Naar de inhoud

Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

Geraardsbergse gedachten en gedichten
akke.beakke.be

Gaby dendert

 

 




 

 

  

Foto: © Gaby Desmyter

 

 

Gaby dendert

 

 

Hier dendert de Dender niet.

Wandelwalsend strijkt hij

uitdeinend zijn brede largo’s

op de buik van zijn contrabas.

 

Op de mistoever

herkauwen boten en huizen

de dag voorbij.

Terug is de verleden tijd.


Onder gewelven van hemels

spelevaart de dood springlevend

en knuppelt kringen

in de rimpelspiegels.

 

© Gaby Desmyter

 

 

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Gaby Desmyter open u, dichter

 

 

 

Gaby Desmyter open u, dichter

 

 

Lierde en Geraardsbergen hebben niet alleen een gemeenschappelijk lokaal politiekorps maar ook mensen met meerdere talenten. Hierbij denk ik meteen aan Gabriël Desmyter.

 

Gabriël Desmyter, maatschappelijk assistent, werd in 1945 geboren in het West-Vlaamse Geluwe waarna hij zich vestigde te Lierde.

 

In 1976 ontdekte hij Redu en bracht er sedertdien jaarlijks zijn vakanties door. Hij zag hoe het dorp er leegliep, de bakkerij en kruidenierswinkels verdwenen en hoe zijn kinderen er onbekommerd konden ravotten op straat – behalve op zondag toen de dorpsbewoners naar de kerk gingen. Zo zag hij ook de gedaantewisseling van Redu bij het ontstaan en de evolutie als boekendorp. Maar bovenal werd hij verliefd op zijn natuur, de bossen, de veldbloemen, de “dorps-adem”, het “dorps-licht”, het plattelandsleven en dit, wandelend door de seizoenen heen.

 

Als doorwinterd fotograaf legde hij het een en ander vast met veel oog voor details en sfeer. Ter gelegenheid van diverse fotosalons stelde hij, in groepsverband, zijn werk (en Redu) voor. Zo o.m. in Haaltert (1977), Aalst (1981 en 1991), Ninove (1985 en 1994) en Lierde (1996).

 

Ook als schrijver, dichter komt hij naar buiten. In zijn eigentijdse teksten en poëzie hebben licht, warmte, ‘graag zien’ en welzijn een zeer voorname plaats. Hij publiceert geregeld in diverse tijdschriften uit de welzijnswereld: het ASO-Berichtenblad, WeLZo, de WeLIets, Van zijn hand (samen met P. Dauwe) verscheen: het boek : “Onuitgegeven brieven uit Welzijnsland” (1995), de poëziebundel “Letterkeer”  (2000) waarin foto’s én poëzie elkaar de hand geven. Hij ontving de Prijs van de Lierdese Cultuurraad (2003) en stelde in 2007 foto’s en gedichten tentoon n.a.v. de Gedichtendag 2007 in Lierde.

 

Als welzijnswerker leerde Gabriël kijken naar mensen en situaties. Hij schreef altijd al een tekstje of gedichtje voor zijn lief Rosanne met wie hij huwde. Ook bij plezante en droevige gebeurtenissen schreef hij een passend gedicht.

 

Vrij snel besefte hij dat schrijven hem achtervolgde, in die mate zelfs dat hij ’s nachts opstond om wat in hem opkwam te noteren. Daar bleef het echter niet bij. Bij elk gedicht ging hij op zoek naar een passend beeld of foto. Zo groeiden zijn composities waarbij woord en beeld intens op elkaar inspelen.

 

Gaby (zo noem ik hem graag) is mijn favoriete dichter uit de streek. Wat hij schrijft getuigt van een doordacht en doorvoeld gedachtegoed. Ze lijken spontaan te zijn ontstaan maar ik geloof dat zijn talent hem noopt tot het neerzetten van een gedicht dat zuiver is en klatert als een beek. Bovendien beschikt hij over een rijke en tinkelende woordenschat.

