Naar de inhoud

info islam

akke.beakke.be
welkom op de site met info over de islam

Archief

Woorden gericht aan de oprichtster maimunah van der heiden

Woorden gericht aan de oprichtster van Stichting Vangnet

“Het leven is alsof een koning je met een bepaalde opdracht naar een land stuurt. Je gaat en doet honderden dingen, maar als je niet datgene zou doen wat jou werd gevraagd, dan is het alsof je helemaal niets zou hebben gedaan. 

Aan de vrouw die haar opdracht begrepen heeft. Aan de vrouw die de weg die voor haar lag zag, en begreep dat haar een tocht vol moeilijkheden wachtte. Aan de vrouw die de moeilijkheden niet wilde bagatelliseren, maar ze aan de kaak stelde en zorgde dat ze zichtbaar werden. 

Aan de vrouw die de eenzamen minder eenzaam maakte, die mensen die hongerden naar gerechtigheid te eten gaf. Die de onderdrukte zich even slecht liet voelen als de onderdrukten. 

Aan de vrouw die steeds zorgt dat haar deuren open staan, haar handen bezig zijn en haar voeten in beweging. Aan de vrouw die de verpersoonlijking is van de verzen van een Perzische dichter; Haafeez toen hij zei: “Geen zevenduizend jaar vreugde kan zeven dagen van onderdrukking rechtvaardigen.”                                  

Aan de vrouw die hier vanavond is; moge zij ieder van ons zijn. Moge haar voorbeeld zich vermenigvuldigen. Moge zij nog vele zware dagen voor zich hebben, zodat ze haar werk kan voltooien. Zodat volgende generaties onrecht alleen nog zullen kennen uit woordenboeken en niet langer in hun levens ervaren. Moge haar tocht een eenzame tocht zijn, omdat haar tempo het tempo van verandering is. Een verandering; echte verandering kost tijd; kost tijd; heel veel tijd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door karima106 om 08:23 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten 6

Het werk van Allaah, Mina.

Vraag aan de dokter waar zijn genade is gebleven, 
vraag aan de patiënt wie hem beter heeft gemaakt 
na de dood van zijn hart, 
Nadat de medische kant het had opgegeven. 
Vraag aan de blinde wie hem begeleidt, 
de drukte in, zonder te vallen. 
Dat is allemaal het werk van Allaah, echt van Allaah. 

Vraag aan de ziende waarom hij in een kuil viel? 
Waarom hij de duivel volgde? 
Wie heeft hem daar naartoe gebracht? 
Vraag aan de zwakke foetus wie hem beschermde 
tegen alle gevaren van besmettingen? 
Hoe is het mogelijk dat hij in een kleine donkere ruimte 
helemaal alleen woont, zonder angst? 
Vraag aan een baby waarom die huilt bij zijn geboorte? 
Waarom vloeien tranen als regen op zijn schone wangen? 
Hij heeft het paradijs verlaten, de ultieme liefde van zijn moeder, 
en de hel betreden; hij zal nooit één worden met iemand anders. 
Vraag aan de slang hoe hij kan leven met gif in zijn mond? 
Dat is het werk van Allaah, echt van Allaah.

Vraag aan de bijen hoe ze aan honing komen, 
diep verborgen in hun magen. 
Wie heeft dat gemaakt, wie heeft dat geschapen? 
Vraag aan de koe hoe ze aan melk komt, 
helemaal afgescheiden van afvalstoffen en bloed. 
Wie is zo nauwkeurig en zo genadig? 
Dat is het werk van Allaah, echt van Allaah.


'


Time is ticking very fast
Time is ticking very fast, I don’t care, 
I know I’m gonna last, 
My granddad first, my parents next, 
I’ll be the last, you wanna bet? 

There’s plenty of time for me to pray, 
I'll do my sins, then wash them away. 
Going to the mosque, now that’s a joke, 
within that time, I could have a good smoke! 
Huffing and puffing my ciggie away, 
Religion is last on the agenda today. 

A pain in my chest occurred one night, 
I was so severe, it gave me a fright. 
I’ll go to the doctor in the morning I said, 
But then I didn’t get out of my bed! 

‘Who is your Lord?’ a voice boomed down, 
said a dark black face with a very big frown. 
I stuttered and stumbled, 
and managed to say: ‘Allaah is my Lord, 
is that okay?’ ‘Who is your prophet?’ 
He began to ask I didn’t know the answer so I wanted to pass, 
if only I went to my Islamic class. 

The dark black figure then went away, 
but in the distance I could hear it say: 
’Now, that’s a muslim, a muslim by name, 
not one thing in his favor for him to gain. 
The bounties of paradise that Allaah has promised, 
to all the muslims who have been honest! 

I wanted to scream and shout and say; 
‘O Allaah, forgive me, for I didn’t pray!’ 
But now it’s too late, my time is up, 
you may think I’m being abrupt. 

But people out here, please hear what I say: 
’Remember your Lord, pray 5 times a day.’ 
It’s bonus for you, if you take this advise, 
for then you won’t suffer in the afterlife! 




Say there's a weak spot
Say there's a weak spot, 
something you do not see 
or that you do not want to see about your character.
The way to discover it is through others. 
They are the mirrors that reflect your personality. 
If something bothers you about someone, 
you are recognizing an attitude that is actually within you. 
When you feel it does not affect you and you can respond calmly, 
it means that this weakness is no longer in you.





verschil.jpg

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door karima106 om 08:20 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten 5

My heart full of compassion

I cannot ease your aching heart,
nor take the pain away.
But let me stay and take your hand
and walk with you today.
I’ll listen when you need to talk,
I’ll wipe your tears away.
I’ll share your worries when they come,
I’ll help you face your fears.
I’m here and I will stand by you,
each hill you have to climb.
So take my hand let’s face the word,
live one day at a time.
You’re not alone for I’m still here,
I’ll go that extra mile,
And when your grief is easier,
I’ll help you learn to smile


The Silent Lover

Wrong not, sweet empress of my heart,
The merit of true passion,
With thinking that he feels no smart,
That sues for no compassion.

Silence in love betrays more woe
Than words, though ne'er so witty.
A beggar that is dumb, you know,
May challenge double pity.

Then wrong not, dearest to my heart.
My true, though secret passion,
He smartest most that hides his smart,
And sues for no compassion. 

En de profeet Muhammad zei: 
"Houd jezelf tegen om verkeerd tegenover de mensen te doen, want dat dient als een sadaqah (liefdadigheid) voor jou." (Sahihain, over geleverd door Abu Dharr)



"I believe all suffering is caused by ignorance. People inflict pain on others in the selfish pursuit of their happiness or satisfaction. Yet true happiness comes from a sense of peace and contentment, which in turn must be achieved through the cultivation of altruism, of love and compassion, and elimination of ignorance, selfishness, and greed."


The Man And The Cocoon

A man found a cocoon of a butterfly. One day a small opening appeared. He sat and watched the butterfly for several hours as it struggled to force its body through that little hole. Then it seemed to stop making any progress.  It appeared as if it had gotten as far as it could, and it could go no further.

So the man decided to help the butterfly. He took a pair of scissors and snipped off the remaining bit of the cocoon. The butterfly then emerged easily. But it had a swollen body and small, shriveled wings.

The man continued to watch the butterfly because he expected that, at any moment, the wings would enlarge and expand to be able to support the body, which would contract in time.

Neither happened! In fact, the butterfly spent the rest of its life crawling around with a swollen body and shriveled wings. It never was able to fly.

What the man, in his kindness and haste, did not understand was that the restricting cocoon and the struggle required for the butterfly to get through the tiny opening were Allaah's way of forcing fluid from the body of the butterfly into its wings so that it would be ready for flight once it achieved its freedom from the cocoon.





Macho

Beste macho, met plezier is het dat ik mij tot jou richt;
regelrechte waarheid in jouw gezicht.
Het begon toen je nog een kleine baby was;
je sliep toen nog in je eigen plas,
Huilen deed je als een klein kind,
melk, luiers en slapen waren je enige vriend.

Toen begon je te zitten, kruipen en stappen,
en kon jij, o macho, nog niet met de remote zappen.
Daarna kreeg je je melktanden en je eerste pen,
je kon niet schrijven; je had geen enkele fan.
Daarna kwamen je puisten in de pubertijd,
met domme discussies achtte je je gedachten als enige werkelijkheid.

Toen werd je groot en ging je met een stoer gedrag iedereen weren,
een zonnebril, ketting en een ringbaardje scheren.
Met vooruitgestoken borst en een rechte rug,
keek je nooit meer naar vroegere tijden terug.
Als een ondankbare, egoïstische rat
ging je verder, totdat je zelfs je moeder vergat.
Zelfingenomen ontdekte je jouw nieuwe wereld; macholand,
jij waande jezelf koning; zo kwam jouw ego tot stand.
Niet beseffend dat de mensen die naar jou keken
in werkelijkheid voor jouw geld i.p.v. persoonlijkheid bezweken!

O arme man; wie ben jij wel?
binnen een paar jaar ben jij een poubelle.
Dan begint vanzelf een metamorfose,
en is je vooruitgestoken borst uit den boze.
Die grote spieren beginnen dan te hangen,
en niemand die nog naar je zal verlangen.
Ouder zul je worden en dan word je vergeten,
en geloof mij, macho, dan zul je het weten.
En zul je denken: had ik alles maar anders gedaan,
was ik maar een andere weg in gegaan.
Die van werken aan mijn karakter i.p.v. aan mijn ijdelheid,
dan zat ik nu niet alleen met zoveel verdriet en spijt.

Werk, o macho, aan je ziel en je hart,
ik weet het, het leven in deze wereld is hard!
Maar laten wij proberen betere mensen te gaan zijn,
mensen met gevoelens van geluk en van pijn.
Pijn die we verwerken op de juiste manier,
O macho, luister naar mij; zet de deur van je hart op een kier.
Laat je gevoelens van menselijkheid spreken,
en wil niet langer je verleden wreken.
Want macho zijn, komt voort uit een slecht verleden,
maar innerlijke onzekerheid speelt niet meer in dit heden.

Wanneer wij onze maskers van leugens nu hebben afgezet,
is het zo dat een ander niet meer wordt belet. 
Op deze manier zullen wij de macho anders bekijken,
en begrijpen dat wij niet op hem moeten lijken.
Maar dat hij in nood is; geef hem een stevige hand,
die hem mee neemt uit het dure macholand!





Gossip, Nobody's friend, by Anonymous

My name is Gossip.
I have no respect for justice.
I maim without killing.
I break hearts and ruin lives.
I am cunning and malicious and gather strength with age.
The more I am quoted the more I am believed.
I flourish at every level of society.
My victims are helpless.
They cannot protect themselves against me because I have no 
name and no face.
To track me down is impossible for you.
The harder you try, the more elusive I become.
I am nobody's friend.
Once I tarnish a reputation, it is never the same.
I topple governments and wreck marriages.
I ruin careers and cause sleepless nights, heartache and 
indigestion.
I spawn suspicion and generate grief.
I make innocent people cry in their pillows.
Even my name hisses. I am called Gossip.
Office gossip. Shop gossip. Party gossip. Telephone gossip.
I make headlines and headaches.
Before you repeat a story ask yourself, is it true?
Is it fair? Is it necessary? If not, keep it to yourself.
If you spend as much time praying as you do talking about others
behind their backs,
you would be further ahead spiritually.




I asked Allaah
I asked Allaah to take away my habit 
Allaah said: ‘No, 
it is not for Me to take it away, but for you to give it up.’ 

I asked Allaah to make my handicapped child whole 
Allaah said: ‘No, 
his spirit is whole, his body is only temporary.’ 

I asked Allaah to grant me patience 
Allaah said: ‘No, 
patience is a by-product of tribulations; 
it isn’t granted, it is learned.’ 

I asked Allaah to give me happiness 
Allaah said: ‘No, 
I give you blessings. Happiness is up to you.’ 

I asked Allaah to spare me pain 
Allaah said: ‘No, 
suffering draws you apart from worldly cares and brings you closer to me.’ 

I asked Allaah to make my spirit grow 
Allaah said: ‘No, 
you must grow on your own, 
but I will prune you to make you fruitful.’ 

I asked Allaah for all things that I might enjoy life 
Allaah said: ‘No, 
I will give you life, so that you may enjoy all things.’ 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:19 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten 4

Een plaats, Mina.

Er is me een plaats aangeboden welke lange tijd niet in mijn leven 
aanwezig was.
Een plaats waar ik mezelf kan zijn, waar ik kan huilen, waar ik kan  
janken,
waar ik mijn tranen de vrije loop kan laten, zonder me ervoor te 
schamen.
Waar ik me laat omhelzen, wegzinken in iemands warme armen
diepkijkend in haar zachte ogen, ook vol met tranen om mij

Er is me een plaats aangeboden, waar ik mag aaien en geaaid kan 
worden.
Aanraking na aanraking, liefkozend, er helemaal van genietend.
Zacht, warm en zoet net als de geurende Marokkaanse thee
zonder in verdediging te komen, zonder uit mijn balans te raken, 
zonder weg te lopen.

