Naar de inhoud

Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

Geraardsbergse gedachten en gedichten
akke.beakke.be

Wim De Clercq











Nachtzoentje

Wanneer de stille slaap langzaam
je vermoeide leden bezwaart

In 't donker van de lange bange nacht

Misschien ben ik dan bij je in je lome droom tot de zon de hemel klaart.

 

© Wim Paul De Clercq

 



Wim De Clercq

 

 

We noteren Geraardsbergen. 13 Mei 1962. Het is moederdag. Wim De Clercq wordt door weeën aangespoord zich te laten uitglijden en hapt naar zuurstof. Een jonge moeder wordt verrast door het openzetten van Wims longen en een whleiiii. Hij is geboren en vrijwel onafgebroken zal hij in de stad blijven ademhalen. In de Wijngaardstraat.

 

12 jaar versleet Wim zijn lagere en daarna zijn Latijn-Griekse schoolbroek op het Sint-Catharinacollege te Geraardsbergen. Vervolgens behaalde hij een master in de Oosterse filologie & in Oost-Europakunde (interuniversitair) en een bachelor in bestuurswetenschappen te Gent.

 

Later huwde Wim met Hilde en werd vader van 3 zonen: Tijl (16 jaar), Brecht (13 jaar) en Wout (8 jaar).

 

Momenteel werkt hij als vakbondsverantwoordelijke en is in die hoedanigheid ook raadsheer in sociale zaken in het Arbeidshof te Gent.

 

In zijn vrije tijd doet hij aan sport: fietsen, zwemmen, joggen. En ah ja, zijn schoenmaat is 43.

 

 

Poëzie

 

Sinds zijn 13de voelt Wim de behoefte om de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens van zich af te schrijven. Dit heeft geduurd tot zijn 26ste (het jaar waarin hij huwde met Hilde). Een paar maanden vóór zijn huwelijk heeft hij zowat alles -enkele uitzonderingen niet te na gesproken- verbrand.

 

Vandaag leeft het besef dat hij helaas enkele pareltjes vernietigde tussen de pakweg 150 weggegooide gedichten.

 

Na een writer’s block nam de muze hem weer bij de lurven en schrijft hij de vrolijke dingen, de lelijke dingen en de dingen des levens weer van zich af.

 

Niet onbelangrijk: hij beschikt ook nog over enkele werkjes in het Frans, Engels, Oud-Egyptisch en Sumerisch.

 

Uit de reeks gedichten die hij me mailde, werd ik het meest aangesproken door “Hooglied voor Hilde”. De titel is wijs en zonder poespas worden we getuige van intense en heldere gevoelens. Het is ‘meeslepend’ en ‘ongeremd’. En dat lust ik als zoetekoek. Overigens, door middel van poëzie opent de dichter wat hij dicht. ‘Hooglied voor Hilde’ is een naakt gedicht, een licht erotische liefdesverklaring waarvan de lezer wellicht denkt: “ach, schreef ik dat maar voor mijn liefje” en de lezeres “ach, kreeg ik dat maar van die kerel van mij.”

 

Of het gewaagd is zo persoonlijk te schrijven? Nee, ik kan dat alleen maar toejuichen! Poëzie heeft zoveel functies (of zijn het goede eigenschappen?) waaronder helen of bestendigen.

 

De hoofdletter aan het begin van elke zin (zonder leestekens) kan zijn veroorzaakt door de tekstverwerking “Word”. Maar schrik niet, het is in het dichterswereldje ook een modegril. In elk geval, het gedicht lees je zoals het me werd bezorgd. Ik ben de hoofdletters sinds jaren gewend…

 

 

 

HOOGLIED VOOR HILDE

 

 

Wat ik

Heel echt wilde

Was

 

Heel echt Hilde

Heel echt gehecht

Heel hartig hart

Heel lacht

Heel licht

Jouw gezicht

 

Zo hecht en heerlijk langzaam

Zo begeerlijk fijn en traagzaam

Zo mijn en minzaam

Zo zoetjes je te zoenen

Zo rustig je te kussen

 

Zoetjes je zoentjes

Rustig je kusjes

 

Mekaar graag ontdoen

Van vele kleren

Mekaar zoenend ontdoen

Van schone schroom

Om dan na zeven eeuwen

Stralen en strelen

Hebben en helen

Aaien en laaien

 

Zalig zachte aanrakingen

Strelende stille uitlatingen

 

Ogen gesloten

Armen omsloten

Tedere tongen

Rillingen trillingen

Rug en rood

Rood en bloot

 

Jij en wij

Halende handen

Varende vingers

Spel voor spel

Voorspel wel

Voelt zo wel

 

Zeemzoete zachte zotheid

Rillende stille trillingen

Teder, zacht en peis

In jouw paradijs

Sierlijk wiegende heupen

Deinende duinen

Duwende dijen

Draaiende dalen

‘t Stralende lachen

Kleurrijke kleine kreetjes

Fleurrijke fijne kreuntjes

 

Zondvloed van

Loffelijke liefde

Zondvloed door

Liefelijke liefde

Verenigde vochten

Vermengd verenigd

Enig tesamen lichamen

Belichamen innig bemin

Belichamen innig gezin

Belichamen enig gezin

 

Wat ik heel erg wil

Is

Heel echt liefde

Is heel echt Hilde

Heel echt

Heel oprecht

 

© Wim Paul De Clercq, 4 maart 2008

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Rik Van Damme, dichter met zicht op zee













Op woensdag 30 april stelde Rik Van Damme zijn dichtbundel voor.


“Gedicht met zicht op zee” werd letterlijk en figuurlijk én muzikaal boven het doopvont gehouden in de hospitaalkerk aan de Gasthuisstraat in Geraardsbergen.

De verzen werden voorgedragen door Rik himself en Anneleen Van Nylen en de academieleerlingen uit haar klas. Het zangensemble 'Fil d'Art' o.l.v. Thomas Meert bracht tussendoor profane renaissanceliederen waarmee meteen een hemelse toon werd gezet en het geheel op een meer dan voortreffelijke manier én met klasse werd ingekleed.
De opkomst was hoog. De poëzie deed wat het moest doen: raken.

En de sfeer? Er viel een voile van rust over de luisteraars. Zelfs een duivin, dommelend in haar verenkleed in een hoek van een glasraam, bewoog geen pen. Een doffer scheerde zo nu en dan voorbij. Halverwege de vertoning, tussendoor de talrijke regenvlagen, viel een straal zonlicht in de kerk.

'Wat hebben duiven en Rik gemeen?' vroeg ik me af.
'Vrede en verzoening?' Ik legde een link met zijn poëzie. Verzoende Rik zich via zijn gedichten met het verdriet uit het verleden? Kan men ooit vredig omgaan met het besef van verlies van een geliefde familielid of met wat ooit was en plots werd weggegomd?

'Dat betekent niets dan goeds,' mijmerde ik verder en warempel ik dacht aan de duiven in het nok van het dak van de buur van Rik toen ik hem een bezoek bracht (lees hieronder).
Bij wonder bewoog geen hoofd uit verveling, verroerde geen mond. De aandacht vestigde zich op wat zou volgen en zo nu en dan zag ik een traan. En neen, ik overdrijf niet. Ik weerspiegel wat ik zag, ik weerspiegel de herkenbaarheid. 

De avond werd afgesloten met een heerlijk glaasje. Er werd nagepraat en er vielen welgemeende en terechte felicitaties. Inderdaad het warme onthaal en de hartelijke gesprekken bevestigden dat de avond -zoals voorspeld - onvergetelijk werd.


MarLeen


Rik Van Damme, dichter met zicht op zee

 

 

“Zijn dat uw duiven in de nok van het dak van de buren?” vroeg ik aan de goedlachse man in de deuropening. De duiven in roekoegelid onderhielden zich met hun veren als een ontvangstdelegatie in maatpak.

“Neen, dat zijn die van de buren,” antwoordde Rik. Hij glimlachte en met een vriendelijk gebaar nodigde hij me uit zijn huis te betreden.

 

Met een onlogische maar tactische vraag werd het ijs gebroken en ruimde ‘u’ plaats voor ‘je’.

Naar het schijnt is de eerste indruk de belangrijkste. Onbewust of juist heel bewust bepalen de eerste 30 seconden het verdere gedrag ten opzichte van een persoon. Juist, wat moet Rik Van Damme hebben gedacht?