Neen, ik steek mijn bewondering voor Gaby niet onder stoelen of banken. Zeg nu zelf, zijn foto’s zetten aan tot zelfreflectie en tot lezen, zo ook de bondigheid van zijn gedichten. Gaby’s gedichten lezen is genieten en zacht vloeien door zijn woordenstroom.


 

 

31-71489f10bd44bcdb98bd779471ea45c4.JPG  

 

Foto: © Gaby Desmyter

 

 

 

De jaren open dichtgeknoopt

terzelfdertijd.

Op stutstengel gezet

voor d’eeuwigheid onbestendig.

 

De dorens van de dag vergeten.

Zeeploos de klimpaal

reikend tot in hemels

van elkaars uitgestreken strijkerslicht.

 

© Gaby Desmyter

 

 

 

31-ba593a458f8ce0f390bc19fea6e6c656.JPG


Foto: © Gaby Desmyter

 

 

 

En ik kijk naar jou

met open ogen ziende blind.

Jij bent me tot bril

en poetst voor mij

mijn kijkersglazen

tot spiegels waarin jij

misschien wel ziet

wat w’in elkander zien:

ons gaarne zien.

 

© Gaby Desmyter

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

ontwakend Vlaams landschap

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ontwakend Vlaams landschap

 

 

Die grond

-ophefmakend in hoogtes en laagtes- dauwt

het land hermelijnwit. Soepel slingert

een beek met zachte heupslagen langs velden

liggend als lakens op de bleek. Boerderijen dicteren

 

wat overleven is onder wolken als borsten

door stuwing ontbloot. De bodem beweegt en

van slag dreunen kerkdeunen de zwoegvloek

van mannen met klauwen aan hun lijf. Ik kende ze,

 

niet van horen vertellen. Ik zag ze, de vrouwen

met stevige benen, bezige bezems en

boezems als melkbrood, zacht en rond,

ze wortelen jonge wilgen secuur in kleigrond.

 

Dat volk

-opzienbarend in drift en bedaren- klapt uit de tijd

draaiend op scharnieren van wel en wee. Raadselachtig

het verschiet. Het landt kakelvers in mijn schaduw,

vliegt uit en fluit een langgerekt schemerlied.

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Achter het stuur van Chauffeurke








Klik op de foto voor een uitvergroting




Ik sta aan het roer van mijn leven.
Soms windstil, soms door stormen.
Maar ik hoop ooit een haven binnen te varen

waar het geluk aan de kade zal staan.

 

© Chauffeurke

 



Chauffeurke

 

 


Wie er de streekkrant “De Beiaard” op naslaat, leest er niet naast. Naar het wekelijkse cursiefje van Chauffeurke wordt steevast uitgekeken.

 

Sinds mijn twaalfde ken ik hem. Voor een klein stukje groeiden we samen uit de kluiten hoewel de ene van de andere niet wist in welke aarde we aardden en hoe woorden ons beheersten of hoe wij de toekomst zagen. Ook wisten we nog niet dat we elkaar later als een broer en een zus zouden gaan beschouwen. Evenmin wist ik wie zich schuilhield achter het clowneske. Chauffeurke is een grappenmaker 1ste  klas, maar hij weet verdomd goed hoe de ernst te verdoezelen. Of hij een masker draagt? Niet helemaal, hij draagt enkel een rode neus. Via een grap of een frats heeft hij aan de verstaanders veel te vertellen.

 

Zijn roepnaam spreekt voor zich: hij is chauffeur bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Van kindsbeen was hij geboeid door taal, zijn innerlijke taal. Als kleine jongen schreef hij zijn eerste gedichtje en als hij dan strafopstel kreeg, kon hij zich niet beperkten tot drie bladzijden, hij schreef er vier of vijf. Sinds 2000 keerde hij terug naar zijn geboortedorp Deftinge waar zich toelegde op het schrijven van cursiefjes.

 

Chauffeurke is iemand die niet achter de barricade van het leven staat. Hij staat er middenin en uit dat als een typetje met woorden en gedachten en vooral herinneringen die spontaan opborrelen of ontspruiten uit zijn fantasie in een taal die iedereen begrijpt. Op die manier draagt hij bij tot contacten tussen mensen en beweegt hij iedereen tot een lach of een traan.