Ik heb een thuis gevonden waar ik jaren en jaren naar heb gezocht.
Ik zocht zonder een met een brandende kaarslichtje erin te vinden,
maar nu heb ik een thuis gevonden, een die mijn taal beheerst, die 
mijn gevoelens beheerst...
Mij in mijn waarde laat, zonder me om te buigen, te veranderen,        
te breken...
Oh, mijn bloedband waarom is het jullie niet gelukt om mij die  
plaats te geven?
Waarom hebben jullie me niet geleerd om lief te hebben in dit 
leven?
Waarom is mijn hart al op een jonge leeftijd weggedreven, 
verdronken, weggezonken?
Ik heb liefde gekregen van een bloem, geproefd... ben er verslaafd 
aangeraakt
kan er niet meer zonder, heerlijk om haar arm om me heen te 
hebben!
Om zachte woorden te horen in mijn oren net als een ware bries.
'Jij bent mooi zoals jij bent, jij bent lief hoe je glimlacht, ik hou van 
je om wie je bent'.
Wat heerkijk om een thuis te hebben zonder veroordeling, zonder 
beoordeling.
Datgene wat pijn doet, wat verdriet doet, zo erg dat het me martelt 
en verstikt.
Dat alles kan je wel dragen als je maar liefde krijgt,
Van eerlijke meiden die keihard werken om het naar je zin te 
maken.
Je kan alles dragen als je maar een thuis hebt waar je jezelf kan 
zijn.
En waar je je opgevangen laat worden in iemands armen.
Waar je wel bereid moet zijn je masker af te zetten en bloot te 
lopen met je gevoelens.
om die diepste wonden te kunnen genezen,
de wonden die je hebt dichtgedaan zonder dat ze genezen waren.
Je moet je masker af doen om je oude wonden tijd te geven om 
opnieuw te genezen.
op hun eigen tempo,
Je kan alles dragen in dit leven als je je hart maar open doet en 
liefde wil ontvangen.
van lieve mensen die er klaar voor staan om je die liefde te geven 
warm als de zon.
Ben je er klaar voor om opgevangen te worden met zachte woorden 
en liefkozende handen?
Ben je er klaar voor om liefde te proeven, helder als water, warm 
als een mantel?
We hebben een thuis voor je gemaakt, zoals je hart het wil, met 
warme kleuren, met warme geuren!
Het is nu aan jou om die binnen te treden.
Zonder masker, zonder angst, zonder eenzaamheid.
Er is me een plaats aangeboden dat voor lange tijd niet in mijn 
leven aanwezig was.





De lange tocht

Misschien hebben wij het ons
te eenvoudig voorgesteld
toen we destijds vertrokken
voor de lange tocht door de woestijn
om betere methoden te vinden
voor het leven voor elkaar

Wij dachten maak ons o heer
een werktuig van uw vrede
maar toen kwam de moeizame strijd met de autoriteiten
die orde wensen en geen vrede
het dagelijks zwoegen om kleinigheden
het ontzettende alleen gelaten worden

 weinig hulp van beneden
geen begrip van opzij
en van boven de oeroude truc
bij elke concrete vraag met de leertucht aan te komen
om macht te handhaven en orde
en de fatsoenlijke taal van het gewone volk
ver te houden van alle kansels

de woestijn waar wij doorheen gaan
vol onvrede en vol angst
vol onmacht vol verhulling 

o heer maak ons een werktuig van uw vrede
werktuig van conflicten en niet van harmonie
werktuig van de waarheid en niet van de was van woorden
werktuig van geluk en niet van slaperigheid

bewaar ons god voor de romantische vergissing
dat vriendschap een geschenk uit de hemel is
en voor de conservatieve vergissing
dat ze groeit in lange jaren zoals bomen
leer ons inzien dat vriendschap arbeid is
een bouwwerk zoals alles wat goed is voor ons

wij hebben vrienden nodig die weten
dat ze niet alles met zich laten doen
die een stem hebben en meebeslissen
die solidair zijn met de onderdrukten
die hun angst steeds meer overwinnen
en zo de vrede verbreiden




Moe van het geven, Maimunah.

Wanneer je moe bent van het geven
Gelief koost wilt worden, al is het maar even.
Wanneer je lichaam pijn doet van het rennen
en je verlangt dat ook anderen je eens verwennen
Dan bij het stille nadenken kom je tot bezinnen
en realiseer je je plots wat je probeert te overwinnen
Ik was een klein meisje van een jaar of acht
ik ontving thuis meer liefde dan ik ooit had gedacht
Mijn moeder begon ik heel langzaam te verliezen
omdat zij na jaren lang zorgen voor zichzelf begon te kiezen
Toen dit teweeg bracht dat zij van mijn vader vervreemdde
werd ik het kind dat van haar thuis ontheemde
Toen ik elf was vertrok mijn vader en liet z’n kamer leeg achter
mijn leven veranderde plots en werd minder zachter
Ik belandde in een wereld van alleen-zijn en verdriet en pijn
ik was nog niet volgroeid om al zo jong volwassen te zijn
Daarom probeer ik ieder meisje dat ik ontmoet voorzichtig te dragen
wanneer haar jonge vrouwenogen me er zonder woorden om vragen
misschien zijn we wel hetzelfde en is er weinig verschil
dus omarm ik haar hand, heel zachtjes, heel stil. 

Why?
Why a jew can grow his beard and he is just practicing his faith and he has his freedom? But when a muslim does the same, he is an extremist and terrorist! Why a nun can be covered from head to toe and she is respected for devoting herself to God? But when a muslimah does the same she’s oppressed and they are reactionary! When a western woman stays at home to look after her house and kids she is respected because of sacrificing herself and doing good for the household? But when a muslim woman does so by her will, because islaam don't prevent muslim women from work they say: 

"She needs to be liberated!" Any girl can go to university wearing as she need and have her rights and freedom. But when a muslimah wears a hijaab they prevent her from entering university! When a child dedicates himself to a subject he has potential. But when he dedicates himself to islaam he is hopeless.

When a christian or jew kills someone, religion is not mentioned. But when a muslim is charged with a crime, it is islaam that goes to a trial! When someone sacrificing himself to keep others life, he is a noble one and all respects him. But when a Palestinian does that to save his son from being killed, his brother's arm being broken, his mother being raped, his home being destroyed, and his mosque being violated. He gets the title of terrorist! Why? Because he is a muslim! When there is a trouble we accept any solution. But when the solution is in islaam, we refuse without having a look at this solution. When someone drives a perfect car in a bad way no one blame the car. But when any muslim makes a mistake or treats people in a bad manner, people say "Islaam is the reason" without looking to the tradition of islaam. Why people believe what the newspaper says, but question what islaam says?





Mummy went to heaven.

Mummy went to heaven 
But I need her here today 
My tummy hurts and I fell down 
I need her right away 

Operator can you tell me how 
To find her in this book? 
Is Heaven in the yellow part 
I don't know where to look 

I think my daddy needs her too 
At night I hear him cry 
I hear him call her name sometimes 
But I really don't know why 

Maybe if I call her 
She will hurry home to me 
Is Heaven very far away 
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:18 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten 3

Ramadaan

De maand van Ramadaan is voorbij,
waarin wij vastten, zowel ik als jij. 
Hoe snel is die heilige maand afgelopen, 
we kunnen slechts op de volgende hopen. 
Nu gaan we weer door; van alles weer eten,
maar de bedoeling van vasten zijn we toch niet vergeten? 
Blijven we een; met elkaar verbonden? 
herinneren we al die gebeden waarin we naast elkaar stonden? 
We huilden bij de du'aa's; voelden ons voldaan, 
om iedere nacht naar de moskee te gaan! 
Dat was onze voeding; meer nog dan eten. 
we verlangden ernaar om "al-mutaquun" te heten. 
We voelden een band met onze broers en zussen, 
kwamen naar de jamaa'ah om onze zonden te blussen. 
We probeerden de qur'aan te lezen en overdenken, 
en onze harten eindelijk meer aandacht te schenken. 
We merken meer dan ooit, dat we onze tijd hebben vergooid.
Onszelf tekort hebben gedaan; stil hebben gestaan. 
Deze maand liet ons wakker worden; plotseling ontwaken, 
en hielp ons om onze zonden te staken.

En nu is het tijd om eerlijk binnenin onszelf te kijken;
zal uit ons gedrag nu iemaan en taqwaa' blijken? 
Blijven we nu met onze zusters verbonden? 
Hebben we onze harten gereinigd: ook in diepere gronden? 
Hebben we ruzies met vijanden bijgelegd, 
onze handen in die van hun gelegd? 
Hebben onze tranen ons innerlijk vuil eruit gehuild? 
Hebben we onze maskers voor ware gezichten verruild? 
Nu Ramadaan plots van ons is heen gegaan, 
Zal gaan blijken wat we echt hebben gedaan. 
Hebben we slechts honger en dorst geleden, 
of ook tegen onze nafs gestreden? 
Een heilige maand om aan onszelf te werken, 
was pas het begin zullen we nu gaan merken.
Nu moeten we door met onszelf te trainen 
en laten zien of we het wel echt serieus menen.


Ramadaan is here, Asma Sadia

One night I heard a knock on my door.
Who can it be, I wasn't quite sure.
I open the door and am filled with glee.
The visitor ahead is no stranger to me.

I welcome the guest with utmost delight.
For I know it has come to give me respite.
An air of happiness fills the space.
My home now seems, a better place!

Have you any clue who this visitor could be?
Yes! It’s Ramadaan, the month of mercy.
The pious and righteous can't await its arrival.
Others seem to greet it, with waves of denial.

For Allaah we fast from dawn to dusk.
For Him our breath is the fragrance of musk.
The muslims who pray and fast with zest.
Are aware of the rewards of this month manifest.

Throughout this month we weep and repent.
Now is the time to strongly lament.
And those who shun this sacred month.
on the Day of Reckoning will face the brunt.

In the last ten nights, hides the Night of Decree.
Allaah then awaits for his slaves to plea.
The angels descend with Gabriël in the lead.
To check on the steadfast and record every deed.

A feeling of grief now fills my heart.
As the month of Ramadaan will soon depart.
So lets make a start and worship Him alone.
Now that the worth of this month is known.





De gevangenis, Maimunah. 

Mijn hart trilt van binnen, 
wat moet ik beginnen? 
Zelfs mijn handen beven, 
Ik wil het geen aandacht geven. 
Ik ga rennen; wil niet meer lopen, 
omdat ik zes dagen op dit moment ging hopen 
om jou mijn liefste weer te ontmoeten 
met ‘salaam alaikum’ je te kunnen begroeten 
op de plek waar je gevangen bent 
alleen en eenzaam waar niemand je kent. 
Ik ga op een stoel op jou zitten wachten 
en zie je dan komen; verlies al mijn krachten.
Ik wil in je armen mezelf verliezen,
maar moet voor sterk zijn en moedig zijn kiezen.
Jouw handen en de mijne zoeken elkaar 
en dan voel ik hoe ik langzaamaan bedaar 
door je aanraking die ik maar al te goed ken 
of omdat ik nu eindelijk dichtbij je ben. 
Ik kan maar een uurtje per week bij je wezen 
en probeer zoveel als ik kan in je ogen te lezen; 
Zorgen en verdriet, angst en verlangen,
ik behoed je gevoelens en al je belangen.
Dan moet ik gaan, opeens ga je staan 
iedereen in de rij; het is alweer voorbij. 
De tranen in je ogen maken me zwak 
waardoor ik nog even op de stoel neerzak.
Dan loop ik door de gangen naar de wereld daar buiten,
de ene deur gaat pas open als de ander gaat sluiten. 
Over mijn wang rolt een traan 
nu we opnieuw uit elkaar moeten gaan 
en ik je achter moet laten; 
wie heeft het in de gaten? 
Onschuldig tussen mensen die moordden en verkrachtten,
ik kan het niet accepteren in mijn gedachten!
Wat kan ik nu doen behalve wachten? 
Onmachtig ben ik, verloren in de tijd.
Kon ik maar iets doen; iets dat jou verblijdt.
Ik huil als ik kijk naar ons kleine kind;
hij die me zo diep met jou verbindt.
Hij zei laatst: "Ik hoef niet jij huilen." 
Toen wou ik niets liever dan met jou ruilen; 
ik op jouw plek en jij op die van mij. 
In jouw armen werd hij vast weer blij. 
Je bent meer dan wat ook in mijn gedachten,
het duurt alleen zo lang om op je te wachten.




Wanneer iemand neerknielt, Maimunah. 

Wanneer iemand neerknielt om mij aan te kijken
en vervolgens zachtjes over mijn haar te strijken

waardoor ik mijn ogen stilletjes aan kan sluiten
en de diepere bronnen in mijn ziel voel ontspruiten
 
ik ben moe en heb pijn; verlang mezelf over te geven
een traan glijdt naar mijn haar ik veeg hem even

een andere volgt uit een heel diepe bron
ik weet niet waarom ik er lang niet bij kon

bijna niemand zag hem, zo snel als hij ging
maar het was zijn vinger die hem zachtjes opving

het was nodig dat hij stopte en naast me ging staan
ik dacht sterk te zijn, hield mezelf in die waan

als wij die zoveel dragen er zelf niet om vragen
komen we elkaar tegen om de balans te gaan wegen




Verdriet, Maryam.

Als je de tranen in je ogen voelt branden,
Maar je wilt niet dat ze voor de voeten van een ander belanden.
Je wilt niet dat ze het zien; de pijn en het verdriet.
Want je weet; troosten zullen ze je toch niet.

Ik hou me groot want niemand zegt dat 't oké is om klein te zijn.
Om het soms gewoon even bloot te geven al die pijn,
Gewoon even uit kunnen huilen,
Maar niemand geeft me een warm plekje om even in weg te 
schuilen.

Niemand slaat ooit een arm om mij heen
En als ze het al doen verwijderen ze hem ook weer meteen.
Bovendien voel ik dat het zo nodig moet,
Niemand die het ooit eens uit liefde en genegenheid doet.

En als iemand het wel doet, dan doet het pijn,
Omdat het vreemd is dat er opeens mensen voor je zijn.
Dan kan je de woorden niet meer vinden en voel je je naar,
En die tranen achter je ogen blijven nog steeds daar.

Al die verborgen pijn die mij verscheurt,
Een schrijnend verdriet wat maar zeurt en zeurt,
Een plek kan ik het niet geven en erover praten al helemaal niet.
Niemand mag het zien, maar wanneer ik het wel wil, zien ze het 
evengoed niet.

Ik voel me gewoon zo rot en alleen,
Nooit had ik mensen die er voor mij waren om mij heen.
En nog steeds zijn ze heel ver bij mij vandaan.
Leer ik ooit de pijn, het verdriet en de tranen te laten gaan?

Kan ik het ooit loslaten al deze pijn en dit verdriet?
Zal er ooit iemand zijn die het meteen aan me ziet?
Zal ik ooit leren om niet bang te zijn voor iemand die om me geeft?
En om te praten over alles en te genieten van alles wat leeft?





Kun je je voorstellen? Maimunah.

Kun je je voorstellen; jezelf inleven 
hoe het voelt om jezelf over te geven
aan een ziekte door Allaah voor jou bepaald 
waardoor je weet dat je volgend jaar niet meer haalt? 
's nachts je hoofd op je kussen te leggen 
met de angst nooit meer iemand gedag te zeggen 
en de mensen waar je van houdt in hun ogen te kijken 
en bij het omarmen door hun haren te strijken 
met in je hart zo'n intense pijn 
omdat het voor het aller laatst kan zijn. 

