Naar de inhoud

Reizen door Europa

Met de motor op reis
akke.beakke.be

Reisverslag Roemenie

Donaudelta

Oké, we zijn weer boven water. Wat was ik gisterenavond moe zeg. Niet te doen, wilde de foto’s nog op de blog zetten maar viel voor mijn laptop in slaap. Halfelf in bed gesukkeld en doorgeslapen tot deze morgen zes uur.

Eindelijk wordt het lang verwachte bezoek aan de Donaudelta werkelijkheid. Om half negen loop ik al over de kade, de ticketverkoper is ook al aanwezig. Hij heeft gisteren nog een paar man kunnen vinden die mee gaan. In plaats van half elf wordt er gestart om kwart over tien. Ik gebruik de resterende tijd om het stadje in te gaan op zoek naar een handtasje. Ik heb geen zin om al de rommel die ik als diabeet onderweg nodig heb in mijn broekzakken te proppen. Na wat gezoek vind ik iets dat perfect aan mijn wensen voldoet 25 Lei (6 €) Het is negen uur en ik wandel op mijn gemak naar het hotel. Ruim op tijd ga ik gepakt met mijn nieuwe aanwinst naar de kade. Rond tien uur ben ik ter plaatse. Oei, geen boot te zien, ik ben er zeker van dat ik op de juiste plaats ben. Ik loop wat rond te drentelen. Iemand komt vragen of ik een Deltatrip wil maken, hij kan voor een reservering zorgen. Ik leg hem uit dat ik een reservering had voor vandaag. Nu blijkt dat die meneer die mij aansprak de vader is van de man die mij gisteren de reservering heeft verkocht. Je was er niet zei de vader, ze hebben nog gewacht maar konden niet blijven wachten. Hallo, zeg ik, een kwartier voor tijd is dat niet lang genoeg? Ondertussen is de zoon aangekomen. Waar bleef je nou, vraagt hij. Ik ben er toch zeg ik. Ja zegt hij, maar een uur te laat. Wat blijkt nu, ik had vergeten mijn horloge een uur verder te zetten. In Roemenië hebben ze lak aan het zomeruur. Daar stond ik dus. Geen probleem zegt de zoon. Hij haalt er iemand bij die een snelle speedboot heeft liggen en vraagt of hij mij naar de boot wil brengen die aan de rondvaart van de Delta bezig is. De zoon belt de bootsman en geeft opdracht om te wachten. In een sneltreinvaart word ik als een V.I.P gast naar de boot gebracht. Ze waren nog niet in de Delta dus heb ik niets gemist. Als ik aan boord kom excuseer ik me tegenover de andere drie personen die aan boord waren en het probleem was opgelost. Dus zolang ik in Roemenië verblijf en er in het verslag over tijden wordt gesproken dan zit ik een uur later dan In België.

Bezoek de Donaudelta, op honderden folders staat het met prachtige foto’s beschreven. In elke reisgids wordt er vol lof overgeschreven en als niet te missen activiteit aangeschreven. Is het een toeristenval? Neen, maar toch. We zijn inderdaad zes uur onderweg, maar we zijn natuurlijk niet de enigen die daar met een bootje rond liggen te dobberen. Tientallen speedboten knallen door het gebied dat is toegewezen aan de toeristen. Er worden hotelboten door het gebied gesleept met keiharde disco muziek aan boord. Ik denk er dan ook het mijne van.

Een groot deel van de Delta is verboden gebied, zeker de broedplaatsen. Een maatregel die ik alleen maar toe kan juichen. Natuurlijk zitten daar de meeste vogels? Ze zouden wel gek om aan een waterkant te gaan waar tientallen boten voorbij komen terwijl ze honderden hectaren stil gebied voor zich hebben. De schipper doet zijn uiterste best om vogels te vinden. Op de grote meren zijn er ook meestal pelikanen te zien. Over de meren mag niet gevaren worden. De schipper zet de motor af en laat de boot door de stroming een eindje op de meren drijven. Maar omdat de natuur de natuur is en zich niet laat bevelen moet je gewoon geluk hebben dat er vogels te zien zijn op die meren. Ik kan jullie vertellen, als je rond deze tijd twee uur over het Veerse Meer vaart je meer vogels gezien zult hebben dan hier op zes uur in de Donaudelta. Ik was en paar jaar geleden in Griekenland, ook met Guz en ook in mei. Daar viel je over de pelikanen. Armin kan dit getuigen want hij was er bij. Tussen de meren door wordt er met grote snelheid door het gebied gevaren. Ze moeten wel, ze bieden aan de kade de rondvaart aan rit en deze is best groot. Aangezien het zo’n uitgestrekt gebied is heb je de snelheid nodig om de verkochte rondvaart te kunnen maken. Het zou beter zijn om kleinere rondvaarten aan te bieden, maar die krijgen ze niet verkocht. Voor Jan toerist kan het nooit genoeg zijn. Later op de dag kom ik nog aan de praat met de ticketverkoper. Hij vertelde me dat onder de druk van de concurrentie de rondvaarten nog altijd uitgebreid worden, natuurlijk met nog snellere boten. Je hebt er eigenlijk weinig aan, want de rondvaartboten mogen niet buiten een bepaald gebied komen in de Delta. Maar wat doen de slimmeriken, ze varen gewoon meer kilometers over de Donau. Die is toch lang genoeg.

Heb ik er spijt van, of is het de moeite niet om te doen? Neen, zeker niet. Het is een prachtig gebied met enorme rietvelden en talloze eilandjes. Als de hotelboten gepasseerd zijn is de stilte ook weer terug. De koekoek is dan weer heel helder te horen. Hebben we helemaal geen vogels gezien? Niets is minder waar meer het gaat allemaal zo snel dat je amper een fatsoenlijke foto kunt maken. Om iets of wat beelden te hebben heb ik het toestel in sportstand moeten zetten. Ik heb voor de eerste keer in levende lijve het prachtige ijsvogeltje gezien, verschillende witte lepelaars en mooi gekleurde eenden die bij ons niet te zien zijn. Dus spijt zeker niet. Was het naar mijn verwachtingen? Niet helemaal, het ging allemaal net iets te snel.