 

Toen ik hem vroeg zichzelf te beschrijven, antwoordde hij:

 

“Ik werd geboren te Opbrakel ergens midden april 1959.

Sinds 2000 liet ik mijn naam voor wat het was en stap ik door het leven onder de naam chauffeurke. 
Opgegroeid in het dorp Lierde tot mijn zes jaar volgde ik daarna mijn ouders naar Brussel.
Schoolgaand bij de broeders hebben ze mij daar een serieuze pater geschilderd.
Op jonge leeftijd verliet ik de schoolbanken met veel vragen.
Zo stapte ik de wereld in waar sport en werk een groot deel zouden vullen.
De eerste acht jaren werkte ik als groot licht in een lusterbedrijf en sinds 1983 deden ze beroep op mijn diensten in het Parlement.
Ongeschoold of toch bijna kreeg ik meer en meer interesse tot schrijven.
Dit opende deuren en poorten waar de pen als sleutel diende.
Ludiek baande ik mij een weg in een virtuele wereld op weg naar de realiteit.
Humor diende niet alleen als rode neus maar was ook de rode draad in mijn leven op weg naar...
Ernst grenst vaak aan een wereld die tussen de regels beschreven wordt.
Op zoek naar de mens kom ik vaak mezelf tegen in een wereld van herinneringen.”



 


Lees hieronder één van zijn levendigste herinneringen:

 

 

“Moeder,

 

Vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

Gisteren stond ik nog voor je grafsteen zoals ik wel vaker doe.

De herfstzon weerspiegelde het beeld van mijn lichaam op het zwarte graniet en in feite was het die steen die ons scheidde.

Niet meer dan een zwarte steen is de scheiding tussen leven en dood.

Stilzwijgend prevel ik de woorden in mijn binnenste en dat is het zoveelste stille gesprek dat ik nu sinds jaren met je voer.

Wel duizend vragen heb ik ondertussen al gesteld maar sinds zeven jaar moet ik mezelf de antwoorden fluisteren.

Zelfs met de zon in mijn rug voelt mijn schaduw koel en kil op je steen.

Ik schik de bloemen van pa en kennissen en door het jaar zal mijn boeket er terug eenzaam staan.

Met twee en toch zo eenzaam!

Jij eenzaam in de dood en ik in een leven waar ik je mis.

In een doolhof van onbeantwoorde vragen slenter ik tussen de graven waar dode bladeren onder mijn stappen de stilte doorbreken.

Op zoek naar een beeld van hoe je was zie ik je als moeder en probeer ik het beeld van de laatste weken te vergeten.

Op wandel met de ziekte slenterde je uitgemergeld tot aan je dood.

Pijnlijk telkens ik er aan denk en toch probeer ik mijn wonde te helen door de mooie herinneringen te delven uit gelukkiger tijden.

Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

Misschien zouden anderen mijn verdriet niet begrijpen na al die jaren.

Misschien wil ik het wel alleen dragen zoals ook jij voor vele dingen alleen stond in het leven.

Moeder, volgende zondag kom ik terug bij je langs!

Ik kom dan de bloemen herschikken en je terug een paar vragen stellen.

Och…ik weet wel dat ik geen antwoord zal krijgen en misschien is het wel mijn straf voor al die keren dat ik je geen antwoord gaf.

Toch blijf ik volharden, in stilte.

Moeder, verdriet is niet altijd zichtbaar!

Soms sta ik aan je graf in de regen en mengen druppels zich met mijn tranen.

Ze plenzen met duizenden anderen op je steen en doen hem nog meer blinken, daar waar het een dof en mat gebeuren in mijn leven was.

Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk. Maar ook uit schrik dat je graf teveel op dat van anderen zou lijken.

Dezelfde kleur, dezelfde bloemen onder hetzelfde verdriet.

Nee moeder ik wil je apart houden, ook in de dood!

Ver van het Allerheiligengewoel zal ik vandaag aan je denken zoals elke dag.

Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs want het is Allerheiligen.

Een dag die ik liever zou vergeten en daarom blijf ik nog meer aan je denken op alle andere dagen.

