladderende vlinders. Haar stemtimbre brengt me echter terug naar de sfeer die uitging van ‘Dominique’ van Soeur Sourire, hoewel die vergelijking zeker niet voor alles opgaat.

Luisteren naar Isthar is pure nostalgie. Het lied meezingen? Tot 20 mei krijg je de tijd om het onder de tong te krijgen.


 

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na ti buku
O julissi na katinu
Dvoranu mojani bidna
Marusi naja otcha tu

Pokoli sestro moja kona
Pokoli meni dita boja
Jalina pitsu marusinja
Kolosali krokodili

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na ti buku
O julissi na katinu
Dvoranu mojani bidna
Marusi naja otcha tu

Fluitsolo

Pokoli sestro moja kona
Pokoli meni dita boja
Jalina pitsu marusinja
Kolosali krokodili

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na slukati
O julissi na kotchali
Od nu je dvorian ne si bili
Precko sti budo najali

O julissi na ja

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Erika's blind date


















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 



Erika’s brieven uit Moerbeke

 

 

Vraag me niet naar de dag dat ik haar voor het eerste ontmoette. Ik weet het niet meer. Wij droegen onze boekentas naar dezelfde school en zaten in groene schort op dezelfde banken met dezelfde juffen in het vizier. Op één of andere manier contacteerden we elkaar jaren later. Vraag me niet hoe of naar aanleiding van wat. Ook dat vergat ik. Maar die namiddag dat ik haar dartel als een schoolmeisje weer begroette, vergeet ik niet.

 

Erika De Bruyne schrijft cursiefjes. Erika schreef “Parels om ons heen” een tijdloos boekje vol cursiefjes van en voor alle tijden waar je als lezer regelmatig naar teruggrijpt. De cursiefjes werden één voor één gepubliceerd in “De Beiaard” een weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen en belichten de triviale zaken vanuit verschillende standpunten. Haar komma’s zijn knipogen, haar punten ironisch, haar dubbelpunten licht satirisch of kritisch en haar slotregels relativerend met in de marge een humoristische pointe. Regelmatig valt er een nieuw cursiefje door het netvlies waar ik gewoonlijk naar uitkijk.

 

“Talent hebben voor iets, zoals schrijven is geen verdienste,

het is een gave die je meekrijgt.

Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn vader.

 

Met die gave iets kunnen doen is vooral een verdienste

van diegenen die bij je wonen, zij die het verdragen.

Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn huisgenoten,”

 

zegt Erika in het voorwoord. Maar is er meer:

 

“Mijn vader schreef graag, ik schrijf graag.

Met andere woorden: ik erfde de ‘pen’ van mijn papa.

Vandaar dat dit boek begint bij het eerste gepubliceerde briefje over mijn vader”

 

Dat is wat van Erika uitgaat. Je kunt er grotendeels Geraardsbergen mee verwarmen.

 

 

blind date  

 


Een lezer wou me eens zien. Niet zomaar een lezer, een schrijfster. Een blind date.

Het gaf me kriebels in de buik en spasmen in het maagdarmstelsel. Het gesprek zou wel los lopen, dat had ik gehoord aan haar stemtimbre door de telefoon. Maar wat zou ik in  hemelsnaam aantrekken voor een vreemde vrouw? Verdorie, een blind-date met een kandidaat droompartner was gemakkelijker geweest; dan trok ik fijne lingerie aan, daarover een soepel vallend kleedje met een diep decolleté en hoge hakken.

 

Wat heeft dat mens me aangedaan!

Is het een natuurliefhebster; hou ik het best bij puur en naturel?

Is het een opgetutte madam; moet ik nagellak op?

Is het een gewoon iemand; trek ik m’n doordeweeks jasje over mijn dagelijkse kleren?

Een ganse voormiddag was ik druk bezig in de badkamer.

Nagellak op, nagellak af, onopvallende nagellak dan maar.

Schmink op, schmink af, enkel wat eyeliner en lippenstift blijven.

Broek aan, broek uit, kleed aan, kleed uit, toch maar weer een broek.

T-shirt aan, T-shirt uit, bloesje aan.