 

Rik ontmoette ik voor het eerst tijdens een tentoonstelling. Hij vergezelde me tijdens een korte rondgang. Voor een van de kunstwerken bleven we stilstaan. Daar wees hij me op details waar ik nooit aandacht aan besteedde. Nee, ik moest me niet bukken met mijn rug naar het kunstwerk gericht om vervolgens door gespreide benen te kijken. Doorgaans laat ik het werk op me afkomen. Ik stap er in, wandel er doorheen en leg de emoties als dichtvoer vast. Hij trok mijn aandacht met de opmerking dat in alles wat men doet de techniek een stevige wortel en dus het uitgangspunt is.

 

“Zoek een plaatsje en ga zitten,” zei hij nadat ik de leefruimte was binnengestapt. De sobere en met smaak ingerichte woonkamer bezorgde me een zengevoel. Tussen de fris ogende overgordijnen stroomde het daglicht binnen dat speelde met de glans van een glasverzameling. Hier en daar hing een kunstwerk als gegoten aan de muur. De ruimte ademde zacht en zuiver en straalde witheid uit. De rust bedwelmde.

 

Na zijn studies aan de K.U. Leuven was Rik Van Damme leraar geschiedenis en esthetica aan het Sint-Aloysiuscollege in Ninove. Hoewel literatuur hem reeds van in zijn prille jeugd boeide, is het pas op latere leeftijd dat hij door de muze van de poëzie werd bezocht.

 

“Ik schrijf niet zomaar een gedicht,” vertelde Rik bescheiden, “pas als iets me raakt krijgt het een bestemming”.

Onder de salontafel liggen zijn woorden gestapeld, op de salontafel ligt zijn bundel geëtaleerd.

“Ik doe ook aan fotografie,” vervolgde hij, “de foto op de omslag van de bundel is…”.

Ik luisterde en luisterde en kreeg door zijn openhartigheid niet eens de behoefte iets over mezelf te vertellen.

 

Bij het verlaten van zijn woning toont Rik enkele van zijn kunstwerken. Zijn veelzijdigheid is merkbaar in schetsen, kleurrijke portretteringen en dan weer serene (opper)vlaktes.

 

Rik Van Damme is niet alleen een manusje-van-alles. Bovendien beschikt hij over een flinke dosis ernst en wijsheid maar ook over een portie humor.

“Je hoeft niet achterwaarts te rijden om de oprit te verlaten. Ik ben een grootgrondbezitter," lachte hij, "je kunt via een rit rond het huis mijn domein verlaten.”

Rik knikte genegen en ging terug naar binnen.

 

De wagen start en rijdt recht in een vergezicht. Tussen de bomen gaapt het weidse landschap. Ik blader heel even door zijn dichtbundel en werp bij het voorbijrijden van de woonkamer snel een blik door het venster. Rik Van Damme bladert ongestoord door mijn bundel.

 

 

Mijn beknopte visie over ‘Gedicht met zicht op zee’

 

De gedichten zijn kort en krachtig en daardoor uiterst aangenaam om lezen, laat staan in één ruk de bundel te verslinden.

 

Wat me opvalt, is de verzorgde schrijfstijl. Ontdaan van overtolligheden en voorzien van doorgaans frappante slotregels verwondert en ontroert hij de lezer. Opvallend is dat Rik als dichter dicht bij zichzelf blijft, zichzelf niet verloochent. Hij schrijft zoals hij praat: ongedwongen, transparant (zoals zijn glascollectie) en oprecht.

 

Marleen De Smet

 


 

 

Met dank aan Albert Schrever voor onderstaand artikel dat hij schreef voor het weekblad 'De Beiaard' n.a.v. de publicatie van de bundel.

 

 

Rik Van Damme schreef "Gedicht met zicht op zee"

 

"Gedicht met zicht op zee" is de eerste dichtbundel van Geraardsbergenaar Rik Van Damme (°1939) verlucht door Academieleraar Marnik Baert. Als leraar geschie­denis en kunstgeschiedenis in het St.-Aloy­siuscollege in Ninove had Van Damme regelmatig contact met kunstschilder Maurice Van Saene die hem inwijdde in de wereld van de schil­derkunst. Sommigen weten dat Van Damme ook lessen plasti­sche kunsten volgt o.m. aan de Kunstacademie in Geraardsber­gen waar hij zelf regelmatig ook theoretische cursus­sen over de hoog­tepun­ten in de plastische kunsten geeft. Slechts enkele vrien­den weten dat Rik regelma­tig ook poëzie pleegt:

 

             Een gedicht is vechten

             met woorden, snoeien in volzinnen

             zoeken naar toevallige akkoorden

             gespeeld op een orgel vol dromen

             en de vele noten van het alfabet

             onder mijn pen, in elkaar gezet...

 

Zelfs wie slechts gelooft in klassieke poëzie stelt vast dat de vrije verzen en de meestal strofenloze gedichten van Rik Van Damme niet alleen een stevige structuur en een opval­len­de doorzichtigheid uitstralen maar ook uiting zijn van diepmense­lijke gevoelens en persoonlijke gedach­ten wat duide­lijk is in

 

                 "Mijn laatste les":

 

             De lichten zijn gedoofd

             de borden schoongeveegd

             de laatste leerling weg

 

             Ik heb nooit geloofd

             dat de weemoed

             van een lege klas

             zo overweldigend was.

 

Rik Van Damme schildert, niet alleen met het penseel maar niet minder vaardig en gedreven met de pen in "Wit vlokje":

 

             Wanneer het land krom ligt

             onder 't gewicht van verse sneeuw,

             is er geen levende ziel te zien

             in de holle wegen met volle boorden

             en het haast onzichtbare spoor

             van dat dwarrelend witte vlokje

             dat viel, smolt en genadeloos bevroor.

 

De poëzie van Rik is niet in een woord te vatten. Ze is narratief en autobiografisch, zeer individueel en toch alge­meen menselijk, weemoedig en metafysisch, rijk aan beelden en metaforen en toch direct maar boven alles is ze klaar geschre­ven en bevattelijk, in duide­lij­ke woorden:

 

                 "Vaderhuis"

 

             Mijn ouders'huis wordt afgebroken

             genadeloos op een hoop gegooid;

             pannen, stenen, tegels, opgebroken,

             gekleind, gehakseld, vergruisd;

             ons huis blaast zijn laatste adem uit;

             ik voel me haveloos, ontheemd, berooid,

             mijn kinderjaren op straat gegooid...

 

Elk van de 33 gedichten is meer dan zomaar een ver­haal: "Een gedichtje schrijven is (dan) niet meer dan in de voetspo­ren lopen van alles wat ons ontroert en helpt om door de harde korst te bijten van de dagelijkse realiteit en door te dringen tot de onzichtbare maar levensnoodzakelijke mystieke kern van ons vluchtig en broos bestaan".

 

Albert Schrever

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Het inzicht van Eric Lancksweerdt heeft veel in zich











Langs de steegjesroute van Geraardsbergen -meer bepaald aan de reling van de Dender- kan je onderstaand gedicht lezen.

 

 

Elk van elders en van ver

zo kwamen zij geschreden

langs de draden van een web

dat begin noch einde kende.

 

Tweezaam betraden zij de plek,

een kring waar stilte heerste.

Het meisje ademde een lang verleden uit

de plooien van haar ruwe kleed

en haar ogen teder. Wat blauw

van oude zeeën. Wat grijs

van mineraal gesteente, waarin

een warme straling leefde. Daar

in die volmaakte cirkel was

hun weerzien veel meer dan

van vlees en bloed alleen. Twee draden

strengelden tot één, en brachten zo

het web volledig in beweging.

 

© Eric Lancksweerdt

 

 



Het inzicht van Eric Lancksweerdt heeft veel in zich

 

 

Het waren vooral zijn bescheidenheid, zijn discretie en zijn indringende stilte die mij aanspraken. Intensief luisterde hij naar wat ik te vertellen had, waarbij hij zachtjes zijn hoofd zijwaarts liet hellen. Hij verwelkomt je met hart en ziel.

 

Erik Lancksweerdt werd geboren op 30 april 1959 in Deinze. Daarna woonde hij in Gent, om zich uiteindelijk in Geraardsbergen te vestigen. Eric is getrouwd met Carine, en vader van vier kinderen: Katinka, Marjolein, Benjamin en Peter.

 

Hij is jurist van opleiding, en volgde ook nog een paar opleidingen in de methodiek van de bemiddeling. Beroepshalve is hij magistraat, eerste auditeur bij de Raad van State, waar hij elke dag opnieuw op zeer tastbare wijze geconfronteerd wordt met vragen over recht en rechtvaardigheid. Als jurist heeft hij al vrij veel publicaties, maar die zijn niet direct poëtisch.