Zoals met kerstmis waar je steeds een pakje voor mij had gelegd onder die boom met oude bollen die al jaren dienst deden.

Zoals met Nieuwjaar waar we elkaar steeds het beste wensten en waar het de enige malen waren dat we elkaar kusten.

Zoals met Pasen waar je het leuk vond om zelf de eieren te verstoppen voor je kleinkinderen en ze toch nog de tips gaf om ze te vinden.

Zoals…zoals elke dag die geen speciale naam had, maar waar jij hem zo speciaal maakte met de persoon die je was.

Moeder, vandaag kom ik ni…, het valt me moeilijk te zeggen dat ik niet kom, maar weet dat ik er morgen weer zal zijn.

Kijkend naar een foto waar je al lachend naar het leven kijkt, weerspiegelt mijn bedroefd gezicht.

Waarom moest jij vertrekken naar die wereld van al die anderen die zoveel verdriet achter lieten?

Waarom is het heengaan niet voor iedereen gelijk?

Waarom verlaten we niet allemaal samen deze wereld?

Misschien omdat er anders niemand meer zou zijn om ons te begraven en het verdriet te dragen?

Moeder, vandaag kom ik niet bij je langs wegens te druk.

Maar weet dat ik ook niet bij bompa en bij grootmoeder ga.

Weet dat ik ook niet bij mijn goede vriend Rogéke ga.

Weet gewoon dat ik vandaag naar het leven kijk dat ons elke dag wat dichter bij jou brengt.

Moeder, morgen is een nieuwe dag en dan sta ik terug aan je graf met duizend vragen.

Stilzwijgende gesprekken tussen jou en mij.

Moeder, vandaag sluit ik mijn gesprek af zoals we het steeds samen hebben gedaan.

Moeder, tot straks…”

 

~*~

 

Als een ketting
hangt mijn leven aan elkaar.
Soms gebonden,
en dan weer gebroken.
Maar ik blijf verbonden
tot ik de juiste schakel vind.

 

© chauffeurke

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

denderbrug











(foto: Yitse)

 

 

denderbrug

 

 

de bocht voor de brug ligt in een komma

hij houdt met mededogen gebogen

de adem in, en hier stop je

hier hou je halt, hier ga ik verder

tot aan het punt dat ik me omdraai

 

met in een handzwaai het weten

hoe de schreeuw binnenin

het stemtimbre de keel schor schuurt

ja, om het voorgevoel 


van het absolute willen blijven

applaudisseert een merelmadam

met precisie van kletsende regen

op de macadam, zo trekt verwijdering

het dichterbij dichter bij dichter

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

woorden schat!

















Samen met Wivina Steenput (rechts) aan de Geraardsbergse marktbron ‘de Marbol’.

 

Wivina Steenput wandelt en kijkt, en ziet de mensen en hun wensen en haar stad Geraardsbergen. Zij schrijf omdat woorden die komen niet te stoppen zijn. Omdat alles leeft in een taal die de hare is

Twee gedichten van Wivina zijn te lezen in de poëtische Geraardsbergse steegjesroute.


 

 

Voor Marleen

 

Woorden schat!

 

Waarom nog inpakpapier kopen?

Met sprekende vlinderwoordjes

brengen wij

ons hart

en alles wat we nog wilden zeggen

als een onverwacht geschenk

met levenslange garantie

dichter

bij…

 

© Wivina Steenput

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Onze-Lieve-Vrouw van de Oudenberg











“Waarom schrijf jij zo hermetisch?” vroeg een lezer.

“Wil je uitleg?” vroeg ik op mijn beurt.

“Duurt dat lang?” en de lezer glimlachte.

“Het duurt net zo lang jij dat wenst,” antwoordde ik, “in een kapel neem je toch ook de tijd die je nodig acht om tot inzicht te komen.”