Hoe het voelt om op Allaah’s genade te hopen 
maar ook angst komt steeds weer binnen geslopen.
Of om je geliefden emotioneel te dragen, 
langdurig te liegen wanneer ze blijven vragen, 
alleen maar om hen het verdriet te besparen, 
wat toch wel aanwezig is de komende jaren. 
Om de weg naar Allaah te weten te vinden, 
en je vanwege Hem aan anderen te binden. 
Om steeds weer opnieuw in de moskee te ervaren 
dat je verdriet en je angsten alleen daar bedaren, 
om bewust, alleen jezelf terug te trekken 
van al die druk bezochte plekken. 

Om na te denken over je eigen leven, 
naar berouw en vergeving te willen streven, 
en toch nog steeds fouten te maken 
omdat je niet iedere keer geconfronteerd wil raken. 
Hoe het voelt niet te willen voelen of denken, 
of alles op te geven en jezelf geen waarde te schenken? 
Om Allaah toch weer om hulp te smeken, 
omdat in het verleden vaak genoeg is gebleken 
dat Hij meer nabij is dan iedereen denkt 
en Hij Zijn enorme rahmah schenkt! 


Van cocon naar een vlinder!

Ergens, achter in een donker woud,
heeft een rups een cocon om zich heen gebouwd.
Het eeuwige kruipen maakte haar vreselijk moe.
Ze sleepte zichzelf naar dit veilige plekje toe.

In haar cocon heeft ze kracht en warmte gekregen,
maar ze voelde zich ook eenzaam en kon zich niet bewegen.
In de cocon bleef ze klein, maar ze wou heel graag een vlinder zijn.
Ze is alleen bang voor de enorme verandering die ze zal ondergaan;
voor wat haar straks te wachten zal staan.

Dapper als ze was, besloot ze zich aan de natuur over te geven.
En te vechten voor een gelukkig leven.
Ze voerde in haar cocon een zware strijd en raakte de controle over 
haar leven kwijt.
Op een dag scheen er een zonnestraal door haar cocon,
dat was voor haar het moment waarop haar nieuwe leven begon...

Ze ontpopte zich in de warmte van de zonnestralen.
Ze voelde dat dit de bron was waaruit ze echte liefde kon halen.
Haar kleurrijke vleugels spreidde ze uit in het licht, ze vloog over 
zeeën, langs bergen en dalen.
Ze rustte op bloemen en durfde nectar te halen.

Ook hield ze van sterren en vloog graag bij nacht.
De aangename stilte heeft haar tot eindeloos dromen gebracht.
De wereld lag voor haar open; ze voelde zich vrij.
Diep in jouw hart zit deze vlinder...

Die vlinder; dat ben jij..




Je kinderen zijn je kinderen niet, Kahlil Gibran.

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van 's levens hunkering
naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet
hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen
worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen
snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:17 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten 2

Verdriet hebben ze gezien

Verdriet hebben ze gezien in de ander haar ogen,
al hebben haar woorden er vaak om gelogen.
Lijden was zichtbaar in uiterlijk en gedrag,
het was heus wel aanwezig achter die vrolijke lach.
Alleen wie wou het zien en zichzelf in haar plaats inleven
en haar onvoorwaardelijk liefde en steun gaan geven?

"Ze luisteren even maar doen er niks mee,
hun leven gaat door; ze zijn wel tevree.
Soms word ik benauwd; wie is het die echt van me houdt?
dan zit mijn adem klem" zei ze met trillende stem.
Tranen rollen weer over mijn wangen,
ieder heeft z'n leven; z'n eigen belangen.

Het leven gaat door; de tijd gaat voorbij,
ieder los van elkaar; slechts een paar zij aan zij,
Hand in hand; in elkaars armen beland
door het lot van verdriet naar elkaar toe gedreven
en kijk wat we vinden; wat we beleven;
samen delen is jezelf daarmee helen.

Wat een eer en geluk om met jou te kunnen zijn.
Jij die ondanks je ziekte en je pijn,
of juist daardoor onze lerares kan zijn,
omdat jij door dingen heen gaat waar wij niet eens aan denken,
of sommigen van ons geen eens aandacht aan durven schenken.

Door de vensters van je ziel durven kijken,
want dan zou er voor hun gaan blijken
dat er zoveel meer is dan waar zij aan denken,
hun tijd aan verspillen; hun aandacht aan schenken.





You say
You say: “I’m too tired.” 
Allaah says: I will give you rest. 

You say: “I can’t go on.” 
Allaah says: My grace is sufficient. 

You say: “I can’t figure things out.” 
Allaah says: I will direct your steps. 

You say: “I can’t do it.”
Allaah says: You can do all things. 

You say: “I’m not able.” 
Allaah says: I am able.

You say: “It’s not worth it.” 
Allaah says: It will be worth it. 

You say: “I can’t forgive myself.” 
Allaah says: I forgive you.

You say: “I can’t manage.” 
Allaah says: I will supply all your needs. 

You say: “I’m afraid.” 
Allaah says: I have not given you a spirit of fear. 

You say: “I’m always worried and frustrated.” 
Allaah says: Cast all your cares on Me. 

You say: “I don’t have enough faith.” 
Allaah says: I’ve given everyone a measure of faith. 

You say: “I’m not smart enough.” 
Allaah says: I give you wisdom. 

You say: “I feel all alone.” 
Allaah says: I will never leave you or 
forsake you. 

You say: “Nobody really loves me.” 
Allaah says: I love you.





Have you ever
Have you ever watched kids
on a merry-go-round
Or listened to the rain
slapping on the ground?

Ever followed a butterfly's erratic flight
Or gazed at the sun into the fading night?
You better slow down
Don't dance so fast

Time is short
The music won't last
Do you run through each day on the fly
When you ask "How are you?"
do you hear the reply?

When the day is done,
do you lie in your bed
With the next hundred chores
running through your head?

You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last

Ever told your child,
We'll do it tomorrow
And in your haste, not see his sorrow?

Ever lost touch,
Let a good friendship die
'Cause you never had time
to call and say "Hi"?

You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last

When you run so fast to get somewhere
You miss half the fun of getting there. 


Een stukje aanbidding, Mina.

Water laat Ik voor jullie uit de hemel neer dalen,
de zon beveel Ik om het weer naar Mij toe te halen,
In heldere nachten schitteren Mijn sterren pracht en praal,
als bewakers van de maan; beschamend mooi; ovaal.
Jullie zien bergen en valleien en denken:
Waar komt dit moois toch allemaal vandaan?
Ik ben het De Almachtige, Die hen beveelt op te staan.
De aarde heb Ik rijkelijk bedekt met bossen vol bomen,
Waar Ik in overvloed zuurstof voor jullie uit laat komen.
Hoeveel tekenen moet Ik jullie nog tonen
Voordat jullie eindelijk kunnen zien?
Voordat jullie eindelijk kunnen herkennen:
Subhaanallaah walhamdulillaahi Rabbiel ‘Aalamien!
Vraag het hen die Mijn zeeën hebben mogen bekijken,
Hoe mooi hun tocht is wanneer zij Mijn koralen bereiken.
Vraag het de medici hoe onvoorstelbaar geniaal jullie zijn gemaakt,
Hoe iets kleins als het hart, fataal is wanneer het haar werk staakt.
Zoveel moois heb Ik jullie nu al gegeven,
Een ding vraag ik er maar voor terug:
Een stukje aanbidding in dit wereldse leven.




There once was an oyster

There once was an oyster
Whose story I tell,
Who found that some sand
Had got into his shell.

It was only a grain,
But it gave him great pain.
For oysters have feelings
Although they're so plain.

Now, did he berate
The harsh workings of fate
That had brought him
To such a deplorable state?

Did he curse at the government,
Cry for election,
And claim that the sea should
Have given him protection?

"No," he said to himself
As he lay on a shell,
Since I cannot remove it,
I shall try to improve it.

Now the years have rolled around,
As the years always do,
And he came to his ultimate
Destiny . . . stew.

And the small grain of sand
That had bothered him so
Was a beautiful pearl
All richly aglow.

Now the tale has a moral,
For isn't it grand
What an oyster can do
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door karima106 om 08:16 Reageer op dit bericht Stuur door

gedichten


Compassion

A beggar in the street I saw,
Who held a hand like withered claw,
As cold as clay;
But as I had no silver groat
To give, I buttoned up my coat
And turned away.

And then I watched a working wife
Who bore the bitter load of life
With lagging limb,
A penny from her purse she took,
And with sweet pity in her look
Gave it to him.

Anon I spied a shabby dame
Who fed six sparrows as they came
In famished flight;
She was so poor and frail and old,
Yet crumbs of her last crust she doled
With pure delight.

Then sudden in my heart was born
For my sleek self a savage scorn,
Urge to atone;
So when a starving cur I saw
I bandaged up its bleeding paw
And bought a bone.

For God knows it is good to give;
We may not have so long to live,
So if we can,
Let's do each day a kindly deed,
And stretch a hand to those in need,
Bird, beast or man.


jemah


Je zus in islaam
, Maimunah

Dit is je zus; je zus in islaam, 
je kent haar niet, niet eens haar naam.
Zie hoe onze blikken naar haar kijken, 
of haar kleren wel islamitisch lijken.

Onze hoofden zijn vol met gedachten, 
over wat wij van een moslima verwachten; 
hoofddoek, jelleba, bescheiden gedrag, 
geen geroddel, strakke kleren of luid gelach. 
Geen gedrag waarmee zij mannen bekoort, 
iedereen weet wel hoe het eigenlijk hoort.

Maar dat jouw zus; je zus in islaam, 
die dat alles ver van zich af voelt staan, 
geen hand naar zich krijgt toegereikt, 
dat is toch iets waaruit geen zusterschap blijkt?

Waarom niet zeggen "Lieve zus, ik kan je begrijpen, 
ik weet wel dat je stap voor stap zal rijpen.
Als je warmte en liefde met ons gaat delen, 
zal de harde buitenwereld je minder schelen!

Als islaam ook jouw basis worden gaat, 
dan loop je straks niet meer met jongens op straat.
Samen zullen we iets in islaam gaan bouwen, 
zodat Allaah van ons zal houden."

Vergeving, geduld, liefde en kennis in praktijk, 
maakt dat niet ieder van ons enorm rijk? 
Denk na: wat maakt jou echt tevreden? 
Een film? Een feest? Of meisjes helpen die ooit erg leden?

Alleen zijn is niet goed, dan sta je niet sterk 
Samen in islaam, dat is ons werk!


verborgen


Isn't the woman there my sister

Isn't the woman there my sister?
in Islaam, I mean to say.
For I just took my shahaadah
at the masjied here today.

Isn't the woman there my sister?
I openly ask without any qualms.
The one who just walked past me
without offering me her salaams.

Isn't the woman there my sister,
though she stands alone to pray.
Each time I move to touch her shoulder
she takes a step and pulls away.

Isn't the woman there my sister,
the lady that is not of my race.
For both of us are muslim women
with varied hues making up our face.

Isn't the woman there my sister,
who laughed and made fun of me.
And those other sisters of mine who listened,
doesn't their silence make them also guilty?

Isn't the woman there my sister,
who didn't call me when I was sick.
For she seems to only show concern
for those special sisters, in her own click.

Isn't the woman there my sister,
who I invited for iftar in my home.
But unfortunately she did not make it,
how I wish she had bothered to phone.

Isn't the woman there my sister,
don't we both love our religion; this Deen?
Then why am I sharing my lament
about her being uncaring, indifferent and mean?

Isn't the woman there my sister?
Won't she open up and try to treasure
the love I want and need to share with her
as we both seek Allaah’s Merciful Pleasure.


Mijn moeder kan beter dan ik dichten, Mina.

Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd tijdens het hoeden 
van de koeien en de schapen. 
Dat heeft ze geleerd wanneer ze 'rha' moest draaien 
voordat de zon opkwam. 
Dat heeft ze geleerd bij het halen van water uit de put 
kilometers verderop.

Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd slapend op het open dak 
kijkend naar duizend heldere sterren. 
En tussen de doodse stilte van de graven, 
luisterend naar de recitatie van de qur'aan.
 
Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd tijdens het melken van de geiten 
's morgens vroeg voor de hele familie. 
En het bakken van een dozijn broden in de oven. 
Dat heeft ze ook geleerd tijdens het dragen van tonnen water 
op haar tere rug voor haar zieke kinderen.
 
Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd bij het wassen van kleren in de stromende rivier 
en het schilderen van hennah op handen van de bruiden. 
Dat heeft ze geleerd door ritmisch met haar schouders te dansen 
en met haar voeten te stampen.
 
Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd toen ze haar geliefde dorp achter liet 
en naar Tanger verhuisde voor een paar dirhams.
 
Mijn moeder kan beter dan ik dichten. 
Dat heeft ze geleerd toen ze Marokko achterliet 
en in Nederland kwam wonen voor een paar guldens. 
En haar dierbare zoon daar alleen achterliet.
 
Mijn moeder kan beter dan ik dichten, 
hoewel ze nooit een pen heeft vast gehad.




Ik groeide op tot een volwassen meid, Maimunah.

Ik groeide op tot een volwassen meid, 
en besteedde aan mijn familie maar weinig tijd.
Ik voelde me van mijn ouders vervreemd 
en van mijn cultuur, mijn wortels ontheemd.
Mijn moeder kwam nooit naar de ouderbezoeken, 
mijn vader negeert me vanwege mijn broeken.
Mijn broer, met wie ik vaak goed kon praten, 
heeft ons huis laatst plotseling verlaten.
Van kleins af aan had ik altijd een droom;
een gezellig huis, sfeervol, een home! 
Maar we leven al jaren langs elkaar heen, 
het voelt thuis zo koud, zo kil als een steen.