 

Eric heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot literatuur, filosofie, psychologie en spiritualiteit. Zelf schreef hij een dichtbundel “het laboratorium van de liefde”, die als basis diende voor een muziek- en poëzieprogramma. Het is een gedichtencyclus van 51 pagina’s die eigenlijk het resultaat is van een persoonlijke evolutie, een groei als mens. De gedichten, die heel spontaan ontstonden, kunnen beschouwd worden als een getuigenis van een wakker worden en een openbloeien. In de bundel wordt voorzichtig naar een antwoord gezocht. Een antwoord dat eigenlijk heel simpel is.

 

Later schreef hij de novelle “De appel in de weegschaal”, die werd uitgegeven bij Ankh-Hermes in Deventer (Nederland). In dit poëtisch geschreven verhaal volgen we de mens, Adam, vanaf zijn verbanning uit de Tuin van Eden tot aan zijn ontdekking van een nieuwe, dit keer bewust beleefd, aards paradijs. ‘De appel in de weegschaal’ geeft de lezer een hoopvolle, inspirerende boodschap mee.

 

Zijn lievelingsauteurs zijn (in volgorde van voorkeur): Herman Hesse, Margueritte Yourcenar en Anton Tsjechow. Hij houdt ook nogal van de Russische klassieken, zoals Dostojewski en Gogol.

Zijn lievelingsdichters zijn Rainer Maria Rilke en de mystieke dichter Rumi. Van de Belgische dichters houdt hij het meest van Herman De Coninck. Zijn lievelingsgedicht is “De kern van alle dingen”, van Felix Timmermans.

 

De filosofen waarvan hij het meest heeft geleerd zijn Hannah Arendt en Erich Fromm. De diepste wijsheden vond hij evenwel in het soefisme. Maar zijn grootste leermeester is het leven zelf, een leermeester die je altijd brengt wat je op een bepaald moment nodig hebt om erop vooruit te gaan als mens.

 

Zijn hobby’s zijn poëzie, schilderen, tekenen, en dansen. Hij houdt ook van reizen, waarbij hij zowel in desolate landschappen als in vibrerende wereldsteden zijn hart kan verliezen.

Van daaruit ontstond wellicht de derde uitgave “De weg naar de Hemel – op kleine voetjes door Midden-Spanje”. Het is een (kinder)filosofisch reisverhaal met vragen en uitspraken uit de kindermond. Er heerst een grote verbondenheid doorheen het hele boek waardoor ik de indruk krijg dat het werd geschreven door het hele gezin en daar genoot ik van.

 

Voor zijn artistieke hobby’s heeft Eric momenteel niet veel tijd, omdat hij volop werkt aan een doctoraat over politieke participatie van burgers. ‘Maar, zegt hij, ‘van zodra dat af is komt er weer ruimte voor andere dingen.’


 

Lees hieronder nog een sterk staaltje poëzie:

 


De jonge boer weet niet

dat hij traagjes door de winter

van zijn leven ploegt. Hij is

 

van laars tot pet verenigd met

de zware grond, het stappen

van zijn paarden, de appelaar

 

die uitpakt met zijn wilde

bloesemblaadjes. Een witte zegen

dwarrelt neer door veel meer

 

van een voller licht

dat zijn hart vernist op

alle dringen. Ze draaien

 

zich in hem ineen tot

inniging, tot beeld, tot

vrucht waarvan hij, tot tong

 

gegroeid, nog één keer gulzig

proeven mag. Zijn smaakpapillen

tasten langzaam af, langs de kleur

 

van zijn seizoenen, hun geur, hun

warmte en hun kilte. De keel slikt

alles binnen in één keer. Het einde

 

van zijn winter rekt zich uit

tot eeuwigheid en krimpt tot

nieuwe lente. Daar waar aarde

 

is, en licht op een paar laarzen.

Wat stilte. Het stappen van

de paarden naar de appelaar.

 

© Eric Lancksweerdt

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Dirk in-der-daad


















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 

 


Dirk in-der-daad

 

 


“Hier ben ik dan”, mailde Dirk mij. Uiteindelijk is hij er sinds 8 mei 1951. Hij werd geboren te Sint-Niklaas en woonde in Dilbeek tot hij zich in augustus 2006 vestigde te Geraardsbergen.

 

Wie De Beiaard er op naslaat zal merken dat ‘Dirk uit Geraardsbergen’ regelmatig een gedicht publiceert. Dirk is een bijzondere man aan wie wij ons mogen spiegelen als het ons een moment tegenzit. Snel zal blijken dat we de schouders niet mogen laten zakken. Dirk kende veel tegenslagen met als gevolg dat hij werkonbekwaam werd en zijn directeurszetel in een Amerikaanse bank noodgedwongen moest ruilen voor zitjes in wachtkamers en ziekenhuisbedden.

 

 

ziek zijn

 

lap nu dit weer

mijn lichaam vol uitslag

ik weet het echt niet meer

wat het is met mij...

 

moet steeds naar de dokter langs

deze keer bloed trekken

om te zien wat het nu

weer allemaal met me is...

 

weet je, wordt dat moe

steeds hetzelfde gedoe

alles doet soms zo'n pijn

alles is soms zo zwaar...

 

weet je wat ik wil

gewoon mijn ik terug...

 

© Dirk

 

 

Naast gedichten schreef dirk gedurende die tijd twee boeken ‘Bedenkingen’ en ‘Bedenkingen II - Levertransplantatiepatiënt’. De boeken werden niet op grote schaal uitgegeven maar gebundeld en gedrukt in een kleine oplage. Het eerste boek werd volledig uitverkocht aan familie en vrienden. Van het tweede boek heeft hij gelukkig nog een exemplaar voor zichzelf.

 

Naast het schrijven en de talloze ziekenhuisverblijven wandelt Dirk graag door de straten van Geraardsbergen en ontdekt telkens iets nieuw. Daarnaast speelt hij piano, zowel klassiek als variété en lichte jazz.

 

Alles heeft een doel. Tegenspoed zette hem aan tot het schrijven van gedichten. Die uitlaatklep maakt het hem mogelijk het negatieve naar het positieve om te buigen.

Wellicht leerde hij daardoor noch achteruit noch vooruit te kijken maar te relativeren. Genieten van de kleine dingen of gebeurtenissen die zich afspelen in het heden is koren op de molen van een levensproces.

 

 

een kind

 

het ziet een vlindertje

en tuurt het na

een peinzend gezichtje

de ogen...zo klaar

 

een handje dat wijst

naar de lucht

een stemmetje dat zegt

met een zucht:

 

waar gaat dat vlindertje nu naar toe

ik zeg, naar mama

want het is moe...

 

© Dirk

 

Wie Dirk graag iets vertelt, kan dit doen via de reageertoets rechts onder dit bericht.

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

muurgevecht

 



12-797cc97a1806ae4a32d12071a1747dc6.jpg



 

muurgevecht

 

 

oh nee

vanwaar

vanwaar toch

de drang naar zijn

slopende steilheid?

stijgende angst zadelt me

naar slinkse bochten die ik amper ken

 

kantige kinderkopjes kniekneuzen

ze klinken lief maar bonken hard

de kwetsbare velodroom trotseert mijn twijfels

maar woede schakelt forcerend groot doserend klein

verbeten -aah-  kras ik surplace en stijg

met mondjesmaat alsof het zadel konteverkeerd staat

 

beaufort waait door zijn bomendos en beteugelt

viriele vechtlust tot ik neerstort in vloekend decor

aah, hier druipt tragiek en heroïek

zijn stenen slaan vileine vuistslagen

en spotten met menselijke nietigheid

oh wee, en danseuse zal ik zijn rug bestampen

over zweet van zij die zijn waarheid bekampen

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

De dingen van Peter Motte
















Klik op de foto voor meer informatie. 

 

 


Het geschrevene

blijft, maar om het te lezen

ontbreekt het geduld.

(uit ‘Ik ben geen boeddhist’. De bundel bevat haiku’s en tekeningen van Peter Motte en verscheen in de maand augustus 2006 in een oplage van 63 genummerde en gesigneerde exemplaren als elfde deeltje in de serie Te Water!, een reeks verschenen boekjes uitgegeven door Het Zinkend Schip naar aanleiding van de zondvloed!, een tsunami van lezingen en non-evenementen ingericht, en soms ook niet, op voortdurend wisselende tijdstippen, op alsmaar andere locaties, naar aanleiding van steeds wat anders en vaak helemaal niets. Et cetera.)