 

 

Onze-Lieve-Vrouw van de Oudenberg

 

TRANSLATIONE DILUCESCAM

 

 

zoekend zwerf ik door koude ochtenden

in onstoffelijke catacomben

ondraaglijk binnensmondse barsten

slaan steenslag op mijn hoofd

kruisende vingers kraken alsnog

als bedwelmend kaarslicht

de mythe in halfduister fluistert

 

stilte sluiert haar gouden randen

de broze beeltenis doorboort

mijn beslagen glazen wanden

en verrijst uit verankerde vergetelheid

moeë armen slaan alsnog

verkrampte handen over mijn gezicht

voor haar aloude hemelse eenvoud

 

de nobele kapel trilt treuzelend

mijn lichaam slikkend onder

wegzinkende tranenstroom

prevelt een helend Mariagebed

de kapeldeur achter mij sluitend                                

vind ik mezelf terug

en verheug mij om de overbrenging

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Brandstraatje

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 








Onderstaand gedicht werd opgenomen in de poëtische steegjesroute van Geraardsbergen en kan je lezen aan het eind van het Brandstraatje.

 

brandstraatje

 

 

scherp als vaag omhelst het gewelf

het overbruggen van toen en nu

indruk wekkend dat wat was nog is

 

gelaagd als huid over vlees

kapselt stof straatstenen in oude grond

het waait op en dwarrelt tijdloos neer

 

in altijd aarzelend licht

waar de bocht zich als de mens

vergaapt aan mantelende muren

 

je voeten brandmerken het zoveelste spoor

waar het kind stormenderhand daalde

en de ouderling sleepvoetig ademhaalde

 

met wat zich bewegend herinnert

aan elk geluid dat gedempt vloeit en ruist

door een bloedvat van de stad

 

brandende weemoed, tegenspoed

en vrolijkheid waaruit ieder, moe van leven,

verdween, zeeg neer in een verstilde steeg

 

© Marleen De Smet

 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Johan Van Cauwenberge, een Geraardsbergse Dantespecialist

 

 

 

 

 

 

 






Klik op de foto voor meer informatie

 


Johan Van Cauwenberge,
presentator bij Klara, dichter, literator... kortom een grote meneer in de kunstwereld is een Geraardsbergenaar op wie de stad Geraardsbergen zou mogen trots zijn. 

Bovendien is hij een van de grootste Dantespecialisten in ons land en toen zijn in het Engels vertaalde Dantology in Dublin werd voorgesteld gebeurde dat in aanwezigheid van de Nobelprijswinnaar literatuur.


Onderstaand gedicht komt uit de luxeversie van zijn boek.



˜
*™

 


Storia Fiorentina

 

 

Zijn het de woorden

of is het de wijn

Firenze zou Geraardsbergen

kunnen zijn

zoveel jaar geleden;

 

de avondlichten op een rij

mooi afgemeten

alleen, een auto die wat

sneller rijdt

en de jaren die ik

vanavond ouder ben geworden.

 

© Johan Van Cauwenberge

Dantologie

Leuven, 1994

 

˜*™

 

met dank aan Albert Schrever

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Die mooie liefde & De zeven hoofdzonden van Marc Van Trimpont










Klik op de foto voor meer informatie

 

 

Marc Van Trimpont, stichtend voorzitter (1996) van de Geschied- en heemkundige kring Gerardimontium, is geen onbekende voor Geraardsbergen en omstreken. Op 13 december 1933 werd hij geboren te Overboelare (Geraardsbergen). Sinds zijn brugpensionering in 1992 is hij, als autodidact, vrijetijdshistoricus en besteedt hij al zijn beschikbare tijd aan lokale geschiedenis. Enkele publicaties sieren zijn palmares:

 

-    Het land en de baronie van Boelaere, 2de druk, 2001

-    150 jaar gerecht in het kanton Geraardsbergen (1795-1945), 2002

-    La Territoriale in Belgisch Congo, een anachronistische job (Beni en Goma, Noord-Kivu, 1956-1960), 2005

-    Publicaties van de Geschied- en Heemkundige Kring Gerardimontium (1997-2006), 2007

 

Ook verleende hij zijn medewerking aan:

 

-    ‘Archiefbeelden Geraardsbergen, 2002’

 

Laatst ontmoette ik Marc nadat we elkaar een tijdje uit het oog waren verloren. Weer werd ik overweldigd door zijn warme en intense blijk van genegenheid met in zijn galante houding de rust en diplomatie & in zijn pretoogjes vonkjes levenslust. Maar deze keer verraste hij me nog meer toen hij me vertelde dat ook hij enkele gedichten had geschreven.
 
