Archief
de dawah project in suriname
Moslimmeiden zetten daw’ahproject ‘ar-rahmah’ in Suriname op!
voor alle duidelijkheid als jullie de foto's willen bekijken van het project moet je me even mailen,
dan stuur ik je de foto's van begin tot eind.
Ik ben bekeerde in 1986 via Surinaamse moslims tot de islaam en ben in 2009 voor het eerst naar Suriname gegaan en was diep onder de indruk van de overweldigende natuur en de kennis die mensen hebben van de planten en kruiden en hoe men dit toepast als geneeswijze. Een andere zaak die indruk op me maakte, is het feit dat er wel moskeeën zijn, maar geen krachtige lezingen, da’wah, weinig boeken en veel verdeeldheid. Soms zijn moskeeën dicht of vrijwel leeg omdat er geen iemaam is of djamaa’ah. In augustus 2010 besloot ik samen met een groep moslimmeiden uit Amsterdam een daw’ah centrum in Suriname op te richten in het dorp ‘Lelydorp’. Het idee ontstond omdat men in Suriname ook de Nederlandse taal spreekt en er dus in de Nederlandse taal onderwezen kan worden en de Nederlandstalige boeken met islamitische kennis ook bruikbaar zijn. Mijn intentie was om de meisjes het belang van ‘sadaqah-djaariyah’ te laten inzien, aangezien de meeste jongeren veel tijd aan het wereldse geven en weinig voorbereiden als sadaqah-djaariayah. Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Profeet heeft gezegd: “De goede daden die een gelovige na zijn dood zullen bereiken zijn: Kennis welke hij leerde en vervolgens verspreidde, een vroom kind dat hij achter laat, een kopie van de Qur’aan welke hij als erfenis achter laat, een moskee die hij bouwt, een huis dat hij voor reizigers bouwt, een kanaal dat hij graaft, of sadaqah welke hij tijdens zijn leven gaf toen hij nog gezond was. Deze daden zullen hem na zijn dood bereiken.”
Hadieth Hasan volgens al-Albaanie in: Sahieh Ibn Maadjah
Wij verzamelden 4500 euro waarvan ik slechts betrouwbare boeken kocht en naar Suriname verscheepte.
Vervolgens verzamelden wij 5000 euro in, waarvan verf, cement, hout voor kozijnen en deuren, ramen, verf, airco, tafels en stoelen, een zithoek etc. zijn gekocht om het centrum af te maken. De mannen die het stort; timmer en stukadoorswerk hebben gedaan zijn ook betaald, het verfwerk heb ik allemaal zelf gedaan. Het centrum wordt ‘Ar-rahmah’ genoemd vanwege de vele overleveringen die gaan over rahmah (compassie, genade) en omdat wij rahmah als basis van het samen zijn en werken met de mensen willen hanteren. Het bestaat nu uit een klaslokaal/ bibliotheek en ontmoeting/zitruimte ernaast.
Sinds 2011 storten meerdere mensen maandelijks geld om lessen te kunnen verwezenlijken waarin kinderen de Qur’aan uit hun hoofd leren. Dit is zodoende het salaris van de Qur’aanleraar.
Het doel van het project is: Het geven van Qur’aanlessen en betrouwbare islamitische kennis gebaseerd op de Qur’aan en de soennah en het begrip van de metgezellen, het begeleiden en steunen van nieuwe moslims, een bibliotheek in het centrum waaruit men kan lenen, het werven van sadaqah voor deze daw’ah vanuit Europa en andere landen. Het in het bijzonder onderwijzen van kinderen en jongeren om hen een ruim begrip van de islaam te geven
Wij willen graag op het erf (zie linker twee foto’s) een paar huisjes zoals op de foto’s rechts laten bouwen. (400 per hut/huisje) Wij hebben nog geld nodig voor het storten van de grond en dak van de gebedsruimte (4000 euro), afbouwen van het terras, (1500) afbouwen van de bovenverdieping (5000). We hebben jullie hulp hard nodig. Alle verdere gegevens staan op mijn site: www.compassion-in-islam.com. Ook het rekeningnummer staat bij: ‘projecten.’
Dja’far bin Muhammad adviseerde Sufyaan Ath-Thawrie: “Daden van vrijgevigheid worden perfect door drie kwaliteiten; het sneller weggeven, het als iets kleins zien (hoe groot de hoeveelheid ook is), en het in het geheim weggeven.” (‘Sifatus-Safwah’ deel 2. P. 169. En: ‘Hilyatul-Awliyaa’. deel 3. P. 198)
En Al-Hasan radjia allahoe 3anhoe zei:
“In dit leven is een gelovige net als iemand in een gevangenis. Hij probeert
zichzelf vrij te kopen en zelfs dan voelt hij zich nog niet veilig (of zijn
daden wel of niet van hem geaccepteerd zullen worden) totdat hij Allaah de
Verhevene en Meest Geëerde zal ontmoeten.”
‘Djaamie’ ul-‘Uluum wal-Hikam’ p. 269
het witr gebed
Het witr-gebed
Het witr-gebed is soennah moe’akkadah (zie Hoofdstuk 2). De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft het sterk aangeraden. Hij sloeg dit gebed nooit over, zelfs niet op reis of rijdend op een kameel.
Er ligt zoveel nadruk op het verrichten van het witr-gebed, dat sommige moslimgeleerden daaruit opmaken dat het 'waadjib' (verplicht) is. Echter, na nauwkeurige hadietsstudie wordt duidelijk, dat het niet waadjib is, maar sterk aangeraden.
Vaak denken moslims dat het witr-gebed onderdeel is van het 'Isjaa'- gebed. Dit is niet zo. Het witr-gebed is een op zichzelf staand gebed en kan gebeden worden vanaf na het 'Isjaa'-gebed helemaal tot het aanbreken van de tijd voor het Fadjr-gebed. Voor het gemak van de moslims heeft de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) toegestaan dat het witr-gebed direkt na het 'Isjaa'-gebed gebeden kan worden. 'Witr' betekent in het Arabisch 'oneven'.
In een hadiets zei de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn): "Allah is Oneven en Hij houdt van het aantal oneven." (Moeslim)
Allah houdt ook van oneven nummers, als ze door twee gedeeld worden, blijft er altijd één over. Daarom gaf de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de voorkeur aan oneven getallen. Hij hield ervan om in zijn dagelijks leven dingen in oneven aantallen te doen, zoals: het verrichten van gebeden, het zeggen van doe’a's, het eten van dadels etc. Daarom vroeg de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) aan zijn metgezellen om witr te bidden aan het eind van het nachtgebed, zodat het aantal raka’aat van het nachtgebed oneven wordt.
‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het nachtgebed bid je in groepjes van twee raka’aat. Als iemand van jullie voelt dat de dageraad nabij is, bidt hij nog één raka’ah om heel het nachtgebed oneven maken." (Boekharie, Moeslim)
Het aantal raka’aat van het witr-gebed
‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het witr-gebed is één raka’ah aan het einde van het nafl-gebed van de nacht." (Moeslim)
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Elke moslim hoort het witr-gebed te bidden. Wie vijf raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen, wie drie raka’aat witr wil bidden, laat hij het doen en wie één raka’ah witr wil bidden, laat hij het doen." (Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah)
Uit de bovengenoemde ahadiets begrijpen we dat het witr-gebed eigenlijk uit één raka’ah bestaat en dat iemand ook 1,3,5,7 of 9 raka’ah witr kan bidden. Al deze aantallen zijn goedgekeurd door de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in de authentieke ahadiets.
De tijd voor het witr-gebed
Het witr-gebed kan gebeden worden direkt na het 'Isjaa'-gebed tot net voor de Fadjr (dageraad).
‘Aaisjah (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde: "Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad witr op alle tijden van de nacht. Soms bad hij witr in het eerste deel van de nacht, soms in het middelste deel van de nacht en soms in het laatste deel van de nacht; maar hij maakte zijn nachtgebed altijd af voordat de dageraad kwam." (Boekharie, Moeslim)
Dus iemand die denkt dat hij niet op kan staan om aan het eind van de nacht witr te bidden, kan het meteen na het 'Isjaa'-gebed bidden of voordat hij gaat slapen. Maar iemand die denkt dat hij 's nachts kan opstaan om nafl-gebeden (vrijwillige) te verrichten, hoort witr aan het einde van zijn nachtgebed te bidden.
Djaabir (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die niet aan het eind van de nacht kan opstaan, moet witr bidden in het eerste deel van de nacht. En iedereen die denkt dat hij aan het eind van de nacht kan opstaan, moet het witr-gebed dan bidden, omdat de engelen klaar staan om te getuigen van de gebeden, die aan het einde van de nacht verricht worden." (Moeslim, Ahmad, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)
Hoe bid je witr-gebed?
Als je één raka’ah witr bidt, dan verricht je het net zoals het gewone gebed. Als je 3,5,7, of 9 raka’aat bidt, dan zijn er meerdere manieren waarop je deze verrichten kan. Bijvoorbeeld:
a) Iemand die drie raka’aat witr bidt, kan eerst twee raka’aat op de gewone wijze bidden. Na de tasliem, 'as-salaamoe ‘alaikoem wa Rahmatoe-Llaah' eerst naar rechts dan naar links, staat hij meteen op om de derde raka’ah te bidden. Deze manier van witr bidden wordt 'witr bil-fashl' genoemd.
b) Iemand die drie of vijf raka’aat witr bidt, hoeft niet te gaan zitten voor tasjahhoed tussen de raka’aat. Alleen in de laatste raka’ah zit hij en zegt hij tasjahhoed.
c) Iemand die drie, vijf of zeven raka’aat witr bidt, zit alleen voor de tasjahhoed in de één-na-laatste raka’ah, namelijk in de tweede raka’ah als hij drie raka’at witr bidt, in de vierde raka’ah als hij vijf raka’at witr bidt en in de zesde raka’ah als hij zeven raka’at witr bidt etc. Hij hoort dan tasjahhoed te zeggen en op te staan voor de laatste raka’ah en het gebed af te maken.
Alle drie de manieren zijn naar het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en worden gepraktiseerd door de grote geleerden. Moslims kunnen dus één van deze drie methoden kiezen voor het witr-gebed. Als je drie raka’aat witr bidt, dan is het beter om methode a) of b) te kiezen;
Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Maak je witr-gebed niet gelijk aan je Maghrib-gebed."
De doe’a qoenoet in het witr-gebed
Het is soennah om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het witr-gebed te zeggen. Je zegt het dan ofwel voor de roekoe’ ofwel na de roekoe’.
Hoemaid (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) over de doe’a qoenoet vroeg, namelijk of deze voor of na de roekoe’ gebeden hoort te worden. Anas (moge Allah tevreden emt hem zijn) antwoordde: "We waren gewend om hem voor en na de roekoe’ te zeggen." (Ibn Maadjah, Qijaamoel-lail of Mohammed ibn Nasaar al Marwaazie, Fathoel Baari)
Alhoewel de doe’a qoenoet voor de roekoe’ gezegd kan worden, is het meer volgens het voorbeeld van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en beter om hem na de roekoe’ te zeggen.
a) Iemand die de doe’a qoenoet wil zeggen voor de roekoe’, kan hem beter zeggen nadat hij klaar is met het reciteren van Soeratoel-Faatihah en een hoofdstuk uit de Qoer-aan. Als je doe’a qoenoet opleest, mag je dat met opgeheven handen doen of je kunt ze gevouwen op je borst houden.
Enkele wetgeleerden staan erop dat het verplicht is om de doe’a qoenoet in de laatste raka’ah van het Fadjr-gebed te doen, maar als je de hadietsstudie bestudeert, dan vind je dat het noch in het witr-gebed noch in het Fadjr-gebed verplicht is. Dus als je in het witr geen doe’a qoenoet bidt, is je gebed wel gewoon volledig. En als je deze doe’a niet kent, hoef je ervoor in de plaats geen Qoer-aan of enige andere woorden te zeggen.
b) Iemand die de qoenoet na de roekoe’ wil zeggen, mag het met opgeheven handen doen voor zich of hij kan zijn handen langs zijn zij laten hangen.
Het is aangeraden en soennah om de doe’a qoenoet na de roekoe’ te zeggen en om je handen opgeheven te houden.
De doe’a qoenoet kan in elk gebed gezegd worden; het wordt ook soennah in het Fadjr-gebed gezegd. Qoenoet betekent dat men zich in overgave aan Allah stelt; er zijn verschillende soorten doe’a qoenoet. Hier volgt de tekst van de bekende doe’a die je in de dagelijkse gebeden leest.
De tekst van de doe’a qoenoet
Hasan ibn ‘Ali (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde: "De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) onderwees mij de woorden die ik in de doe’a van het witr-gebed moet zeggen en ze luiden zo:
'Allaahoemma-dinie fieman hadait, wa ‘aafinie fieman ‘aafait, wa tawallanie fieman tawallait, wa baarik lie fiemaa a’thait, wa qinie sjarra maa qadhait, fa innaka taqdhie wa laa joeqdhaa ‘alaik, Innahoe laa jadzilloe man-waalait, wa laa ja’izzoe man ‘aadait, tabaarakta rabbanaa wa ta’aalait, nastaghfiroeka wa natoeboe ilaik, wa shal-Lallaahoe ‘alan nabijj.
Oh Allah, laat mij behoren tot degenen die U hebt geleid, En laat mij behoren tot degenen die U hebt gered, En laat mij behoren tot degenen die U hebt uitgekozen, En zegen alles wat U mij hebt gegeven, En bescherm mij tegen het kwaad dat U hebt geschapen, waarlijk U besluit alles en niemand kan tegen U een ander besluit nemen, waarlijk degene die U liefheeft kan niet onteerd worden en degene die U vernedert kan niet geëerd worden, U bent gezegend, oh Heer en hoog verheven, onze Heer, wij vragen U om Uw vergeving en keren ons tot U (in berouw) en moge Allah zegeningen en genade geven aan de Profeet. (Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Maadjah, At-Tirmidzi)
Nu volgt een andere doe’a die door sommige geleerden aanbevolen is voor het witr-gebed:
'Allaahoemma innaa nasta’ienoeka wa nastaghfiroeka wa noe'minoe bika wa natawakkaloe ‘alaika wa noetsnie ‘alaikal-khaira wa nasjkoeroeka wa laa nakfoeroeka wa nakhla’oe wa natroekoe mai-jafdjoeroeka. Allaahoemma ijjaaka na’boedoe wa ilaika noeshallie wa nasdjoedoe wa ilaika nas’aa wa nahfidoe wa nardjoe rahmataka wa nakhsjaa ‘adzaabaka inna ‘adzaabaka bil-koeffaari moelhiq.
Oh Allah, wij vragen U om hulp en om Uw vergeving en wij geloven in U en stellen ons vertrouwen op U en wij loven U op de beste manier en danken U en wij zijn U niet ondankbaar en wij verlaten en nemen afstand van hem die U niet gehoorzaamt.