 

 


Peter Motte

 

 


Peter, herinner jij je nog de talrijke vriendenbezoekjes samen met jouw ouders bij mijn ouders thuis en omgekeerd? Weet jij nog hoe oud je was? Acht of negen? En hoe ik volop puberde? Hoe jij in een hoekje, zonder een woord te spreken, rustig speelde?

Wisten wij veel dat wij -pas vele jaren later- elkaar veel zouden vertellen… meestal zonder een woord te spreken.

 

Peter Motte werd als tienjarige gegrepen door sciencefiction en astronomie. Dat kwam door twee boeken: de roman ‘De vervloekte planeet’ door John Vermeulen, en het sterk verouderde ‘Vijf miljard jaar heelal’ door Popp-Pleticha.

 

Aangezien mensen op ongeveer die leeftijd hun culturele voorkeuren kiezen, was het onvermijdelijk dat die invloed nooit zou verdwijnen. Het leidde tot wiskundestudies, taalstudies en letterenstudies (Germaanse filologie (Engels-Nederlands) aan de Universiteit Gent, promoveerde in 1990 tot licentiaat in de Germaanse filologie met een scriptie over de Nederlandstalige sciencefiction van 1976 tot 1987 en in 1991 tot speciaal licentiaat in de algemene literatuurwetenschap met een scriptie over Salman Rushdie).

Ook leidde het tot de uitgaven van literaire tijdschriften, waaronder De Tijdlijn en de publicatie van verhalen, artikelen en recensies.

 

Sinds 1998 is hij zelfstandig technisch vertaler, vooral voor de automobiel- en ICT-sector, en organiseert een eigen website, blogs en e-maildiscussielijsten. Hij zag zich lang als prozaïst en begon pas in 2003 te dichten. Dat was naar aanleiding van een initiatief van de plaatselijke bibliotheek van Geraardsbergen over haiku’s. Twee van zijn haiku’s werden geselecteerd voor de beste inzendingen.

 

 


Een begin van inzicht

 


Iedere schrijver wordt vroeg of laat aangevallen door de clichévragen: waarom schrijf je, en vooral: “Waar haal je het vandaan?”,
schrijft Peter aan het eind van zijn bundel “Ik ben geen boeddhist” en hij vervolgt:

 

Hoogmoedig reageren is een van de clichéreacties. Want schrijvers lijden al even erg aan herhaling als anderen. Ook mogelijk: zeggen dat je hard moet werken. Al wordt dat bij schrijvers soms: zeggen dat je veel moet lezen. (Onzin, natuurlijk: wie leest schrijft niet).

Maar eigenlijk verbergen alle clichéreacties dat we het eigenlijk niet weten. En dat als we het zouden weten, of zouden vermoeden in welke richting het antwoord lag, onze reactie te ingewikkeld en te lang is om tijdens een borrelgesprek er een essay over te improviseren.

 

Ook ik heb het lange tijd niet geweten.

 

De oplossing kwam toevallig tijdens een groepstentoonstelling waaraan een dichteres deelnam, die ik tientallen jaren eerder voor het laatst had ontmoet.

 

Ze had een boek uit. Ik kocht het. Ze schreef er een opdracht in. Die leed wat aan haar gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar er stonden twee interessante zinnetjes tussen: “Waarom schrijf ik? / Omdat ik niet kan zingen.”

 

Doordat ik haar al zo lang kende, dreef het me terug naar toen ik pas begon.

 

Het was eenvoudig, ik schreef omdat ik begon op te schrijven wat ik verzon.

 

 

Peter heeft een hele reeks publicaties waarvoor ik graag verwijs naar zijn bibliografie http://users.skynet.be/peter.motte/de.tijdlijn/bibliopetermotte.htm

 

 

Onderstaande gedicht ‘Het ding’ is wel zijn ding maar ook mijn ding. Ik vind het heerlijk om lezen en te laten bezinken om het daarna met een totaal ander inzicht te herlezen. Het is een gedicht dat sterk tot de verbeelding spreekt. Nee Peter, dit lijdt niet wat aan mijn gewone kunstmatig aandoende opgewekte toon, maar zoals gewoonlijk: welgemeend.

 

 


Het ding


 

 

Het was niet eens een ding.

Het was een hoop,

een rest,

neergedruipt van rond de kaarsvlam.

Maar het werd

autootjes,

en bootjes,

en hondjes

‑ onze nukkige hond dwong ons tot de schuine kop ‑

en boompjes en zelfs bomen,

en huisjes

‑ want onze zus wou haar poppen onder dak.

En, ja, ook poppen.

Maar we noemden ze

politieagenten,

en bakkers,

en brandweerlieden.

Maar geen calavera,

want dat kenden we niet

‑ en kerkhoven negeerden we nog.

En iemand probeerde uit het gele druipsel de zon te kneden,

maar we vonden alledrie de witte maan mooier.

 

En toen kwam een keuze.

Het ding zonder vorm,

de rest,

het afval,

moest weg,

als we iets anders wilden.

Iets beters.

We schoven de hoop naar zijn uitgestelde rustplaats,

en ontvingen een ding,

een pakje,

met letters in regenboogkleuren,

die hobbelend 'boetseerklei' spelden.

 

De nieuwe auto's reden niet,

de boten voeren niet,

er werd niets meer gebouwd,

er kon niets meer groeien,

en niets leek nog echt

 

Alleen de hoop had dat gekund:

alles tonen

wat wij verzonnen

- in de pauze van zijn bestaan.

 

© Peter Motte

25 december 2007 - 27 januari 2008

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Hoe zalig is Pasen











Klik op de foto voor een uitvergroting. 


 

Hoe zalig is Pasen


Toen ik in het begin van de week op wandel was, liep ik ergens voorbij een winkel waar de paashaas in chocolat stond uitgestald.
Paaseieren gelijk voetballen, en kleine eitjes lagen verspreid in de vitrine tussen chocolade konijnen, hazen, kiekens en zelfs treinen, auto’s, paarden en een chocolade Sint die ze waarschijnlijk niet verkocht kregen verleden jaar.


De voorbijgangers werpen een blik op al het moois die er nog lekker uitziet ook.
Een moeder moet zelfs aan de arm van hare kleine snotter sleuren met de uitvlucht dat het nog veel te vroeg is voor Pasen, en dat het slecht is voor zijn tanden en zijne lever.
Ik stond daar plots voor die vitrine vol chocolat te denken hoe Pasen vroeger was.
Ja Pasen, waar is de tijd naartoe dat ik op Aswoensdag een zwart kruis op mijn voorhoofd kreeg.
Ik moest gaan biechten, en was in de kerk al vergeten waarom ik daar in dienen biechtstoel zat.


Potverdekke, ne mens was verplicht van iets uit zijnen duim te zuigen om toch maar niet te laten opvallen dat ge daar voor niets gekomen waart.
De kalender stond vol van die dagen waar er telkens wel iets gebeurd was, maar rond Pasen volgden de dagen elkaar op.

De woensdag was nog maar voorbij, als witte donderdag al voor de deur stond.
De dag van het laatste avondmaal, waar Jezus met zijn leerlingen aan tafel zat.
Niet zomaar een avondmaal zenne!
Nee nee, hij moet zelfs hun voeten gewassen hebben dienen avond.
Maar ge weet hoe het gaat als ge u zo ne keer laat gaan op nen avond, er zit daar altijd ne Judas tussen die ’t spel naar de vaantjes helpt hé.
Awel, Jezus had dat daar ook aan zijn been.
Hij had daar het brood verdeeld en een beker wijn uitgeschonken voor al die apostels, maar daarmee was de kous niet af zenne.
Er zat daar ne Judas tussen die hem toch wel verraden had zekerst!

Goede vrijdag is de dag dat Jezus aan het kruis sterft.
Eigenaardig dat ze juist die dag goede vrijdag noemen.
Ik zou dat zwarte of trieste vrijdag genoemd hebben, maar ja wie weet hadden ze in den tijd wel ne minister van kalendernamen, en met die mannen geraakt ge daar zeker niet aan uit hé.
De dag dat iemand onschuldig zijn kruis moet dragen, en dan nog sterft op dat zelfde kruis kunt ge toch een andere naam geven zekerst.
Goede vrijdag, is ook de dag dat men geen vlees mocht eten.
Jawadde zeg, bij ons was dat vroeger elke vrijdag goede vrijdag.
’t Was elke vrijdag vis, en als er nu eens iets was waar ik geen graten in zag, dan was het toch wel de visdag zekerst.
’t Is gezond had mijnen bompa gezegd, terwijl ik daar bijna blauw zag van mij juist te verslikken in zo ne graat.
En omdat mijn oma altijd zeer begaan was met mijn gezondheid, had ze wat citroen geperst over mijne vis om hem wat meer smaak te geven.
Ppffff jawadde, dan moest ik nog een zuurder gezicht trekken.