Rond de middag leggen we op een klein eilandje aan. De ongeveer vierhonderd bewoners van het eiland leven van de toeristen en de visvangst. In een mooi huis staat de lunch die in de prijs was meegerekend klaar. Er staat een fles zelfgestookte Roemeense wodka op tafel, en een grote schaal met klaargemaakte moten van diverse soorten vis. Na de schaal krijgen we een enorm bord vissoep die best lekker was. Het is hier traditie om de soep als tussengerecht te nemen. Na de soep een enorme schaal gebakken vis die zeer lekker was. Na een goede kop koffie is het tijd om verder te varen. We varen nog een stuk door de Delta om dan over de Donau terug nar Tulcea te varen. Als we van de lekker frisse Donau aan wal komen blijkt het bloedheet te zijn. Op een terras een lekkere frisse halve liter gepakt en daarna naar het hotel. In het meer liggen de kikkers lekker in het water te zonnen. In mijn kamer aangekomen begin ik direct met het sorteren van de foto’s. Jullie zullen het niet geloven, maar ik viel toch weer in slaap zeker. Het is dan vijf uur. Om zeven uur schrik ik wakker van een geluid in de kamer         naast mij. Etenstijd dus. Gisteren heb ik in het restaurant van het hotel gegeten. Niet slecht, maar veel lawaai en onvriendelijk obers. Het voorgerecht en de hoofdmaaltijd werd tegelijk op tafel gesmeten? Heb deze dagen dikwijls aan de reis naar Syrië moeten denken, daar kwamen we dit dagelijks tegen.

Op aanraden van de ticketverkoper ga ik naar een restaurant in het stadje. Terwijl ik nog aan de praat ben met de verkoper scheert er een oud dubbeldek vliegtuig over ons. Het blijkt een muggenjager te zijn. Er wordt met het vliegtuig verdelgingsmiddel tegen de muggen boven de stad gesproeid. Een tiental jaren geleden werden de toeristen in het hotel gewaarschuwd dat ze op een bepaal tijd binnen moesten blijven. Het verdelgingsmiddel was toen nog zeer ongezond. Tegenwoordig is het blijkbaar zo verfijnt dat het voor mensen niet ongezond meer zou zijn. We zullen het maar geloven. Om de stank van het middel wat te ontlopen steek ik een sigaartje op. Weet ik tenminste zeker dat dit niet gezond is. Als ik het restaurant heb gevonden krijg ik een plaats toegewezen op de eerste verdieping op een mooi terras.  Ik bestel en krijg een fantastische Bulgaarse salade, twee mooie botermalse biefstukjes van de gril met frieten en een coupe ijs met drie bollen, slagroom en een pak vers fruit Met fooi inbegrepen betaal ik € 22.

Terug naar het hotel, niet voor ik de prachtigste uitvinding van de eeuw heb bezocht. De geldautomaat. Vindt het nog altijd prachtig hoe je in alle landen met zo’n simpel kaartjes de bankbiljetten uit dat ding zie komen.

Morgen de zwembroek in de koffer, Guz van stal halen en de Zwarte Zee gaan bezoeken.

Morgen op de blog: een terugblik op deze reis en de planning om terug te keren.

Bedankt voor de vele reacties die nu toe stromen, zowel via mail als via de blog.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

2 reacties op dit bericht

theo20 mei 2013 om 20:19

Kom het maar s vertellen, Kees!

Dat ziet en klinkt allemaal goed. Zo gauw je thuis bent, kom je je verhaal maar eens doen bij een lekker etentje, oké?

gr

theo.


Ludwina18 mei 2013 om 22:55

uurtje

Tja,spijtig dat alles zo snel moet gaan,t'is overal zo,het zal bij deze tijd horen zeker...dat ge niet aan dat zomer uur hebt gedacht verbaasd me wel een beetje, je bent altijd zo geinformeerd als het op je reizen aankomt(het zal de leeftijd zijn zeker :wink:) je foto's zijn weer gewoon prachtig, het is een lust om ze te zien.grt
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Reisverslag van Bulgarije naar Roemenie

Tulcea
Niet te best geslapen, dikwijls wakker geweest. En de naald is terug gevonden. Ik vertrouwde het niet erg om in bed te stappen, na een grondige inspectie heb ik de naald tussen de lakens uit gehaald. Het is redelijk mistig maar droog en niet koud. Normaal zou de garage van het hotel pas open gaan om negen uur. Eerder is er niemand aan de receptie. Dit was echter veel te laat voor de Oostenrijkse fietser. Hij had de manager van het hotel aangesproken, deze heeft er voor gezorgd dat er iemand om half acht de garage zou komen openen. Daar heb ik natuurlijk van mee geprofiteerd. Klokslag halfacht stond ik beneden voor een gesloten deur van de garage. Enkele minuten later was de Oostenrijker er ook. Volgens mij een redelijke ongeduldige man. Hij kwakte zijn bagage op de vloer, vraagde aan mij om even op zijn bagage te letten en verdween. Hij ging de persoon zoeken die de poort moest openen. In een tik en een wip was hij terug met die persoon. Ik zette mijn bagage buiten voordat ik Guz ging halen. De man met de sleutel had geen tijd om te wachten tot ik alles fatsoenlijk had ingeladen. Ook de Oostenrijker moest buiten zijn fiets optuigen. Hij was redelijk snel klaar, een ontbijt nam hij niet. Ik steek mijn rugzak in de topkoffer, gesp mijn tank tas op de tank en rij naar de gelegenheid waar ik kan ontbijten. Het is een tweehonderd meter voorbij het hotel. Ik geef de bon van het hotel die me recht geeft op een ontbijt. Binnen een paar minuten had ik thee, een grote omelet, en natuurlijk de gesneden komkommer en tomaten, zonder deze groenten gaat het hier niet. Al bij al zag het er smakelijk uit. Ik nam een hap van de omelet en viel bijna van mijn stoel. Jongens was dat kreng zout, maar echt niet doen he. Ik probeer de omelet een beetje te mengen met de groenten maar een echt succes was het niet. De helft is blijven staan. Voor ik vertrek rook ik nog een sigaartje, er is tijd genoeg. Vandaag een ritje van 235 km. Ik zet de helmcamera op mijn helm, en het draadloos systeem van Garmin. Dit is een blokje dat op de helm geschoven wordt en er voor zorgt dat ik Garmien kan horen. Normaal zit dit blokje in mijn tank tas, ik neem het elke dag mee naar de kamer om de batterij op te laden. Niet te vinden. Zal het deze keer waarschijnlijk bij de laptop hebben gestoken. Zijkoffer open waar de laptop altijd in zit, en lap, niets laptop. De laptop heeft al die tijd buiten aan de poort van het hotel gestaan. Open en bloot op straat, het zal toch niet waar zijn he? Neen, hij stond er nog, wat een ongelooflijk opluchting. Eerlijke Bulgaren.