Ik draag sinds mijn dertiende al deze kleren, 
zoek liefde van jongens, van mannen, van heren.
Ik hoopte altijd dat ik met mijn zichtbare string 
op een dag de blik van een mooie jongen opving 
en vervolgens in zijn armen alles zou gaan vergeten 
wat ik in mijn bewustzijn niet langer wil weten.
Eindelijk voelen wat liefde, wat warmte is, 
na al die jaren van vreselijk gemis.
Nadat ik mij aan hem had gegeven 
wilde ik voor altijd met hem samen leven.
Het bleef maar spelen in mijn gedachten, 
maar hij zei iedere keer dat ik nog moest wachten.
Ik ging van hem houden, me diep aan hem hechten, 
wou voor een leven met hem samen vechten.
Ik raakte zwanger, het was niet zo bedoeld.
Ik was zo blij, had me nooit zo gevoeld!
Toen de vreugde opwelde en ik het hem vertelde 
sloeg hij in mijn gezicht, ik verloor evenwicht, 
viel op de grond, hoorde toen uit zijn mond: 
"Ik zal wel betalen, maar je moet 't weghalen, 
ik ben er niet klaar voor om me te binden, 
ik denk dat je maar een andere jongen moet vinden."

Zo heb ik mijn liefste en mijn baby verloren 
en kan geen een man mij ooit nog bekoren.
Ik besloot te gaan leren, heel hard te studeren, 
mijn hoofd van mijn hart te laten gaan winnen, 
een heel nieuw leven voor mijzelf te beginnen, 
niemand te vertrouwen; ze zullen niet van me houwen...
Maar vandaag kwam ik mee naar deze moskee, 
Ik wou niet gaan, ik had geen tijd.
Maar ik voel hier iets dat mijn hart verblijdt.
Ik wist niet dat hier meisjes kwamen zoals mij, 
die zitten dicht naast je, voor je, zij aan zij.
Ik zie in hun ogen iets dat ik herken, 
en merk dat ik niet langer de enige ben.
Ik durf niet te voelen, durf niet te kijken, 
maar zie een hand naar m'n been uitreiken.
De hand is warm, van een zuster die lacht, 
ik kijk in haar ogen, ik zie zoveel kracht! 
Ze zegt: "Ik houd van jou vanwege islaam, 
zul je altijd hier blijven komen gaan?"

Een traan uit mijn oog valt neer op mijn wang, 
dit is heel wat anders dan eigenbelang.
Dit is wat ik miste in mijn eenzame leven, 
dat mensen elkaar vanwege Allaah kunnen geven.
Ogen van een hart dat mij ziet hoe ik ben, 
is een gevoel dat ik al lang niet meer ken.
Mijn hart was te lang niet met Allaah verbonden,
ondanks dat heeft Hij mij hierheen gezonden.
En kijk wat ik vind en wat ik hier tref: 
wat een prachtig gevoel; wat een heerlijk besef! 
Ik wil mij bekeren; over mijn roots gaan leren.
Ik heb nooit geweten, nooit eerder gedacht; 
ik behoor tot een oud islamitisch geslacht!
Laat ik blij zijn, er trots op gaan wezen, 
alles over islaam gaan leren en lezen.
Op een dag met een broeder gaan trouwen 
die omwille van Allaah van mij zal houwen.
Zodat ik onze kinderen een bodem kan geven 
voor een islamitisch, succesvol leven.
Ik hoop dat jullie er altijd zullen zijn, 
voor ieder meisje met verdriet en pijn.
Zodat jullie haar alles leren, 
en zij met zelfvertrouwen terug kan keren 
naar de harde buitenwereld die op haar wacht, 
geef elkaar die liefde, die warmte, die kracht!


Moeders en dochters

In een volksuniversiteit
verkocht een vrouw brochures en zei
ik ben de moeder van Frigga
die straks de lezing houdt

Op een vergadering van vrouwen voor vrede
smeerde een vrouw broodjes en zei
ik ben de moeder van Eva
die jullie allemaal kennen
Bij een demonstratie
droeg een vrouw het spandoek en zei
ik ben de moeder van Maria
dat had ze zo bedacht

Toen ik het voor de derde keer hoorde
moest ik huilen
omdat mijn moeder niet achter me staat

En ik die mooie woorden
alleen van anderen heb gehoord
die mij omhelsden en zeiden
ik zou je moeder kunnen zijn

je bent het heb ik eens gemompeld
ach het was niet waar
maar ze gaf mij een vest
omdat ze zag hoe koud ik het had


Even iets van God

Een arm om je heen 
als je moe bent en koud.
Een mens die je troost 
en die veel van je houdt.
Een hand in jouw hand 
als je niet durft te gaan.
De stem die je roept 
als je eenzaam blijft staan.

Soms zie je even in je leven 
zomaar iets van God.

Een blik vol begrip 
als je voelt het gaat mis.
Een mens die juist komt 
als er niemand meer is.
Een woord dat je raakt 
dat je moed geeft en kracht.
Een kans die je krijgt 
die je nooit had verwacht.

Soms zie je even in je leven 
zomaar iets van God.

Een mens die je zegt: 
Toe, je kunt het, komaan!
Een droom die je helpt 
om weer verder te gaan.
Een teken van leven 
dat maakt je dag weer goed.
Als jij het niet kan 
komt er iemand die het doet.

Soms zie je even in je leven 
zomaar iets van God,
even iets, even iets van God.




She smliled...
She smiled at a sorrowful stranger.
The smile seemed to make him feel better.

He remembered past kindness of a friend
And wrote him a thank you letter.

The friend was so pleased with the thank you
That he left a large tip after lunch.

The waitress, surprised by the size of the tip,
Gave part to a man on the street.

The man on the street was grateful,
For two days he'd had nothing to eat.

After he finished his dinner,
He left for his small dingy room.

He didn't know at that moment
that he might be facing his doom.

On the way he picked up a shivering puppy
And took him home to get warm.

The puppy was very grateful
To be in out of the storm.

That night the house caught on fire.
The puppy barked the alarm.

He barked till he woke the whole household
And saved everybody from harm.

One of the boys that he rescued
Grew up to be president.

All this because of a simple smile
That hadn't cost a cent.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:15 Reageer op dit bericht Stuur door

De gunsten van du'aa & dhikrullaah

Met uitleg van Ibn Haadjar, An-Nawaawie, Al-Mubaarakpurie, Al-Munnawie, Al-Albaanie, 
Al-‘Uthaymien, Al-‘Abbaad en anderen…
Vertaald door Um sadjaad
Introductie
In de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle
Alle lof en dank is aan Allaah, de Heer van de hemelen en de aarde en alles wat bestaat.                                   
De Heer van het universum, Die de beste beloning geeft aan degenen die Hem vrezen                                   
en groot verlies aan de overtreders. We prijzen Hem en smeken Hem om Zijn hulp en vergeving.                                                 
We zoeken toevlucht bij Hem tegen het slechte in onszelf en het slechte in onze daden.                                      
Degene die door Allaah is geleid kan door niemand misleid worden en degene die misleid is door 
Allaah kan door niemand geleid worden. Ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te 
worden, behalve Allaah Alleen. Verder getuig ik dat Muhammad -salla-llaahu ‘alaihi wa-sallam-                  
Zijn ware Profeet en Boodschapper is, de leider van de Boodschappers en leidraad van de gelovigen. 
Wij plaatsen al het vertrouwen in Allaah Alleen, Allaah is voldoende voor ons en Hij is de beste 
Helper. Er is geen kracht om het slechte te weerstaan behalve via Allaah, noch enige kracht om goed 
te doen behalve via Hem Alleen. Moge Allaah Zijn vrede en zegeningen aan de laatste Profeet 
Muhammad  schenken en aan zijn nobele en pure familie en aan al zijn nobele metgezellen en 
degenen die zijn voetstappen volgen tot aan de Dag des Oordeels.                                                                                  
Allaah, de Verhevene zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 102:
“O jullie die geloven, vrees Allaah vol ware godsvrees voor Hem,                                                                                               
en sterf niet anders dan als moslims.”2
En in soerah An-Nisaa’ 4: 1: 
“O mensen, vrees jullie Heer Die jullie uit een enkele ziel schiep.                                                                                            
En Die daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voort 
komen. En vrees Allaah in Wiens naam jullie elkaar (om hulp) vragen.                                                                                      
En onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allaah is de Waker over jullie.”  
“O jullie die geloven! Vrees Allaah en spreek (altijd) de waarheid.                                                                                  
Hij zal jullie aansporen tot het verrichten van goede daden en jullie zonden vergeven.                                                         
En wie Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; waarlijk, die heeft een geweldige triomf 
behaald.”                                                                                                                                                                                 
Soerah Al-Ahzaab 33: 70-71                                                                            
De meest waarachtige spraak is die van Allaahs Boek (de Qur’aan) en de beste leiding is die van 
Muhammad -salla-llaahu ‘alaihi wa-sallam-. Het ergste kwaad zijn toevoegingen en iedere 
toevoeging (in religie) is een bid’ah en iedere bid’ah is een misleiding en iedere misleiding en iedere 
vorm van misleiding is in het vuur.
Onze missie: zuivering en welgemanierdheid
Het juiste islamitische geloof en de juiste islamitische daden dienen van Allaahs Boek en de soennah 
van Zijn Boodschapper  af te stammen en dienen geleid te worden door de kennis en het begrip 
van de sahaabah. (de metgezellen van de Profeet) Dit is het duidelijke pad van leiding dat Allaah voor 
de mensen heeft geschetst en dat leidt naar hun onmiddellijke en fundamentele succes en geluk. 
Helaas zijn de meeste moslims in verschillende mate van dit prachtige pad weg gegaan.                                        
Dus dient ieder serieus werk om de islaam weer onder de moslims tot leven te brengen twee 
elementen te bevatten:
1) Zuivering: het proces om dit pad van belemmeringen en onduidelijkheden te zuiveren en 
mensen er naar toe te leiden.
2) Welgemanierdheid: het regelmatige, aanhoudende proces van mensen leren hoe op dit pad 
te leven en eraan trouw te blijven en zich aan haar bevelen te houden.
Deze twee elementen waren centraal in de Profeet’s  missie. In soerah Ad-Djumu’ah 62: 2 staat:
“Hij is Degene Die bij degenen die ongeletterd zijn een Boodschapper  uit hun midden zond, 
die hun Zijn verzen voordroeg, en die hen reinigde, en die hen het Boek en de Wijsheid onderwees, 
terwijl zij daarvoor in duidelijke dwaling verkeerden.”3
Hierdoor realiseren we ons de noodzaak om aan het Nederlands sprekende publiek verantwoorde 
schrijfwerken aan te bieden die het begrip van islaam verbeteren. Het presenteren hiervan omvat 
twee aspecten:
1) Gezuiverde islamitische leerstellingen.
2) Praktische leidraad om ze toe te passen.
Waarlijk, dit is de missie die we aannemen en dit schrijfwerk is een nederige stap in die richting.
1) Zuivering
Zuivering (of ‘tasfiyah’) is vereist met betrekking tot onze bronnen van islamitische kennis,                                
ons geloof en onze praktijken. 
a. Het zuiveren van onze bronnen van kennis
Overleveringen die vals aan de Profeet  of zijn metgezellen zijn toegeschreven mogen niet als 
bronnen van kennis of basis voor daden worden gebruikt. In feite behoren dit soort overleveringen 
tot de voornaamste oorzaken van het afwijken van de ware islaam. Daarom is het zuiveren van onze 
kennis van de zwakke en bedachte overleveringen een essentiele taak die volledig in onze studie en 
ons onderwijs moet worden opgenomen. Rasuulullaah  prees degenen die er naar streven om de 
islamitische kennis te zuiveren toen hij zei:
“Deze kennis zal door de betrouwbare individuen van iedere generatie worden gedragen.                                     
Zij zullen er de wijzigingen van de extremisten, de leugens van de leugenaren en de verkeerde 
interpretaties van de arrogante uit weg halen.”                                                                                                               
Al-Baihaaqie, Ibn ‘Adiyy en anderen, overgeleverd door Abu Hurairah, Ibn Mas’ud en andere 
metgezellen. Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie. (‘Mishkaat ul-masaabih’ nr. 239)
b. Ons geloof zuiveren  
Het geloof van vele moslims is besmet met de misverstanden die van filosofische argumenten komen 
en onislamitische meningen. Daarom vraagt het nodige zuiveringsproces het zuiveren van ons geloof 
zodat het alleen gebaseerd is op betrouwbare teksten van de Qur’aan en de soennah en schoon is 
van iedere vorm van shirk (iets of iemand naast Allaah plaatsen). Zo was het geloof van de sahaabah 
welke Allaah heeft geprezen in soerah Al-Baqarah 2: 137:
“Als zij dan geloven in het gelijke van waarin jullie geloven, dan volgen zij waarlijk de leiding.” 4
c. Onze daden zuiveren
Veel moslims mengen hun religieuze praktijken en daden van aanbidding met bid’ahs (toevoegingen) 
die niet door Allaah of Zijn Boodschapper  zijn goed gekeurd. Daarom is er een enorme 
inspanning nodig om de daden van aanbidding van de moslims zo te zuiveren dat ze zich aanpassen 
met betrouwbare teksten van de Qur’aan en de soennah, met het begrip en het praktiseren van de 
sahaabah en het verwerpen van bid’ahs. Dit is het enige acceptabele pad van leiding,                                                
zoals Allaah in soerah An-Nisaa’ 4: 115 zegt:
“En wie de Boodschapper  tegenwerkt nadat de leiding hem duidelijk is geworden en een 
andere weg volgt dan die van de gelovigen: Wij laten hem (gaan naar) waarheen hij zich afgekeerd 
had en Wij zullen hem in de Hel binnen leiden. En dat is de slechtste bestemming!”
2) Welgemanierdheid
Welgemanierdheid (of ‘tarbiyyah’) is om ons geloof en onze daden op zuivere kennis te vestigen. 
Tarbiyyah gaat hand in hand met zuiveren.
a. Ware volgelingen van de eerste drie generaties metgezellen worden.
De bovenstaande discussie over het zuiveren van ons geloof en onze daden, dient te worden 
uitgebreid met het opvoeden van onszelf en onze gemeenschap volgens de zuivere leringen,                          
waarbij we ernaar dienen te streven om ware volgelingen te worden van onze grote salaf;                                     
de sahaabah. In soerah At-Tawbah 9: 100 zegt Allaah:
“En de allereerste (moslims) van de muhaadjiroen (emigranten vanuit Makkah)                                                           
en de Ansaar (bewoners van Madinah die de muhaadjiroen hielpen)                                                                                                      
en degenen die hen volgden in goede daden: Allaah heeft welbehagen met hen en zij hebben 
welbehagen met Hem. Hij heeft voor hen Tuinen (in het Paradijs) bereid waar onder door de 
rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning.”
  