De zaterdag hadden ze stille zaterdag genoemd.
In stilte de dood van Christus herdenken die in zijn graf lag.
En nu nog, als we iets herdenken is het meestal in stilte.
Het is die stilte die mij zoveel plaats geeft in mijne kop om na te denken.
En dan is er Pasen!
Hoeveel van die kleine snotters herdenken de verrijzenis van Jezus uit het graf?
Ze zijn zodanig verwend met alles wat rond de herdenking plaatsvindt, dat ze de essentie vergeten.

Ik zie ze op Pasen zoeken tussen de struiken en de ornamenten in de tuin, achter een chocolatten ei, dat de klokken uit Rome zouden hebben gebracht.
Ja, met al die fictiefilms die ze nu voorgeschoteld krijgen zouden ze het nog kunnen geloven ook.
Allé zeg, stel u voor dat ik hier een chocolatten ei in mijnen hof vind van een klok die overvliegt.
Of nog beter, van een paashaas die eieren legt.
Ze kunnen ne kleine toch nogal iets laten geloven hé.
Maar nu ik hier zo zit te denken, wat is er nu schoner dan in iets te geloven?
 
Ja, in wat moet een mens in feite geloven?
Wel gewoon geloven in wat ne mens sterkte geeft om door het leven te stappen.
En is dat een kieken in chocolat of een chocolatten paasei, dan mag dat gerust hoor.
Misschien zit men wel aan dienen chocolatten paashaas zijn oren te knabbelen, en tevens te denken waar die traditie vandaan komt
En als alles op is, dan blijft nog alleen Pasen over.
Een dag waar zelfs ongelovigen chocolat eten en eieren strooien.
Ja, soms is geloven veel meer dan we zelf wel willen geloven.
Ben ik nu te laat om ieder van u een zalige Pasen te wensen?
Nee hoor, want ’t is veel te vroeg voor mijn kerstwensen.
Een zalige Pasen gewenst.

© chauffeurke

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe.


 

‘Dat wie zich poëet noemt, het eerste woord werpe’

 


denk ik als ik een gedicht de w(ijde)w(ereld in)w(erp). Ik wil almaar beter worden en ben zelden tevreden. Daarom dank ik mijn strenge lezers om hun reacties en commentaren.

 

Bijna iedereen heeft poëzie in zich maar niet iedereen legt met dezelfde bevlogenheid dezelfde accenten waarmee uiting wordt gegeven aan wat door het hart of hoofd wordt waargenomen.

 

Wat levert brandstof voor een gedicht? Inspiratie? Meestal wel. Maar een ervaring die iemand ontroert of waar iemand voor openstaat kan eveneens aanzetten tot dichten. Zo zag ik laatst iemand huilen waardoor ik besefte dat tranen de zuiverste schrijfvlekken zijn. Ze laten vlekkeloos sporen na en verheffen na droogtijd het blad in spatjes pure poëzie. Zo ook in een lukrake lach ontdaan van alle remmingen heeft poëzie in vele opzichten vele gezichten.

 

Ik heb niet de pretentie te verklaren wat poëzie is. Toch meen ik dat poëten door taal zijn bezeten en dat ze met weinig woorden spreken van wat niet spreken doet. Bovendien schrijf ik zelden wat ik zeg of zeg ik zelden wat ik schrijf. Dat samen maakt poëzie tot een merkwaardig communicatiemiddel.

 

Poëzie beaamt en kleurt, onderlijnt of ademt sensitiviteit in & intensiviteit uit en is verder moeilijk te definiëren. Wat ik weet is dat een goed gedicht appel doet op de totale persoonlijkheid van de lezer.

Hoe krijgt een dichter dat voor elkaar? Door wakker te schudden, beelden te tonen, te overreden of te ontroeren en door het ritme de lezer te laten meezingen binnenin. Het is overigens ook aan de lezer om uit te maken of een gedicht recht voor de raap is of door de gelaagdheid vast te stellen dat hij op het verkeerde been werd gezet.

 

Dichters zijn niet enkel delvers maar ook durvers en denkers, soms doemdenkers die hun ervaringen sublimeren. Het is zoals met ongeluk worden geconfronteerd door diep in een ervaring of zichzelf te graven om van daaruit het geluk weer te verheffen, m.a.w. het ongeluk recht in de ogen kijken om te beseffen wat geluk is. Beroering en ontroering doen dichters dichten, lezers lezen.

 

Kortom, met het schrijven van poëzie tel ik op, trek ik af, ventileer en doe ik aan zelfheling. Daarna vermenigvuldig ik dat wat ik wil delen met wie er voor open staat.

 

Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Guy Sper vertelt...












Klik op de foto voor een uitvergroting. 



Guy Sper vertelt...

 

 

“De drang om te schrijven begon heel vroeg. Tijdens mijn jeugd leefde ik met het idee een boek te schrijven. ‘De Blizzard’ zou een theatraal verhaal worden over een driehoeksverhouding die tot ontknoping komt in een sneeuwstorm.

 

Studies en het werk drongen het initiatief in de vergeethoek. Op kleine ontplooiingen na op school en enkele cursiefjes in lokale blaadjes bleef mijn talent latent.

 

In 1996 lachte het geluk mij echter toe: ik werd werkloos!

Ik wijdde me volledig aan mijn hobby. Ik zou sprookjes schrijven om mij in mijn fantasie te ontdoen van remmingen en legde me toe op het tekenen van illustraties bij de sprookjes.

Na verloop van tijd bleef het tekenen, maar de schrijversmuze bleef achterwege. Het laatste wat ik toen schreef ‘God en de zwarte gaten’ was een uitlaatklep voor wat gebeurde in onze maatschappij.

Om het muggenziften te illustreren zou ik gedichten schrijven waardoor de muze weer werd aangewakkerd.

 

Door mijn deelname aan een paar wedstrijden en met de hulp van collega-schrijvers ging de wagen weer aan het rollen.

Inmiddels weet ik dat dichten mijn ding is. Een late roeping maar ook een nobele taak.”

 



Ik ontmoette Guy Sper tijdens gedichtendag 2008. Niet voor het eerst want ik kende hem van ‘ergens’. Uiteindelijk zou blijken dat we als onbekende buren om de hoek leefden in het centrum van Geraardsbergen.

 

Tijdens gedichtendag 2008 te Geraardsbergen liet Guy bij tal van toehoorders een niet de definiëren indruk na. De manier waarop hij moeiteloos zijn gedichten proclameerde wist hen te raken. Zijn ietwat verlegen maar specifieke manier van voordragen zorgde ervoor dat zijn gedichten aan kracht wonnen.

 

Na een eerste lezing van een drietal gedichten die Guy me toestuurde meen ik te mogen stellen dat poëzie schrijven zijn manier van ventileren is in een taal die zowel voor Jan met de hoed als voor Piet met de pet verstaanbaar blijft.

 

Over de gedachte achter het gedicht 'iemand anders', verklaart Guy:


'Het is een korte opflakkering van besef van egoïsme.'

 


Iemand anders

 

 

Waarom ben je iemand anders,

anders dan ikzelf?

Waarom blijf je jezelf,

terwijl ikzelf mezelf ben?

Komt ons samenzijn van een kant

die kant van mezelf,

of is er ook een kant aan jouw kant

een kant van jezelf?

Of begrijp ik het woordje ‘ons’ niet

tussen jezelf en mezelf…

onszelf?


© Guy Sper

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Face to face met Erika



















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 

 


Erika’s brieven uit Moerbeke

 

 

Face to face

 

 

“En?? Hoe is ’t verlopen op je blind date?” vroeg een lezeres zich af.

“Goed, heel goed” antwoordde ik en schoot in een lach. Mijn lach moet aanstekelijk geweest zijn want de lezeres lachte mee. Waarom wist ze blijkbaar niet. Ik wel; ik lachte niet alleen omdat de ontmoeting zo ontzettend leuk was, wel om wat ik tussen de blind date en nu ben te weten gekomen.

 

Deze vrouw is een dorpsgenoot van de schrijfster die ik ontmoette. Ze kennen elkaar niet. Als ze mekaar op ’t straat zouden tegen komen, zouden ze nochtans een goed gespreksonderwerp (brief uit Moerbeke) kunnen hebben. Maar ze hebben zelfs nu nog geen weet van elkaars bestaan.