Oh Allah, wij aanbidden U alleen en bidden tot U en buigen helemaal tot op de grond voor U en wij snellen naar U en dienen U en wij hopen op Uw genade en wij vrezen Uw straf. Waarlijk de ongelovigen zullen Uw straf krijgen.'
Deze doe’a' kan gelezen worden, want het is een mooie doe’a', maar hij behoort niet tot de doe’a'-s die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) in zijn qoenoet zei.
Er zijn enkele andere doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk zei in zijn qoenoet in het witr-gebed of in andere gebeden. Je kunt al deze doe’a'-s samen lezen of één van hen of één van deze doe’a'-s met anderen combineren.
Het vrijdaggebed
Het belang van het bijwonen van het vrijdaggebed
"O, jullie die geloven! Wanneer de oproep voor het gebed op de vrijdag wordt gedaan, kom dan voor de overdenking van Allah en laat je zaken, dat is beter voor jullie als jullie het maar weten!”
(Qoer-aan Al-Djoemoe’ah: 9)
Het vrijdaggebed (djoemoe’ah-gebed) heeft een uiterst hoge waarde in de islam. Het heeft z’n eigen moreel, sociaal en politiek belang. Het is voor alle moslimmannen verplicht. Voor vrouwen en ernstig zieken, reizigers en slaven is het niet verplicht. Zij kunnen de djoemoe’ah bidden maar zijn er niet toe verplicht. De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft felle waarschuwingen gegeven aan degenen die zonder goede reden het djoemoe’ah-gebed overslaan.
In een hadiets van ‘Abdoellah ibn Mas’oed (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde hij wat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) eens had gezegd over de mensen die zonder geldige reden niet naar het djoemoe’ah-gebed komen. "Ik wou dat ik iemand kon aanstellen om het gebed te leiden, dan zou ik zelf naar de huizen gaan van degenen die het djoemoe’ahgebed zomaar overslaan en ik zou ze in brand steken met de bewoners erin." (Moeslim, Ahmad)
Een andere hadiets vertelt: "Iemand die drie opeenvolgende vrijdaggebeden overslaat, (bij hem) plaatst Allah een zegel op zijn hart (sluit Hij zijn hart af voor het geloof). (Ahmad, At-Tirmidzi, Aboe Dawoed)
Het belang van het reinigen voor het vrijdaggebed
Omdat bij het vrijdaggebed een tamelijk grote groep moslims samenkomt in een grote ruimte, hoort men zorg te dragen voor zijn lichamelijke reinheid. De islam legt nadruk op reinheid.
De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iemand die een bad neemt op vrijdag, zichzelf goed wast, olie en parfum gebruikt; en dan vroeg in de middag naar de moskee gaat en rustig en zonder te duwen of de mensen te storen plaats neemt, dan vrijwillige gebeden bidt zoveel als hij kan; dan stil luistert naar de Khoetbah (les, preek door de imaam); al zijn zonden tussen deze en de komende vrijdag zullen vergeven worden!" (Boekharie)
Het is beter om vroeg naar het djoemoe’ah-gebed te gaan
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Op vrijdag staan de engelen bij de deur van de moskee en schrijven de namen op van de mensen, die binnenkomen voor het djoemoe’ah-gebed, in volgorde van binnenkomst.
De eerste groep mensen die de moskee binnenkomt, krijgt een even grote beloning als voor het offeren van een kameel. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een beloning zoals voor het offeren van een koe. De mensen die na hen binnenkomen, krijgen een even grote beloning zoals voor het offeren van een schaap en de mensen die daarna binnenkomen, krijgen de even grote beloning zoals voor het offeren van een kip, een ei enz.
Er zijn verschillende beloningen voor mensen, wanneer zij binnenkomen. De engelen gaan door met het opschrijven van de namen van degenen die de moskee binnenkomen, tot de imaam gaat zitten om de Khoethbah te geven. Dan sluiten de engelen hun lijsten en gaan zitten om naar de Khoethbah te luisteren. (Boekharie, Moeslim)
Het gebed voor het vrijdaggebed
Als je in de moskee zit te wachten op het djoemoe’ah-gebed, kun je voordat de adzaan is gezegd zoveel nafl-gebeden verrichten als je wilt. Dit zijn twee raka’aat die je altijd hoort te bidden als je een moskee binnenkomt; het is een 'begroeting voor de moskee'.
Terwijl het gewoonlijk afgeraden is om net voor het Zdoehr-gebed te bidden, is het djoemoe’ah-gebed een uitzondering, omdat je voor de adzaan wel mag bidden. Deze regel is er, omdat de khoethbah meestal direkt na de adzaan begint en er dan dus geen gelegenheid meer is om extra te bidden vóór de khoethbah en het djoemoe’ah-gebed. Overigens verschillen de meningen over deze zaak per wetschool. In ieder geval hoor je de 'tahijjaa-toel-masdjied' (begroeting van de moskee) te bidden.
Het luisteren naar de goetbah (les, preek)
Zodra de goetba begonnen is, zitten alle aanwezigen in volkomen stilte te luisteren, zonder ook maar door één woord hun beloning voor het luisteren te verliezen. Als iemand binnenkomt wanneer de khutba al begonnen is, bidt hij eerst twee raka’aat voordat hij gaat zitten luisteren.
Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei, terwijl hij een goetba aan het geven was: "Als iemand van jullie naar het vrijdaggebed komt terwijl de imaam met de Khoethbah bezig is, hoort hij twee raka’aat te bidden en ze niet te lang te maken." (Moeslim)
Er is een andere hadiets. Djaabir (moge Alah tevreden met hen zijn) vertelde dat er een keer een man naar het vrijdaggebed kwam toen de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) een Khoethbah aan het geven was. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei hem: "Heb jij gebeden?" "Nee", antwoordde de man. Toen zei de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) "Sta op en bid!" (Boekharie, Moeslim, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)
Als de imam met zijn khutba klaar is, geeft hij de laatkomers de gelegenheid om 2 of 4 raka’at soennah te bidden, daarna geeft de imam nog een korte toespraak in het Arabisch waarna hij het djoemoe’ah-gebed leidt.
Sommige mensen vinden het ongepast als ze zien dat de laatkomers de soennah bidden terwijl de imam spreekt. Ze vinden dat de imam dan niet gerespecteerd wordt. Dit is onjuist en wordt niet door de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ondersteund. Het is ook tegenstrijdig aan de ahadiets die hierboven genoemd zijn en de volgende hadiets.
Aboe Qataadah (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei:
"Wanneer iemand van jullie de moskee binnenkomt, hoort hij niet te gaan zitten zonder twee raka’aat begroeting van de moskee te bidden."(Boekharie, Moeslim)
Deze ahadiets verklaren de punten van de foute praktijk die hierboven is genoemd. De imams en ‘oelaamaa die maar de minste vrees voor Allah hebben en respect voor de ahadiets en soennah van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) moeten dit gebruik niet tegenhouden en niet boos worden als een ander 2 raka’at bidt.
Hoe verrichten we het vrijdaggebed?
Het djoemoe’ah-gebed bestaat uit slechts twee raka’aat. Dit geldt voor het gebed dat verplicht is voor de mannen om gezamenlijk op vrijdagmiddag (Zdoehr-tijd) in de moskee te bidden.
Vrouwen of zieken die thuis bidden, verrichten de volle vier raka’aat van het fard Zdoehr-gebed.
Als iemand laat in de moskee komt en nog maar één raka’ah met de djamaa’ah (groep) mee kan bidden, moet hij doorgaan met bidden wanneer de anderen de tasliem zeggen. Hij bidt dan nog een raka’ah en sluit dan het gebed af met de tasliem.
Als iemand helemaal te laat komt voor het gebed, verricht hij vier raka’aat Zhoehr-gebed. In het djoemoe’ah-gebed leest de imaam wel hardop de Qoer-aanverzen.
Het gebed na het vrijdaggebed
Het is soennah om na het djoemoe’ah-gebed twee raka’aat te bidden; sommige metgezellen van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) waren gewend om dan vier of zes raka’aat te bidden.
Ibn ‘Oemar (moge Allah tevrden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) niet bad na shalaa-toel-djoemoe’ah. Pas als hij naar huis ging, bad hij twee raka’aat thuis. (Boekharie, Moeslim)
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Iedereen die na het vrijdaggebed gaat bidden, hoort vier raka’aat te bidden." (Moeslim)
Athaa zei: Telkens wanneer ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) het djoemoe’ah-gebed in Mekka bad, stapte hij na het djoemoe’ah-gebed een beetje naar voren en bad twee raka’aat, daarna bewoog hij weer wat naar voor en bad vier raka’aat. En wanneer hij in Medinah was, bad hij na het djoemoe’ah-gebed niet in de moskee; hij bad pas twee raka’aat als hij thuis kwam. Toen hem werd gevraagd waarom hij niet in de moskee bad na het djoemoe’ah-gebed, zei hij: "Dit was het gebruik van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)."
Vrouwen en het djoemoe’ah-gebed
Het is toegestaan dat vrouwen het djoemoe’ah-gebed bijwonen. Meestal is er een aparte ruimte en ingang in de moskee voor de vrouwen. De vrouwen zitten daar, luisteren naar de khutba en bidden mee. Ze horen de imaam meestal via een microfoon. In het algemeen, wanneer vrouwen in een onafgescheiden ruimte met mannen samen bidden, horen ze zover mogelijk naar achter te gaan staan, de achterste rijen zijn voor hen dan het beste.
Het Eid-gebed - Eid al-Adha en Eid ul-Fitr (feestgebed)
Er zijn elk islamitisch jaar twee feesten met elk een feestgebed: het Eid al-Adha (Ied oel-Adha) en het Eid ul-Fitr (Ied oel-Fitr). Het Eid ul-Adha is het offerfeest aan het einde van de Hadj (pelgrimstocht) en het Iedoel-Fithr is het feest van het verbreken van het vasten aan het einde van de vastenmaand Ramadhaan. Het Ied-gebed is een soennah moe'akkadah-gebed. Het is soenna dat zoveel mogelijk moslims, mannen en vrouwen, oud en jong het 'Ied-gebed verrichten. Hoe groter de groep, des te beter. Het is gebruikelijk dat meerdere moskeeën samen het Ied-gebed organiseren. Vrouwen die menstrueren kunnen het gebed bijwonen door aan de kant te gaan zitten. Op deze manier kunnen ze de sfeer van het gebed meemaken en de khutbah horen.
De plaats voor het Eid-gebed
Het is soennah om het Ied-gebed in de open lucht te verrichten: een park, veld, woestijn etc. Als het regent of als er geen geschikte plaats gevonden kan worden, dan kan het gebed in de moskee (Als de moskee groot genoeg is om iedereen te omvatten, dan is het gebed in de moskee beter. Want de zegeningen in de moskee zijn groter) of in een grote hal gebeden worden.
Het aantal raka’aat van het Ied-gebed
Het Ied-gebed bestaat uit twee raka’aat. Voor of na het Ied-gebed is er geen nafl-gebed. Ook is er geen adzaan of iqaamah voor het Ied-gebed.
Ibn ‘Abbaas t vertelde: "Het is zeker dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewend was om alleen maar twee raka’aat als Ied-gebed te bidden. Hij bad niets ervoor of erna." (Boekharie, Moeslim)
Hoe wordt het Ied-gebed gebeden?
De twee raka’aat van het Ied-gebed worden gedaan zoals twee raka’aat van het gewone gebed, met één uitzondering. Er zijn zeven takbiers in de eerste raka’ah en vijf takbiers in de tweede raka’ah. Na de takbieratoel ihraam van de eerste raka’ah worden nog zes takbiers gedaan: je heft nog zes maal de handen tot schouderhoogte op en zegt daarbij telkens hardop 'Allaahoe Akbar'.
Telkens gaan je handen terug naar op of onder je borst. De hele groep moslims zegt de imaam na, hardop, 'Allaahoe Akbar'. In de tweede raka’ah gebeurt dit dus vijf maal achter elkaar. De takbiers worden voor het lezen van soeratoel-Faatihah verricht.
De Koran recitatie wordt door de imaam hardop gedaan.
Katsier ibn ‘Abdoellah vertelde van zijn vader en zijn vader van zijn grootvader, dat de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zeven takbiers in de eerste raka’ah zei en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed, voordat hij de recitatie begon. (At-Tirmidzi, Ibn Maadjah, Ad-Darimi)
Het Ied-gebed wordt verricht voor de Ied-Khoetbah (les, preek)
Dja’faar ibn Mohammed (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: "Er is geen twijfel over, Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn), Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) en ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) zeiden zeven takbiers in de eerste raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed en vijf takbiers in de tweede raka’ah van het Ied-gebed en het regengebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verrichte het gebed vóór de Khoethbah en hij reciteerde Qoer-aan in het gebed hardop." (Asj-Sjaafi’ie)
Het regengebed
Het regengebed is een speciaal gebed dat tijdens een droogteperiode wordt gebeden. De moslims wordt gevraagd om samen te komen voor een twee raka’aat tellend gebed in de buitenlucht. Na het gebed worden speciale smeekbedes voor regen gemaakt.
Het djanaazah-gebed (begrafenisgebed)
Een moslim heeft het recht, dat andere moslims na zijn of haar dood een djanaazah-gebed voor hem of haar verrichten. Het is een 'fardh kifaajah' -gebed: als een groep moslims het djanaazah-gebed verricht, vervullen ze daarmee de plicht van alle moslims om voor de overledene te bidden. Moslims die niet aanwezig konden zijn, hebben door deze regel hun plicht toch niet verzaakt. Als van heel de moslimgemeenschap niemand het djanaazah-gebed zou bidden, dan zou heel de gemeenschap schuldig zijn aan nalatigheid van de plichten. Door het djanaazah-gebed te verrichten, behoeden we ons voor de ontevredenheid van Allah, de Heilige en Allerhoogste. De beloning voor het gebed echter, komt alleen voor hen die het bidden. Uit de hadiets blijkt dat Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) sterk de nadruk heeft gelegd op de verrichting van het djanaazah-gebed en dat hij zijn metgezellen aanspoorde om begrafenisceremonies bij te wonen. Elke moslimman hoort zijn best te doen om zijn plicht jegens de overledenen te vervullen.
Vrouwen mogen een djanaazah-gebed meebidden, op voorwaarde dat zij uit het zicht van mannen kunnen staan (bijvoorbeeld in de vrouwenruimte van de moskee). Ze gaan echter niet mee naar de begrafenis zelf.
Het djanaazah-gebed is een gezamenlijk gebed
Opdat er meer beloning uit voortkomt. Het kan in meerdere groepen gebeden worden, maar dan door verschillende mensen.
Voorbereidingen voor het gebed
In het geval dat de overledene een man is, hoort de imaam ter hoogte van het hoofd en de schouders van de overledene te gaan staan; in het geval de overledene een vrouw is, gaat hij ter hoogte van het middel van haar lichaam staan.