De sahaabah waren de vrome mensen die door Allaah werden gekozen om Zijn Profeet  te 
vergezellen. Dus zij verlieten de valse religie van hun voorvaders en vereenzelvigden zichzelf met de 
Profeet, leerden direct van hem en vestigden met hem de eerste en beste islamitische gemeenschap 
en droegen zijn leerstellingen nauwkeurig en volledig over aan andere mensen. Wanneer de moslims 
de sahaabah tot hun ware rolmodellen maken, zullen zij geneigd zijn om de waarheid onpartijdig te 
gaan zoeken en niet langer eigenwijs vast te houden aan vooringenomen sektes en wetscholen.
b. Het uitnodigen naar de zuivere religie5
Een essentieel deel van het proces van welgemanierdheid is alle mensen -zowel moslims als nietmoslims- uit te nodigen naar de pure en onvervalste religie. Dit dient te gebeuren door goede 
voorbeelden te laten zien, onszelf met goede manieren te bekleden en waardevolle, effectieve en 
vriendelijke benaderingen te bewerkstellingen, welke van belang zijn vanwege de boodschap die we 
dragen. Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 104:
“En laat er uit jullie een groep voort komen die uitnodigt tot het goede en oproept tot 
deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die welslagend zijn.”
Hierbij helpen is een plicht voor iedere moslim volgens zijn/haar beste vermogen,                                                         
zoals Allaah in soerah Al-Maa’idah 5: 2 beveelt:
“Ondersteun elkaar bij het goede (‘al birr’) en taqwaa’ en help elkaar niet in zonde en 
overtreding.”
Dit is de enige weg om Allaahs acceptatie te verkrijgen en geluk en succes te bereiken.                                                  
Allaah zegt in soerah Al-‘Asr 103: 1-3:
“Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden 
verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld.”
En dit is de manier om te midden van de gelovigen een ware en eerlijke compassie te vestigen die 
een sterke, verenigende oorzaak ten grondslag heeft. Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 103:
“En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allaah en wees niet verdeeld.”
c. De islamitische oplossing presenteren
Uitnodigen naar de waarheid houdt het vinden van realistische islamitische oplossingen voor 
veelomvattende problemen in. Er is geen twijfel dat Allaahs leiding de enige allesomvattende weg is 
voor het oplossen van problemen van de mensen zowel op individueel als maatschappelijk niveau. 
Allaah zegt in soerah Al-Maa’idah 5: 49:
“En oordeel (O Muhammad  ) onder hen met wat Allaah neer gezonden heeft,                                               
en volg niet hun begeerten.”
Waarlijk, we zoeken Allaahs leiding en hulp en we smeken Hem om ons in staat te laten zijn om 
onszelf en onze gemeenschappen te zuiveren en op te voeden op een manier die Hem het meest 
tevreden stelt. Aamien.6
Om verder te gaan:
Waarlijk, de meest ware toespraak is het Boek van Allaah en de beste leiding is de leiding van 
Muhammad.  En de slechtste zaken zijn de nieuwe toegevoegde zaken (‘bid’ah’)                                                  
en alle nieuwe zaken zijn toevoegingen in de religie en alle toevoegingen zijn misleiding                                          
en alle misleiding leidt naar het Vuur.
Waarlijk, niemand kan de uitmuntendheid van het Boek ontkennen, waarvan de beschrijving is,                                         
zoals de Almachtige heeft gezegd:
“Dit is het Boek (de Qur’aan) waaraan geen twijfel is, een leidraad voor de moettaqoen.”                                                                                                                                                                       
(soerah Al-Baqarah 2: 1-2)
Geprezen is Hij, waarlijk dat is een grote zegen, en Hij heeft dat uitgelegd:
“Voorzeker, Allaah gaf een grote gunst aan de gelovigen, toen Hij tot hen een Boodschapper uit 
hun midden stuurde. Hij draagt hen Zijn verzen voor. En hij reinigt hen (de gelovigen)                                                         
en hij onderwijst hun het Boek en de Wijsheid, terwijl zij daarvoor zeker in duidelijke dwaling 
verkeerden.”                                                                                                                                                                               
(soerah Aal-‘Imraan 3: 164)
En Hij, de Ware heeft gezegd:
“(Dit is) een Boek dat Wij aan jou (O Muhammad  ) hebben neer gezonden,                            
opdat jij de mensen uit de duisternissen naar het licht zult voeren, met verlof van hun Heer,                                               
naar het Pad van de Almachtige, de Geprezene.”                                                                                                                               
(soerah Ibraahiem 14: 1)
Al-Allaamah as-shaikh ‘Abdur-Rahmaan as-Sa’die (rahimahullaah) heeft in zijn uitleg van dit vers 
gezegd:
“De Meest Verhevene laat weten dat Hij Zijn Boek als een voordeel voor de schepping heeft gestuurd 
aan Zijn Profeet Muhammad;  om de mensen van de donkerte van onwetendheid en ongeloof                              
en armzalige normen en alle soorten zonden te halen, naar het licht van kennis en iemaan (geloof)                   
en goed karakter…”
En de Meest Glorierijke zegt ook:7
“En Wij hebben jou het Boek neer gezonden, als een uitleg van alle zaken en als leiding                                                    
en barmhartigheid en een verheugende tijding voor de moslims.”                                                                                
(soerah An-Nahl 16: 89)
Al-iemaam Ibn Kathier brengt in zijn uitleg van dit vers een hadieth naar voren van de nobele 
metgezel Ibn Mas’ud  die in zijn uitleg van dit vers zei:
“(Een Boek dat is) uitgebreid en omvattend; waarlijk, de Qur’aan omvat alle soorten voordelige 
kennis, over wat vooraf is gegaan en over wat gaat komen en het oordeelt over alles wat verboden                   
en wat toegestaan is en het is een opheldering van dat wat de mensen nodig hebben in hun religieuze 
en wereldse zaken en in hun levens en hun Hiernamaals.”
Geprezen is Allaah, Die deze grote gunst aan ons heeft gestuurd. En waarlijk, haar uitmuntendheid 
eindigt nooit en niets is gelijk aan haar. Het is de beste soort leiding voor degenen die leiding zoeken. 
Het leidt naar het rechte pad en de juiste manhadj (geloofsleer): 
“Voorwaar, de Qur’aan leidt naar wat rechter is en brengt de goede tijdingen aan de gelovigen die 
goede werken verrichten; dat er voor hen een grote beloning is.”                                                                                                  
(soerah Al-Israa’ 17: 9)
In zijn uitleg van dit vers zegt Al-Allaamah as-shaikh As-Sa’die (rahimahullaah):
“De Meest Verhevene informeert over de nobelheid van de Qur’aan en haar majesteit.                                             
En dat ‘het leidt naar wat rechter is’, dat wil zeggen: datgene wat het meest oprecht is                                                
en het meest verheven in termen van geloofsovertuiging en daden en moraal (deugdzaamheid).                                               
Degene die de leiding aanneemt die de Qur’aan aanreikt wordt de meest complete onder de mensen 
en het meest rechtvaardig en standvastig onder hen en de meest geleide onder hen, in alle zaken…”
Waarom nemen de moslims de Qur’aan niet als hun leider en houden zij er niet aan vast na al deze 
verzen en veel meer die we lezen? Inderdaad, we dienen onze prioriteiten opnieuw te overdenken! 
Of misschien behoren wij tot degenen die beschreven en berispt zijn:
“Denken zijn niet diep na over de Qur’aan? Er zijn zelfs sloten op hun harten.”                                                                            
(soerah Muhammad 47: 24)
We zoeken Allaah’s bescherming hiertegen. Of misschien vergeten wij wat er op de Dag des Oordeels 
zal gebeuren:8
“En de Boodschapper  zei: “O mijn Heer, voorwaar, mijn volk heeft deze Qur’aan achter 
gelaten.” (zij luisterden er niet naar noch leefden zij volgens haar wetten en bevelen)                                                                                                                                                                                     
(soerah Al-Furqaan 25: 30)
Ibn Kathier heeft in zijn uitleg van dit vers en het beschrijven van de methodes van mensen die de 
Qur’aan hebben verlaten gezegd:
“En het verlaten betekent ook het niet leren en herhalen ervan. En niet nadenken over de 
betekenissen en het (niet)begrijpen behoort ook tot het verlaten. En haar bevelen niet uitvoeren en 
haar verboden niet nalaten behoort ook tot het verlaten ervan. En ook het vervangen ervan met 
poëzie of kletsen of muziek of nutteloos gepraat of iets anders ervoor in de plaats, behoort ook tot het 
verlaten ervan. Dus wij vragen Allaah, de Meest Nobele Schenker van Gunsten, Degene Die alles kan 
doen wat Hij wil, om ons weg te houden van datgene wat Hij veracht en om ons te leiden naar 
datgene waar Hij tevreden mee is; van het leren en begrijpen van Zijn Boek en dag en nacht 
standvastig te zijn met wat het vereist op een manier waar Hij tevreden mee is en waar Hij van houdt.                                                            
Waarlijk, Hij is de Meest Vriendelijke, de Schenker.”
En daarom zag ik het belang van het samenstellen van betrouwbare overleveringen die over de 
uitmuntendheid gaan van de Qur’aan; recitatie, herinnering, overdenking, begrijpen en ernaar 
handelen.
En om de voetstappen van onze geleerden te volgen besloot ik om veertig ahaadieth samen te 
stellen. Maar zoals de lezer zal zien bevat het boek meer dan dat, alhamdulillaah.                                                        
En in voordeel van de hadieth heb ik korte uitleg en fragmenten van de geleerden toegevoegd op 
plekken waar het paste. Ik heb dit werk (in haar Arabische versie) doorgestuurd aan onze shaikh; 
shaikh Khaalid al-Anbarie (hafidhahullaah) en hij was er alhamdulillaah tevreden over.
Al het goede van dit werk is een zegen van Allaah en als er fouten zijn dan is het van mijzelf en de 
shaytaan.
Ik wil mijn broer Abu Imraan en mijn zus Umm ‘Aa’ishah bedanken voor het nakijken en bewerken 
van het werk. En ook mijn broer Taalib al-Britaanie voor al zijn hulp en advies.
Moge Allaah hen met al het goede belonen en ons allen standvastig maken op de Qur’aan en de 
soennah en de gezegende methode van de Vrome Voorgangers.
Ik vraag Allaah om ons te leiden en ons tot Zijn speciale mensen t e laten behoren; de Ahlul Qur’aan., 
om het dag en nacht te reciteren, onze borsten ermee te verlichten, onze religie erdoor te begrijpen 
en het in alle zaken onze iemaam te laten zijn. Waarlijk, Hij is Degene Die leidt naar al het goede. 
Abu Waheeda as-Salafie (admin@almuflihoon.com)9
De mensen van de Qur’aan zijn de beste mensen
‘Uthmaan  heeft overgeleverd dat de Profeet  heeft gezegd:
“De beste van jullie zijn degenen die de Qur’aan leren en (degenen die) het onderwijzen.”   
Verzameld door Al-Bukhaarie (4739), Ibn Hibbaan (118), At-Tirmidhie (2907),                                                                 
An-Nasaa’ie in ‘Al-Kubra’(8037), Abu Daawuud (1452), Ahmad (500), en Ad-Daarimie (3337)
En in de verzameling van Al-Bukhaarie staat ook dat ‘Uthmaan  heeft overgeleverd dat de Profeet 
heeft gezegd:
“De meest deugdzame van jullie zijn degenen die de Qur’aan leren en (degenen die) het 
onderwijzen.”
Al-Haafidh Ibn Haadjar zei:
“Wij zeggen: de Qur’aan is de meest nobele van alle soorten kennis. Dus degene die het leert                                          
en het aan anderen onderwijst wordt meer nobel dan degene die iets anders dan dat onderwijst,                                   
zelfs al onderwijst hij iets dat goed wordt vastgesteld voor zijn leerling. En er is geen twijfel dat het 
leren van de Qur’aan en het onderwijzen ervan completer is voor iemands ziel en voor anderen…”                                      
‘Fath ul-Baarie’ 14/ 244
Al-Iemaam Al-Albaanie zei in ‘Silsilah as-Sahiehah’ (1173) in zijn notities onder deze hadieth:
“En in deze hadieth is een bevel om de Qur’aan te leren en dat de beste leraar de leraar van de 
Qur’aan is en dat de beste kennis die iemand kan leren de kennis van de Qur’aan is.                                                  
Dus hoe wenselijk is het dat de studenten van kennis zich dit realiseren, want er is groot voordeel in. 
En tot de rampen die ons tijdperk hebben geraakt, behoort dat je vele van de oproepers of 
beginnelingen onder de studenten van kennis ziet die fatwa’s geven en vragen van mensen 
beantwoorden terwijl zij niet eens hun recitatie van soeratul-Faatihah correct hebben gemaakt
volgens de juiste manier van reciteren…”
Vervolgens zei hij:
“Dus het advies aan mijzelf en vervolgens aan hen, is dat het beste waar de student van kennis mee 
kan beginnen, het uit het hoofd leren van de Qur’aan is.”
Het is leiding en licht
Zayd ibn Arqam  heeft (in een lange overlevering) gezegd:10
“De Profeet  gaf een waarschuwing en zei toen:
“O mensen! Waarlijk ik ben een mens en het wordt gevreesd dat de boodschapper van mijn Heer 
tot mij komt en ik zal antwoorden (aan de dood) en dus laat ik waarlijk twee grote dingen bij jullie 
achter; de eerste daarvan is het Boek van Allaah; er is leiding en licht in.                                                     
Houd jullie daarom aan het Boek van Allaah vast en houd er stevig aan vast.”
Zayd zei: “Dus hij  spoorde krachtig aan tot het Boek van Allaah en hij moedigde ertoe aan…”
Verzameld door Muslim (7/ 123), At-Tirmidhie (3790), Ahmad (3/ 14, 17, 26, 59,                                                             
Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’ 5/ 37
De beste kennis en de bron van rahmah en genoemd worden bij Allaah
Abu Hurairah  heeft (in een lange hadieth) gezegd: “De Profeet  zei:
“Allaah zal een weg naar het Paradijs vergemakkelijken voor degene die op een pad loopt om 
kennis te vergaren. En waarlijk, geen groep verzamelt in een van de huizen van Allaah,                                                        
het Boek van Allaah reciterend en het onderling bestuderend, zonder dat rust op hen neerdaalt, 
rahmah hen omhult en de engelen hen omringen en Allaah noemt hen bij degenen die in Zijn 
aanwezigheid zijn.”                                                                                                                                                                   
Musnad van Iemaam Ahmad (2/ 252), Sahieh Muslim (2699), Sunan Abie Daawuud (1455)
Shaikh al-‘Allamah ‘Abdul-Muhsin al-‘Abbaad zegt:
“In zijn ( ) uitspraak: “Allaah zal een weg naar het Paradijs vergemakkelijken voor degene die op 
een pad loopt om kennis te vergaren” bevindt zich de aanmoediging om wettige kennis te vergaren 
en het pad te bewandelen dat jou daar naartoe leidt. Of door te reizen om kennis te vergaren                                            
of door de middelen tot je beschikking te nemen zoals lezen in boeken waar je voordeel uit kunt halen                                         
of door je regelmatig in het gezelschap van geleerden te bevinden en kennis van hen te verkrijgen                                    
en andere middelen…
En de beloning hiervoor is het gemak dat Allaah schept waarmee de student van kennis naar het 
Paradijs wordt geleid.
En dat wordt gerealiseerd door zijn sterke wil dat hij datgene wil bereiken wat hij van plan was en dat 
is kennis. En het wordt ook gerealiseerd door zijn sterke wil om te handelen volgens datgene wat hij 
leert, wat betreft de wetgevingen. En dat zal de reden zijn waarom hij het Paradijs zal binnen treden.
En in zijn ( ) uitspraak: “En waarlijk, geen groep verzamelt in een van de huizen van Allaah,                                                        
het Boek van Allaah reciterend en…” bevindt zich een aanmoediging voor het samen zijn in de 
masdjid; de Qur’aan te reciteren en te bestuderen. De een reciteert en de ander luistert;                                                       
om de beurt reciterend zodat zij elkaar kunnen corrigeren en versterken in het reciteren op de juiste 
manier en zodat zij allemaal voordeel bij elkaar hebben.”11
Tot waar hij zei:
“En de beloningen van het samen komen in de masdjid, het reciteren en studeren van de Qur’aan 
bestaat uit vier zaken:rust daalt op hen neer, rahmah omhult hen en de engelen omringen hen                                   
en Allaah noemt hen onder de engelen.”                                                                                                                                                          
‘Fath-ul-Qawiyyul-matien fie Sharh arba’ien’; hadieth 36
Degene die het als een leider aanwijst zal erdoor geleid worden naar het Paradijs
Djaabir  heeft overgeleverd dat de Profeet  heeft gezegd:
“De Qur’aan is een bemiddelaar en het bemiddelt (met Allaah’s toestemming).                                                                                                                               
En het is een tegenstander die waarheidsgetrouw is. Dus degene die het als zijn leider aanwijst                           
zal (erdoor) naar het Paradijs worden geleid. En degene die het achter zich plaatst zal (erdoor) naar 
het Vuur worden geleid.”                                                                                                                                                            
Verzameld door Ibn Hibbaan; 1793, Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’; 2019,                                                              
en in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 4443
Al-Allamah Al-Munnawie heeft gezegd:
“Dit is vanwege de (andere) principes van de Sharie’ah; (dat is) de soennah,                                                                          
de idjmaa’(de overeenstemming) en de qieyaas (analogische conclusie van geleerden);                                                                                 
deze zijn allemaal op de Qur’aan gebaseerd. Dus degene die het niet als zijn leider maakt heeft 
andere dan de exacte basis gebouwd en hierdoor zal het hem naar het Vuur leiden.”                                                                                                                                                                                                         
‘Faydhul-Qadier’; 4/ 699
Het advies van de Profeet 
Abu Dharr  heeft gezegd: “O Boodschapper van Allaah!  Adviseer mij.” Dus zei hij:
“Ik adviseer jullie om taqwaa’ tegenover Allaah te hebben, want dat is inderdaad de piek van alle 
zaken.” Dus zei ik: “O Boodschapper van Allaah,  adviseer mij meer.”                                                                                        
Dus zei hij:  “(Ik adviseer jou) de recitatie van de Qur’aan is aan jou.                                                                                             
Waarlijk, het is een licht voor jou in deze wereld en het is een licht voor jou in het Hiernamaals.”
Overgeleverd door Ibn Hibbaan (in een lange hadieth) en hij heeft het betrouwbaar verklaard                                                                
en ook ‘Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb’ van Al-Albaanie; 1422
  