Aangezien Silistra tegen de grens met Roemenië ligt waren we rond acht uur aan de grensovergang Bulgarije-Roemenië. Een paar dagen geleden was het juist anders om, alleen toen was de overgang met een ferry. Normaal gezien verwacht je dan ook geen problemen. Amai, dat liep wel even anders af. Als ik aan de beurt ben wordt mijn paspoort gevraagd en het inschrijvingsbewijs van Guz. Dit is de eerste keer dat ze dat vragen op deze reis. Klakmans gaat met de documenten een kotje in en blijft nog al redelijk lang weg. Ondertussen staan er een zestal auto’s achter mij te wachten. Opeens wordt ik aan het loket geroepen, of ik mijn rijbewijs kon laten zien. Voor mij geen probleem, voor de ondertussen twee klakmannen wel. Ik heb onlangs mijn rijbewijs moeten laten verlengen. Het rijbewijs voor diabeten is maar drie jaar geldig. De nieuwe rijbewijzen zijn een soort geplastificeerde kaartjes ter grote van een bankkaart. Dat vonden de klakmannen maar niets, nog nooit gezien. Ondertussen is de rij wachtenden achter Guz tamelijk lang geworden. Ik word dan ook gesommeerd om Guz aan de kant te zetten. Guz aan de kant gezet en terug naar het kantoor. Geloof het of niet, er stonden twee klakmannen met een loep dat rare kaartje te bekijken. Ze keken me ongelovig  aan en mompelden iets van dit klopt niet. De tweede klakmans vraagt triomfantelijk waarom er op mijn paspoort Nederland staat en op mijn rijbewijs België. Dit allemaal in brabbel Engels van  een jewelste. Ik leg hem uit dat ik in Nederland ben geboren maar al vijftig jaar in België woon. Of ik dit even wil bewijzen vraagt klakmans. Natuurlijk heb ik mijn Belgische verblijfsvergunning bij, maar rampzalig genoeg is dit ook weer zo’n rot kaartje. De klakmannen konden er niet meer mee lachen, ondertussen is het kwart voor negen. Met een grapje “kan ik hier misschien blijven slapen” probeer ik het er wat gemoedelijker aan toe te laten gaan. Niet goed dus, You have a big problem was het antwoord. Ho, ho zo niet he mannen. Ik haal uit de tank tas de telefoonnummers van de Nederlandse en Belgische ambassade in Bulgarije en vraag hen één van de ambassades te bellen. Dit zagen ze echter niet zitten. Ik neem mijn gsm en ga zelf dan maar bellen. Dit hadden ze liever niet. Na nog wat discussie en gemekker lieten ze me gaan. Het is dan kwart over negen. Welkom aan een grensovergang in 2013.

Het voorval is direct vergeten. Het landschap is prachtig en het wegdek perfect. We snorren langs de Donau door eindeloze velden met druiven. Mooie vergezichten, jammer voor de foto’s hing er redelijk wat nevel over de Donau. Om er door te rijden gaf het wel iets mysteriues.

Een schildpad heeft het einde van de oversteek gehaald, zijn laatste meter blijf ik op de baan staan, zou echt wel zonde zijn moesten ze hem/haar nu nog in de soep rijden.

Het delta gebied begint te naderen. De Donau krijgt steeds meer vertakkingen, we rijden voorbij enorme rietvelden. Hier overheerst de stilte, boven het gekwaak van de talrijke kikkers en eenden klinkt de roep van een koekoek, en dat is het. Eer we echter definitief in de delta zitten leidt de weg ons terug naar het binnenland. Het wegdek is zo goed dat ik al rijdend een paar foto’s kan nemen. Ook hier is er weer de overgang naar enorm onoverzichtelijk landbouwgebied. We rijden over kilometers lange kaars rechte weg met aan beide kanten alleen maar landbouw. Ik betrap me er op dat ik begin te zijlen, hiervoor had ik Kris gewaarschuwd toen hij uit Boedapest vertrok. Je rijdt met de motor en kijkt nog wel maar eigenlijk registreer je de beelden niet meer. Je begint eigenlijk te staren en ongemerkt van je lijn af te wijken. Met een schok realiseer je dat je danig uit aan het wijken bent. Het is dan hoogtijd om even te stoppen. Ondanks dat ik nog maar 50 kilometer moest rijden ben ik toch maar even gestopt. Iets eten en een sigaartje roken helpt al heel wat. Te drinken was er niets, wegens geen water meer. Normaal koop ik altijd een paar flessen water in een benzinestation. We hebben nu echter 150 kilometer gereden en nog niets van benzinestation tegen gekomen. Tijdens deze stop komt er in de verte weer een van de vele paardjes met wagen. Het is een geroep en getier in het karretje. Ik pak mijn verrekijker en zie dat het paard flink wordt afgebeuld. De voerman brult zich de longen uit het lijf, naast hem zit een manneke van hooguit een jaar of tien die constant met een lange stok flinke meppen geeft op de rug van het paard. Als de dierenbeulen wat dichter bij komen wordt de stok schijnheilig in de kar gelegd.

Eenmaal uit het landbouwgebied zijn de herders er ook weer. Meer en meer komen er grote stilstaande plassen in het landschap. Een koppel ooievaren is er aan het foerageren.

Eindelijk kom ik op kilometer 220 km bij een benzinestation zelfs een redelijk groot. Ik vraag of ik met een credit card kan betalen maar die vlieger gaat niet. Prospot kilomét zegt de uitbater, daar heb ik niet heel veel aan. Voor Guz is er geen probleem, die heeft nog bijna een kwart tank benzine. Ik begin nu toch wel ferme dorst te krijgen. Het eerste bord duikt op waarop de richting naar Tulcea wordt aangegeven. Het is nog een 30 tal kilometer mooie wegen. In Tulcea kan ik eindelijk tanken en water inslaan. Guz heeft 345 km gereden met 19 liter benzine. Lang niet slecht. Door het centrum van het stadje rijden we naar het hotel. Het hotel is omringd door water. We gaan een bruggetje over en staan bij de receptie. Het is nu klokslag half drie. Rap een douche gepakt en op verkenning. Grote boten varen de Donau op en af. Er liggen talrijke bootjes en boten waarmee tochten gedaan worden door de Donaudelta. De tochten variëren van 1 uur tot 8 uren per tocht(incl. lunch op een eiland in een vissersdorpje.) Van uit mijn kamer heb ik zicht op de fontein.

Ik heb voor morgen een excursie gereserveerd van 6 uren incl. lunch. Vertrek om halfelf.

Morgen dus een verslag over het bezoek aan de Donaudelta, als ik hier niet opgevreten wordt door de muggen. Ben benieuwd of ik veel zwaluwen tegen zal komen. J

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
3 reacties Reageer op dit bericht

Reisverslag van Bulgarije naar Silistra

Silistra

Ook vannacht ben ik aan mijn broodnodige rust geraakt. Heerlijk geslapen. Het belooft weer een stralende dag te worden. Heldere blauwe lucht en windstil, om halfacht weet Guz me te zeggen dat het 18 graden is. Guz heeft de dag van gisteren ook goed verteerd, er is gen spatje olie te vinden. Mijn trouwe maat zou wel dringend een douche kunnen gebruiken maar dat zit er voorlopig niet in. Ik rij hier liever niet met en blinkende motor rond. Laat Guz er maar wat ouder uit zien dan hij is. Wel vraagt hij met een schijnheilige grens om het vandaag een beetje normaal te houden. Ik kan hem enkel beloven dat ik zeker geen onverhard pad in zal rijden. De toestand van de normale wegen zullen we af moeten wachten.