Het verschil tussen het djanaazah-gebed en de gewone gebeden
Er is een duidelijk verschil met het gewone gebed, namelijk dat er geen roekoe’, geen sadjdah en geen tasjahhoed is in het djanaazah-gebed. Ook is er geen vastgestelde tijd voor dit gebed. Het wordt alleen maar in de staande positie gebeden. Aan de andere voorwaarden zoals het richten naar de qiblah, soetrah, kleding enz. hoort voldaan te worden zoals in de gewone gebeden.
Hoe verricht je het djanaazah-gebed?
1. Je gaat gericht naar de qiblah staan. De imaam vraagt de moslims om de rijen recht te maken. Er moeten zoveel mogelijk rijen gevormd worden, dat geeft meer beloning.
2. Je hoort de intentie te hebben om het djanaazah-gebed te verrichten. Dit doe je in je hart, zonder woorden, want dit was de gewoonte van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) of zijn metgezellen.
3. De eerste takbier van de takbieratoel ihraam.
Het djanaazah-gebed bestaat uit vier takbiers. De eerste takbier is de takbieratoel ihraam. De imaam zegt 'Allaahoe Akbar' en zet zijn handen aan zijn oren, zoals in hoofdstuk vier beschreven. De moslims doen hem na en leggen allen hun handen op hun borst.
Het opzeggen van al-Faatihah:
A’oedzoe bi-Llaahi minasj-sjaithaanir-radjiem.
en dan reciteer je hoofdstuk Al-Faatihah.
Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem Al-hamdoe li-Llaahi Rabbil-‘aalamien. Ar-Rahmaanir-Rahiem. Maaliki jawmid-dien. Ijjaaka na’boedoe wa ijjaaka nasta’ien. Ihdinash-shiraathal-moestaqiem. Shiraathal-ladziena an’amta ‘alaihim. Ghairil-maghdhoebi ‘alaihim wa ladh-dhaallien. Aamien
Sommige mensen zeggen geen Soeratoel-Faatihah in het djanaazah-gebed, maar het is noodzakelijk om het te lezen in elk soort gebed. De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft gezegd dat een gebed zonder Faatiha geen waarde heeft.
Talhah ibn ‘Abdoellah ibn ‘Awf (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij het djanaazah-gebed achter ‘Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) bad en Abdoellah ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) las Soeratoel-Faatihah hardop. Daarna zei hij: "Ik heb het hardop gebeden zodat jullie zullen weten dat het de soennah van Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) is.” (Al-Boekharie)
Deze hadieth is een bewijs dat het reciteren van Soeratoel-Faatihah ook in het djanaazah-gebed noodzakelijk is.
De tweede takbier
Dan hoort de imam de tweede takbier te zeggen en de djamaa’ah (groep) zegt hem na. Het is niet noodzakelijk om de handen op te heffen maar als iemand het wel doet, is het ook goed. Beide manieren zijn aan de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) overgeleverd.
Na de tweede takbier
Na de tweede takbier hoor je zegeningen voor de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) te vragen, in stilte. Bij voorkeur zeg je de shalaawah, de woorden die je zegt na de tasjahhoed van het gewone gebed.
De derde takbier
Dan zegt de imaam de derde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Nu bidt iedereen een persoonlijk gebed voor de overledene. Er kunnen verschillende doe’a's voor de zielerust van de overledene worden gezegd. Sommigen daarvan zijn hieronder genoemd.
De doe’a voor de overledene
1. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed van een moslim bad en hij zei in zijn doe’a (de volgende woorden):
Allaahoemmaghfir lihajjinaa wa majjitinaa, wa sjaahidinaa wa ghaa'ibinaa, wa shaghierinaa wa kabierinaa, wa dzakarinaa wa oentsaanaa, Allaahoemma man ahjaitahoe minnaa, Fa-ahjihi ‘alal-islaami, wa man tawaffaitahoe minnaa, Fa-tawaffahoe ‘alal-iemaani, Allaahoemma laa tahrimnaa adjrahoe wa laa taftinnaa ba’dahoe
Oh Allah, vergeef onze mensen die nog leven en zij die gestorven zijn, vergeef degenen die aanwezig zijn en degenen die afwezig zijn, vergeef onze jongeren en onze ouderen, vergeef onze mannen en onze vrouwen.
Oh Allah, degenen van ons die U in leven wenst te houden, laat hem leven volgens de islam en wie U van ons wenst te laten sterven, laat hem sterven met een sterk geloof.
Oh Allah, ontneem ons niet zijn beloning en breng ons na zijn dood niet in beproeving
(Ahmad, Aboe Dawoed, At-Tirmidzi, Ibn Maadjah)
2. ‘Awf ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het djanaazah-gebed bad en ik hoorde hem de volgende doe’a zeggen en ik leerde het van buiten;
Allaahoemmaghfir lahoe warhamhoe wa‘foe ‘anhoe wa ‘aafihie wa akrim noezoelahoe wa wassi’ moedkhalahoe waghsilhoe bil-maa' i wats-tsaldji wal-baradi wa naqqihie minal-khathaajaa kamaa joenaqqats-tsawboel-abjadhoe minad-danasi wa abdilhoe daaran khairam-min daarihie wa ahlan khairam-min ahlihie wa zawdjan khairam-min zawdjihie wa adkhilhoel-djannata wa qihie fitnatal-qabri wa ‘adzaaban-naar.
'Oh Allah, vergeef hem, heb genade met hem, scheld hem kwijt en geef hem succes, geef hem een eerbare neerlating en een ruime verblijfplaats. Was (zijn zonden) van hem af met water, sneeuw en hagel, reinig hem van zijn zonden, zoals een wit kledingstuk gereinigd wordt van vuil.
Vervang zijn huidige verblijfplaats door een betere, vervang zijn huidige familie door een betere, vervang zijn huidige vrouw door een betere.
Laat hem het paradijs binnengaan en red hem van de martelingen van het graf en de straffen van de hel.
(Moeslim)
3. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) zei dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) bad en zei:
Allaahoemma Anta Rabboehaa, wa Anta khalaqtahaa, wa Anta razaqtahaa wa Anta hadaitahaa lil-islaam, wa Anta qabadhta roehahaa, wa Anta ‘alamoe bi-sirrihaa wa ‘alaanijjatihaa, dji'naa sjoefa’aa'a faghfir lahoe dzanbahoe.
'Oh Allah, U bent zijn Heer, U hebt het geschapen, U hebt hem voorziening gegeven en U hebt hem naar de islam geleid en U hebt er zijn ziel uit genomen en U kent het beste zijn geheimen en zijn openlijke daden. Wij zijn gekomen om voorspraak te doen, daarom, vergeef hem.' (Aboe Dawoed, Ahmad)
Eén ding is duidelijk te zien aan deze drie ahadiets, namelijk, dat elke metgezel die een djanaazah-doe’a overleverde, zei dat hij de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) de woorden van de doe’a in het djanaazah-gebed had horen zeggen. Dit is een bewijs dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewend was om het djanaazah-gebed, of op z'n minst de doe’a in het djanaazah-gebed met hoorbare stem te zeggen. Daarom hoeft er geen twijfel over te bestaan of de imam het djanaazahgebed hoorbaar mag doen.
Er zijn nog andere doe’a's overgeleverd van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en je kunt ze in de hadietsboeken vinden. Al deze doe’a's kun je samen of apart zeggen. Andere doe’a's kunnen gezegd worden samen met deze doe’a's, maar het is beter om vast te houden aan de doe’a's die de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zelf zei.
Het beëindigen van het djanaazah-gebed, (vierde takbier)
Daarna zegt de imaam de vierde takbier en de djamaa’ah volgt hem. Dan zegt de imaam twee keer 'As-salaamoe ‘alaikoem wa rahmatoe-Llaahi wa barakaatoehoe', de ene keer zijn gezicht naar rechts draaiend en de andere keer naar links. De gemeenschap hoort hetzelfde te doen.
Noot: Sommige mensen leggen er veel nadruk op om doe’a's te zeggen nadat het djanaazah-gebed afgelopen is, maar we konden geen enkele hadiets vinden die dit idee ondersteunt. Het djanaazah-gebed is zo bepaald, dat al de doe’a's die iemand voor de overledene wil zeggen na de derde takbier gezegd kunnen worden. Dit was het oorspronkelijke gebruik van de Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) en zijn metgezellen.
Het reizigersgebed
"En als jullie op de aarde rondtrekken, dan is het voor jullie geen zonde de shalaat te verkorten...."
(Qoer-aan An-Nisaa: 101)
De islam houdt een praktische manier van leven in. In Zijn Wijsheid beschouwt Allah, de Heilige, de Allerhoogste ook de omstandigheden die voor een moslim moeilijker zijn. Hij heeft de voorschriften in zulke situaties gemakkelijker gemaakt. Onder de mogelijkheden die Allah, de Heilige, de Allerhoogste ons gegeven heeft, valt de toestemming om tijdens een reis de dagelijkse gebeden te combineren en in te korten.
"...Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst voor jullie niet het ongemak..."
(Qoer-aan Al-Baqarah: 185)
Het qashr-gebed (het verkorte gebed)
Als een moslim op reis is, bidt hij twee raka’aat fardh voor het Zhoehr-, 'Ashr- en 'Isjaa'-gebed. Het Fadjr- en Maghrib-gebed blijven zoals ze zijn.
Het is beter (in beloning) om het gebed in te korten.
Het geeft een grotere beloning wanneer je op reis het ingekorte gebed bidt. De Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) zei: "Het is een geschenk van Allah dat Hij jullie heeft gegeven, neem het daarom aan." (Moeslim)
Het combineren van gebeden
Iemand die op reis is, kan het Zhoehr-gebed en het ‘Ashr-gebed samenvoegen en hen samen bidden op de tijd van Zhoehr of 'Ashr. Ook kan hij de Maghrib- en 'Isjaa'-gebeden samenvoegen en ze samen bidden op de tijd van het Maghrib- of 'Isjaa-gebed.
Ibn ‘Abbaas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) gewoonlijk de Zhoehr- en ‘Ashr-gebeden samenvoegde wanneer hij op reis was en ook de Maghrib- en 'Isjaa- gebeden. (Al-Boekharie)
Moe’aadz (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis was voor de slag bij Taboek. Als de zon al was gaan zakken op het moment dat hij verder wilde reizen - nadat hij ergens gekampeerd had - dan voegde hij het Zhoehr- en ‘Ashr-gebed samen en bad hen op de tijd van Zhoehr. Als hij besloot om verder te gaan voordat de zon was gaan zakken, dan stelde hij het Zhoehr-gebed uit en voegde het samen met het ‘Ashr-gebed en bad ze samen op de tijd van de 'Ashr.
Als de zon al onder was wanneer hij wilde vertrekken, bad hij het Maghrib- en 'Isjaa-gebed samen op de tijd van de Maghrib. En als de zon nog niet onder was gegaan en hij wilde verder reizen, dan stelde hij het Maghrib-gebed uit en bad het later op de tijd van ‘Isjaa samen met het 'Isjaa'-gebed. (Aboe Dawoed, At-Tirmidzi)
Deze ahadiets geven heel duidelijk de feiten weer over het combineren van de gebeden, zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) het gewend was om te doen. Maar er zijn mensen die twijfelen om op reis de gebeden te combineren. Echter, het is een gift van Allah, die de moslims moeten aannemen en dankbaar moeten gebruiken. Een gift van Allah, de Heilige, de Allerhoogste en van Zijn boodschapper (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) hoor je nooit te verwerpen.
Wanneer verkort je en combineer je de gebeden?
En dan is er de vraag wanneer de reisafstand en de duur van de reis voldoende zijn om gebeden in te korten en te combineren.
1. Jahjaa ibn Jazied zei: "Ik vroeg Anas ibn Maalik (moge Allah tevreden met hem zijn) wanneer je je gebeden mag inkorten? Anas (moge Allah tevreden met hem zijn) antwoordde dat de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) verkort bad wanneer hij 5 km ver wegging. (Moeslim, Ahmad, Aboe Dawoed, Al-Baihaqie)
2. Aboe Sa’ied (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat telkens wanneer de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) ongeveer één farskh reisde, dit is ongeveer 5 km, hij het verkorte gebed zei. (Talkhiesh ibn Hadjr)
Op basis van deze ahadiets kan je qashr-gebed bidden en gebeden samenvoegen als de reisafstand vanaf huis 5 km is. Dit is de minimale grens voor het qashr-gebed. Er zijn echter toch veel verschillende meningen over de minimale maat van de afstand; bijvoorbeeld ongeveer 15 km, 110 km of één dag reizen. Naar onze mening is de juiste bepaling van wat een reis is, datgene wat een gemeenschap ziet als een reis, waarbij ze minimaal 5 km weg moet zijn.
De duur van de reis
Zolang iemand op reis is, al is het weken, maanden of jaren, kan hij zijn gebeden verkorten en samenvoegen. Zelfs als hij tijdens zijn reis een vastgesteld aantal dagen op een bepaalde plaats moet blijven, kan hij doorgaan met qashr-gebeden en samenvoeging van gebeden.
Als hij echter voorneemt om op één plaats een vast aantal dagen te blijven, dan verschillen de meningen over hoe lang hij met inkorten en samenvoegen mag doorgaan, bijvoorbeeld 4, 10, 17, 18 dagen etc.
Na nauwkeurige hadietsstudie kunnen we zeggen dat als iemand tijdelijk op een plaats verblijft, hij nog steeds een reiziger is en er is geen grens aan het aantal dagen dat hij qashr-gebed kan bidden en gebeden kan combineren.
Nafl-gebeden tijdens een reis
De Profeet Mohammed (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) heeft op reis altijd het witr-gebed gebeden. Ook de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed deed hij op reis altijd. Hij benadrukte het belang hiervan en spoorde zijn metgezellen aan om deze nafl te bidden. Dus moeten wij op reis deze beiden bidden.
Maar wat betreft enig ander nafl- en soennah-gebed? Hierop geeft de volgende hadiets het antwoord.
Hafs ibn ‘Aashim vertelde: "Ik was met ‘Abdoellah ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) op reis naar Mekka. Onderweg naar Mekka leidde hij ons in het Zhoehr-gebed en bad twee raka’aat. Daarna ging hij weg en ging in zijn tent zitten. Hij zag enkele mensen bidden en vroeg mij wat die aan het doen waren. "Zij bidden nafl-gebeden.", zei ik. Toen zei hij: "Als ik nafl zou kunnen bidden, dan zou ik het volledige fardh-gebed (4 raka’aat) hebben gebeden." Verder zei hij: "Ik was met de Boodschapper van Allah (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn) op reis. Hij bad tijdens zijn reizen niet meer dan twee raka’aat. Daarna was ik met Aboe Bakr op reis, met ‘Oemar en met ‘Oetsman (moge Allah tevreden met hun zijn) en zij deden precies zoals de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn). Er is een goed voorbeeld voor jullie in de gebruiken van de Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen met hem zijn)." (Al-Boekharie)
Sommige ahadiets bewijzen dat de metgezellen gewend waren om nafl-gebeden onderweg te bidden. Het is beter om geen nafl-gebeden op reis te bidden, maar als je een tijdje ergens verblijft en je hebt er tijd voor, dan mag je nafl-gebeden verrichten.