Het is het teken/wonder geopenbaard aan de Profeet 
Abu Hurairah  heeft overgeleverd dat de Profeet  heeft gezegd:12
“Er is nooit een profeet onder de profeten geweest, zonder dat hij (met een teken) van onder de 
tekenen was begunstigd, waardoor de mensen werden aangespoord om (in hem) te geloven.                              
En waarlijk, aan mij is de openbaring (van de Qur’aan) geschonken die Allaah aan mij geopenbaard 
heeft. Ik hoop dat ik het grootste aantal volgelingen zal hebben op de Dag der Opstanding.” 
Verzameld door Muslim; 217
Iemaam An-Nawaawie heeft overgeleverd:
“Een van de interpretaties van de hadieth is dat aan iedere profeet wonderen werden gegeven                                           
die bijna op die van de profeet die voor hem kwam leken, waardoor de mensen in hem geloofden.                                                                                           
Wat het grootste wonder betreft, de meest zichtbare, dat is de Qur’aan; aan geen van de profeten 
werd ooit iets soortgelijks geschonken. En vanwege dit zei hij: “Ik zal het grootste aantal volgelingen 
hebben.”                                                                                                                                                                                                                        
‘Sharh Sahieh Muslim’ 1/ 278  
Het karakter van de Boodschapper van Allaah 
Sa’d bin Hishaam vroeg in een lange hadieth over enige kennis van degene die tot de mensen 
behoort die de meeste kennis hebben…
“Ik zei: “O moeder der gelovigen, vertel mij over het karakter van de Boodschapper van Allaah.”                                          
Zij (‘Aa’ishah ) vroeg: “Lees je de Qur’aan niet?” Ik zei: “Ja, dat doe ik.” Hierop zei zij:                                                      
“Het karakter van de Boodschapper van Allaah was de Qur’aan.”                                                                                              
Hij zei: “Ik voelde me geneigd om op te staan en (verder) niets te vragen tot ik sterf.”                                                                                                          
Verzameld door Muslim; 1233
Iemaam An-Nawaawie zei:
“De betekenis ervan is handelen naar de Qur’aan en stoppen bij de voorgeschreven grenzen ervan            
(de verboden zaken) en gedragen volgens de manier die het voorschrijft en de voorbeelden 
(vergelijkingen) overdenken en de verhalen die het bevat en bezinnen op de betekenissen ervan                              
en de recitatie ervan mooi maken.”                                                                                                                                  
‘Sharh Sahieh Muslim’; 3/ 86
Zij zijn de mensen van Allaah en zij zijn Zijn speciale mensen
Anas ibn Maalik  heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allaah  zei:
“Waarlijk, Allaah heeft Zijn (speciale) mensen op de aarde.” Zij (de metgezellen) zeiden:                                         
“O Boodschapper van Allaah,  wie zijn zij?” Hij  zei: “Zij zijn de mensen (die de metgezellen 
zijn) van de Qur’aan. Zij zijn de mensen van Allaah en zij zijn Zijn speciale mensen.”                                                                              13
Verzameld door Ibn Maadjah; 215, Ahmad; 13566; Ad-Daarimie; 3326;                                                                          
en ‘Sahieh at-Targhieb wa-Tarhieb’ van Al-Albaanie; 1432
Al-‘Allaamah al-Munnawie heeft gezegd:
“Het betekent: degenen die de Qur’aan onthouden; degenen die ernaar handelen zijn de awliyaa’
(dichtbijzijnde vrienden) van Allaah. Zij zijn speciaal voor Hem van onder de gehele mensheid.                             
Zij worden zo (‘de mensen van Allaah’) genoemd om hun verhevenheid aan te tonen,                                               
zoals er gezegd is; het Huis van Allaah (Makkah).”                                                                                                                                        
‘Faydhul-Qadier’; 3/ 87
Het is beter dan de beste wereldse bezittingen
‘Uqbah ibn ‘Aamir  heeft gezegd: “De Boodschapper van Allaah  kwam naar buiten terwijl wij 
in het hogere deel van de moskee zaten, dus zei hij:
“Houd iemand van jullie ervan om iedere dag wakker te worden en naar Buthaan of al-‘Aqieq te 
gaan (bepaalde plaatsen) en twee vette (goede) kamelen te krijgen, zonder enige zonde te begaan, 
noch enige relaties af te snijden?” Wij zeiden: “Wij zouden dat zeer zeker willen,                                                                  
O Boodschapper van Allaah.”  Dus zei hij:  “Zal niemand van jullie naar de moskee gaan                                                   
en twee verzen van het Boek van Allaah, de Meest Glorierijke, de Meest Machtige, leren of lezen?” 
Want dat is beter voor hem dan twee vrouwtjeskamelen. En drie (verzen)zijn beter voor hem dan 
drie (vrouwtjeskamelen) en vier (verzen) zijn beter voor hem dan vier (vrouwtjeskamelen).                                          
En het aantal (verzen in totaal) is beter dan hetzelfde aantal kamelen.”                                                                           
Verzameld door Muslim; 1332
De Qur’aan is een bewijs voor of tegen jou
Abu Maalik al-Asha’rie  heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allaah  zei: 
“Reinheid is de helft van geloof (iemaan). En ‘Alhamdulillaah’ vult de schalen en ‘SubhaanAllaah’                            
en ‘Alhamdulillaah’ vullen wat tussen de hemel en de aarde is. En de salaah (het gebed) is een licht 
en sadaqah (liefdadigheid) is een bewijs en geduld is (geestelijke) verlichting en de Qur’aan is een 
bewijs voor of tegen jou. Iedere persoon begint zijn dag als een verkoper voor zijn ziel;                                                         
het bevrijdend of zijn ondergang veroorzakend.”                                                                                                                          
Verzameld door Muslim; 328, Al-Albaanie in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 3857; At-Tirmidhie; 
3517 en hij zei dat de hadieth Hasan Sahieh is
Al-‘Allaamah al-Mubaarakpuurie zegt in de uitleg van de uitspraak: “En de Qur’aan is een bewijs voor 
of tegen jou”: “En de betekenis ervan is duidelijk en dat is: het zal tot jouw voordeel zijn als je het 14
reciteert en ernaar handelt en als je dat niet doet dan is het een bewijs tegen jou.”                                                              
‘Tuhfatul ahwaadhie’; 8/ 414
Shaikh al-‘Allamah ‘Abdul-Muhsin al-‘Abbaad heeft gezegd:
“Tot de voordelen van deze hadieth behoren:
- De aanmoediging om ijverig en met inzicht met de Qur’aan te zijn. Het leren, over de betekenissen 
ervan nadenken en ernaar handelen zodat het een bewijs voor iemand kan zijn.                                                                     
- Een waarschuwing tegen ongehoorzaamheid wat betreft datgene wat de Qur’aan vereist                                      
zodat het geen bewijs tegen iemand zal zijn.”                                                                                                                                                      
‘Fath-ul-Qawiyyul-matien fie Sharh ara’ien’; hadieth 23
Rust daalt neer vanwege de recitatie van de Qur’aan
Al-Baraa’ bin ‘Aazib  heeft gezegd: 
“Iemand van onder de metgezellen reciteerde soerah Al-Kahf en er was een paard aan zijn zijde 
met twee touwen vast gebonden. Toen overschaduwde een wolk hem en terwijl het steeds 
dichterbij kwam begon zijn paard er bang voor te worden. In de ochtend vertrok hij en vertelde het 
aan de Profeet  en hij  zei: “Dat was de rust (‘sakinah’) die neer daalt vanwege de recitatie 
van de Qur’aan.”                                                                                                                                                                                       
Verzameld door Muslim; 1325
Iemaam An-Nawaawie zei:
“En tot de lering in de hadieth behoort de gunst van recitatie. En dat het een reden is voor het 
neerdalen van rahmah en de aanwezigheid van de engelen. En er is ook de gunst van luisteren naar
de Qur’aan in (de hadieth).”                                                                                                                                                                            
‘Sharh Sahieh Muslim’; 3/ 148
De Qur’aan is het perfecte Woord van Allaah, ongeschapen, een middel om toevlucht te zoeken
Sa’d ibn Abie Waqqaas  heeft overgeleverd van Khawlah bint Hakiem  dat de Boodschapper 
van Allaah  heeft gezegd:
“Degene die een plek heeft bereikt en vervolgens zei: “A’udhu bikalimaatillaahi taammaati min 
sharri maa khalaq” (“Ik zoek toevlucht in Allaah’s perfecte woorden tegen het kwaad van Zijn 
schepping.”); niets zal hem raken totdat hij die plek verlaat.”                                                                                                         
Verzameld door Muslim; 4881 en At-Tirmidhie; 3437  15
Al-‘Allaamah al-Mubaarakpuurie heeft gezegd: “Al-Harraawie en anderen hebben gezegd:
“De woorden zijn de Qur’aan en zij zijn perfect. En de betekenis is dat geen defecte of slechte 
eigenschappen ooit erin gaan, in tegenstelling tot de woorden van mensen.                                                                  
En er is gezegd dat zij nuttig zijn, voldoende en een genezing van al datgene waar toevlucht tegen 
wordt gezocht.”                                                                                                                                                                   
‘Tuhfatul ahwaadhie’; 8/ 333
De vergelijking van de gelovige die de Qur’aan reciteert
Abu Musaa al-Ash’arie  heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah  heeft gezegd:
“De vergelijking van de gelovige die de Qur’aan reciteert is als de citrusvrucht; haar geur is goed                                           
en haar smaak is goed. En de vergelijking van de gelovige die de Qur’aan niet leest is als de dadel; 
er is geen geur en haar smaak is zoet. En de vergelijking van de hypocriet die de Qur’aan leest is als 
de ui; haar geur is goed en haar smaak is zuur. En de vergelijking van de hypocriet die de Qur’aan 
niet leest is als de tarwe; het heeft geen enkele geur en de smaak ervan is bitter.”                                                 
Overeen gestemd
Iemaam An-Nawaawie heeft gezegd:
“In de hadieth is de aanbeveling om de Qur’aan uit het hoofd te leren.                                                                                                     
En een aanbeveling om voorbeelden te geven om zodoende de bedoelde betekenis van iets weer te 
geven en duidelijk te maken.”                                                         &
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:14 Reageer op dit bericht Stuur door