Marc bewonder ik voor zijn uitmuntend taalgebruik waarvan mijn mond werkelijk openvalt. Groot was mijn verwondering toen ik een paar van zijn gedichten las die naar mijn oordeel bewijzen wie hij is: een wijze man die door zijn levenservaring niet ongevoelig is voor de pijnpunten van deze wereld. Hij pureert zijn woorden tot een boodschap met een soepele eindrijm. Lees zelf maar.

 

 

 

Die mooie liefde

(Opgedragen aan alle weduwen en weduwnaars die lief hebben gehad.)

 

 

Geluk dat verder reikt dan ’t einde hunner jaren,

ziedaar wat ik gescheiden geliefden toewens!

Steeds in gedachten doch zonder hoop te baren

blijven d’afwezigen leven, zijn ze heel en al mens…

 

Maanden zijn nu voorbij maar elke dag besef ik steeds weer

dat ik je mis want nog altijd ben je mijn lief!

Je bent, oh zo moeilijk, te vervangen! Ik mis je toch zozeer…

Ben je me niet ontstolen door Pietje, die gemene dief?

 

Neen, nooit of nimmer zal ik vergeten

wat ze me heeft gebracht, wat ze heeft betekend,

die mooie liefde die, begrijpe wie kan, velen niet heeft gebeten

maar die MIJN leven onuitwisbaar heeft getekend…

 

© Marc van Trimpont

(5 oktober 2002)

 

 

˜*™

 

 

De zeven hoofdzonden*

 

 

Wie hoort er nu nog van de zeven hoofdzonden?

Ja, geaardheden van zo en zus: dàt kennen we stilaan wel.

Maar welke zijn dan die razende honden

die je eertijds dreven naar de hel ?

 

De eerste in de rij heet Hoogmoed.

In ’t Giesbaargs spreekt men van “e stik stront”.

Alleen op eigen voetstuk voelt hij zich goed,

doch dit staat op drijfzand of losse grond.

 

Kort op zijn hielen volgt de vrek..

Gierigheid maakt van hem een arm man…

Neen, aan aardse goederen is geen gebrek..

Maar genieten van zijn bezit? Is iets wat hij niet kan.

 

Niet lang geleden was Onkuisheid nog de ergste van de zeven…

Inmiddels lijkt ontucht van de zondenlijst geschrapt (?).

Wie wil, kan gerust in ZIJN Sodom en Gomorra gaan leven !

Of zeg me : WIE wordt nu nog op “verboden sex” betrapt ?

 

Voor sommigen is Gulzigheid een plezante zonde.

Een drink- en vreetpartij is vast een leuk spel.

Maar schijn bedriegt! Er blijft een wonde…

Men heeft een kater en voelt zich niet wel.

 

Fysiek gevaarlijk is woede of Gramschap.

Asjeblief, hoed je voor die razende furie

en laat je niet meeslepen door gezelschap

dat niet vrede zoekt maar veeleer ruzie.

 

En wat gezegd van de profiteur ?

Traagheid heette de ziekte waar hij aan lijdt.

Bekeur hem niet ! Vooral  geen gezeur !

Zalig nietsdoen, dàt is wat hem verblijdt…

 

Maar de geduchtste van alle zeven is vast en zeker Nijd !

Oorzaak van zoveel kwaad, hield ik ze als laatste in de rij.

Die chagrijnigaards verdienen vooral meewarigheid :

door hun kankerende afgunst zijn die sukkels nooit blij !

 

Wat IK daar zo allemaal van denk, lieve mensen?

Dat elk zou moeten weten wat is recht en wat is krom!

Laat me echter voor elkeen ‘t beste wensen.

En tegen mezelf zeg ik : Marc, doe wel en zie niet om…

 

© Marc van Trimpont

(februari 2002)

 

* In deze tekst wordt de mannelijke persoonsvorm gebruikt, maar vanzelfsprekend dient men steeds m/v voor ogen te houden.