De Sadjdah voor vergeetachtigheid

De Sadjdah voor vergeetachtigheid

Als je een fout maakt in je gebed, wat hoor je dan te doen?
De sadjdah sahwi is toegestaan wanneer je in het gebed de concentratie verliest of je vergeet hoeveel raka’aat je al hebt gebeden. Het kan ook gebeuren dat je na de tweede raka’ah vergeet om te zitten en direkt opstaat. In beide gevallen hoor je eerst het gebed te corrigeren, op basis van wat je zeker weet. Bovendien doe je aan het eind van het gebed, voor het opzeggen van de salaam, twee sadjdah's sahwi. De sadjdah's sahwi zijn een compensatie voor het maken van fouten in het gebed.
‘Abdoellah ibn Boedjainah (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) het Zhoehr-gebed voor hen leidde. Hij stond op na de eerste twee raka’aat en ging niet zitten voor de tasjahhoed; en de mensen gingen dus ook opstaan. Toen hij klaar was met het gebed en de mensen erop wachtten dat hij 'salaam zou zeggen, zei hij Allaahoe Akbar, terwijl hij zat en deed twee sadjdah's voorafgaand aan de tasliem (salaam aan einde van het gebed). Toen zei hij de salaam rechts en links. (Boekharie en Moeslim)
Aboe Sa’ied al-Goedrie (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: "Als iemand van jullie tijdens zijn gebed in de war raakt en het aantal gedane raka’aat niet meer weet (3 of 4), dan hoort hij dat waar twijfel over is weg te laten en zijn gebed te vervolgen op basis van het aantal raka’aat waar hij zeker van is. Bovendien doet hij twee extra sadjdah's voor de tasliem. Als hij dan vijf raka’aat zou hebben gebeden, dan zullen deze twee sadjdah's zijn gebed tot zes raka’aat maken (twee ervan zijn dan nafl). En als hij het juiste aantal raka’aat (4) zou hebben gebeden, dan zullen deze twee sadjdah's als een belediging voor de duivel zijn." (Moeslim)
Deze ahadiets bewijzen dat de sadjdah's sahwi vóór de tasliem gedaan worden, maar er zijn ook ahadiets die bewijzen dat de Profeet (v.z.m.h.) twee sadjdah's sahwi deed na de tasliem.
‘Abdoellah ibn Dja’far (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Profeet (v.z.m.h.) zei: "Iemand die verward is geraakt en twijfelt over zijn gebed, hoort twee extra sadjdah's te doen na de tasliem." (Ahmad, Aboe Dawoed, An-Nasaa’i, Ibn Goezaima)
Deze twee ahadiets spreken elkaar niet tegen. Beide manieren werden door de Profeet (v.z.m.h.) goedgekeurd. Het hangt namelijk af van de situatie. Heeft men iets te weinig gedaan, dan moet men dat eerst aanvullen en de sadjdah vóór de salaam. Heeft men teveel gedaan: de sadjdah na de salaam.
Wanneer mag je de sadjdah sahwi doen?
1. Als iemand twijfelt over het aantal raka’aat dat hij al gebeden heeft;
2. Als hij vergeet te zitten bij de eerste tasjahhoed en meteen doorgaat met de derde raka’ah en
3. Als hij zijn gebed in vergeetachtigheid eindigt, zonder het aantal raka’aat, dat hij van plan was om te bidden, gebeden te hebben.
Het gezamenlijk gebed (Djamaa’ah)
Er zijn enkele andere gelegenheden waarbij gezamenlijk gebeden wordt, bijvoorbeeld de feestgebeden van de Ied-feesten, het taraawieh-gebed in Ramadhaan en het djanaazah-gebed (begrafenisgebed). Echter, het wordt aangeraden om de gebruikelijke vrijwillige-gebeden alleen te bidden.
Het is voor mannen verplicht om elk fardh-gebed gezamenlijk te bidden. De beloning van het gezamenlijke gebed is voor iedere deelnemer veel groter dan het gebed voor zich alleen. De Profeet (v.z.m.h.) heeft er bij zijn metgezellen ten zeerste op aangedrongen altijd hun uiterste best te doen om elk fardh-gebed in djamaa’ah, in de moskee, te bidden. Hij heeft degenen, die het djamaa’ah-gebed negeren beschuldigd van grote ongehoorzaamheid en erger. Regelmatig samen bidden brengt de mensen dicht bij elkaar en het houdt de onderlinge betrokkenheid en de algehele moraal van de gemeenschap hoog.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: "Het gebed in djamaa’ah is zevenentwintig keer beter dan het gebed van het individu alleen." (Boekharie, Moeslim)
Vrouwen mogen djamaa’ah in de moskee meebidden. De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd dat de mannen dit de vrouwen niet mogen verbieden. Echter, het is beter voor vrouwen om hun gebeden in hun huizen te bidden. Het wordt vrouwen zelfs aangeraden om in hun slaapkamers te bidden.
In het gezamenlijk gebed staan jong en oud, arm en rijk, de vorst en de onderdaan verzameld op een plaats, in gebed tot Allah.
Hoe wordt het gezamenlijke gebed verricht?
Als een groep mensen verzameld is en iedereen wil bidden, dan hoor je samen te bidden. Het gebed van twee personen, al is één van hen een kind of een vrouw, is een djamaa’ah -gebed. Hoe meer moslims meebidden, des te groter is de waarde van het gebed. Degene die het gebed gaat leiden (de imaam), is degene die het best Qoer-aan kan reciteren en het meest onderlegd is in de hadietsleer van de Profeet (v.z.m.h.), al is hij nog maar een jongen. Ook moet hij bekend zijn als een goed mens.
De Profeet (v.z.m.h.) heeft gezegd: "Laat jullie imaams diegenen zijn, die het beste zijn van jullie, want de imaam is jullie vertegenwoordiger bij Allah." (Ad-Daroe-Qoethnie). Als allen gelijk zijn, dan is het de oudste persoon.
De beste plaatsen in het djamaa’ah-gebed zijn de plaatsen in de eerste rijen. Als je met z'n tweeën bidt, staat de imaam links en de ander réchts naast hem. Als een man met zijn vrouw of zus bidt, staat zij achter hem. De imaam staat alleen, voor de eerste rij, ter hoogte van het midden van de rij. Nooit mag iemand alleen achter de groep gaan staan, anders wordt hij snel afgeleid door de Satan. Als de rij vol is en hij kan geen plaats meer vinden, trekt hij iemand naar achter naast zich, zodat ze samen een nieuwe rij vormen.
Voordat de imaam, vraagt hij de groep om de rijen recht te maken, de voeten allemaal op een rechte rij naast elkaar te zetten. De moslims moeten elkaar ook gedurende het hele gebed blijven aanraken, of alleen met de voeten; liefst ook met de schouders. Nadat de iqaamah is gezegd begint de imaam met de takbieratoel ihraam. Hij zegt elke 'Allaahoe Akbar' hardop, zodat de gemeenschap zijn bewegingen kan volgen. De Qoer-aanrecitatie wordt niet nagezegd; bij het Zhoehr en ‘Ashr-gebed zegt ieder voor zichzelf Al-Faatihah en een gedeelte van de Qoer-aan. In de andere gebeden zeg je zonder geluid Al-Faatihah mee en luister je naar de verdere Qoer-aanrecitatie. ‘Amien' zeg je hardop met de imaam. Je mag elkaar niet in de war brengen door hardop te reciteren. Elke beweging die de imaam maakt, doe je hem ná. Nooit mag je eerder dan de imaam een beweging maken en ook niet tegelijk met hem; de imaam is er om gevolgd te worden.
Als het verplichte gebed in djamaa’ah gebeden wordt, dan hoort de imaam Soeratoel-Faatihah in de volgende gevallen hardop te zeggen: in het Fadjr-, Maghrib- en 'Isjaa'-gebed. Alleen de eerste twee raka’aat worden hardop gebeden. Het Zhoehr- en ‘Ashr-gebed reciteert de imaam in stilte.
Eén raka’ah bidden met de imaam geeft reeds de beloning voor het bidden in jamaa’ah. Het is aangeraden voor de imaam om het djamaa’ah-gebed kort te houden, omdat zich onder de moslims ouderen en zieken en soms ook vrouwen met kinderen bevinden. Hij leest dan dus minder lange Qoer-aanverzen, maar doet het gebed wel rustig en correct.
tijd plaats kleding en soorten gebeden
De tijden van het gebed
Elk gebed moet verricht worden op of binnen de juiste tijd. Het gebed kan niet verricht worden vóór die tijd. Er zijn per dag vijf verplichte gebeden.
Het Fadjr-gebed (dageraadgebed)
De tijd voor de Fadjr of het ochtendgebed begint bij de eerste ochtendschemering en eindigt net voor zonsopgang.
Het Zhoehr-gebed (middaggebed)
De tijd voor Zhoehr, ofwel het vroege middaggebed, begint wanneer de zon gaat dalen na de hoogste stand te hebben bereikt. Het eindigt wanneer de schaduw van een voorwerp even groot is als het voorwerp zelf.
Djaabir ibn ‘Abdoellah (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde: “De engel Djibriel kwam bij de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en zei hem: “Sta op en bid het Zhoehr-gebed.” Dus stond Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) op en bad de Zhoehr terwijl de zon voorbij haar hoogste stand was. Toen kwam de engel Djibriel weer met de tijd van het ‘Ashr-gebed en hij zei: 'Sta op en bid het ‘Ashr-gebed.’ En de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) bad het ‘Ashr-gebed terwijl de schaduw van alle dingen even groot was als de dingen zelf. De volgende dag kwam Djibriel bij de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en zei: ‘Sta op en bid het Zhoehr-gebed.’ Daarop bad De Profeet Mohammed (v.z.m.h.) het Zhoehr-gebed terwijl de schaduw van elk voorwerp gelijk was aan het voorwerp zelf. Toen kwam Djibriel weer op de tijd van het ‘Ashr-gebed en zei: ‘Sta op en bid het ‘Ashr-gebed.’ Toen bad de Profeet (v.z.m.h.) het ‘Ashr-gebed en de schaduw van elk voorwerp was twee maal zo lang als het voorwerp zelf. Toen zei Djibriel nadat hij tienmaal met De Profeet Mohammed v.z.m.h. gebeden had (Waarin ook de uiterste tijden van de andere gebeden gegeven waren) ‘De tijd voor het gebed ligt tussen deze twee tijden.’
Ahmad, An-Nasaa’i, At-Tirmidzi en Boekharie merken op, dat dit de meest authentieke hadiets is waarin de tijden voor de gebeden worden gegeven.
In veel boeken over het gebed lezen we dat het Zhoehr-gebed eindigt en het ‘Ashr-gebed begint wanneer de schaduw van een voorwerp tweemaal zo lang is als het voorwerp zelf. Deze tijd wordt met name aangegeven in de boeken die zijn geschreven door de volgelingen van de Hanafi-school.
Dit is echter in tegenspraak met de genoemde hadiets waarin Djibriel op de eerste dag de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) gebiedt om het ‘Ashr-gebed te bidden op het moment dat het voorwerp en zijn de schaduw dezelfde lengte hadden. Dit moment is dus ook de eindtijd voor het Zhoehr-gebed. We stelden al, dat alle geleerden van de moslimgemeenschap het er eenduidig over eens zijn, dat een gebed nooit vóór haar tijd verricht kan worden.
Van Imaam Aboe Haniefah wordt gezegd, dat hij voor zijn dood van mening was veranderd en dat hij het ‘Ashr-gebed bad volgens de tijd genoemd in de bovenstaande hadiets. Zijn twee leerlingen Imaam Aboe Joesoef en Imaam Mohammed gaven ook fatwah’s (jurisprudenties van de islamitische wet) over de tijd voor het ‘Ashr-gebed, zoals die genoemd is in deze hadiets. (Fatawaa ‘Aziezah, Foetawaa Rasjiedah)
Het ‘Ashr-gebed (namiddaggebed)
De tijd voor de 'Ashr, het namiddaggebed, begint wanneer een voorwerp en zijn schaduw dezelfde lengte hebben. Het eindigt net voor zonsondergang.
Het is aan te bevelen om het ‘Ashr-gebed te verrichten vóórdat de zon geel wordt, want, al is het toegestaan om op dit moment het ‘Ashr-gebed te bidden, de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) hield er niet van wanneer de moslims het ‘Ashr-gebed tot deze tijd uitstelden. Hij vertelde dat de moenaafiqs (de schijnheiligen en hypocrieten) op deze tijd bidden.
Het Maghrib-gebed (zonsondergangsgebed)
De tijd voor het Maghrib, het zonsondergangsgebed, begint net na zonsondergang en eindigt wanneer de schemering verdwenen is.
Het 'Isjaa'-gebed (nachtgebed)
De tijd voor de 'Isjaa', het nachtgebed, begint vanaf de verdwijning van de schemering en eindigt net voor de ochtendschemering.
Het wordt aangeraden om dit gebed vóór middernacht te bidden, maar het kan de hele nacht gebeden worden tot aan de komst van de dageraad.
NB. In landen waar door de bewolking de zon niet steeds zichtbaar is, is het raadzaam om een voorgedrukte gebedskalender te volgen; deze geven de juiste tijden voor elk gebed weer.
Tijden waarop het verboden is om gebeden te verrichten
‘Oeqbah ibn Amir zei: “Er waren drie tijden waarop Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) ons verbood om te bidden of om onze doden te begraven”:
1. Wanneer de zon begon te rijzen, tot ze helemaal op was,
2. Wanneer de zon op haar hoogste punt stond, midden op de dag, tot ze de meridiaan passeerde,
3. Wanneer de zon op het punt stond onder te gaan, tot ze verdwenen was.” (Moeslim)
Tijden waarop het verboden is om extra (nafl) gebeden te verrichten
1. Aboe Sa’ied al Goedri (moge Alah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Geen enkel gebed mag verricht worden na het Fadjr-gebed, tot de zon opkomt of na het ‘Ashr-gebed, tot de zon ondergaat.” (Boekharie en Moeslim)
Op deze tijd is alleen het nafl-gebed verboden, maar een verplicht gebed dat nog ingehaald moet worden is niet verboden. De meeste geleerden van de moslimgemeenschap hebben het toegestaan om na het Fadjr en 'Ashr een gemist gebed nog in te halen. Zij beroepen zich op de volgende hadiets: de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) zei: “Wie een gebed vergeten is, bidt het zodra hij het zich herinnert.” (Boekharie en Moeslim)
2. Een nafl-gebed (extra gebed) kan niet meer gebeden worden zodra de iqaamah (korte oproep tot het verplichte deel van het gebed, zie Hoofdstuk 3) is gezegd. Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Als de iqaamah is gezegd, dan is er geen enkel gebed geldig (extra of soennah) behalve het verplichte gebed waarvoor de iqaamah werd gezegd.