Vandaag een Bulgaars ontbijt voorgeschoteld gekregen. Een kom pik zwarte koffie(voor mij niet te drinken) Aangezien ze hier blijkbaar de koffie zonder melk drinken was er geen druppel melk te bespeuren. Het ontbijt bestond uit vier grote boterhammen met een soort gehakt er op en een laag kaas. Men zit dit in een oven tot de kaas is gesmolten en je hebt een Bulgaars ontbijt. Redelijk zwaar voor onze Kees zijn nuchtere maag. Naast de boterhammen een rij gesneden komkommer, dan een rij gesneden tomaten en weer een rij gesneden komkommer. Zo bekom je een Bulgaars ontbijt. Ik heb toch meer dan de helft naar binnen gewerkt gekregen. De koffie kreeg ik met geen geweld doorgeslikt.

De eerste dertig kilometer rijden we door een prachtig landschap. Het is druk op de baan. Zeker een tiental ezel en paardenspannen rijden af en aan met vol geladen karretjes gras. We rijden, onder en strakke blauwe hemel, ideaal motorweer. Hoog in de blauwe lucht zweven een paar roofvogels, de omgeving is prachtig. Een vos die vershrikt een meter of dertig voor Guz oversteekt maakt het plaatje compleet. Ik sokkel dan ook aan een kilometer of zestig per uur verder. De streek is hier aangenamer, groener, veel fruitbomen en druiven. De dorpjes komen bij mij ook aangenamer over, er verschijnen meer terrasjes in het straatbeeld aar je wel de neiging hebt om te stoppen. De wegen zijn tot nu toe matig tot goed, maar een weelde tegenover gisteren. Na die dertig kilometer veranderd alles ik kom op de E85 (bij ons zouden ze dit een provincieweg noemen) het stikt hier van de vrachtwagens en weinig parkeergelegenheid. Foto’s nemen is hier niet te doen. Hemcamera ingeschakeld. Aan de dood gereden dieren op de weg is te zien dat er hier intens verkeer is. Vooral de slangen zijn hier het slachtoffer van. Ik heb er toch wel een stuk of tien geteld. Er waren exemplaren bij van minsten 40 cm. Het merk is mij helaas onbekend, evenzo van de vele vogels die ik hier te zien krijg. Ik kan moeilijk aannemen dat het allemaal vinken zijn. Volgens mijn kennis zijn het allemaal nog al gemakkelijk vinken. Aan beide kanten van de baan liggen de onmetelijke landerijen. Kilometers aan een stuk zo ver het oog reikt. Voor mij heeft dit ook wel zijn charme. Het is vrij heuvelachtig en de kleuren van de gewassen zijn ontelbaar. Een dubbeldek vliegtuigje is bezig met het besproeien van de landerijen. Ook hier zal het zonder vergif niet gaan zeker. Op een groot veld zijn tientallen mannen en vrouwen aardbeien aan het plukken. De kisten worden onmiddellijk in een klaar staande vrachtwagen geladen. Tussen de landerijen liggen er grote vlakten die onbewerkt blijven. Deze plekken worden in beslag genomen door koewachters, schaapherders en geitenhoeders die hier hun kuddes laten grazen. Ik heb hier, evenals in Roemenië nog geen meter prikkeldraad gezien. Geen afgezette stukken grond waar een wei van gemaakt is. De natuur kan hier nog op groet onoverzichtelijk vlakten zijn gang gaan. Het moet gezegd de E85 is aangenaam rijden, eindelijk een perfect wegdek. Guz snort er met plezier over. Het geluid van mijn Guz blijf ik heerlijk vinden, hij doet zijn werk deze reis op een voortreffelijke manier. Er is dan ook geen enkele twijfel meer om nog maar over een ander merk te denken. Ikke en Guz, we zijn onafscheidelijk. Zo is het al een jaar of zestien en zo zal het blijven. Op één van de weinige kleine parkings loopt er een prachtig onverhard weggetje. Richting? Waarschijnlijk iets heel moois. Het klimt redelijk sterk en de drang is er weer. Het gaat echter niet door, krijg Guz met geen stokken van het heerlijke perfecte asfalt. Waarschijnlijk is dit nog het beste ook.

Bij een groot benzinestation (Shell) stop ik voor Guz zijn drinken. Ik kan warempel 98 tanken de eerste keer in Bulgarije. Er is en tamelijk grote winkel aan het station. Jammer genoeg met en ongelooflijke chagrijnige vrouw. Ik koop wat flessen water en doe mij, voor mijn achtendertigste huwelijksverjaardag een doosje schijtersdure sigaren cadeau. Hallo Theo, heerlijke sigaren met een houten mondstuk.100% Tobacco, jammer dat er maar vijf in een doosje zitten Na de stop ga ik van de geplande route. Nee nee, niet onverhard. Op een bord heb ik een tekening gezien dat er in het stadje een mooie boulevard langs de Donau gelegd is (Europese pot). Door het goede wegdek vliegen de kilometers onder de wielen door. Het is ook niet de bedoeling dat ik om twaalf uur al aan het hotel ben. Ik parkeer Guz in de schaduw voor een leegstaand pand. Hier moet je echt wel een hoen zijn om geen zwaluw op zijn nest te kunnen fotograferen. Tientallen nesten hangen onder de oversteek van het gebouw. Het is er zo druk dat de nesten als een soort appartementen gebouwd zijn elk met een eigen ingang. Prachtig om deze atleten bezig te zien. De boulevard is netjes, er is ook een soort parkje aangelegd. Een prachtig zicht op de Donau waar de vissers in kleine bootjes de netten op aan het halen zijn. Na dit intermezzo hebben we het ver gehad voor vandaag. Om klokslag één uur sta ik aan de receptie van het Silistra hotel, gelegen in Silistra. De stad is de vierde grootste stad van Bulgarije. Door de nodige problemen met mijn Master Card is het over half twee voordat ik op mijn kamer ben. Guz staat geparkeerd in de afgesloten ondergrondse garage van het hotel. Wat een weelde, ik kan met mijn bagage in de garage de lift in om op de vijfde verdieping aan te komen. Aan de receptie kom ik aan de klap met een man uit Oostenrijk. Hij reist de Donau af met een fiets. Het is het tweede deel waar hij nu mee bezig is. Enkele jaren geleden heeft hij het eerste deel gedaan. Een half jaar doet hij er over, moederziel alleen. Het blijkt een Oostenrijker te zijn.