Nog het meest had ik binnenpret omdat ik me terug de badkamerscène, die de ontmoeting voorafging, voor de geest haalde. In gedachten zag ik me terug in de badkamer druk bezig. Vooral de onhandige inspanning die ik leverde om mijn nagels extra lang te maken bracht me aan het lachen.

 

Aan het tearoomtafeltje zag ik dat ook deze schrijfster al eens aan haar nagels knabbelt. Tja, als de inspiratie niet wil komen, kan dat even ‘knagen’ aan de schrijver in kwestie.

Als de woorden niet vlot genoeg komen, durf ik bovendien al eens een sigaret opsteken, hopend dat er door extra te inhaleren iets in de geest wakker geschud zou worden. Ach, dat is een vals argument. Soit. Onlangs kreeg ik een telefoontje van een andere schrijfster en om het storend lawaai in huis te ontlopen, ging ik aan de terrastafel zitten. Ik deelde deze handeling mee aan de onbekende belster. En wat zei deze? “En nu ga je een sigaretje opsteken zeker?” Juist ja. Soort kent soort.

Het was deze vrouw die me vertelde dat Leentje, mijn blind date, ook een rookster is. Hahaha; we moeten tijdens onze afternoontje dus eigenlijk allebei met een gemis bij de koffie gezeten hebben…

Alhoewel; niet als zodanig ervaren want het was een gezellig onderonsje. Er zijn zelfs plannen voor een tweede ontmoeting. Dat wordt alvast een nog (h)eerlijkere face to face.

 

Zie, nu ga ik het briefje printen en herlezen. Op het terras, weliswaar met een doodversnellend dingetje in d’hand. En een stylo om verbeteringen aan te brengen. Terwijl ik naar een pen grabbel, bedenk ik dat ook schrijven schadelijk is voor de gezondheid. Want het vreet aan je nachtrust.

“En aan ons liefdesleven” zegt mijn echtgenoot als ik me wat later, moe maar voldaan, als een ijsblok in zijn bedwarm schootje nestel.

 

© Erika
15 oktober 2004


 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

nacht van de duisternis

 

 

nacht van duisternis

 

 

de nacht breekt open. hoor

hoe duister zich vergaapt aan het

wentelen van de dag. in een boomkruin

sikkelt de maan een hangmat

tussen kale takken. ik lig

 

in de gloedholte, goudgeel.

 

aan elke uiteinde wiegen wensen

van oost naar west. ik verlies het noorden,

word het wakkerzijn moe en zink

dieper en dieper naar vandaag

is morgen een herinnering

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Soetkin Baptist - Isthar










Klik op de foto voor een bezoek aan de website van Isthar. 

 

 


Soetkin Baptist - Isthar gaat naar Belgrado

 


 

Ishtar is een Vlaamse Folkgroep dat pareltjes van liefdesliederen brengt uit de schatkamers van de Europese volksmuziek. Het ensemble vertolkt liederen van de 11de eeuw tot op heden waaronder Ierse ballades, Hongaarse herdersgezangen, Griekse volkswijsjes en hoofse Franse liederen.

 

Met spanning werd uitgekeken naar de finale tot op het moment dat de beslissing viel: Isthar vertegenwoordigt België tijdens het Eurosongfestival te Belgrado.

Soetkin Baptist, die de zang voor haar rekening neemt, groeide op in Waarbeke, een rustige deelgemeente van Geraardsbergen. Haar middelbaar onderwijs volgde ze in het Sint-Catharinacollege en is momenteel studente zang aan het Lemmensinstituut. Soetkin zong in het jeugdkoor van de kunstacademie “Innamorata di Musica”, in het schoolkoor, het kerkkoor en sinds haar achttiende bij ishtar.

 

Het aanstekelijk deuntje in combinatie met de verzonnen tekst van ‘O julissi na jalini’ klinkt bijzonder opgewekt en wordt m.i. door instrumentale en muzikale details subtiel afgeboord.

Maar wat bezingt Soetkin? Ongedwongen en met een flinke dosis vrolijkheid zingt ze over en voor jou, over alles en niets.
Juist, dat maakt het zo bijzonder. Het lied nodigt uit tot zelfreflectie en daarmee doe je uiteindelijk wat je wilt. Niets wordt voorgezongen of het oor ingefluisterd. De luisteraar krijgt een geschenk en mag zelf de inhoud bepalen.

 

Voor mezelf verzon ik de titel “O juli na juni” omdat het me denken doet aan het zomerse juligeklinkel van klokjesbloemen, onbezorgde madeliefjes & fladderende vlinders. Haar stemtimbre brengt me echter terug naar de sfeer die uitging van ‘Dominique’ van Soeur Sourire, hoewel die vergelijking zeker niet voor alles opgaat.

Luisteren naar Isthar is pure nostalgie. Het lied meezingen? Tot 20 mei krijg je de tijd om het onder de tong te krijgen.


 

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na ti buku
O julissi na katinu
Dvoranu mojani bidna
Marusi naja otcha tu

Pokoli sestro moja kona
Pokoli meni dita boja
Jalina pitsu marusinja
Kolosali krokodili

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na ti buku
O julissi na katinu
Dvoranu mojani bidna
Marusi naja otcha tu

Fluitsolo

Pokoli sestro moja kona
Pokoli meni dita boja
Jalina pitsu marusinja
Kolosali krokodili

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

O julissi na slukati
O julissi na kotchali
Od nu je dvorian ne si bili
Precko sti budo najali

O julissi na ja

O julissi na jalyni,
O julissi na dytini
O bulo diti non slukati
Sestrone dina katsu.

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Erika's blind date


















Klik op de foto voor een uitvergroting. 

 



Erika’s brieven uit Moerbeke

 

 

Vraag me niet naar de dag dat ik haar voor het eerste ontmoette. Ik weet het niet meer. Wij droegen onze boekentas naar dezelfde school en zaten in groene schort op dezelfde banken met dezelfde juffen in het vizier. Op één of andere manier contacteerden we elkaar jaren later. Vraag me niet hoe of naar aanleiding van wat. Ook dat vergat ik. Maar die namiddag dat ik haar dartel als een schoolmeisje weer begroette, vergeet ik niet.

 

Erika De Bruyne schrijft cursiefjes. Erika schreef “Parels om ons heen” een tijdloos boekje vol cursiefjes van en voor alle tijden waar je als lezer regelmatig naar teruggrijpt. De cursiefjes werden één voor één gepubliceerd in “De Beiaard” een weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen en belichten de triviale zaken vanuit verschillende standpunten. Haar komma’s zijn knipogen, haar punten ironisch, haar dubbelpunten licht satirisch of kritisch en haar slotregels relativerend met in de marge een humoristische pointe. Regelmatig valt er een nieuw cursiefje door het netvlies waar ik gewoonlijk naar uitkijk.

 

“Talent hebben voor iets, zoals schrijven is geen verdienste,

het is een gave die je meekrijgt.

Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn vader.

 

Met die gave iets kunnen doen is vooral een verdienste

van diegenen die bij je wonen, zij die het verdragen.

Daarvoor zeg ik ‘dank’ aan mijn huisgenoten,”

 

zegt Erika in het voorwoord. Maar is er meer:

 

“Mijn vader schreef graag, ik schrijf graag.

Met andere woorden: ik erfde de ‘pen’ van mijn papa.

Vandaar dat dit boek begint bij het eerste gepubliceerde briefje over mijn vader”

 

Dat is wat van Erika uitgaat. Je kunt er grotendeels Geraardsbergen mee verwarmen.

 

 

blind date  

 


Een lezer wou me eens zien. Niet zomaar een lezer, een schrijfster. Een blind date.

Het gaf me kriebels in de buik en spasmen in het maagdarmstelsel. Het gesprek zou wel los lopen, dat had ik gehoord aan haar stemtimbre door de telefoon. Maar wat zou ik in  hemelsnaam aantrekken voor een vreemde vrouw? Verdorie, een blind-date met een kandidaat droompartner was gemakkelijker geweest; dan trok ik fijne lingerie aan, daarover een soepel vallend kleedje met een diep decolleté en hoge hakken.

 

Wat heeft dat mens me aangedaan!

Is het een natuurliefhebster; hou ik het best bij puur en naturel?

Is het een opgetutte madam; moet ik nagellak op?

Is het een gewoon iemand; trek ik m’n doordeweeks jasje over mijn dagelijkse kleren?

Een ganse voormiddag was ik druk bezig in de badkamer.

Nagellak op, nagellak af, onopvallende nagellak dan maar.

Schmink op, schmink af, enkel wat eyeliner en lippenstift blijven.

Broek aan, broek uit, kleed aan, kleed uit, toch maar weer een broek.