In de praktijk gebeurt het vaak dat er moslims zijn die doorgaan met het soennah-gebed, nadat de iqaamah is gezegd. Dit gebeurt met name bij het Fadjr-gebed, het dageraadsgebed. Zij hebben het gevoel dat de twee raka’aat soennah (zie punt E) van de Fadjr enkel en alleen vóór het verplichte gebed verricht mogen worden. Hun manier is in strijd met het idee van de saamhorigheid, de gezamenlijke gebedsdiscipline en het is een regelrechte aanval op de hadiets. Zij horen de twee raka’aat soennah in het Fadjr-gebed dan meteen ná het verplichte gebed of ná zonsopgang te bidden. Beide manieren zijn authentiek en goedgekeurd door de Profeet Mohammed (v.z.m.h.).
Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei, wie de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed bij zonsopgang nog niet heeft gebeden, moet deze meteen na zonsopgang inhalen. (Al-Baihaqie)
Als iemand de twee raka’aat soennah vóór het Fadjr-gebed mist omdat de djamaa’ah (groep) het fardh-gebed al is begonnen, dan hoort hij zich bij de groep te voegen en de twee raka’aat soennah meteen ná het verplichte Fadjr gebed te verrichten.
Qais ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat hij (naar de moskee) ging voor het Fadjr-gebed en dat hij daar de Profeet (v.z.m.h.) aantrof terwijl hij het fardh van het Fadjr-gebed bad. Hij (Qais ibn ‘Oemar) bad de twee raka’aat soennah van het Fadjr-gebed niet, maar deed mee aan het fardh-gebed met de Profeet (v.z.m.h.). Nadat hij het Fadjr-gebed voltooid had, stond hij op en verrichtte de twee raka’at soennah van de Fadjr (die hij gemist had).
Toen kwam de Profeet (v.z.m.h.) naar hem toe en zei: “Wat voor een gebed was dit?” Qais ibn ‘Oemar (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde hem alles. Daarop zweeg de Profeet (v.z.m.h.), hij zei er niets van. (Ahmad, Ibn Goesjaimah, Ibn Hibban, Aboe Dawoed, Ibn Maadjah en At-Tirmidzi)
Alle moslimgeleerden, fiqhgeleerden en hadietsgeleerden zijn het er over eens, dat telkens wanneer de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) ‘zweeg’ over een zaak of daad die in zijn aanwezigheid plaatsvond, hij (v.z.m.h.) ermee instemde.
De plaats van het gebed
Een plaats of gebouw welke als gebedsruimte dient, wordt masdjid (moskee) genoemd.
Een hadiets overgeleverd door Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelt ons dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “... de hele aarde is voor de moslims tot moskee gemaakt (zuiver en schoon) en ik ben als profeet gestuurd voor de hele wereld en de keten van het profeetschap wordt door mij voltooid. (Dit betekent dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) de laatste profeet is.)” (Moeslim)
Dit houdt in, dat een moslim kan bidden waar hij ook is; maar de beloning voor het bidden in een moskee is veel groter dan voor het bidden op welke andere plaats dan ook.
Op de volgende punten moet je letten wanneer je de gebedsplek kiest.
1. De plaats moet schoon en zuiver zijn. Het gebed verrichten in een vieze, vervuilde en onreine plaats zoals een rommelhok, een slachthuis, een badplaats of een omheining waar kamelen in staan is verboden. (At-Tirmidzi, Ibn Maadjah, ‘Abd ibn Hoemaid)
2. De plaats mag geen gevaar opleveren, dat wil zeggen het gebed mag naar verwachting niet door iets of iemand gestoord worden.
3. Je hoort die plaatsen te vermijden waar je, als je daar bidt, andere mensen belemmert in hun bewegingsvrijheid, zoals bijvoorbeeld op een trottoir of openbare weg.
4. Het is verboden om te bidden op het dak van Baitoellaah (het huis van Allaah: de Ka’bah in Mekka). (Ibn Maadjah en ‘Abd ibn Hoemaid)
5. Je mag niet bovenop of met je gezicht naar een graf bidden.
6. (Ahmad en Moeslim)
De kleding voor het gebed
Voor mannen
1. De kleding van de man moet het lichaam tijdens het gebed minstens bedekken van de navel tot de knieën;
2. De schouders mogen niet bloot zijn en
3. Het gebed kan verricht worden in één kledingstuk dat zowel het lichaam van de navel tot de knieën bedekt als de schouders.
“Niemand van jullie mag bidden in een enkel kledingstuk dat de schouders niet bedekt.” (Boekharie en Moeslim)
Voor vrouwen
De gebedskleding van de vrouw hoort het hele lichaam te bedekken, van haar hoofd tot en met de voeten, waarbij alleen haar gezicht en handen onbedekt mogen zijn. Een gebed dat in doorschijnende kleding verricht wordt is niet geldig. Ook strakke kleding die de lichaamsvorm laat zien, moet vermeden worden.
Verschillende soorten gebeden
Het ‘fardh’ of verplichte gebed
Het fardh-gebed is het verplichte gebed. Allah (de Allerhoogste) beveelt elke gelovige om per dag vijf verplichte gebeden te verrichten. Het overslaan van één van deze vijf gebeden is een ernstige fout en is strafbaar.
De vrijwillige gebeden (nafl-gebed) zijn er in drie soorten:
1. Het soennah moe’akkadah (dringend aanbevolen) -gebed.
Dit zijn de gebeden die door de Profeet benadrukt werden en door hem regelmatig verricht werden vóór of ná de fardh -gebeden. Soennah betekent letterlijk: naar het voorbeeld van de Profeet Mohammed (v.z.m.h.)
2. Het soennah ghair moe’akkadah (niet dringend, vrij) -gebed.
Deze werden alleen bij gelegenheid door de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) verricht (bijvoorbeeld het istikhaarah-gebed, het gebed om te vragen om leiding in een zaak).
Het nafl (extra) -gebed
Dit is een extra gebed. Als je het bidt, krijg je een beloning en als je het niet bidt, wordt het niet aangerekend als fout. Het kan ten allen tijde als apart gebed worden gebeden, afhankelijk van iemands tijd en de mogelijkheden.
De Profeet Mohammed (v.z.m.h.) moedigde zijn metgezellen altijd aan om nafl-gebeden te verrichten. Door het verrichten van de nafl-gebeden worden kleine of andere fouten in de verplichte gebeden weggenomen.
Het aantal raka’aat in de vijf verplichte gebeden
Het gebed bestaat uit één of meer raka’aat: een geordende serie van lichaamsbewegingen, waarbij hardop of in zichzelf gesproken wordt. Elk fardh-gebed bestaat uit meerdere raka’aat, zodat enkele malen de gehele geordende serie van lichaamsbewegingen en de tekst herhaald worden
Het Fadjr-gebed
Het bestaat uit twee raka’aat soennah moe'akkadah en twee raka’aat fardh.
Het Zhoehr-gebed
Het bestaat uit twee of vier raka’aat soennah moe'akkadah, vier raka’aat fardh, twee raka’aat soennah moe'akkadah en een bepaald aantal nafl-raka’aat, naar gelang de tijd en de mogelijkheden.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) zei: “Ik bad alleen met Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) twee raka’aat voor en twee raka’aat na het Zhoehr-gebed.” (Boekharie en Moeslim)
Het is een bekende gewoonte om vier raka’aat vóór het Zhoehr-gebed te bidden, maar deze hadiets maakt duidelijk dat het ook is toegestaan om twee soennah raka’aat te bidden vóór het Zhoehr-gebed.
Het ‘Ashr-gebed
Het bestaat uit twee of vier soennah raka’aat ghair moe'akkadah en vier raka’aat fardh.
‘Ali (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “De Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) was gewend om vier raka’aat te bidden vóór het ‘Ashr-gebed en hij scheidde die van elkaar met een begroeting...” (At-Tirmidzi)
Een andere hadiets overgeleverd door ‘Ali (moge Alah tevreden zijn met hem) zegt: “Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) was gewend om twee raka’aat te bidden vóór het ‘Ashr-gebed.” (Aboe Dawoed)
Het Maghrib-gebed
Het bestaat uit twee raka’aat nafl, drie raka’aat fardh en twee raka’aat soennah moe'akkadah en een onbepaald aantal nafl-raka’aat, naar gelang iemands tijd en de mogelijkheden.
‘Abdoellah ibn Moeghaffal vertelde dat de Profeet (v.z.m.h.) zei: “Bid vóór het Maghrib-gebed,” en terwijl hij dit voor de derde keer zei, voegde hij er aan toe “Dit is bedoeld voor degenen die dat willen.” (Boekharie en Moeslim)
Dit was omdat hij niet wilde dat de moslims die nafl-raka’aat als sterk aanbevolen zouden gaan zien.
Twee raka’aat nafl na de zonsondergang en vóór het Maghrib-gebed zijn toegestaan voor hen die dat willen bidden. Daarvoor is de bovenstaande hadiets een overtuigend bewijs. Maar toch zijn er moslims die dit verbieden en er zijn anderen die het heel vreemd vinden als ze iemand twee nafl-raka’aat zien bidden vóór Maghrib.
Het 'Isjaa'-gebed
Het begint met een onbepaald aantal nafl-raka’aat, afhankelijk van iemands tijd en de mogelijkheden. Daarna komen vier raka’aat fardh, twee raka’aat soennah moe'akkadah, een onbepaald aantal nafl-raka’aat, weer afhankelijk van de tijd en mogelijkheden en dan drie raka’aat witr, (zie uitleg in hoofdstuk 6).
Sommige moslims staan erop om vier extra raka’aat soennah vóór het 'Isjaa'-gebed te bidden. Echter, wij hebben in onze studies geen enkel bewijs gevonden, of enig gebruik of gebod van de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) of van zijn metgezellen om deze gewoonte als soennah aan te nemen. Het is zeker wel toegestaan om nafl-raka’aat te bidden terwijl je wacht om het gezamenlijk fardh 'Isjaa'-gebed te verrichten.
‘Abdoellah ibn Moeghaffal (moge Alah tevreden zijn met hem) vertelde dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) inderdaad heeft gezegd dat er tussen elke twee adzaans (oproepen tot het gebed) nafl-gebeden zijn en bij de derde keer voegde hij er aan toe: “voor degenen die het willen bidden.” (Ahmad, At-Tirmidzi, An-Nasaa’i)
‘Abdoellah ibn Zoebair (moge Alah tevreden zijn met hem) vertelde ook dat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) zei dat er geen verplicht gebed is, tenzij er twee nafl-raka’aat aan voorafgaan. (Ibn Hibban)
NB: Deze ahadiets zijn er een bewijs voor dat twee raka’aat van vrije soennah of nafl-gebeden verricht kunnen worden vóór elk fardh-gebed, afhankelijk van iemands tijd en capaciteit. Dit geldt ook voor het Maghrib- en 'Isjaa'-gebed en voor de tijd tussen de adzaan en de iqaamah.
Sommige moslims bidden twee nafl-raka’aat na het witr-gebed. Maar er is een oorspronkelijke hadiets waarin staat dat het witr-gebed gebeden wordt nadat al de nafl-gebeden die een persoon wenst te bidden, verricht zijn.
Ibn ‘Oemar (moge Alah tevreden zijn met hem) overleverde dat de Boodschapper van Allah (v.z.m.h.) zei: “Zorg dat het Witr, het laatste gebed van je nachtgebeden is.” (Misjkaat)
Het verhaal van de adzaan
Het verhaal van de adzaan
Lang geleden toen de moslims van Mekka naar Medinah emigreerden, waren ze gewend om steeds afspraken te maken over de juiste tijd van de gezamenlijke gebeden. Soms vonden ze het moeilijk om de juiste gebedstijd te onthouden, vooral wanneer ze druk bezig waren met hun werkzaamheden.
Op een dag bespraken de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en de metgezellen hoe de gelovigen op de juiste tijd voor het gebed op te roepen. Sommige gelovigen stelden voor om zoiets als een bel te gebruiken, zoals bij de christenen, sommigen stelden voor om op een hoorn te blazen zoals bij de joden, maar ‘Oemar (Moge Allah tevreden met hem zijn) stelde voor om iemand op te laten roepen tot het gebed. Toen stelde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) Bilaal aan om de moslims op te roepen tot het gebed. Maar uit de hadietsstudie leren we dat deze manier niet naar tevredenheid was. Toen stemde de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) ermee in om een spiraalvormige schelp te gebruiken, die leek op de bel van de christenen. Maar hij (v.z.m.h.) was niet gelukkig hiermee, omdat het hem te veel deed denken aan de christelijke manier.
Nadat de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) opdracht had gegeven om een bel te maken, die opgehangen zou worden om de moslims ermee op te roepen tot het gebed, zei één van zijn metgezellen, ‘Abdoellah ibn Zaid ibn ‘Abd Rabbihi op dezelfde dag:“Ik sliep en zag in mijn droom een man met een spiraalschelp in zijn handen en ik zei: ‘Dienaar van Allah, wil je deze aan mij verkopen?’ Toen hij vroeg wat ik ermee ging doen, zei ik dat we het zouden gebruiken om er de mensen mee op te roepen tot het gebed. Hij zei: ‘Zal ik jou niet naar iets beters leiden? ‘ Ik zei ‘Graag!’ Toen zei hij mij om het volgende te zeggen: ‘Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah, Hajja ‘alash-shalaah, hajja ‘alash-shalaah, hajja ‘alal-falaah, hajja ‘alal-falaah, Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.’
Na de adzaan (deze oproep tot het gebed) was de vreemdeling een tijdje stil en zei: ‘Als de groep klaar staat, zeg je (de iqaamah): “Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, asjhadoe allaa ilaaha illa-Llaah, asjhadoe anna Moehammadar-Rasoeloellaah. Hajja ‘alash-shalaah, Hajja ‘alal-falaah. Qad qaamatish-shalaah, qad qaamatish-shalaah. Allaahoe Akbar, Allaahoe Akbar, laa ilaaha illa-Llaah.”
Toen ik Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) ‘s morgens vertelde wat ik in mijn droom had gezien, zei hij: “Het is een waar visioen, in sjaa' Allah (als Allah het wil). Ga maar met Bilaal zitten en leer het hem gebruiken als oproep tot het gebed; zijn stem is luider dan die van jou.” Dus zat ik met Bilaal en leerde hem de woorden en hij gebruikte ze als oproep tot het gebed. ‘Oemar ibn al-Gaththaab was thuis en toen hij dit hoorde kwam hij het huis uit met zijn mantel nog slepend over de grond en zei: “Oh Boodschapper van Allah (v.z.m.h.), bij Hem Die u met de Waarheid heeft gezonden, ik heb eenzelfde soort droom gezien als die is geopenbaard”. Hierop antwoordde Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.): “Alhamdoelillaah! (Alle lof en eer is aan Allah!)”. (Ad-Darimi, Ahmad, Ibn Maadjah, Ibn Khoezaimah, At-Tirmidzi)
En vanaf die dag, tot op de dag van vandaag, wordt de azhaan geroepen om de mensen tot het gezamenlijk gebed te verzamelen.