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Het zevengesternte... een mysterie... een raadsel



















Uitvergroten is mogelijk door te klikken op de foto.

 


Het zevengesternte... een mysterie... een raadsel
 



Guido Gezelle, hèhè, dat is me wat!

Ooit schreef hij een mysterieus kortgedicht voor of over Geraardsbergen. Wat bedoelde hij ermee? Heeft hij ooit aan iemand uitgelegd waarom hij het schreef? Bestaat er bewijskrachtig materiaal? Guido Gezelle doet me wat aan…

 

Onderstaand gedicht werd opgenomen in de Geraardsbergse poëtische steegjesroute. Maar eerst moet je de bruggenwachter overhalen de brug over de Dender op te halen. Let wel: positioneer jezelf met je rug naar het Marktplein en laat me erna via een reactie weten of je als rechercheur of weetlustige hierin slaagde. Of laat iets van je horen als je me kan vertellen wat in Gezelles hoofd of hart omging… Jawel, heel boeiend, lees maar...



Het Zevengesternte
 


Van Gent naar Geeraartsbergen,

daar liggen zeven scherven,

zeven scherven, al even blank,

langs den wijden watergang:

niemand die ze geraken kan,

niemand die ze genaken kan:

raadt, wat zijn me die scherven dan?

 

             Guido Gezelle - 1862


Een reactie

 

Guido Gezelle en de Oudenbergstad

 

Met dank aan Albert Schrever


                

Dat Guido Gezelle ooit de Oudenbergstad bezocht valt niet te bewijzen. Toch schreef hij twee gedichten waarin de naam van onze stad voorkomt. Het meest bekende heet "'t Zevenge­sternte" en het werd destijds door enkele Gezellekenners als "poésie pure" bestempeld. Dit raadsel­dicht verscheen in de bundel Kleenge­dichtjes onder nr. 19 en het antwoord erop is in de titel te vinden: de Pleiade (ster­rengroep).

 

        "Van Gent naar Geraardsbergen,

        daar liggen zeven scherven,

        zeven scherven, al even blank,

        langs de wijde watergang:

        niemand die ze geraken kan,

        niemand die ze genaken kan:

        raad, wat zijn me die scherven dan?"

 

Daarnaast is er nog het gedicht dat Gezelle schreef toen Petrus Nolascus Lamon in 1898 zijn 25jarig priesterjubileum vierde als pastoor in Wontergem. Omdat Lamon (Oudenaarde 1850 - Wontergem 1904) van 1872 tot 1878 sur­veil­lant was geweest in het Sint-Catharinacollege in Geraardsber­gen wijdde Gezelle daar in het gelegen­heidsgedicht "O Wonder Wontergem" een strofe aan:

 

        "Ik zie te Geraardsbergen, een bende jonge geesten

        hem dwingen naar zijn vast en vaderlijk geweld;

        ik zie ze luisteren, de minsten en de meesten,

        hem volgend, daar hij voet en voorbeeld vorenstelt;

        ik zie hem daar, daar alree, den goeden herder trachten

        als herder na te gaan, in 't heerlijk schapenwachten."

 

Wegens het overlijden van zijn broer kon de zieke Gezelle het jubileumfeest van pastoor Lamon op 2 januari 1899 in Wontergem niet bijwonen. Op 27 november van dat jaar zou hij zelf overlijden.                                      

 

Albert Schrever


 

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Aan mijn geliefd Geraardsbergen











Met een klik op de foto komt u meer te weten over Daniël Heinsius.



Aan mijn geliefd Geraardsbergen

 

Met dank aan Albert Schrever



Daniël Heinsius (1580-1655) was een internationaal vermaarde humanist en hoogleraar in Leiden én dichter. Hij werd geboren in Gent, kort nadat zijn ouders de Oudenbergstad hadden verlaten. Een bezoek aan Geraardsbergen, waar zijn ouders zo lang hadden geleefd, inspireerde Daniel Heinsius tot onderstaand gedicht.

 


In urbem Gerardimontium

 

Deliciae coeli ac terrae, quam plurima tempe

et gelidi saltus sylvaque multa tegit,

O quam te memorem?