Ondertussen is het hier bloedheet geworden. Ik heb dan ook niet veel zin om in deze hitte de stad in te gaan, het is heerlijk fris op de kamer en er staat een grote asbak. En, ik heb en doosje lekkere sigaren. Ik haal mijn waterkokertje uit de rugzak zet een kom thee en steek een heerlijke sigaar op. Wie doet me wat? Ik neem de tijd om de reacties op de blog te beantwoorden, ik denk dat ik niemand heb overgeslagen. Gewoon even scrollen in de rechtse kolom van de blog om de antwoorden te vinden. De gps, en scherm van de helm woorden onderhanden genomen want het ziet er allemaal nog al stoffig uit. Er moet ook nog een probleem met de tank tas opgelost worden. De rits komt namelijk los. Als ik er niets aan doe komt de rits stukje voor stukje helemaal los. Eindelijk komt de naald en draad dat ik al jaren meesleur van pas. Met veel geklooi krijg is de ritsluiting over het kapotte stuk. Ik naai de rits in het kapot gedeelte terug vast en klaar is Kees. Het moeilijkste van heel de zaak was om die verdomde draad in dat piep klein gaatje van die naald te krijgen. Naald is maar en keer gebruikt en zal ook de laatste keer zijn. Bij het opruimen laat ik die klote naald vallen, ik heb hem niet meer terug gezien. Waarschijnlijk zal ik er morgen met mijn blote voeten in trappen zeker.

Speciaal voor Lucien zet ik een foto van een Bulgaarse vrouw op de blog. Kom nu a.u.b. niet met allerlei vragen in de aard van een foto van; een Bulgaar, visser, slang enz. Voor Theo zet ik natuurlijk een foto van die heerlijke sigaren op de blog. De laatste foto is genomen vanaf het balkon van de kamer.

Morgen bereik ik het doel van deze reis. Tulcea, aan de monding van de Donau. Volgens de vriendelijke dame aan de receptie wordt er voor morgen regen voorspeld. Hopelijk zit ik geen drie dagen in de regen.

 Afwachten maar, het is te volgen op de blog.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
6 reacties Reageer op dit bericht

Reisverslag Bulgarij naar Svishtof

Een helse rit

Prins heerlijk geslapen vannacht. Het hotel is fantastisch. Het avondeten is dit hotel echter onwaardig. Als ze deze kok niet dringend vervangen zullen er nog weinig gasten hier komen eten. Het ligt zeker niet aan de producten die gebruikt worden. Maar als je en sausje maakt is het volgens mij een kleine moeite omdat warm te serveren, niet met stukjes groenten die ijskoud zijn. Dus het Skalite hotel is zeker en aanrader maar toch maar best één van de vele restaurantjes in de buurt bezoeken voor het diner. Het ontbijt was goed met voldoende keus. De gezondheid is onder controle er wordt dan ook rond een uur of halfnegen welgezind gestart. Het weer is uitstekend, strakke blauwe lucht dus vol op zon en de wind is veel minder dan gisteren. De motorkledij is nog maar eens omgewisseld, we vertrekken met een graad of achttien voor een rit van 298 km. Nog vergeten te vermelden de munteenheid hier is de Lev. 1 euro is 1,95 Lev. Dus ik deel de Bulgaarse prijzen door twee om het in euro te weten.

Er staat eerst een afdaling te doen van een twintigtal kilometers. Aangezien we midden in de bergen zitten betekent dit de ene haarspeldbocht na de andere. Normaal geen probleem ik neem ze zelfs graag. Maar hier is het allemaal net iets anders. Los zand, grint en afgewaaide takken liggen op de weg. Niet bepaald de ideale mix voor een motorrijder. Het tempo ligt dan ook bijzonder laag. Na de zoveelste haarspeldbocht neem ik de eerste foto van en mooi vergezicht. Na deze foto een foto van het wegdek dat ik tijdens de afdaling regelmatig over moest manoeuvreren, rijden kun je dit niet meer noemen. Eenmaal als de afdaling achter de rug is komt er een redelijk saai stuk, ik bedoel saai tegenover gisteren er is hier altijd wel iets te zien meer de gewenning begint blijkbaar al op te treden. Het is tijd voor mijn sigaartje, ik stop dan ook bij een redelijk groot benzinestation, de kleine pompjes vertrouw ik voor geen haar. Het zal voor Guz weer de 95 zijn die getankt wordt, waarschijnlijk zal hij weer brommen maar ik heb hier nog geen 98 kunnen ontdekken. Ik neem ook een paar flesjes water want het beloofd een dorstige dag te worden. Op het aangenaam terras lekker in het zonnetje blijf ik iets te lang zitten. Ik kijk naar de zwaluwen die met hun nesten bezig zijn (jammer genoeg zijn ze me telkens te vlug af voor de foto. Hoog in de lucht zweeft er een koppel ooievaars en tientallen gele vogeltjes vermaken zich in de berm. Het zijn volgens mij een soort vinken, goudvinken misschien? Ik weet het niet jammer genoeg is mijn kennis over vogels nog slechter dan mijn brabbel Engels. Ik zou aan beiden eens deftig moeten werken. Na deze pauze kom ik bij een mooi vergezicht uit, jammer genoeg te ver van de baan om een fatsoenlijk foto van te maken. Ik zie echter een onverhard weggetje naar een plaats lopen waar ik perfect die foto zou kunnen nemen. Dom, dom, dom. Waarom heb ik altijd van die ogenblikken dat ik absoluut mijn verstand weiger te gebruiken. Waarom zo focussen op een foto en denken; er is nog nooit niemand zijn leven lang met een motor op een onverhard weggetje blijven staan. Mensenlief dat he ik geweten. Na een driehonderd meter kom ik in sporen waar een vier een vier maal vier nog last zou hebben. Ik durf geen meter verder rijden. Beteuterd sta ik wat in het rond te kijken, behalve wat mussen is er niets te zien. Absolute stilte. Aangezien ik geen tent bij heb kan ook niet blijven slapen. Zelfs als ik wel een tent zou hebben was het probleem nog niet opgelost. Het probleem is namelijk, hoe moet ik in Godsnaam Guz uit dat spoor krijgen om terug te keren. Twintig minuten ben ik daar mee bezig geweest. Schijters bang dat ik omver zou gaan met Guz. Ik krijg die in dat spoor van zijn leven niet alleen terug recht. Met een constant slippen en schuivend achterwiel kom ik toch zo ver dat ik al dwars op het pad sta. Door het constant slippen van het achter wiel stinkt het naar verbrand rubber. Eindelijk kom ik centimeter voor centimeter zou ver dat Guz dwars over het pad staat. Het achterwiel nog in het spoor, het voorwiel in het andere spoor. Gelukkig was de onderkant van Guz nog vrij. Nu moest ik een berekend risico nemen, Gas geven, het voorwiel in het spoor houden en het achterwiel al slippend schuin uit het spoor zien te. Het gas zeker niet lossen anders is de kans te groot dat ik op mijn bek terecht kom. Mijn koppeling laten slippen en maar voorzichtig gas blijven geven. Op het kritieke moment dat het achter wiel uit het spoor kom geef ik wat gas bij om mijn evenwicht te kunnen behouden. Guz springt netjes met het achterwiel in het goede spoor. Een beetje verder op een fatsoenlijk plekje Guz weggezet. Afstapt en me een paar harde klappen tegen mijn kop gegeven. Als ge dat nog een keer lapt wordt Guz op pensioen gezet en gaat de Kees naar een rusthuis. Einde discussie. Toch nog maar snel een foto genomen, hij trekt op niets omdat ik niet ver genoeg ben gereden. Ik zet Guz op de foto en zeg dat hij zijn geknor moet houden, hij/zij ziet er precies tien jaar ouder uit.