De moeadzdzin
Iemand die de mensen oproept tot het gezamenlijke gebed heet een ‘moe-adzdzin’. Voordat hij de azhaan roept, hoort hij met zijn gezicht richting de Ka’bah te gaan staan, richting Mekka (voor Nederland: richting zuidoost) Hij doet zijn armen omhoog en stopt de top van de middelvingers in zijn oren en roept dan met een luide stem. Wanneer hij ‘Hajja ‘alash-shalaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar rechts, wanneer hij ‘Hajja ‘alal-falaah’ zegt, draait hij zijn gezicht naar links.
De tekst van de adzaan
|
Allaahoe Akbar (4maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah (2 maal) |
Ik getuig dat er geen god is dan Allah |
|
|
Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah (2 maal) |
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is |
|
|
Hajja ‘alash-shalaah (2 maal) |
Haast je naar het gebed |
|
|
Hajja ‘alal-falaah (2 maal) |
Haast je naar de voorspoed |
|
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Laa ilaaha illa-Llaah |
Er is geen god dan Allah. |
De adzaan voor het Fadjr-gebed
In de adzaan voor het Fadjr-gebed is er na de tweede ‘Hajja ‘alal-falaah’ een extra zin tweemaal toegevoegd:
|
Ash-shalaatoe khairoem-minannawm (2 maal) |
Het gebed is beter dan de slaap |
Als je de adzaan hoort
1. Als een moslim de adzaan hoort, moet hij er in stilte naar luisteren en elke zin ervan zachtjes herhalen meteen nadat de moe-adzdzin de zin gezegd heeft.
2. Wanneer de moe-adzdzin zegt ‘Hajja ‘alash-shalaah’ en ‘Hajja ‘alal-falaah’, dan zegt de toehoorder steeds ‘wa laa hawla wa laa qoewwata-illaa bi-Llaah’ (Er is geen macht en geen kracht dan die van Allah).
3. Als de adzaan helemaal gezegd is, zeggen de toehoorders en de moe-adzdzin de ‘shalawaat’ voor de Profeet Mohammed (v.z.m.h.) en daarna een doe’a (smeekbede).
De shalawaat (vraag om zegeningen) na de adhaan
‘Allaahoemma shallie ‘alaa Moehammadin wa ‘alaa aalie Moehammadin, kamaa shalaita ‘alaa Ibraahiem wa ‘alaa aalie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied. Allaahoemma baarik ‘alaa Moehammadin wa ‘alaa aalie Moehammadin, kamaa baarakta ‘alaa Ibraahiem wa ‘alaa aalie Ibraahiem, innaka hamiedoem-madjied.’
‘Oh Allah, schenk Uw vrede aan Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U Uw vrede hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, De Glorievolle. Oh Allah, schenk Uw zegeningen aan Mohammed en aan de familie van Mohammed, zoals U Uw zegeningen hebt geschonken aan Ibraahiem en de familie van Ibraahiem. U bent waarlijk de Lofwaardige, de Glorievolle.
De doe’a (smeekbede) na de adzaan
Djaabir (moge Allah tevreden zijn met hem) vertelde dat Allah’s Boodschapper (v.z.m.h.) zei: “Als iemand van jullie de azhaan hoort en zegt:
‘Allaahoemma Rabba haadzihid da’watit-taammah wash-shalaatil-qaa'imah, aatie Moehammadanil-wasielata wal-fadhielata wab’atshoe maqaaman mahmoedanilladzie wa’adtahoe.’
‘Oh Allah, Heer van deze perfecte oproep en de gebeden die voor altijd verricht worden, schenk Mohammed (v.z.m.h.) zijn eeuwige rechten van voorspraak, aanzien en de hoogste plaats (in het paradijs) en breng hem op het eerbiedwaardige niveau dat U hem beloofd hebt’,
dan is hij verzekerd van mijn voorspraak (op de Dag van het Oordeel). (Boekharie)
De iqaamah
De iqaamah is de tweede oproep tot het gebed en wordt even voordat het verplichte gezamenlijke gebed begint gezegd. Na de adzaan gaan de moslims zich voorbereiden om te bidden: ze gaan naar de moskee, als ze er nog niet waren en ze nemen woedhoe. Dan wordt de iqaamah gezegd en iedereen hoort meteen klaar te gaan staan, want het gebed gaat nu meteen beginnen.
De tekst van de iqaamah
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaah |
Ik getuig dat er geen god is dan Allah |
|
|
Asjhadoe anna Moehammadar-Rasoellaah |
Ik getuig dat Mohammed de Boodschapper van Allah is |
|
|
Hajja ‘alash-shalaah |
Haast je naar het gebed |
|
|
Hajja ‘alal-falaah |
Haast je naar de voorspoed |
|
|
Qad qaamatish-shalaah (2 maal) |
Het gebed staat op het punt te beginnen |
|
|
Allaahoe Akbar (2 maal) |
Allah is de Grootste |
|
|
Laa ilaaha illa-Llaah |
Er is geen god dan Allah. |
Deze tekst van de iqaamah is net zoals in de hadiets van ‘Abdoellah ibn Zaid ibn ‘Abd Rabbihie (Moge Allah tevreden met hem zijn), de eerste metgezel die een visioen over de adhaan kreeg.
de woedhoe
Voordat je Woedhoe neemt
Als je Woedoe wilt nemen en je hebt aandrang om naar het toilet te gaan, dan doe je dat eerst. Daarna doe je ‘istindjaa’: je wast de privé-delen van je lichaam. Dit doe je dus vóórdat je met de Woedhoe begint.
Het gebruik van de siwaak (tandenstokje)
Het is een goede gewoonte om, vóór je Woedoe neemt, je tanden met een tandenstokje (siwaak) of tandenborstel te poetsen. Uiteindelijk worden de tanden door deze gewoonte beschermd tegen tal van ziektes, die ontstaan als gevolg van ongepoetste tanden. De siwaak is een takje van de miswaakboom, dat aan het uiteinde geopend wordt waardoor een borsteltje ontstaat.
Zoals genoemd in een hadiets van ‘Aaisjah (moge Allah tevreden met haar zijn) zegt zij, dat de Boodschapper van Allah zei:
“Het gebruik van de siwaak is om je tanden te reinigen en het stelt ook je Heer tevreden.”
(Ahmad, Ad-Darimi, An-Nasaa’i)
De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft ook gezegd:
“Als ik niet zou hebben gevoeld dat het moeilijk zou zijn voor mijn gemeenschap, dan zou ik hen hebben bevolen om voor elk gebed de siwaak te gebruiken.” (namelijk, voor elke keer Woedhoe nemen)
(Ahmad, Maalik, An-Nasaa’i, Ibn Khoezaimah)
En moslims horen ernaar te streven om de wensen van de Profeet (vrede zij met hem) op te volgen.
De intentie voor het nemen van Woedoe (nijjah)
Voordat je Woedoe neemt maak je de intentie om Woedoe te nemen. Neem je voor dat de Woedoe voor niets anders bedoeld is, dan voor reiniging. Je hoort deze intentie in je hart te hebben; het is immers een daad van je hart en niet van je tong.
Het uitspreken van de intentie met woorden werd door de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) afgekeurd.
Begin dan de Woedoe door te zeggen: Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem (In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.)
De doe’a (smeekbede) na de Woedoe
“Asjhadoe al-laa ilaaha illa-Llaahoe wahdahoe laa sjarieka lah, wa asjhadoe anna Moehammadan ‘abdoehoe wa rasoeloeh.”
‘Ik getuig dat er geen god is dan Allah. Hij is de Ene en heeft geen deelgenoten. En ik getuig dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is.” (Moeslim)
“Allaahoemmadj ‘alnie minat-tawwaabiena wadj ‘alnie minal-moetathahhirien.”
‘O Allah, laat mij behoren tot degenen die berouw tonen en laat mij behoren tot degenen die gereinigd zijn.” (At-Tirmidzi)
Speciale voorzieningen bij het nemen van Woedoe
Het is toegestaan om in plaats van je voeten te wassen, met natte handen over je sokken te wrijven (eenmaal de bovenkant van je voeten, niet de zolen). Voorwaarde hierbij is wel dat de sokken zijn aangetrokken nadat Woedhoe is genomen, waarbij de voeten gewassen zijn. Dit is vierentwintig uur lang geldig, vanaf de tijd dat de Woedhoe is genomen. Wanneer iemand op reis is, blijft het drie dagen geldig. Na deze tijd worden de voeten weer opnieuw met water gewassen (De sokken moeten dik zijn, zodat er geen water door kan komen. Er bestaan ook leren slofjes). Op dezelfde wijze gaat het wanneer iemand een wond heeft op een plaats die met water gewassen moet worden. Als het water de genezing tegengaat mag je tijdens de Woedhoe het verband van de wond met een natte hand bestrijken.
Hadiets
Al-Moeghierah ibn Sjoe’bah zei: “De Profeet (vrede zij met hem) nam Woedhoe en streek over zijn sokken en sandalen.” (Ahmad, At-Tirmidzi, Aboe Dawoed en Ibn Maadjah)
‘Amr ibn Sjoe ‘aib verhaalt van zijn vader, die van zijn grootvader had vernomen, dat de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zei: “Als iemand de onderdelen van de Woedhoe meer dan driemaal verricht, dan is dat fout en overschrijdt hij de grenzen en is hij ongehoorzaam.” (An-Nasaa’i, Ibn Maadjah)
Handelingen die de Woedhoe ongeldig maken
1. De Woedhoe wordt ongeldig door: ontlasting, urine, sperma, winden laten en overgeven.
2. Na een diepe slaap (liggend)
3. Bewusteloosheid
4. Bij het aanraken van geslachtsdelen met de blote hand
5. Bij godslastering
6. Door het (met lust) aanraken van een vrouw
Tajammoem (droge wassing)
In omstandigheden waarbij geen water aanwezig is, of alleen genoeg om van te drinken, of wanneer water de gezondheid aantast, kun je een droge wassing, ‘tajammoem’, nemen.
De wijze van de tajammoem wordt in de Qoer-aan en hadiets genoemd:
“...en jullie vinden geen water, reinig je dan met schone aarde en wrijf jullie gezichten en jullie handen. Allah wil het jullie niet moeilijk maken, maar Hij wil jullie reinigen en Zijn gunsten voor jullie voltooien en opdat jullie dankbaar mogen zijn.."
(Qoer-aan Al-Maa-idah: 6)
(Het is volgens de Qoer-aan toegestaan om zand te gebruiken voor de tajammoem.)
De wijze van tajammoem
1. Maak in je hart de intentie.
2. Begin met de naam van Allah.
3. Je strijkt beide handpalmen over schoon zand, stof of iets dat dit bevat, zoals een stenen muur of een steen, etc. Blaas dan in je handpalmen, strijk met beide handpalmen over je gezicht, éénmaal. Wrijf dan met je linkerhandpalm over heel je rechterhand en met je rechter handpalm over heel je linkerhand. (Al-Boekharie en Moeslim)
4. Eindig met dezelfde doe’a als gegeven bij de Woedhoe.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
shahada/geloofsgetuigenis

De Profeet Mohammed (vzmh) heeft de laatste en universele boodschap van God gekregen. Voor de boodschap aan de Profeet Mohammed (vzmh) heeft God zich aan veel Profeten (vzmh) geopenbaard. Volgens een overlevering van de bekende Imaam Ahmed ibn Hanbal zijn er in totaal 124.000 Profeten geweest. Van al deze Profeten zijn er maar een paar nog echt bekend tegenwoordig. De bekendste Profeten zijn Adam, Noah, Abraham, Mozes, Jezus en de laatste Profeet Mohammed (vzmh).
Toch is er een verschil tussen al deze Profeten (vzmh) en de Profeet Mohammed (vzmh). De andere Profeten (vzmh) zijn gestuurd naar hun volkeren en de Profeet Mohammed (vzmh) is gestuurd naar de gehele mensheid en hij (vzmh) heeft door Allah een vervolmaakt religie achtergelaten.
Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de Islam voor jullie als godsdienst gekozen.
(Heilige Koran soerah 5 al-Maeda : Aya 3)
De Islaam is dus geen geloof dat alleen maar voor Arabieren is geopenbaard (in werkelijkheid zijn bijna 80% van de moslims geen arabieren). De Islaam is de boodschap van de schepper van de mensheid naar de gehele mensheid.
Juist omdat de Islaam de boodschap van God naar de gehele mensheid is is de bekering naar de Islaam eigenlijk erg simpel. God heeft het voor ieder mens makkelijk gemaakt om Hem te aanbidden, want de aanbidding van God is namelijk reden van onze schepping.
En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen.
(Heilige Koran soerah 51 adh-Dhariyat : Aya 56)
Hoe kun je je bekeren tot de Islaam?
Het is van groot belang dat iemand die zich wilt bekeren tot de Islaam dit doet met een zuivere intentie en dat hij volledig overtuigd is van het feit dat de Islaam de ware religie van zijn Schepper is. God beoordeelt iedere handeling van een persoon namelijk altijd op de intentie en als deze intentie niet zuiver is dan zal het niet door God aanvaard worden.
Zou dus iemand enkel moslim willen worden om een vrouw te huwen dan weet God dat de intentie van deze persoon niet zuiver is. Legt deze persoon de geloofsgetuigenis af zal het van geen nut voor hem zijn vanwege zijn intentie en hij zal voor God geen moslim zijn.
De Profeet Mohammed (vzmh) zegt in een overlevering: ,,Voorwaar! De daden worden beoordeeld op basis van de intentie en ieder mens zal alleen dat krijgen wat met zijn intentie samenhangt.
(Overleverd door al-Bukhari en Muslim)
Als men volledig overtuigd is van de fundamentele aspecten van de Islaam dan is het belangrijk het geloofsgetuigenis ofwel de shahadah uit te spreken. Het Arabische woord shahadah betekent eigenlijk getuigenis en in deze getuigenis verklaart men dat men geloof dat er maar een enkele God is die het recht heeft aanbeden te worden en dat de Profeet Mohammed (vzmh) Zijn dienaar en boodschapper is.
Het enige wat een persoon moet doen om moslim te worden is dus het uitspreken van een enkele zin. God probeert het juist voor de mens makkelijk te maken. Men hoeft geen rituelen te ondergaan zoals bijvoorbeeld de doop door een geestelijke bij de christenen. Wel moet men deze zin uitspreken in het Arabisch.
Bij het uitspreken van deze zin hoeft eigenlijk helemaal niemand aanwezig te zijn, omdat God de belangrijkste getuige is die men kan hebben. Toch is het aan te raden om de shahadah wel af te leggen in bijzijn van moslims. Dit kan bijvoorbeeld in een plaatselijke moskee of een islamitisch centrum.