Totdat jullie terugkeren naar het praktiseren van jullie deen

SHAIKH MUHAMMAD ‘ABDUL WAHAB MARZOEQ AL-BANNA
Vertaald door Um Sadjaad
Introductie
In de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle
Alle lof en dank is aan Allaah, de Heer van de hemelen en de aarde en alles wat bestaat.                                   
De Heer van het universum, Die de beste beloning geeft aan degenen die Hem vrezen                                   
en groot verlies aan de overtreders. We prijzen Hem en smeken Hem om Zijn hulp en vergeving.                                                 
We zoeken toevlucht bij Hem tegen het slechte in onszelf en het slechte in onze daden.                                      
Degene die door Allaah is geleid kan door niemand misleid worden en degene die misleid is door 
Allaah kan door niemand geleid worden. Ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te 
worden, behalve Allaah Alleen. Verder getuig ik dat Muhammad -salla-llaahu ‘alaihi wa-sallam-                  
Zijn ware Profeet en Boodschapper is, de leider van de Boodschappers en leidraad van de gelovigen. 
Wij plaatsen al het vertrouwen in Allaah Alleen, Allaah is voldoende voor ons en Hij is de beste 
Helper. Er is geen kracht om het slechte te weerstaan behalve via Allaah, noch enige kracht om goed 
te doen behalve via Hem Alleen. Moge Allaah Zijn vrede en zegeningen aan de laatste Profeet 
Muhammad  schenken en aan zijn nobele en pure familie en aan al zijn nobele metgezellen en 
degenen die zijn voetstappen volgen tot aan de Dag des Oordeels.                                                                                  
Allaah, de Verhevene zegt in soerah Aali-‘Imraan 3: 102:2
“O jullie die geloven, vrees Allaah vol ware godsvrees voor Hem,                                                                                               
en sterf niet anders dan als moslims.”
En in soerah An-Nisaa’ 4: 1: 
“O mensen, vrees jullie Heer Die jullie uit een enkele ziel schiep.                                                                                            
En Die daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voort 
komen. En vrees Allaah in Wiens naam jullie elkaar (om hulp) vragen.                                                                                      
En onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allaah is de Waker over jullie.”  
“O jullie die geloven! Vrees Allaah en spreek (altijd) de waarheid.                                                                                  
Hij zal jullie aansporen tot het verrichten van goede daden en jullie zonden vergeven.                                                         
En wie Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; waarlijk, die heeft een geweldige triomf 
behaald.”                                                                                                                                                                                 
Soerah Al-Ahzaab 33: 70-71                                                                           
De meest waarachtige spraak is die van Allaahs Boek (de Qur’aan) en de beste leiding is die van 
Muhammad -salla-llaahu ‘alaihi wa-sallam-. Het ergste kwaad zijn toevoegingen en iedere 
toevoeging (in religie) is een bid’ah en iedere bid’ah is een misleiding en iedere misleiding en iedere 
vorm van misleiding is in het vuur.
Onze missie: zuivering en welgemanierdheid
Het juiste islamitische geloof en de juiste islamitische daden dienen van Allaahs Boek en de soennah 
van Zijn Boodschapper  af te stammen en dienen geleid te worden door de kennis en het begrip 
van de sahaabah. (de metgezellen van de Profeet) Dit is het duidelijke pad van leiding dat Allaah voor 
de mensen heeft geschetst en dat leidt naar hun onmiddellijke en fundamentele succes en geluk. 
Helaas zijn de meeste moslims in verschillende mate van dit prachtige pad weg gegaan.                                        
Dus dient ieder serieus werk om de islaam weer onder de moslims tot leven te brengen twee 
elementen te bevatten:
1) Zuivering: het proces om dit pad van belemmeringen en onduidelijkheden te zuiveren en 
mensen er naar toe te leiden.
2) Welgemanierdheid: het regelmatige, aanhoudende proces van mensen leren hoe op dit pad 
te leven en eraan trouw te blijven en zich aan haar bevelen te houden.
Deze twee elementen waren centraal in de Profeets  missie. In soerah Ad-Djumu’ah 62: 2 staat:3
“Hij is Degene Die bij degenen die ongeletterd zijn een Boodschapper  uit hun midden zond, 
die hun Zijn verzen voordroeg, en die hen reinigde, en die hun het Boek en de Wijsheid onderwees, 
terwijl zij daarvoor in duidelijke dwaling verkeerden.”
Hierdoor realiseren we ons de noodzaak om aan het Nederlands sprekende publiek verantwoorde 
schrijfwerken aan te bieden die het begrip van de  islaam verbeteren. Het presenteren hiervan omvat 
twee aspecten:
1) Gezuiverde islamitische leerstellingen.
2) Praktische leidraad om ze toe te passen.
Waarlijk, dit is de missie die we aannemen en dit boek is een nederige stap in die richting.
1) Zuivering
Zuivering (of ‘tasfiyah’) is vereist met betrekking tot onze bronnen van islamitische kennis,                                
ons geloof en onze praktijken. 
a. Het zuiveren van onze bronnen van kennis
Overleveringen die vals aan de Profeet  of zijn metgezellen zijn toegeschreven mogen niet als 
bronnen van kennis of basis voor daden worden gebruikt. In feite behoren dit soort overleveringen 
tot de voornaamste oorzaken van het afwijken van de ware islaam. Daarom is het zuiveren van onze 
kennis van de zwakke en bedachte overleveringen een essentiele taak die volledig in onze studie en 
ons onderwijs moet worden opgenomen. Rasuulullaah  prees degenen die er naar streven om de 
islamitische kennis te zuiveren toen hij zei:
“Deze kennis zal door de betrouwbare individuen van iedere generatie worden gedragen.                                     
Zij zullen er de wijzigingen van de extremisten, de leugens van de leugenaren en de verkeerde 
interpretaties van de arrogante uit weg halen.”                                                                                                               
Al-Baihaaqie, Ibn ‘Adiyy en anderen, overgeleverd door Abu Hurairah, Ibn Mas’ud en andere 
metgezellen. Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie. (‘Mishkaat ul-masaabih’ nr. 239)
b. Ons geloof zuiveren  
Het geloof van vele moslims is besmet met de misverstanden die van filosofische argumenten komen 
en onislamitische meningen. Daarom vraagt het nodige zuiveringsproces het zuiveren van ons geloof 
zodat het alleen gebaseerd is op betrouwbare teksten van de Qur’aan en de soennah en schoon is 4
van iedere vorm van shirk (iets of iemand naast Allaah plaatsen). Zo was het geloof van de sahaabah 
welke Allaah heeft geprezen in soerah Al-Baqarah 2: 137:
“Als zij dan geloven in het gelijke van waarin jullie geloven, dan volgen zij waarlijk de leiding.” 
c. Onze daden zuiveren
Veel moslims mengen hun religieuze praktijken en daden van aanbidding met bid’ahs (toevoegingen) 
die niet door Allaah of Zijn Boodschapper  zijn goed gekeurd. Daarom is er een enorme 
inspanning nodig om de daden van aanbidding van de moslims zo te zuiveren dat ze zich aanpassen 
met betrouwbare teksten van de Qur’aan en de soennah, met het begrip en het praktiseren van de 
sahaabah en het verwerpen van bid’ahs. Dit is het enige acceptabele pad van leiding,                                                
zoals Allaah in soerah An-Nisaa’ 4: 115 zegt:
“En wie de Boodschapper  tegenwerkt nadat de leiding hem duidelijk is geworden en een 
andere weg volgt dan die van de gelovigen: Wij laten hem (gaan naar) waarheen hij zich afgekeerd 
had en Wij zullen hem in de Hel binnen leiden. En dat is de slechtste bestemming!”
2) Welgemanierdheid
Welgemanierdheid (of ‘tarbiyyah’) is om ons geloof en onze daden op zuivere kennis te vestigen. 
Tarbiyyah gaat hand in hand met zuiveren.
a. Ware volgelingen van de eerste drie generaties metgezellen worden.
De bovenstaande discussie over het zuiveren van ons geloof en onze daden, dient te worden 
uitgebreid met het opvoeden van onszelf en onze gemeenschap volgens de zuivere leringen,                          
waarbij we ernaar dienen te streven om ware volgelingen te worden van onze grote salaf;                                     
de sahaabah. In soerah At-Tawbah 9: 100 zegt Allaah:
“En de allereerste (moslims) van de muhaadjiroen (emigranten vanuit Makkah)                                                                            
en de Ansaar (bewoners van Madinah die de muhaadjiroen hielpen)                                                                                    
en degenen die hen volgden in goede daden: Allaah heeft welbehagen met hen en zij hebben 
welbehagen met Hem. Hij heeft voor hen Tuinen (in het Paradijs) bereid waar onder door de 
rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden. Dat is de geweldige overwinning.”
  