T-shirt aan, T-shirt uit, bloesje aan.

Ringen op, ringen af, enkel de 2 stille getuigen van de liefde blijven.

Elke vrouw vecht zo’n duel met de kleerkast wel eens uit om uiteindelijk toch de gemakkelijke broek en het favoriete bloesje aan te trekken.

 

Op de afspraakplaats zie ik meteen aan haar joviale lach dat dit de spontane vrouw is, waarmee ik aan de telefoon reeds een fijne babbel had. Als een dartele hinde springt ze in mijn auto “hé, zeg, Erikaatje, eindelijk, tof zeg” en ze smakt een kus op mijn wang.

Gehaast voor de regen of blij om mij te zien? Om het even, haar enthousiasme voelt echt én goed aan. De toon van de namiddag is gezet; vrolijk, spontaan, lief.

 

Wij zijn oktobermeisjes, weegschalen, en kunnen niet kiezen tussen de vele tearooms. We proberen het nieuwste. Het ene vrije tafeltje maakt kiezen, wikken en wegen, overbodig.

Zij praat en luistert en praat en giechelt. Ik luister aandachtig… en soms ook niet.

Een zinnetje aan de tafel naast ons fascineert me ‘daar ga ik een stukje over schrijven’ denk ik.

“Zie,” zegt de oudere vrouw tegen de dienster “ik was mijnen boven aan het doen en zei tegen mijn eigen: zie, als ik nu niet ophoud en eerst en vooral ’t stad inga, heb ik niets meer aan mijne vrijdag.”

Terwijl mijn tafelgenote praat, bedenk ik reeds enkele zinnen voor het stukje.

En nu, terwijl ik hier zit te schrijven en het cursiefje, met als aanzet dat ene zinnetje, zou willen neerschrijven, denk ik -met veel genoegen- aan mijn blind-date.

Ik kan het beeld van dat stadsmadameken aan de tafel naast ons niet meer voor de geest halen.

Mijn pen schrijft een totaal ander briefje.

En u, lezer, leest het misschien weer anders.

Ach, het doet er niet toe, als u er maar met genoegen aan terugdenkt.

 

© Erika

26 september 2004 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Krakelingen 2008 - Albert Schrever

 

Krakelingen 2008

 

 

Ons lentefeest is weer voorbij:

elk wacht nu op een warme mei

en op de zomer en de zon

die pas de winter overwon.

 

In fraaie groepen trok de stoet

per kar, te paard maar meest te voet

door de straten van de stad

die aardig wat bezoekers had.

 

Dit jaar stond Hunnegem centraal

in dit eeuwenoud verhaal.

Van bij de stichting van de stad

volgden we het kloosterpad.

 

En boven op de Oudenberg

-onder de bergen slechts een dwerg-

dronk de magistraat weer wijn met vis

zoals het eeuwenlang traditie is.

 

Daarna was onze overheid

zoals elk jaar ook weer bereid

haar vele gasten te bedenken

met mastellen als geschenken.

 

En toen de dag ten einde liep

en de zon reeds rustig sliep

stak men de pekton trots in brand:

nu is de lente in het land!

 

© Albert Schrever

 

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

maart


 

 

maart

 

 

in mijn denktuin sluiert dageraad

de borders als bruiden,

zompige aarde lijkt doods

maar beweging onder de grond

slokt voeten met wellustige geluiden

 

hef het hoofd, denk ik dan

 

boven kopzorgen klapwieken

wilde ganzen een V van vlucht en vrijheid,

sla je maartse mantel open en vlieg

naar het hoekpunt van blijheid

 

pril lentelicht scheert een blos langs

een door winter verbleekt gezicht

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Gaby gaat te velde

 

 


 

 

 

 








Foto: © Gaby Desmyter

 

 

 

Wat voorbij de rondingen ligt,

wat gezaaid is in broednesten

van nog op te warmen aarde,

ademt stil in nissen van geheim.

 

Laten we de deukvoet rusten

Laten we tippetenen op de tonen

van slaapvogels,

onhoorbaar ver nabij.

 

Straks draait en slaat de zon

alles in ons tot nieuw vuur.

 

En zie je:

ik soes jou dan mijn droom.

 

© Gaby Desmyter

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël De Brouwer - duivenmelker schrijft gedichtjes

 









Joël De Brouwer

 

 

Een duivenmelker schrijft gedichtjes.

 

Een beetje uitgekeken op zijn duivenkot te Lierde, nam Joël De Brouwer enkele jaren geleden deel aan een poëziewedstrijd in datzelfde dorp. Joël verhuisde naar Geraardsbergen, zocht een nieuwe hobby en werd gegrepen door het poëtisch beestje. Sinds een drietal jaren rijmt hij er gretig op los. ‘Verleiding’ werd gepubliceerd in zijn dichtbundel ‘Woorden en Tranen”.

 

 

 

Verleiding

 

 

je ogen waren neergeslagen,

je blik zedig van me afgewend.

Een gevoel van tederheid hield me gevangen,

toen je verlangend naar me keek.

Je toverde een glimlach op je lippen,

onbeweeglijk bleven je frêle handen.

Een roze blos verscheen op je tere wangen,

één enkele traan sierde je gelaat.

Ik wou je voor altijd omwarmen,

innig verbonden in een eindeloze strijd.

Verleiding, een hevig verlangen,

een schemerzone tussen droom en werkelijkheid.

 

© Joël De Brouwer

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Krakelingen - The Times 1991

 







Foto:
©Dirtyharry71



Krakelingen – The Times 1991

 

Met dank aan Albert Schrever



In de rubriek "... and moreover" van de prestigieuze Britse krant "The Times" publiceerde columnist Matthew Parris een tijd geleden een verslag van het Krakelingenfeest dat hij, eerder toevallig, op 22 februari 1981 had meegemaakt. We geven de samenvatting van de vertaling: een "onschuldige" Bel­genmop vol verwon­de­ring over een vreemd ritu­eel...

 

"Ik ken een goede Belgische grap die eigenlijk een waar ver­haal is. Het gebeurde een tijd geleden toen ik van Luxemburg naar Oostende reed. De lucht was koud en grijs. Zoals altijd in België was het aan het regenen en het land­schap was vlak en vormeloos en het deed me aan het vagevuur denken. Die monotonie werd enkel gebroken door een kleine heuvel aan de horizon. Omdat we dringend wilden eten verlieten we de autoweg en we vonden een stadje aan de voet van die heuvel...

 

 Duivels

 

"Toen ik uit mijn wagen stapte botste ik bijna tegen een duivel aan. Als het geen duivel was, dan was het een kleine Belg in een rood nylon pak, met een zwarte kap, hoorns en een staart. Ik keek rond en zag een dozijn duivels rondlopen met zwaaiende staarten. Er was iets vreemds aan dat stadje...

 

"Overal doken demonen op tot grote vreugde van de stede­lingen die, net als wij, normaal gekleed waren. Sommige dui­vels gingen winkelen, andere zaten bier te drinken en nog andere stonden frieten met mayonaise te eten. Het viel ons moeilijk met die schepsels te praten maar we begrepen dat ze deelnamen aan een ceremonie. Er stond iets te gebeuren...

 

"Gevolgd door een massa burgers trokken de duivels naar de heuveltop waar blijkbaar de hele stad was samengestroomd. De heuveltop was vlak en er stonden misschien wel duizend mensen en duivels rond een podium geschaard. Daarop stonden een dozijn mannen in hun grijs pak rond een grote bokaal goudvis­jes...

 

"Onder het gejoel van de duivels dronken de mannen een glas water met een goudvis uit. Op elke dronk volgde een nieuw gejuich. Dat zijn onze mandatarissen, maakte een omstander me duidelijk in gebrekkig Engels. Onvoorstelbaar was het gejuich toen de burgemeester zijn visje dronk...

 

Spartelend visseltje

 

"Daarna was het de beurt aan iemand die zich blijk­baar niet op zijn gemak voelde. Na enig aarzelen werkte hij toch het spartelend visseltje binnen waarna de massa bijna wild werd. Lieve hemel, zei een van mijn reisgenoten, ik herken hem. Ik ben er zeker van dat het Wilfried Martens is, de eerste minis­ter...

 

"Daarna begonnen al die grijze heren koeken naar de massa te gooien. Huilend sprongen de duivels rond en grepen ze naar die broodjes. Na dit evenement vertrokken de grijze mannen in zwarte wagens. Ook de massa verdween en wij reden door naar Oosten­de."