Op het moment van het uitspreken van de shahadah wordt de persoon in de Ogen van Allah zondeloos als een pasgeboren baby. Men krijgt een compleet nieuwe start en alle slechte dingen die men in het verleden heeft gedaan, worden meteen vergeven. Na het uitspreken van de shahadah is het aangeraden om een douche te namen als teken van een totale zuivering van alles wat vooraf is geweest.
De geloofsgetuigenis moet men als het volgt uitspreken:
Ash-hadoe alla iellaha iella Allah,
wa ash-hadoe anna Moehammadan rassoeloe Allah
Ik getuig dat niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is.
Na het uitspreken van deze geloofsgetuigenis is men dus een moslim. Vanaf dit moment moet men zich ook houden aan de verplichtingen die Allah aan zijn dienaren heeft opgelegd, zoals onder andere het gebed en het vasten in de maand Ramadan.
Zeker net na de bekering tot de Islaam is het aangeraden om contact op te nemen met een praktiserende moslim in de buurt, die dan begeleiding kan geven die in het begin erg belangrijk is. Men heeft zeker in het begin iemand nodig om het gebed van te leren en die andere basiszaken van de Islaam eenvoudig kan uitleggen. Vaak kan men in contact komen met zo'n moslim via een dicht bijzijnde moskee of islamitisch centrum of bezoek het forum speciaal voor bekeerde Moslims door HIER te klikken.
1) • Ibn Hanbal, Musnad 5.169
wat is islam?
Wat is islam?
Het eerste wat men zou moeten weten en goed begrijpen heeft te maken met de betekenis van het woord "Islam".
De islam is niet genoemd naar een persoon zoals het geval is met het christendom dat genoemd is naar Jezus Christus, of Boedisme dat genoemd is naar Gotama Buddha of Confucianisme dat genoemd is naar Cunfucius of Marxisme dat genoemd is naar Karl Marx. Noch is het genoemd naar een bepaalde stam zoals het Judaisme genoemd is naar de stam van Judah en Hidoeisme genoemd is naar de hindoes. De religie "Islam" is de ware religie van "Allah" en als zodanig is het centrale principe van Allah's (Allah = Arabische vertaling van "Allah") religie; de totale onderwerping aan Allah's (Allah's) wil.
Het Arabische woord "Islam" betekent onderwerping of overgave aan de wil van de enige echte Allah, die alleen is het waard aanbeden te worden. Iemand die dit doet wordt een 'Moslim' genoemd. Het woord 'Moslim' betekent 'gehoorzaam aan Allah', maar het betekent ook 'vredelievend'. Daarom is de Islam geen nieuwe religie die profeet Mohammed (vzmh) in de zevende eeuw in Arabië heeft geïntroduceert, maar het is de ware religie van Allah die toen vervolmaakt werd.
Islam is de religie die aan Adam was gegeven, de eerste mens en de eerste profeet van Allah, en het was de religie van alle profeten, die na hem volgden.
De naam van Allah's religie, 'Islam', is niet door mensen verzonnen. Het is door Allah zelf als naam voor Zijn religie gekozen en heeft het duidelijk vernoemd in Zijn laatste openbaring aan de mens. In het laatste geschrift van de Allahdelijke openbaring, 'de Koran', verklaart Allah;
"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de Islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)
Islam is niet een religie van een bepaalde etnische groep of een bepaald volk, maar het is de religie voor de gehele mensheid.
In de bijbel staat nergens dat Allah tegen het volk van Mozes (vzmh) of tegen zijn nakomelingen zegt dat hun religie Judaisme is, noch tegen de volgelingen van Christus dat hun religie christendom is.
Feitelijk was Christus niet eens zijn naam, noch was zijn naam Jezus! De naam "Christus" komt van het Griekse woord "Christos" dat "de gezalfde' betekent. Dat wil zeggen dat Christus een Griekse vertaling is van de Hebreeuwse titel "Mesias".
De naam "Jezus" aan de andere kant, is een latijnse verbastering van de Hebreeuwse naam "Esau".
Voor de duidelijkheid, zullen we het hier maar houden op "Jezus" (vzmh).
Wat betreft zijn religie, het was wat hij predikte. Zoals de profeten voor hem, predikte hij onderwerping aan Allahs wil; (dat is Islam) en hij waarschuwde tegen de valse Allahen van de menselijke veerbeeltenis.
Volgens het Nieuw Testament leerde hij zijn volgelingen als volgt te bidden; "Uw wil geschiede, op aarde als in de Hemel"
Wat geloven Moslims?
De centrale doctrine van Islam heeft betrekking op de Eenheid van Allah; Er is niets of niemand anders die het waard is aanbeden te worden dan Allah.
Hij is Volmaakt, Heilig en Eeuwig.
Hij is de meeste Barmhartige, de meeste Genadevolle, en de Almachtigste
Hij heeft geen deelgenoten
Hij is de enige, Hij is zichzelf genoeg Hij verwekt niet, noch is hij verwekt, (dit zijn slechts menselijke karakteristieken.)
En niets is Hem in enig opzicht gelijk De Islam brengt een permanente relatie met Allah tot stand waardoor we bewust worden van zijn
aanwezigheid als onze Helper in al onze bezigheden, tijdens ons aardse leven .
De eenheid van Allah is de eerste en belangrijkste pilaar van de Islam en elk andere overtuiging is daarop gebaseerd.
De inhoud van het geloof (AL Iman)
Geloof in slechts één Allah
Geloof in de Engelen; Engelen zijn Allahs dienaren, die in opdracht van Hem taken uitvoeren.
Geloof in alle Profeten; de islam vereist geloof in alle profeten zonder onderscheidt, van Adam tot Mohammed (vrede zij met het allen);
We beschouwen alle profeten als hemelse leraren, die kwamen om de mensheid te bekeren en te leiden naar Allah.
In sommige religies wordt het schelden op profeten van andere religies ook wel eens als een vorm van vroomheid beschouwd , maar als een moslim ook maar hetn miste on-respect zou tonen aan het adres van grondleggers van het Judaïsme of het christendom, zal dat gaan tenkostte van zijn eigen overtuiging.
Een moslim moet na het bezigen van een naam van een profeet, het doen volgen met de lof-uiting; "Aleihi- as-salam" ofwel "Vrede zij met hem" (vzmh)
Zoals we geloven in alle profeten, geloven we ook dat alle religies van uit de Waarheid ontsprongen zijn. Maar door de tijd heen zijn ze vermengd met menselijke uitvindingen en verzinsels. Bovendien waren de meeste van deze leerstellingen plaats en tijdgebonden, waaraan later universele waarden werden toegevoegd.
Wij geloven dat de Koran al deze en aanvullende leerstellingen bevat die permanent en universele waarden bezitten en die bedoeld zijn voor alle naties.
Geloof in alle openbaringen van Allah; waaronder de Torah aan mozes, de Psalmen aan David, het Evangelie aan Jezus, die oorspronkelijk door Allah zijn geopenbaard en die allen destijds zuivere bronnen van leiding waren voor de mensen van die tijd.
Deze boeken zijn echter niet meer intact en niet meer in gebruik. Hun fundamentele waarheden echter, zijn terug te vinden in de Heilige Koran.
De Heilige Koran is het geschrift voor de gehele mensheid. Dit woord van Allah is geopenbaard in de Arabische taal aan de Heilige profeet Mohammed (vzmh) 1400 jaren geleden en is geheel behouden gebleven zonder enig wijziging. Er zijn talloze moslims die het hele boek letterlijk uit het hoofd kennen. De leerstelling is gebalanceerd, flexibel en universeel en er zijn vele vertalingen van. Het bevat alle morele en spirituele vereisten voor de ontwikkeling van de mensheid.
Geloof in het hiernamaals; Volgens de Islam is er leven na de dood. De Hel is een plaats waar de menselijke ziel wordt gestraft. De Hemel is het verkrijgen van een eeuwig leven van volledige blijheid en geluk door verbondenheid met Allah en door het ontwikkelen van de spirituele kwaliteiten en eindeloze positieve capaciteiten die een mens bezit.
De plichten van een Moslim zijn de vijf dagelijkse gebeden, het vasten in de maand Ramadan, het betalen van de jaarlijkse armenbelasting (zakaat) en indien men daartoe in staat is, minstens 1 maal in de Pelgrimstocht naar Mekka doen.
De Openbaringen
Allereerst, wat is een openbaring?
Moslims geloven dat Allah spreekt aan de hand van openbaring aan zijn gekozen dienaren. Op deze manier worden spirituele kennis en waarheid aan de mensheid overgedragen. Openbaringen kunnen verschillend van aard zijn. Het kunnen regels, rituelen of ceremonies, of wetten zijn. Openbaringen kunnen ook wel profetisch in aard zijn en zodoende mensen kennis bijbrengen m.b.t de toekomst.
Openbaringen kunnen Allahs wil, genoegen en liefde overbrengen of het kunnen waarschuwingen, Allahs ongenoegen en afkeer mbt zaken, bevatten.
De aard van Openbaringen verschilt naar de omstandigheden en het spirituele stadium van de ontvanger. Moslims geloven dat van alle openbaringen en Allahdelijke communicaties, het meest complete, het meest perfecte en het meest omvattende, de Heilige Koran is, die openbaringen omvat van alle aard.
Welnu, laten we ons richten op de persoon die de Koran geopenbaard kreeg. Om een dergelijke openbaring te ontvangen, moet degene van kinds af tot zijn dood eerlijk, waarheidsgetrouw, aardig en zachtmoedig van karakter zijn. In andere woorden, het karakter van een dergelijk persoon moet onbegrijpelijk, onbesproken en zondeloos zijn. Een dergelijk persoon was Profeet Mohammed Mustaffa, de Profeet van de Islam, Moge Allah's vrede en zegeningen op hem berusten.
Je moet beseffen dat Allah aan slechts aan enkele uitverkoren dienaren Zijn plannen openbaard. Soms deden profeten voorspellingen over toekomstige profeten, zodat deze dienaren van Allah een nobele, waarachtige en eerbiedenswaardige achtergrond zouden hebben, en zij zouden natuurlijk rechtvaardig en Allah vrezend zijn.
De Profeet Mohammed (vzmh) wordt in de Heilige Koran omschreven als een excellent exemplaar. Hem werd opgedragen te verkondigen:
"Zeg: Indien gij Allah liefhebt, volgt mij, Allah zal u liefhebben en uw zonden vergeven. Allah is meest Vergevensgezind, meest Genadig." (Koran 3:32)
Het was noodzakelijk dat het leven van de Profeet (vzmh) bekend zou zijn, zodat een ieder daarvan kon getuigen. Het was ook noodzakelijk dat zijn leven veelzijdig was, in de zin dat hij dan verschillende rollen perfect zou kunnen vervullen .
De Profeet Mohammed (vzmh) werd geboren in het jaar 570. Hij behoorde tot een nobele Arabische stam, de Quraish, die tot de leiders van Mekka behoorden. Zijn familie werd allom gerespecteerd en eerbiedigt.
Er bestaat een gedetailleerd verslag over zijn leven, vanaf zijn jeugd tot aan zijn dood in 632, nadat zijn missie was volbracht.
Mohammed (vzmh) was een voortreffelijke persoon met veel eigenwaarde. In elk stadium van zijn leven, was de beschermende en leidende hand van Allah duidelijk aanwezig. Dit alles (de Islam) kon nooit door de Profeet alleen tot stand worden gebracht.
Onder zijn invloed onderging Mekka enorme veranderingen, wat vele van zijn tegenstanders helemaal niet op prijs stelden, omdat hij gelijkheid en vrijheid predikte. Hij introduceerde de vrijheid voor slaven, leerde mensen vriendelijk te zijn tegen armen en behoeftigen , dat alle mensen gelijk waren ongeacht hun ras, afkomst of kleur. Hij moedigde mensen aan wezen naar behoren op te voeden en ze hun rechten niet te ontnemen en ze tenvolle te geven wat hen toekwam als ze eenmaal volwassen werden.
Hij ontmoedigde misbruik en was een kampioen van vrouwenrechten en verhief hun status, wat tot dan toe slechts een bezit van een man voorstelde.
Vrouwen werden in die tijd behandeld als vee, er werd hen geen respect getoond en sommigen dienden als inzet bij gokspelen.
Gezant van Allah
Profeet Mohammed (vzmh) is de laatste gezant van Allah met de laatste openbaring: "de Koran". Allah de Almachtige, heeft steeds afgezanten met openbaringen naar de mens gestuurd, om Zijn bestaan, wil en wetten te verkondigen.
Allah de Alwetende leert ons via de Koran dat naar ieder volk een profeet is gestuurd. De boodschap van elke boodschapper, vóór profeet Mohammed (vzmh), was altijd specifiek en alleen gericht aan diens volk. Zo ook profeet Jezus (vzmh).
| Naam: | Mohammad Ibn Abdullah |
| Naam van Vader: | Abd-Al-Allaah |
| Naam van Moeder: | Amina |
| Geboorte datum: | 570 |
| Geboorte plaats: | Mekka |
| Datum van overlijden: | 632 |
| Plaats van overlijden: | Medina |
| Plaats van zijn graf: | Medina |
| Datum en plaats waarop de eerste openbaring werd ontvangen: |
610, op de berg Hira Dagi |
| Naam van grootouders: | Abd-al-Muttalib |
Jezus zelf zei (volgens de Bijbel): "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls" (Bijbel ,Matteus 15:24-26)
Profeet Mohammed (vzmh), was de enige wereld profeet, met een boodschap, gericht tot de gehele mensheid.
Allah de alwetende, schepper van alles, openbaarde in de heilige Koran het volgende:
"Zeg, o' mensheid, ik ben u allen tot een boodschapper van Allah" (Koran 7:159)
Laatste Profeet
De komst van deze laatste profeet was door andere profeten al aangekondigd. Ondanks dat de Bijbel ontelbare veranderingen heeft ondergaan, zijn er in de profetieën van Mohammed's (vzmh) voorgangers, nog sporen te vinden, die naar hem verwijzen.
In het boek 'Evangelie van Barnabas', wordt hij zelfs bij naam genoemd.
Allahs boodschap is een uitnodiging aan ieder mens, om in Hem te geloven en in zijn boodschappers. En tegelijkertijd een waarschuwing dat ieder mens verantwoordelijk zal worden gesteld.
Met de komst van de laatste profeet, is ook het laatste tijdperk van de gehele schepping aangebroken. De mensheid zal geen andere profeet meer kennen !!!
Een voorbeeld
Profeet Mohammed (vzmh) is een voorbeeld voor iedereen en een barmhartigheid van Allah voor degenen die zijn voorbeeld in hun leven toepassen. Zijn leven gaf gestalte aan de normen en waarden en de bedoelingen van de leerstelling uit Allahs openbaring; "de Koran".
Het is Allahs gebod aan de mensheid om de levenswijze en aanbevelingen van deze laatste profeet op te volgen.