 

             Uit Danielis Heinsii poëmatum, editio nova

                 Lugdunum-Batavorum, 1631.

 

Omdat een –weliswaar literaire- omzetting was gewenst maar dan met maximaal respect voor de auteursversie, deed Albert Schrever een beroep op Jan Taelemans, classicus, met wie volgende hertaling tot stand kwam:

 


Aan mijn geliefd Geraardsbergen,

 

Hoe heerlijk zijn je luchten en landschappen!

Hoe ben je gezegend met vele dalen, frisse weiden en

talrijke wouden

Hoe zou ik je bezingen?

 

                 Daniël Heinsius, 1631

 

Bron: ‘Geraardsbergen, zijn taalgebruik & zijn taaleigen’ door Albert Schrever, 2004.

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

De Dender zingt




















Onderstaand gedicht werd opgenomen in de poëtische steegjesroute van Geraardsbergen en staat te lezen in het centrum aan de Denderkade.


 

 

De Dender zingt

 

 

Op de wals van wassend water,

donkergroen, levendig en onbevangen,

rept de rivier met ritselend geklater.

Waterjuffers lokken en zwaaien

in lichterlaaie hun wijde rokken.

 

Aan de kade lopen kinderen

kind te wezen, niets te vrezen.

Ze slaken kreten bij het kwaken

van een trage vloot waterdraken.

Zwanen trekken banen en verbazen

als ze als meisjes van wit porselein

aanmeren, koketteren en de aftocht blazen.

 

Maar langs het jaagpad staat stilte aan wal

op plekjes waar vissers ankeren

en een knaap zijn lief kust.

Hier smelt de tijd en laat begaan

langs zijn oevers hengelend

naar verzonken rust.

 

Vanop een brug vloei ik mee

in stroom en droom voluit:

als ik God was, liet ik ook de vissen zingen,

wat een muziek gaat van de Dender uit.

 

© Marleen De Smet

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

de mattentaart









De Geraardsbergse mattentaart heeft als eerste Vlaamse streekproduct de Europese oorsprongserkenning 'Beschermde Geografische Aanduiding' (BGA) gekregen. Dat betekent dat enkel mattentaarten uit Geraardsbergen en Lierde die op de traditionele wijze zijn bereid de benaming 'Geraardsbergse mattentaart' mogen gebruiken.

 

 
mattentaart

 

 

goud kranst de tafel

een krokant manteltje

glimt als een tepelhof

tussen duim en wijsvinger

betast ik de korst

vanwaar die hongerige dorst?

 

zacht beet nemend

proef ik de wellust van

amandelzoete weemoed

engelenspijs? Nee toch

jij smeuïg taartje, jij

luchtig vleiend allegaartje

 

Vlaams genoegen

-van knapperige vaag tot 

tongwervelend gretig-

spreidt een vragende glimlach

rond halfvoldane mond

net of één stuk niet volstond

 

ik laat de smaak

spreken als woorden

en schreeuw heerlijkheid uit

Walen watertanden:

chez ma tante de Grammont

on mange la tarte à maton

 

© Marleen De Smet
(gezellin broederschap van de mattentaart)

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

oriëntatietafel








(Foto: Steven De Schuiteneer)

De arduinen oriëntatietafel aan de Oudenbergkapel maakt je wegwijs in het panorama van de Dendervallei.


oriëntatietafel

 

 

arduin cirkelt

boven trotse torens
het sluitend noord

oost zuid en west,

en wijsvingert waar we
wonen,
waar we willen gaan

 

je kijkt in het dal van een stad

waar de denderrivier

de dorpen in schrijn vat,

open velden

luisteren in voren

 

in de verte schalt een trein

wij reizen, slapen moe
in een ver land
en we biechten

dat we de weg verloren

en geen gehoor boden

aan de lokroep van ons land

 

© Marleen De Smet





Bron: http://home.scarlet.be/~vaign96/Geraardsbergen2/Pagina%2029.html

Geschreven door Marleen De Smet om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Geraardsbergen gaandeweg met Marleen De Smet

↑ Terug naar de berichten