 

Toen Parris in 1991 zijn column schreef heeft hij vruch­teloos gezocht naar het plaatsje waar die vreemde traditie plaatsvond:

 

"Ik heb verscheidene landkaarten bestudeerd om dit stadje te vinden maar blijkbaar is het van de kaart verdwenen. Maar toen be­stond het nog, aan de voet van een heuvel...”

 

Dat Geraardsbergen niet van de kaart is verdwenen zal ook nu weer blijken op zondag 24 februari op het feest van de eeuwenoude Krakelingenworp.                                    

 

© Albert Schrever

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Guido Gezelle ontving relaas over Krakelingenfeest








Guido Gezelle ontving relaas over Krakelingenfeest

 

Met dank aan Albert Schrever



Op maandag 22 februari 1858 schreef de jonge Engelse bekeer­ling Michael J. Buckleigh vanuit het jozefietenklooster in Ge­raardsbergen een brief naar het Klein Seminarie in Roese­la­re. Omdat dit Engelstalig schrijven een relaas bevat van het Krakelingenfeest 1858 - a curious custom- en omdat het boven­dien gericht is aan Guido Gezelle gaan we er even op in.

 

In de "Kroniek van de jonge Gezelle 1854-1858" (Tielt, 1993) schrijft dr. Johan Van Iseghem dat Gezelle, die geruime tijd het verlangen koesterde missionaris in Engeland te wor­den, een drukke correspondentie voerde met Engelsen.

 

Een van die correspondenten was de Engelse bekeerling Buckleigh, die poësisleraar Gezelle had leren kennen in het Klein Seminarie in Roeselare en die zelf hoopte leraar Engels te worden bij de Ge­raards­bergse jozefieten: "Ik ben zeer blij U te kunnen vertel­len dat ik hier goede en beminnelijke vrien­den heb gevonden die me met de grootste beminnelijkheid behan­delen en die zeer bezorgd zijn om mijn welzijn. Wat een geluk dat God me hier bracht. Ik zou hier altijd willen blijven maar aangezien er hier reeds twee uit­ste­kende le­raars Engels zijn vindt de algemene overste dat ik beter naar een andere kloos­ter -mis­schien in Leuven- verhuis. Indien ik daarheen ga, kan ik er misschien ook lessen volgen aan de universiteit. Prefect pater Firmin is een goede vriend voor mij, net als pater Ildephonse, de generale over­ste, en de hele communauteit. Ik verblijf hier bij de leraars en woon in het koor de missen bij."

 

Net als Gezelle was Buckleigh een fervente aanhanger van de neogotiek wat in het vervolg van zijn brief aan Gezelle duidelijk wordt: "Ik verheug er mij over U te kunnen meedelen dat de kloos­terkerk in de gotische stijl zal worden getrans­for­meerd. Ik praatte erover met de prefect (tot mijn grote vreug­de spreekt hij voortreffelijk Engels) en trachtte hem het heidendom van de Renaissance te doen inzien zodat hij open­staat voor de oude architectuur van de Belgische kloosters". Die hoop werd echter niet bewaarheid want toen de kerk van de jozefieten in Geraardsbergen in 1889 werd gerestaureerd koos de overheid -om diverse redenen- voor de neobarok.

 

 

Vreemd gebruik

 

En dan volgt het -niet-chronologisch- verslag over dit "curious custom" (= vreemd gebruik): "Giste­ren woonde ik een vreemd gebruik bij. Dicht bij de stad is hier een heuvel waar jaarlijks een immen­se volkstoe­loop uit alle windstreken is om de burgemeester te zien drin­ken uit een 12de-eeuwse (sic!) oude beker waarin een levende vis zwemt. Samen met de andere mandatarissen gooit hij daarna vissen en broodjes in het volk en bidt hij de litanie van Onze-Lieve-Vrouw in de kapel op de heuvel. Er is ook een processie en een optreden van fanfares. De zon scheen schitte­rend en vanop de heuveltop kon ik mijlen­ver kijken over het mooie Henegouws en Brabants land­schap. De burgemeester, die hoorde dat ik een Engelsman was, nodigde mij uit ook van die wijn te drinken maar ik be­dankte. Nadien gooide ik wel brood­jes in het volk: zo een gegrab­bel zag je nog nooit. Ik stierf bijna van het lachen toen ik de toeschou­wers zag tuime­len, grabbelen en grijpen".

 

Zoals bekend is het gebruik om vissen te gooien -geluk­kig- verdwenen. Volgens Louis Bert (Rond den Heerd, 1879, blz. 167) werden destijds nog andere versnaperin­gen gegooid: "Onbe­schrijfelijk is het ogen­blik waarop dozijnen handen, honderden haringen, krakelingen, oranjeappels, vijgen, en gans gevulde korven over hoofd en arm de berg afroeien."

 

Burgemeester Modeste De Cock en de overige mandatarissen ontvingen de Engelsman achteraf in het stadhuis: "Daarna toon­den ze me het stadhuis waar ze me ook uitleg gaven over de archie­ven en de oude schilderijen. Als het God belieft zal ik je daar later nog meer over vertellen. Elke dag bekwaam ik me meer in het Frans­..."

 

Tot slot spreekt Buckleigh ook nog de hoop uit dat Gezel­le naar de Oudenbergstad zal komen "to see me and this nice country" en om er meteen ook kennis te maken met die "vrome communauteit" (van de jozefieten).

 

Hoelang Buckleigh in Geraardsbergen verbleef konden we niet achterhalen. Vast staat dat hij van 1861 tot 1862 ver­bleef in het Drievuldigheidscollege van de jozefieten in Leuven waar hij ook nog Grieks en Latijn studeerde aan de universi­teit.

 

B. De Leeuw, P. De Wilde en K. Verbeke verzorgden de diplomatische uitgave van die brief in "De brief­wisseling van Guido Gezelle met de Engelsen 1854-1599 Deel I" (Gent, 1991) met commentaar in Deel III.

 

Of Guido Gezelle ooit de Oudenbergstad bezocht valt niet te achterhalen.                        

 

© Albert Schrever

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Fran, een Geraardsbergse dame

 

 






 

 

 


Fran, een Geraardsbergse dame

 

 

Francine De Saeger is een Geraardsbergse ‘dame’.

Hoe legt den dikke Van Dale het weer uit?
'Een dame is een vrouwelijk persoon van verfijning en hoge beschaving ofwel van gegoedheid en standing.'

Francine heeft klasse en haar sereniteit overweldigt. Zij neemt een hoekje van mijn hart in als ik terugdenk aan het moment dat haar dochter mijn ukkepuk van 2 maand onder haar hoede nam.

 

Onder de naam ‘Fran’ publiceerde Francine enkele jaren terug "Koken met Minne 1" en nadien "Koken met Minne 2". Daarna volgde het tweeluik: "Minnestrelend" en "Sterven met Minne".

 

Wie Fran ziet vergist zich. Zij is niet zo stil dan je denken zou. Onderhuids is zij een spring-in-‘t-veld. Zo bekruipt haar de zin om een volgende bundel uit te werken en hoopt ze in de toekomst uit te pakken met enkele korte verhalen waaronder enkele voor kinderen zijn bestemd. Maar oohooo hier stopt het niet. Zowel maatschappelijk en sociaal voelt zij zich zeer betrokken bij de mensen die ze in haar territoria insluit. En ook stond zij me nabij tijdens de voorbereiding van een derde poging tot voordragen van poëzie. Zij zag mij ronduit klungelen. Dank voor je aanmoediging, lieverd! Jij leerde me dat voordragen musiceren is.

 

Jawel, meermaals weet zij mij te verwonderen. De finesse en de feeling waarmee ze haar poëzie sublimeert, spreekt tot de verbeelding. Zo beschikt zij eveneens over een prachtige stem, haar zangtalent laat niemand onberoerd. Onderstaand gedicht hoor ik haar proclameren, het water komt ervan in de mond.

 

 

Mattentaart

 

 

Och Mattentaart! Ge stond gij daar toch niet alleen om te pronken

omdat wij altijd al voor jou in bewondering stonden,

zelfs lang vóór MARLEEN ons op je "tepelhofken" wees!

 

Ik heb nu weer lang naar jou staan kijken

en mij al dat moois laten welgevallen en...

je bent sexy... toegegeven!

 

Maar dat kijken alleen kon mijn verlangen naar jou niet stillen.

Ik wou je strelen met mijn tong, proeven! Dàt zou ik willen!

 

En daarom heb ik je stiekem... maar... met minne,

vastgegrepen

en

met volle mond in jouw zaligheid gebeten!

                                                              

© Fran

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

↑ Terug naar de berichten