Na dit avontuurtje komen we via een paar mooie vergezichten in het stadje Lom aan. Buiten dat er veel ooievaars hun nesten hier hebben is er weinig te zien. Na Lom komen we op een prachtige route met magnifieke vergezichten, de tijd begint echter te dringen, het is over twaalf uur we hebben amper 140 kilometer afgelegd. Hier kom ik ook voor de eerste keer in Bulgarije aan de oever van de Donau. Het is ondertussen een rivier geworden om u tegen te zeggen. Van de vergezichten heb ik niet veel foto’s, het asfalt is zo slecht dat de gemiddelde snelheid van dien aard is dat ik geen tijd meer heb om veel te stoppen. Een foto nemen is stoppen, helm afzetten, handschoenen uit doen en een eindje stappen om een goed zicht te hebben, dit alles twee keer natuurlijk. Vanaf hier heb ik wel de helmcamera veel gebruikt, hoef ik maar op een knopje te drukken. Jammer genoeg kunnen er op deze blog geen filmpjes gezet worden er zitten echt spectaculaire beelden bij ook van het wegdek. Na een twintigtal kilometer is het gedaan met de vergezichten. Ik kom een kerkhof tegen en kan het niet laten om er een foto van te nemen. Ook in Roemenië liggen de kerkhoven er zo bij , daar had ik echter geen kans om er een foto van te maken. Er staan nog 140 moeilijke kilometers te wachten. Een helse rit wordt het, op de zeldzame stukken goede asfalt lap ik voor deze keer de maximum snelheid van 90 km per uur aan mijn laars. Ik kom danig in tijd gebrek door de slechte staat van het wegdek. Het is een schande en eigenlijk pesterij van de bevolking hier dat die wegen er zo bij liggen. Een schoolbus kruipt werkelijk tussen de gaten door, over snelheid kun je zelfs niet spreken. Kilometers aan een stuk rijdt hij stapvoets, grote stofwolken achter zich latent. Op een fatsoenlijk wegdek zouden de schoolkinderen minsten een uur per besparen. De maximum snelheid van 90 km per uur niet aanhouden kost me bijna mijn kop. Het is mijn dag niet vandaag. Door de schaduw van de bomen zijn de gaten in het wegdek niet zo goed te zien. Ik rij met een snelheid van ongeveer 110 km per uur wanneer ik in een tamelijk goed wegdek te laat een redelijk diep gat zie. Ook deze keer ben ik weer wat blij dat ik de broodnodige motorervaring heb opgedaan tijdens mijn talrijke reizen. Waarschijnlijk zal er ook wel wat geluk bij te pas gekomen zijn maar ik kan het gat ontwijken. Toch blijf ik onder tijdsdruk risico’s nemen, weliswaar zo berekent mogelijk. Non stop heb ik gereden van 13 uur tot 17 uur over kilometers bar slecht wegdek afwisselend met redelijk wegdek. Ik moet eerlijk zeggen toen ik na veel gezoek, ook dat nog in het hotel aankwam ik steendood zat. Als er morgen onder Guz geen halve liter olie ligt is het verdomme een sterk beest.

Eenmaal in het hotel geïnstalleerd, ook niet zonder moeite wegens geen woord Engels aan de receptie kan ik genieten van een fijne douche. Een douche van het type drie in één. Je moet wel goed nadenken wat je eerst wil gaan doen. Ik zou denken een kakje.  Na de douche geniet ik van het prachtige decor van op het balkon van mijn kamer. Het is niet altijd even leuk op reis.

Het is echt mijn dag niet vandaag. In het restaurant wordt ook geen woord Engels gesproken. De menukaart is enkel in het Hongaars Maar allee ik heb gegeten. Ik dacht kip, het was kotelet, ik dacht rijs maar het waren gelukkig frieten. De koffie en het nagerecht heb ik maar gelaten voor wat het was. De halve liter Tuborg kon ik aanwijzen.

We blijven in Bulgarije, morgen 16/05 naar Silistra. Een ritje van 207 kilometer, hopelijk over een fatsoenlijk wegdek.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
4 reacties Reageer op dit bericht

Reisverslag Bulgarije

Belogradchik

Verdomt slecht geslapen vannacht. Het ligt zeker niet aan het bed, maar ik heb danig last gehad van buikpijn. De oplettende blogvolger zal ondertussen wel begrepen hebben dat mijn gezondheid hier en daar wat te wensen onverlaat. Om alles onder controle te houden spuit ik drie keer per dag insuline en neem z’n zeventig pillen per week in. Verder ga ik hier niet over uitweiden.