Dit is de enige manier voor de mens om zijn eigen natuur te begrijpen, dwz. het ware leven, de zin, en de bedoeling van het leven te leren kennen.
De Profeet
Profeet Mohammed (vzmh) werd geboren in het jaar 571 in de stad Mekka.
Zijn vader overleed vóór zijn geboorte en zijn moeder overleed toen hij zes was.
Hij werd daarna door zijn grootvader opgevoed en na diens dood, nam zijn oom hem onder zijn hoede. Hij groeide op als goedhartig, eerlijk en een verstandige persoon.
Al op jonge leeftijd viel hij op door zijn zuivere en onbesproken gedrag, en kreeg de bijnaam Al-amien (de betrouwbare).
Zijn gedrag en zijn gevoel voor moraal, maakten hem toen al bijzonder.
Hij trouwde uiteindelijk een vrouw, genaamd Khadidja. Hij was 40 jaar, toen Allah, de Alomvattende, de eerste verzen van de Koran aan hem openbaarde:
"Lees, in de naam van uw Heer, de Schepper. Die de mens uit geronnen bloed schiep. Lees, want uw heer is de Meest Eerbiedwaardige, die de mens door middel van de pen onderwees. Hij onderwees de mens datgene wat hij niet kende". (Koran 96: 1-5)
De gehele openbaring van de Koran heeft in totaal 23 jaar geduurd.
Mekka
Zodra de profeet de Islam begon te verkondigen, werden hij en zijn volgelingen vervolgd. Op zijn missie ontmoette hij medestanders en tegenstanders, zoals al zijn voorgangers. Zijn tegenstanders schuwden geen middel om een einde te maken aan zijn missie en maakten de situatie voor de bekeerlingen ondraaglijk. Mohammed's (vzmh) volgelingen werden mishandeld en soms zelfs gedood.
Door de gevestigde orde (hoge priesters en clan-leiders) werden de moslims schuldig geacht aan het verwerpen van hun afAllahen. De Moslims geloofden slechts in Één Allah, trachtten onrecht en onderdrukking, te bestrijden en erkenden het profeetschap van Mohammed (vzmh).
Zijn vijanden smeedden samen plannen om de profeet (vzmh) te doden, maar de Alziende, de Alwetende Allah, gebood de profeet naar Yasrib (nu Medina) te emigreren.
Over een gebeurtenis tijdens zijn vlucht naar Medina is een fascinerende overlevering bekend;
Tijdens zijn vlucht uit Mekka, werd de profeet door een leger vijanden achtervolgd. Op een gegeven moment naderden zij hem snel, zodat de profeet (vzmh) en zijn metgezel toevlucht moesten zoeken in een grot. Zijn vijanden naderden de grot, maar doordat een spin zijn web snel voor de ingang van de grot had gewoven, dachten ze dat niemand daar naar binnen kon zijn gegaan en raakten hun spoor bijster.
Alle lof zij aan Allah, de wereld geschiedenis en het lot van de Islam en van de laatste profeet, hing als het ware aan een zijden draadje (spinnenweb) en had er heel anders uit kunnen zien. Allah had de vijanden van zijn boodschapper met een simpel spinnenweb weerhouden.
Hoe onwetend en zwak zijn wij mensen.
Medina
De eerste 13 jaar van zijn profeetschap, had Mohammed in Mekka doorgebracht. In Medina, waarheen hij op Allahs gebod naartoe was gevlucht, stichtte hij een Islamitische staat. In Medina openbaarde Allah aan hem wetten voor het sociale en maatschappelijke leven, het strafrecht, zedenwet e.d.
De profeet werkte 10 jaar lang onafgebroken in Medina aan de verspreiding van Allah's boodschap. Onderdrukking, onwetendheid, onrecht, racisme e.d. werden door hem verfoeid en uitgebannen.
De Islam bleek een zeer grote aantrekkingskracht op mensen te hebben. In korte tijd verspreidde de Islam zich door geheel Arabië tot verre daarbuiten en vandaag de dag zijn er meer dan een miljard Moslims in de wereld.
De laatste profeet, Mohammed Mustafa (vzmh), overleed op 63 jarige leeftijd, en werd begraven in Medina. In zijn laatste toespraak, in Mekka, zei hij o.a. het volgende:
"O mensen, uw Heer is Één, allen zijn jullie de kinderen van Adam, en Adam is geschapen uit aarde. Bij Allah is de waardigste onder jullie, degene die het meeste eerbied toont voor Allah..."
De Profeet liet geen rijkdommen of bezittingen na, het enige wat hij naliet was zijn voortreffelijke en perfecte voorbeeld voor de mensheid, en een nog steeds groeiende Islamitische gemeenschap.
Incha-Allah zal Allah (SWT) ons de eventueel gemaakte fouten vergeven en zal Hij ons incha-Allah leiden op As-sirat al-moestaqiem (= de rechte weg).
Assalaamoe 'alaikoem wa rahmatoellaahi wa arakaatoeh.
(Vrede zij met u en de genade en zegeningen van Allah.)
Brief van een jongen
Brief van een jongen
Vangnet is één van de nakomelingen van kennis, compassie en liefde voor de mensheid,de jongeren en degenen die hulp nodig hebben. Met de wil en toestemming van Allaah is dit tot bestaan gekomen. Wij als mensheid raken onbewust verzeild in een draaikolk of dagelijkse sleur van dit leven. Daar komen vaak veel zaken bij kijken, zoals problemen en tegenslagen. Vangnet probeert een plek te zijn om jongeren die het moeilijk hebben op te vangen. De meeste instanties blijven op dit vlak toch naar mijn mening te zakelijk, te koel en onpersoonlijk, het moet zogenaamd 'professioneel'.Niet dat hier iets mis mee is, maar slaat het wel aan? Is het wel aantrekkelijk? Is het een plek waar je (graag) naar toe zou gaan?
Het is een feit dat er enorm veel problemen zijn binnen families. Dit speelt vooral een grote rol bij de 'allochtone samenleving' omdat de families van andere landen komen. Hun kinderen worden hier geboren en komen terecht tussen twee culturen. Vaak begrijpen de ouders en ouderen in het algemeen niet waar de jongeren zich in bevinden.
De problemen kunnen grote invloed hebben op het gedrag en dus ook de daden (kortom het leven) van deze jongeren. Zonder enige twijfel zijn de pubertijd en de tienerjaren de moeilijkste periodes van het leven. Je hebt niet gekozen voor je ouders, je afkomst, je naam of waar je bent geboren, maar dit alles heeft je gemaakt tot wie je bent. Het zijn de keuzes die je maakt die het zwaarst wegen!
Na je leuke kinderjaren op de basisschool kom je opeens in een periode terecht waarin alles verandert en anders lijkt. Lichamelijk, emotioneel, rationeel en dat heeft allemaal effect op je gedrag, je doen en laten. Jongeren beginnen opstandig te worden en kiezen hun eigen weg en doen waar ze zin in hebben of wat ze maar willen. Dat is waar ze vaak ook de fout in gaan. Jongeren worden blootgesteld aan wereldse verleidingen in alle vormen en maten, wat zeer aantrekkelijk voor hen is. Vrijheid, materie, geld en allerlei vormen van luxe, worden verpakt in een mooi jasje, waardoor jongeren eigenlijk als het ware worden bedrogen. Sommigen raken diep verzeild in een donkere wereld zonder grenzen. Jongeren houden dit leven voor hun ouders verborgen, en zitten vaak in strijdt met zichzelf, families, cultuur en geloof en weten soms geen uitweg te vinden.
Vangnet is een soort platvorm dat de helpende hand aanbiedt, zoals de naam het al zegt.
Het is een Vangnet wanneer je voelt dat je valt, wanneer je op het punt staat van instorten. Wanneer je alles niet meer ziet zitten, geen uitweg meer ziet. In de meeste gevallen komt juist hier de valkuil voor jongeren waardoor ze meer en meer slechte dingen doen. Ze komen vaak dagen en nachten niet thuis en worden als het ware toeristen in hun eigen huis. De band met familie en het vertrouwen in hen en de onderlinge liefde verdwijnen. Veel jongeren maken zichzelf gelukkig in de materiële wereld of in de 'liefde'.
We hoeven jongeren niet Vangnet binnen te halen, jongeren zullen zelf naar Vangnet komen. Iedere jongere verlangt in zijn of haar hart naar een plek zoals vangnet! De jongeren naar binnen halen zal niet zo'n groot probleem zijn. Jaren langen hebben we het straat leven ervaren.
De straat was meer thuis dan thuis zelf, en thuis werd slechts een plek waar we alleen sliepen. In deze jaren hebben we zowat alles gezien in Amsterdam en in andere steden. Je leert makkelijk contacten leggen met andere jongeren en je leert je angsten te overwinnen.
Hier gelden de regels van de straat en je komt met alles in contact wat je je maar kan bedenken. Het zorgt ervoor dat je nergens meer van opkijkt.
Hoe we de jongeren (jongens) zouden willen binnen halen is vooral door mond op mond reclame. We kennen echt veel jongens, en die jongens kennen weer jongens, ga maar zo door. Iedereen heeft 'broeders' 'matties' 'dreries' en zo zal het verspreiden door de stad, door 't land, van school naar school, van buurt tot buurt. Verder kunnen we workshops houden en presentaties. Kunnen we flyeren en langs scholen en buurthuizen gaan. We kunnen uiteindelijk ook coffeeshops binnen gaan om zodoende jongens daar weg te halen, en wie weet veranderen ze, en kunnen ze ook meehelpen. Het idee van Vangnet gaat niet om een persoon of een naam of één bepaald doel. Het is er gewoon en het gaat om samenwerking. Zoals wanneer er in de buurt een brand uitbarst, dan helpen alle buurtbewoners elkaar, of ze elkaar nou mogen of niet, welke afkomst dan ook.
En dat is Vangnet; compassie en hulp ongeacht wie of wat. Als de jongens merken dat er een soort tweede thuis is, waar jongens samen koken, eten, afwassen, thee drinken en lekkers eten. Met elkaar kunnen praten in groepsverband of individuele gesprekken kunnen hebben, zal dat ze vanzelf wel aantrekken. Ik denk dat we alle soorten wel over de vloer zullen krijgen, van de alledaagse Mo tot de figuren die je nooit zou verwachten, zelfs de harde en stoere gozers.
Het belangrijkste is, dat men weet dat het er is; dat zo'n plek bestaat. Niemand is verplicht om te komen, maar het is wel verplicht dat zo'n plek er is.
Door de problemen waar een persoon mee zit aan te horen, vol begrip en zonder enige oordeling zal er al een hele berg aan last van de schouders van de persoon afvallen.
Misschien kan hij zijn ei nergens kwijt en propt hij alles binnen in zichzelf op. Op een dag kan dit verkeerd uitbarsten of kan hij hierdoor het proberen kwijt te raken in de verkeerde middelen. Door de problemen aan te horen van deze jongens/jongeren kunnen we de link vinden met de oorzaak. Hier kunnen we op inspelen door oprecht advies te geven of andere vormen van steun. Meestal is het enige wat deze volwassen kinderen willen: erkent te worden, hun rechten krijgen, gewoon geaccepteerd en gerespecteerd worden en een taak kunnen uitvoeren. Ik vindt dat het onze plicht is om mensen weer te helpen hun ware zelf terug te vinden. Om ze te helpen zichzelf te ontwikkelen en te ontplooien. Ook dienen we gewoon de natuurlijke band te versterken, de broederschap en de liefde tussen de mensen is haast verdwenen.
Onbekenden groeten elkaar niet, en iedereen loopt langs elkaar heen, niemand heeft meer tijd of aandacht voor elkaar.
Ik denk dat samen komen al iets heel moois is. Vroeger had je binnen volkeren, stammen en dorpen altijd bijeenkomsten rond het vuur, waar het opperhoofd of de leider dan wijze verhalen vertelde. En waar de dorpelingen met hun vragen en problemen terecht konden. Maar waar is dit gebleven? Families dreigen uit elkaar te vallen. Met de jongeren gaat het slecht, heel veel jongeren drinken zich lam, of blowen zich suf. Er zijn heel veel incidenten met seksueel geweld en agressiviteit en baldadigheid. Trainingen conflicthantering vinden nauwelijks plaats in de islamitische gemeenschap. Iedereen kent ongetwijfeld de Nederlandse rap hit van Appa en Sjaak 'ik heb schijt'. Dit is een grote rol gaan spelen in de mentaliteit van de allochtone jongeren. Ik heb schijt is de Nederlandse versie van het duivelse boek geschreven door Aleister Crowly
'Do what thou wilt'. Dit is in heel veel films, clips, en het gedrag van harteloze mensen terug te vinden. Net zoals: 'ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'. Volg je begeerte; je leeft maar één keer. Niemand wil meer simpel leven, sterker noch; dan ben je raar en anders en hoor je er niet bij.
Wij zijn vastberaden om jongeren te helpen; voor jongeren en met jongeren, vanwege de toekomst van de gehele mensheid. Als je een persoon helpt, is het alsof je de gehele mensheid helpt. We weten niet wat voor waarde die persoon zal hechten aan jouw luisterend oor, jouw advies en het gevoel dat je hem geeft. Wie weet zat die persoon op het punt om zijn leven te beëindigen of iets heel ergs te gaan doen. We kunnen activiteiten opzetten waarmee de jongeren zich kunnen ontwikkelen en ontplooien op allerlei gebieden. En het belangrijkste van alles is dat we onze menselijkheid niet verliezen en dat we om elkaar blijven geven en ons inzetten voor de toekomst van de mensheid. Vangnet is zonder twijfel van enorm belang.
Stel jezelf maar de vraag: waarom zijn er zoveel coffeeshops in Amsterdam?
Waarom zijn er zoveel kroegen, cafés, bars, disco's en andere van dit soort dingen in de stad? Dat is om de leegheid van de mensen hun harten 'zogenaamd' op te vullen.
Mensen besteden meer in hun uiterlijk dan in hun innerlijk. Maar men vergeet dat we eigenlijk onze zielen, onze harten dienen te voeden. Werken wij werkelijk aan onszelf om een zo voorbeeldig mogelijk karakter te krijgen? Ik denk dat Vangnet er moet staan als een soort van fort, een kasteel dat stevig en standvastig staat. Dat bescherming biedt, veiligheid, en kracht. Uit dit fort zullen soldaten geboren worden, leiders en werkers. Het gaat om de samenleving, op maatschappelijk en hartelijk vlak. We kunnen in plaats van landen en gebieden, harten veroveren en zielen winnen om aan de kant van vrede en liefdadigheid te strijden. Dat we er zijn is al één ding, we kunnen vanuit ons eigen kunnen en doen mensen helpen met onze ervaringen, gevoel en kennis. Ik weet zeker dat we dit heel goed aankunnen.
Dit is maatschappelijk werk, en vanuit mijn mening is dit vrijwel hetzelfde als wat de politie, brandweer en dokters doen. We redden en helpen mensenlevens, vrijwillig nog wel...