Ringen op, ringen af, enkel de 2 stille getuigen van de liefde blijven.

Elke vrouw vecht zo’n duel met de kleerkast wel eens uit om uiteindelijk toch de gemakkelijke broek en het favoriete bloesje aan te trekken.

 

Op de afspraakplaats zie ik meteen aan haar joviale lach dat dit de spontane vrouw is, waarmee ik aan de telefoon reeds een fijne babbel had. Als een dartele hinde springt ze in mijn auto “hé, zeg, Erikaatje, eindelijk, tof zeg” en ze smakt een kus op mijn wang.

Gehaast voor de regen of blij om mij te zien? Om het even, haar enthousiasme voelt echt én goed aan. De toon van de namiddag is gezet; vrolijk, spontaan, lief.

 

Wij zijn oktobermeisjes, weegschalen, en kunnen niet kiezen tussen de vele tearooms. We proberen het nieuwste. Het ene vrije tafeltje maakt kiezen, wikken en wegen, overbodig.

Zij praat en luistert en praat en giechelt. Ik luister aandachtig… en soms ook niet.

Een zinnetje aan de tafel naast ons fascineert me ‘daar ga ik een stukje over schrijven’ denk ik.

“Zie,” zegt de oudere vrouw tegen de dienster “ik was mijnen boven aan het doen en zei tegen mijn eigen: zie, als ik nu niet ophoud en eerst en vooral ’t stad inga, heb ik niets meer aan mijne vrijdag.”

Terwijl mijn tafelgenote praat, bedenk ik reeds enkele zinnen voor het stukje.

En nu, terwijl ik hier zit te schrijven en het cursiefje, met als aanzet dat ene zinnetje, zou willen neerschrijven, denk ik -met veel genoegen- aan mijn blind-date.

Ik kan het beeld van dat stadsmadameken aan de tafel naast ons niet meer voor de geest halen.

Mijn pen schrijft een totaal ander briefje.

En u, lezer, leest het misschien weer anders.

Ach, het doet er niet toe, als u er maar met genoegen aan terugdenkt.

 

© Erika

26 september 2004 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Krakelingen 2008 - Albert Schrever

 

Krakelingen 2008

 

 

Ons lentefeest is weer voorbij:

elk wacht nu op een warme mei

en op de zomer en de zon

die pas de winter overwon.

 

In fraaie groepen trok de stoet

per kar, te paard maar meest te voet

door de straten van de stad

die aardig wat bezoekers had.

 

Dit jaar stond Hunnegem centraal

in dit eeuwenoud verhaal.

Van bij de stichting van de stad

volgden we het kloosterpad.

 

En boven op de Oudenberg

-onder de bergen slechts een dwerg-

dronk de magistraat weer wijn met vis

zoals het eeuwenlang traditie is.

 

Daarna was onze overheid

zoals elk jaar ook weer bereid

haar vele gasten te bedenken

met mastellen als geschenken.

 

En toen de dag ten einde liep

en de zon reeds rustig sliep

stak men de pekton trots in brand:

nu is de lente in het land!

 

© Albert Schrever

 

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

maart


 

 

maart

 

 

in mijn denktuin sluiert dageraad

de borders als bruiden,

zompige aarde lijkt doods

maar beweging onder de grond

slokt voeten met wellustige geluiden

 

hef het hoofd, denk ik dan

 

boven kopzorgen klapwieken

wilde ganzen een V van vlucht en vrijheid,

sla je maartse mantel open en vlieg

naar het hoekpunt van blijheid

 

pril lentelicht scheert een blos langs

een door winter verbleekt gezicht

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Gaby gaat te velde

 

 


 

 

 

 








Foto: © Gaby Desmyter

 

 

 

Wat voorbij de rondingen ligt,

wat gezaaid is in broednesten

van nog op te warmen aarde,

ademt stil in nissen van geheim.

 

Laten we de deukvoet rusten

Laten we tippetenen op de tonen

van slaapvogels,

onhoorbaar ver nabij.

 

Straks draait en slaat de zon

alles in ons tot nieuw vuur.

 

En zie je:

ik soes jou dan mijn droom.

 

© Gaby Desmyter

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

↑ Terug naar de berichten