Ik neem een licht ontbijt, voor ik vertrek neem ik een paar pijnstillers en een Buscopan in. Hopelijk is dit voldoende, als de buikpijn doorzet zou dit het einde van mijn reis kunnen worden. Het is acht uur wanneer de poort opengegooid wordt en we kunnen vertrekken voor wat later zal blijken weer een prachtige rit. Guz is nog altijd in topvorm, buiten wat gerammel van het hitteschild rond de uitlaat is er geen vuiltje aan de lucht. Ik krijg langs de oever van de Donau een stevige zijwind, om niet te zeggen een zeer harde zijwind. Regelmatig krijgt Guz dan ook flinke opdonders en moet ik zijdelings tegen de wind gaan hangen om het spoor een beetje te kunnen houden. Ben weer blij dat ik toch al redelijk wat motorervaring heb. Harder dan 70 km per uur zit er met deze wind niet in. Ik laat het scherm van mijn helm naar beneden omdat er hier en daar wat afgewaaide takken op de baan liggen. Ik zou bij toeval niet graag zo’n tak in mijn gezicht krijgen zonder bescherming. (veiligheid op de eerste plaats he Mieke) Ik ontdek weer een raar fenomeen. Door de harde wind die recht op de oever blaast drijven er grote takken en wrakhout naar de oever. Tientallen mannen en vrouwen staan dit hout uit de rivier te vissen. ZE leggen het in stapeltjes op een muurtje dat naast de baan loopt om het te drogen. Geen kans gehad voor een foto wegens niet kunnen parkeren. Het is een grote baan met weliswaar weinig verkeer mar ik probeer in vreemde langden het contact met de arm der wet zo miniem mogelijk te houden. Ook weeral geleerd door ervaringen die minder prettig waren.  Na een twintigtal kilometers verlaat ik de Donau, niet omdat ik deze rivier beu ben, gewoonweg omdat de weg zo loopt. Reizen kan ook simpel zijn, gewoon de weg volgen. We rijden de hoogvlakte van Roemenië in. En wat voor een hoogvlakte, prachtige vergezichten, en mooie kleurige bermen. Bij ons is dit onkruid en wordt het weggespoten of gemaaid. Hier laten ze het staan en het is prachtige. Regelmatig zie ik in de verte herders met kudden schapen en/of geiten. Het ziet er allemaal zeer vredig uit en er is een zalige stilte. Het vervoermiddel is hier overduidelijk paard en wagen. Hier ook gen lijken van dieren op de weg. Je moet al een verschrikkelijk dom beest zijn om je dood te laten rijden door een paard met wagen zou ik denken. Op het land wordt nog echt de paarde kracht gebruikt, grote stukken grond worden geploegd met het paard als trekmiddel. Het wieden van de eindeloze akkers gebeurd hier met de hand. Zowel mannen als vrouwen zijn (meestal ouderen) in groepjes op de schrale droge akkers bezig en dit onder een hete zon. Natuurlijk is er ook een keerzijde aan deze charmante bezigheid (om als toerist er naar te kijken). De tegenstelling is de bittere armoede die er is in de afgelegen dorpjes. Door hard labeur op de akkers proberen deze mensen zich min of de kop boven water te houden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er amper jonge mensen te zien zijn. Volgens mij zijn het veel Roma’s die in de afgelegen dorpjes wonen. Ze leven echt aan de onderkant van de maatschappij. Je hebt er drie soorten; een soort met een kruiwagen, de betere met een ezel en kar en de beste met paard en wagen. Ik wordt in deze afgelegen dorpjes argwanend na gekeken. Niet te verwonderen natuurlijk als er één of andere Pipo op een zware motor met op zijn helm een camera en microfoon voorbij komt. In één van de dorpjes roept er iemand wat scheldwoorden naar mij. Ik reageer niet, kan hem zelfs begrijpen. Alleen, ik kan er ook niets aan doen dat hij hier geboren is. Naar België komen is volgens mij ook geen oplossing. Hij zal het er zeker niet beter hebben als hier. DE Vlamingen en de Walen lusten elkaar rauw. Althans volgens de politiek en ook wel een beetje door de stembus uitslag. Is mijn persoonlijke mening en ik wens echt niet de politieke toer op te gaan. Ben er toch wel zeker van dat die Roma bij ons niet welkom is. De Donau is vanaf de hoogvlakte nog regelmatig in al zijn schoonheid te zien.

Terwijl ik langs een kudde geiten rij zwaait de herder spontaan naar mij. Dit laat ik niet liggen. Ik keer direct om en rij tot bij de herder. Een trotse herder mag ik wel zeggen. Het enige wat ik van hem versta is dat hij een Roemeen is. Natuurlijk wil ik een foto nemen, ik krijg het hem niet uitgelegd dus laat ik hem mijn fototoestel zien. Hij keek er naar zoals vroeger volgens mij een Indiaan naar Columbus heeft gekeken toen hij een spiegeltje kreeg. Nu begrijpt hij dat ik een foto wil nemen, ik probeer hem bij zijn kudde te krijgen maar dat wil hij niet. Zijn stok wil hij ook niet vasthouden. Het is dan ook wat het is. Een fiere herder met opgeheven hoofd op de foto. Hij maakt van mij ook een foto en vind het prachtig dat de foto’s op het schermpje van het toestel komen. Tussendoor stuurt hij regelmatig zijn hond naar de kudde om deze bij te sturen. Na eindeloos handen geschud en schouderklopjes kan ik vertrekken. Toch nog maar en foto genomen wanneer hij naar de kudde wandelde. Hij bleef me nazwaaien tot ik in de bocht verdwenen was. Heb ik misschien een verkeerd beeld van armoede? Deze mens kwam niet ongelukkig over, hij heeft volgens mij ook geen nood aan allerlei technische rommel. Tevreden met zijn kudde en zijn hond het moet kunnen.

De hoofdweg waar we over rijden is matig tot goed van kwaliteit. De zijwegen zijn allemaal onverhard. Ze liggen er echter zo uitnodigend bij dat ik het niet kan laten om een onverhard weggetje mee te pikken. Na amper een kilometer begint Guz te zeuren. Als je graag wilt gaan crossen, koop dan een motor om mee te crossen en laat mij aan de kant staan. Is het nog niet genoeg dat mijn hitteschild helemaal naar de bliksem is? Eigenlijk geen domme opmerking en ik besluit dan toch maar om het asfalt terug op te zoeken. Na een paar kampen te zijn voorbij gereden komen we aan bij een prachtige brug over de Donau. Ik een kotje zit een soort bewaker die er op tie kijkt dat er geen foto’s van de brug genomen worde. Aangezien mijn helmcamera nog opstond heb ik wel beelden van de brug. Hij deed echter teken om de camera onmiddellijk af te zetten, waar ik ook direct op in ging. Met en kwade blik gaf hij me toegang tot de brug. Ik rij over de brug en kom op en prachtig geasfalteerde weg die, je gelooft het nooit na tweehonderd meter overging in onverharde weg. Volgens Garmien een kilometer of vier. Guz begon waar te brommen maar deze keer gingen we niet terug. Eerst een stuk met niet anders dan ribbels de vering kraakte en piepte van jewelste. Heel de dag amper een auto tegengekomen, hier twee die in grote stofwolken op ons af kwamen. Na de ribbels los zand en grind. Ik kan jullie vertellen dat door los zand en grint rijden met een baanmotor geen sinecure is. De zijdelingse rukwinden maakten het er zeker niet gemakkelijker op. Toch een voordeel, door de uiterste concentratie had ik geen last meer van buikpijn. O f zouden het toch de pillen geweest zijn? Nadat deze hindernis genomen is rijden we weer over heerlijk asfalt. We komen prachtige tafereeltjes tegen, zoals de familie gans dat op pad is. Ook de Donau laat zich hier weer op zijn mooiste zien. Als of het nog niet genoeg is krijg ik ook nog een groepje ooievaars in het vizier. Het was even een geklik van jewelste.

Ondertussen was het twaalf uur geworden en zou de grens met Bulgarije in zicht moeten komen. Ik viel dan ook bijna van Guz nadat Garmien mij wist te vertellen dat ik binnen vijftienhonderd meter op de ferry moet rijden. Ferry, wat ferry, ik weet van geen ferry. Volgens mij ligt er een prachtige brug over de Donau (Europese pot weet je wel). Ik had onderweg al gezien dat de route op het scherm van Garmien een stuk door het water ging. Geen paniek, dat gebeurt meer in dit soort landen. De kaarten zijn namelijk niet zo nauwkeurig hier. Even her berekenen als het zo ver is en klaar is Kees. Niet dus, opeens sta ik voor een bord Ferry en een kantoor waar de tickets gekocht moeten worden. Ik heb geen enkele Roemeense cent meer in mijn zak. Hopelijk brengt de creditcard een oplossing of misschien eventueel euro’s. Met een klein hartje (ik heb nog eens aan een grens gestaan zonder lokalen munt, Theo, mijn toenmalige reisgezel weet er alles van het was namelijk in Syrië) stap ik naar het loket. Geen visa, geen Master Card maar God zij geprezen wel euro’s. Dar gaan mijn laatste euro’s dacht ik. Met zes euro was ik er van af. Een honderd meter verder staat een douanier mij op te wachten, vriendelijk vraag hij om mijn paspoort en het doel van de reis. Ik geef hem de nodige uitleg en kan zonder problemen verder rijden. Ik rij het haventje op en zie twee rijen vrachtwagen staan en een lange rij personenwagens. Niet met mij denk ik. Even spookrijder gespeeld om de rijen te passeren om me als eerste in de rij te zetten. Ik heb Guz nog niet stil gezet of ik werd door één of andere klakmans aan de kant gezet. Voor de eerste keer geen enkele moeite om hier iemand te verstaan. Hij zegde namelijk niets. En woord, geen letter een duister blik en een armzwaai. Daar staan ze dan, ondertussen komt er een prutsbootje af met wat voetgangers, zes vrachtwagen en een stuk of tien personenwagen. Met deze vracht was heet bootje barsten vol. Aan mijn kant stonden er zeker een twintig vrachtwagens en zoveel personenwagens. Oei, denk ik, als die klakmans me hier laat staan tot ik echt aan de beurd ben kan ik maar best ergen een tentje gaan kopen. Het bootje is aangemeerd en de paar wagens die er op staan rijden er af. Nu er af rijden is veel gezegd. Blijkbaar is het waterpeil van de Donau met de tijd zover gezakt de helling te stijl is geworden. Met balkjes en stukken hout wordt dit opgelost. Je moet he gezien hebben om het te geloven. Een andere klakmans begint er werk van te maken om de ferry te laden. Eerst helemaal rechts van de ferry tien personenwagens. Dan moeten de vrachtwagens met hun lange trailers de ferry op. De bestuurders laten de achterkant van de trailer omhoog gaan doormiddel van luchtdruk. Dit om te vermijden dat ze met de achterkant van de trailer op het weg dek komen. Nu blijkt dit bij een trailer niet te gaan. De trailers voor autotransporten hebben een dergelijk systeem niet. De arme bestuurder rijdt heel het spel dan ook hopeloos vast. Echt waar, een kwartier zijn ze met planken en balken bezig geweest om die vrachtwagen op de ferry te krijgen. Er was nog plaats voor twee vrachtwagens op de ferry. Na de eerste van de twee start ik Guz en maak ik aanstalten om de ferry op te rijden na. Niet dus, eerst die tweede vrachtwagen nog, is er dan nog een plaatsje zijn dan mag ik mee. Natuurlijk was er nog een plaatsje, Guz staat weliswaar Bina met het achterwiel in het water maar we zijn mee. Er worden de nodige foto’s getrokken. Een vriendelijk bemanningslid vraagt of hij en foto van mij moet maken. Natuurlijk wat had je gedacht. Op één van de foto’s is in de achtergrond een prachtige brug over de Donau te zien. (Europa weet je nog) Er is echter en klein probleempje. ER LOOPT GEEN WEG NAAR TOE. Hoe kunnen ze het verzinnen. Het bemanningslid vindt het prachtig, zolang er geen weg ligt blijft hij zijn baan houden. Er waait een felle wind over de Donau, maar het bootje vaart met een fikse snelheid van elf kilometer per uur naar de overkant. Na een twintigtal minuten zijn we aan de overkant. Ook daar staan rijen auto’s te wachten.

Aan de grensovergang staat een mooi bord over de breedte van de weg met welkom in Bulgarije en het wapenschild van Bulgarije. Een mooie foto dacht ik zo. De douanier dacht er anders over, fototoestel terug in de tanktas. Dit was het enige probleempje. Snel vertrekken we dan ook. Bij het volgende loket moet ik echter een noodstop maken. Toeristische dienst mijnheer, of u even zes euro toeristenbelasting wilt betalen. Omdat u met de motor bent hoeft u geen wegenvignet te kopen. Ik krijg na betaling een bewijs met allerlei officieel uitziende stempels. Zolang ik in Bulgarije aan he verkeer deelneem moet ik dit bewijs bijhebben om bij een eventuele controle dit te laten zien.

De eerste indruk van Bulgarije is weeral de alomwezige armoede. Het wegdek doet aan Syrië denken. Geen enkele witte streep en ook als het droog os weinig grip. Als snel ben ik het stadje uit en rij de bergen in. Mooi asfalt en heerlijke bochten die enthousiast in duik. Iets te enthousiast volgens Guz. Hij laat het achterwiel even schuiven zodat ik er aan herinnerd wordt dat de wegen hier weinig grip hebben. Aangezien ik naar Guz een stuk beter luister als naar mijn echtgenote neem ik direct gas terug om in een gezapig tempo de laatste dertig kilometer af te haspelen.

Rond half drie kom ik in het hotel Skalite aan gelegen in het stadje Belogradchik. Prachtig is het hier. Ik zit midden in de bergen. Op de hoogste toppen is nog sneeuw te zien. Het hotel is formidabel. Een portie brengt me tot aan de receptie? Ik schaam me dood hoe ik hier sta. Vuil, bezweet en in motorkleren. Ik excuseer me dan ook voor mijn kleding bij de vriendelijke jonge dame aan de receptie die trouwen perfect Engels spreekt. Weer begin ik me te schamen, nu over mijn brabbel Engels. Voor de jonge dame echter geen enkel probleem. Blij dat u voor ons hotel heeft gekozen mijnheer. Ik wens u een aangenaam verblijf. Guz staat geparkeerd op een afgesloten parking met bewaking. Ik zit in een kamer met zicht op de bergen, een heerlijke regendouche, airco en tv natuurlijk. Voordat iedereen gaat denken wat een rijke stinkerd is dat, de prijs voor een overnachting in halfpension bedraagt € 45.

Snel onder de regendouche, de wandelschoenen aan en de bergen in voor de nodige foto’s. Als ik op het pleintje voor het hotel kom zie ik dat het hotel een dakterras heeft. Beslissing is snel genomen. Het worden foto’s genomen van het dakterras. Zit hier heerlijk met het zonnetje op mijn bolletje en een lekker half litertje. Zeg nu zelf, tocht beter dan thuis onkruid wieden.

Morgen 15/05 een zware rit van 298 kilometer binnenwegen naar Svihtov. We verblijven dan in hotel Pri Popa

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Reizen door Europa

↑ Terug naar de berichten