De sahaabah waren de vrome mensen die door Allaah werden gekozen om Zijn Profeet  te 
vergezellen. Dus zij verlieten de valse religie van hun voorvaders en vereenzelvigden zichzelf met de 
Profeet, leerden direct van hem en vestigden met hem de eerste en beste islamitische gemeenschap 
en droegen zijn leerstellingen nauwkeurig en volledig over aan andere mensen.                          
Wanneer de moslims de sahaabah tot hun ware rolmodellen maken, zullen zij geneigd zijn om de 
waarheid onpartijdig te gaan zoeken en niet langer eigenwijs vast te houden aan vooringenomen 
sektes en wetscholen.5
b. Het uitnodigen naar de zuivere religie
Een essentieel deel van het proces van welgemanierdheid is alle mensen -zowel moslims als nietmoslims- uit te nodigen naar de pure en onvervalste religie. Dit dient te gebeuren door goede 
voorbeelden te laten zien, onszelf met goede manieren te bekleden en waardevolle, effectieve en 
vriendelijke benaderingen te bewerkstellingen, welke van belang zijn vanwege de boodschap die we 
dragen. Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 104:
“En laat er uit jullie een groep voort komen die uitnodigt tot het goede en oproept tot 
deugdelijkheid en (die) het verwerpelijke verbiedt, en zij zijn degenen die welslagend zijn.”
Hierbij helpen is een plicht voor iedere moslim volgens zijn/haar beste vermogen,                                                         
zoals Allaah in soerah Al-Maa’idah 5: 2 beveelt:
“Ondersteun elkaar bij het goede (‘al birr’) en taqwaa’ en help elkaar niet in zonde en 
overtreding.”
Dit is de enige weg om Allaahs acceptatie te verkrijgen en geluk en succes te bereiken.                                                  
Allaah zegt in soerah Al-‘Asr 103: 1-3:
“Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden 
verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld.”
En dit is de manier om te midden van de gelovigen een ware en eerlijke compassie te vestigen die 
een sterke, verenigende oorzaak ten grondslag heeft. Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 103:
“En houdt jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allaah en wees niet verdeeld.”
c. De islamitische oplossing presenteren
Uitnodigen naar de waarheid houdt het vinden van realistische islamitische oplossingen voor 
veelomvattende problemen in. Er is geen twijfel dat Allaahs leiding de enige allesomvattende weg is 
voor het oplossen van problemen van de mensen zowel op individueel als maatschappelijk niveau. 
Allaah zegt in soerah Al-Maa’idah 5: 49:
“En oordeel (O Muhammad  ) onder hen met wat Allaah neer gezonden heeft, en volg niet hun 
begeerten.”6
Waarlijk, we zoeken Allaahs leiding en hulp en we smeken Hem om ons in staat te laten zijn om 
onszelf en onze gemeenschappen te zuiveren en op te voeden op een manier die Hem het meest 
tevreden stelt. Aamien.
Inleiding:
“Ik begin in de Naam van Allaah, de Meest Genadevolle, de Meest Barmhartige.                                                  
Alle lof is aan Allaah, de Heer van de werelden, ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden 
te worden, behalve Allaah en dat Muhammad  Zijn dienaar en laatste Boodschapper is;                                    
gestuurd aan de mensheid. 
Ik wou al sinds lange tijd aan dit project beginnen; al sinds ik shaikh Muhammad Marzoeq al-Banna in 
1995 ontmoette, (toen ik voor het eerst naar dit land; Saoedi-Arabië, kwam).                                                              
Hij was mijn eerste leraar en alhamdulillaah lukte het mij om veel opnames van de lessen van de 
shaikh te maken. Hij gaf vier keer per week les in zijn moskee, die hij in Jeddah, dicht bij zijn huis in
het Safa district had gebouwd. Hij ging ook naar andere moskeeën in Jeddah omwille van de da’wah.
Deze tapes zijn waardevol en hebben waardevolle kennis van een oudere, vader en grootse leraar in 
de islaam, zowel in spraak als daden. Wat volgt is inshaa’Allaah een biografie van de shaikh en dan de 
eerste van de manhadj series, gebaseerd op een lezing die hij in Jeddah gaf, welke over verschillende 
aspecten van de geloofsleer van de Profeet  en zijn metgezellen ging.
Ik benaderde de shaikh voor toestemming om zijn werk te vertalen en publiceren en de shaikh gaf 
mij een geschreven brief met een aanmoediging. Moge Allaah hem genezen en hem een gemakkelijk 
einde geven, want de shaikh is nu vierennegentig jaar oud en onder medische behandeling in zijn 
huis in Jeddah. Ik vraag Allaah dat dit oprecht voor Zijn Zaak is, want daden zijn volgens iemands 
intentie en iedere persoon zal datgene ontvangen wat hij als intentie had.”                                                                
‘Abdullaah ibn Rabah Lahmami. Madinah Nabawiyyah. 22
nd
Radjab 1430. 15 July 2009
De herziende biografie van shaikh Muhammad ‘Abdul Wahhab Marzoeq al-Banna
Zijn geboorte
Hij werd op 16 februari 1916 (1333 H) in Cairo geboren. Volgens de Hidjri- kalender is hij 
zevenennegentig jaar oud en volgens de Gregoriaanse kalander vierennegentig.                                                                
Hij leefde in Riyaadh, Ahsaa, Madinah, Makkah en leeft nu in Jeddah. 
Shaikh Muhammad al-Banna spreekt over waar hij opgroeide
Shaikh Muhammad Al-Banna zegt:
“Hoe dan ook, was de atmosfeer waar ik in leefde niet goed vanwege de misverstanden van de 
Soefies. Zij verrichtten takfier (zij bestempelden anderen als ongelovigen; als ‘kufaar’) over degenen 7
die de Eigenschappen van Allaah bevestigen. Ik studeerde in de scholen en gewoonlijk de madhab 
(wetschool) van Abu Haniefah en iemaam Ash Shafi’ie. Mijn vader volgde Ash-Shafi’ie en mijn 
moeder Hanafie. Ik volgde de geloofsleer van de Salaf vanwege deze reden; mijn vader als een 
Shafi’ie had de visie dat het aanraken van een vrouw de wudhuu’ verbreekt en mijn moeder als een 
Hanafie dat dit niet zo was. Mijn vader werd overstuur wanneer hij vertrok om te gaan bidden en 
mijn moeder hem aanraakte. Hij had een handdoek tussen hun handen zodat zij elkaar niet 
aanraakten. Toen zei ik tegen mijzelf dat islaam èèn is. 
Ik begon hierover na te denken en hoe het dit of dat kon zijn. Ik ging naar een van mijn ooms die 
religieus was en klaagde bij hem dat islaam èèn is en dat mijn vader het een zegt en mijn moeder het 
andere. Hij gaf mij een boek over de vier madhabs en maakte mij zelfs nog meer in de war.                                   
Terwijl ik in deze toestand was, wou Allaah dat ik in het jaar 1936 denk ik, afstudeerde.                                        
Mijn vader was strikt met onze gebeden, ik was gewend om te bidden en dit was ongebruikelijk bij 
veel jongeren van die tijd in Cairo. Er was iemand van dezelfde leeftijd als mijn vader, die een 
gedichtenschrijver was. Zijn naam was Muhammad Arnus, een vriend op het werk.                                                      
Hij schreef enkele boeken over poëzie. Hij zag mij bidden en zei: “Ik zal met jou bidden.”                                
We baden samen en lazen vervolgens ‘Zaad al-Ma’aad’ van Ibn Qayyum samen.                                                  
Ik begon van lezen te houden en ging steeds boeken kopen. Wanneer Allaah het goede voor iemand 
wil, toont Hij hem de weg. Dicht bij de Azhar universiteit was een kleine boekwinkel.                                                  
De winkelier shaikh Munier Dimishqui (die de juiste geloofsleer had), adviseerde mij welke boeken ik 
moest lezen, nadat ik bij hem had geklaagd dat ik niet wist wat ik moest lezen. 
Hij gaf mij die betrouwbare boeken en iedere maand kocht ik voor vijftig muntstukken boeken.                                                                                  
Ieder Salafiboek dat er was gaf hij aan mij om te lezen. Ik was goed in lezen, mijn geheugen was heel 
goed, maashaa’ Allaah. Ik hield van de groep ‘Djamieyah Sharie’ah.’ Shaikh Muhammad Aamien 
Khattaab Al-Kabier trouwde ook met een van mijn familieleden. Hun gebed was heel goed                             
(volgens de soennah), dus bad ik altijd met hen. Ik bezocht een moskee aan de tiende straat;                               
de ‘Djaamieyah Sharie’ah’ moskee, waar shaikh ‘Alie Helwah verantwoordelijk over was.                                  
Hij onderwees volgens mij op woensdagavond en ik volgde zijn lessen. Hij had de gewoonte om te 
zeggen dat degene die beweert dat Allaah boven de hemelen is een ongelovige is; dat Allaah noch 
boven, noch links, noch rechts is! Dat is het ‘Asha’rie; Maturiediegeloof.’ Onder de boeken die shaikh 
Munier Dimishqie mij te lezen had gegeven, bevond zich het boek van Ibn Khuzaimah:                                        
‘Tawhied wa ithbaat Sifaat Rabb.’ Ik herinnerde me een hadieth daaruit van Mu’aawiyah ibn Hakam 
As-Sulamie (de hadieth van het slavinnenmeisje). Dus zei ik tegen hem (shaikh ‘Alie Helwah) dat hij 
het woord ‘ongelovige’ gebruikte, terwijl de Boodschapper (nadat zij had getuigd dat Allaah boven de 
zevende hemel is) zei: “Bevrijd haar, want zij is een gelovige.” Hierdoor werd ik uit de moskee 
gegooid, vanwege het spreken van de waarheid tegen deze persoon die de mensen misleidde.                         
Zij noemden mij een ‘wahhaabie’ en zeiden: “Jij bent van de djamaa’ah van shaikh Haamied Faqhie.        
Ik hoorde deze naam voor de eerste keer en dacht: ‘Hij moet wel goed zijn als zij tegen hem spreken.’ 
Ik besloot hem te gaan ontmoeten, alhamdulillaah. Allaah wees hem aan ons en sindsdien leerde ik,
sinds jonge leeftijd, van hem en andere Salafigeleerden, totdat ik een van de predikkers werd van 
Ansaarus-soennah al-Muhammadiyyah in Egypte. Ik was met shaikh ‘Abdur-Razzaaq, Al-‘Afifie,                        
shaikh Muhammad Khaliel Al-Harras en anderen. Toen maakte Allaah het voor mij mogelijk om in 
Riyaadh te onderwijzen, op aanbeveling van shaikh ‘Abdur-Razzaaq Al-‘Afifie (aan shaikh ‘Abdul-‘Aziz 
Bin Baaz rahimahullaah).”8
Zijn leraren
Shaikh Muhammad ‘Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna zei:
“Ik was gewend om veel te studeren en om met sommige van de geleerden samen te zijn,                 
zoals shaikh ‘Abdur-Razzaaq, Al-‘Afifie en shaikh Muhammad Khaliel Al-Harras.                                                           
Ik werd in een religieuze familie geboren.
De beroemde shaikh Ahmad Shakie (de geleerde van hadieth, die ‘Ba’ith Al-Hadieth’ van Ibn Kathier 
en Musnad Ahmad nakeek) was ook om mij heen, hij is de echtgenoot van een van mijn tantes.”
Zijn leerlingen
Shaikh Muhammad ‘Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna zei:
“Shaikh Rabie’ Ibn Al-Madhkhalie, was de beste van hen, shaikh Muhammad Amman (rahimahullaah)
was ook goed, shaikh ‘Abdur-Rahmaan ‘Abdul-Khaaliq was ook een goede, maar hij volgde later de 
weg van de ‘Ikhwaanul-Muslimien’, zoals ‘Umar Ashqar dat in mindere mate deed.
Zijn kennis
Shaikh Muhammad ‘Abdul Wahhaab Marzoeq Al-Banna werd door shaikh ‘Abdur-Razzaaq Al-‘Afifie 
aanbevolen om op het educatieve instituut in Riyaadh les te gaan geven toen het open ging.                              
Deze aanbeveling werd aan shaikh ‘Abdul-‘Aziz Bin Baaz voorgelegd, die ermee instemde.                          
Na vijf jaar les gegeven te hebben in Riyaadh, vertrok de shaikh naar Al-Ahsa in de oostelijke 
provincie van Saoedi-Arabië om daar de volgende acht jaar les te geven aan een islamitisch instituut. 
Zijn vrijdagmiddaggebedsbijeenkomsten werden goed bezocht en hij legde de geloofsleer van de 
Salaf us-Saalih (de vrome voorgangers) uit en verwierp de valse interpretaties  van de Shie’ah*                                   
die daar leefden. Na enige moeilijkheden met de mensen daar werd de shaikh gevraagd om voor 
twee jaar les te komen geven aan het instituut voor islamitische zaken in Madinah.                                     
Dit was voordat hij op de universiteit in Madinah ging les geven, tegelijkertijd met shaikh ‘Abdul-‘Aziz 
Bin Baaz, shaikh Al-Abaanie (die zijn buurman was in Madinah) en shaikh Muhammad Aamien                          
Ash-Shanqietie (rahimahullaah)
(*De Shie’ah was een van de eerste groepen die zich afscheidden van de algemene stroming van de 
islaam, zij prijzen de vierde khalief ‘Alie; de neef van de Profeet, op een overdreven manier en vinden 
dat hij de eerste khalief had moeten worden. Zij beschuldigen alle metgezellen van de Profeet,                      
op enkelen na.)9
Na het volbrengen van de lesperiode van drie jaar in de universiteit kwam de shaikh naar Jeddah en 
begon in veel moskeeën te onderwijzen. De shaikh had ook een stoel in de Haram van Makkah,                              
en in de Haram in Madinah, waar hij een tijd lang les gaf. In zijn tachtiger jaren verbleef de shaikh het 
meeste in Jeddah tot aan het latere deel van zijn leven waarin hij veel jaren in Makkah doorbracht en 
heen en weer pendelde naar Jeddah om zorg voor zijn moskee in het Safa -district te dragen.                                          
De shaikh is nu, op vierennegentig jarige leeftijd bedlegerig in zijn huis in Jeddah, vanwege zijn ziekte, 
moge Allaah hem beschermen.
In Jeddah onderwees hij ‘Usuul ath-Thalatha, Kietaab at-Tawhied (20 tapes), ‘Aqiedatul-Wasittiyah, 
Kashf Shubuhaat, ‘Usuul Sittah (de 6 principes), Tafsier Ibn Kathier, Sahieh Muslim, ‘Umdatul Ahkaam 
en vele andere boeken. De shaikh beantwoordde vragen altijd met bewijs vanuit de Qur’aan en de 
soennah, vanuit het begrip van de metgezellen. Hij deed zijn uiterste best om de mensen te 
onderwijzen, zelfs als er maar weinig waren en hij zei dan: “Als er verder geen vragen meer zijn 
sluiten we de winkel (om vragen te stellen)” en degenen die aanwezig waren lachten hierom.                              
Hij was heel vriendelijk en vermakend, maashaa’ Allaah en zijn aanwezigheid was geliefd bij de 
mensen in zijn moskee. Ondanks zijn oude leeftijd zorgde de shaikh voor zijn moskee die hij op zijn 
eigen land bouwde naast zijn huis in Jeddah. Eerst was het klein en moest het gerepareerd worden, 
maar de shaikh wou geen geld van de mensen aan nemen omdat diegenen dan de gang van zaken in 
de moskee zouden bepalen. De shaikh wou geen invloeden vanuit Ikhwaan ul Muslimien om de 
moskee over te nemen, dus hij was heel voorzichtig. Toen de shaikh ertoe in staat was, vergrootte hij 
de moskee en sinds de moskee gebouwd was, was hij verantwoordelijk voor het onderhoud en loon 
van de iemaam. De shaikh bracht een iemaam die oprecht in zijn geloof en geloofsleer was binnen. 
Toen iemand anders in de moskee kwam les geven en op een gegeven moment werd gezien met de 
misleide ‘Abul Hasan al-Ma’rabi, vroeg de shaikh hem vriendelijk om met les geven te stoppen, 
omdat de shaikh bang was voor de invloed die diegene op de menigte zou hebben.                                                
De shaikh accepteerde geen folders in zijn moskee, tenzij de sprekers bekend waren met de Salafi
geloofsleer, en zich vast hielden aan de Qur’aan en de soennah en het begrip van de metgezellen.
Zijn karakter
De shaikh was oprecht, maashaa’Allaah. Hij wenste voor zijn broeder wat hij voor zichzelf wenste.            
Hij offerde zijn huis vaak wanneer hij naar Makkah ging met de familie. Hij bood de broeders geld aan 
om te lenen zodat zij een auto konden kopen. De shaikh opende zijn huis voor vreemden in de hoop 
dat zij naar de Waarheid zouden worden geleid. Hij was heel geestig, maashaa’Allaah.                                         
Ik herinner me dat er een man naar de shaikh toe kwam in de Haram in makkah en hij zei tegen hem: 
“Ik ben een Egyptenaar zoals u” waarop de shaikh antwoordde: “Ik ben een moslim zoals jou!” 
Tijdens een bijeenkomst in zijn moskee vroeg iemand hem een keer waarom hij geen minaret op zijn 
moskee had, waarop de shaikh antwoordde dat het zou kunnen vallen en iemand zou kunnen doden 
en vervolgens overleverde hij dat dit echt met iemand was voorgevallen en dat hij daarom die last 
niet wou dragen. Hij zei: “Toon mij het bewijs vanuit de soennah dat je er een moet hebben en ik zal 
er een plaatsen.”
Zijn vroomheid10
Hij had de gewoonte om de Qur’aan binnen drie dagen uit te lezen, zoals de iemaam van zijn moskee 
zei, die met shaikh Muhammad ibn Saalih al-‘Uthaymien studeerde.                                                                                    
Shaikh Muhammad Al-Banna vastte volgens de soennah altijd iedere maandag en donderdag                                   
en de 13
de
, 14
de
, en 15
de
van iedere maand, ondanks zijn oude leeftijd.                                                                         
De shaikh is heel nederig, maashaa’Allaah. Hij houdt van de studenten van kennis en verwelkomt hen 
alsof ze zijn eigen kinderen zijn. Een keer werd de shaikh door een student van kennis van de 
universiteit van Madinah gevraagd om hem te bezoeken terwijl hij in Jeddah was.                                                              
De shaikh kwam er achter dat de broeder heel ver weg was en dus reed hij zelf naar hem toe om hem 
op te halen en thuis te brengen om hem te bedienen. De shaikh bedient altijd zijn gasten voordat hij 
zelf zit en eet. Dit is zelfs zo gebleven totdat hij negenentachtig jaar was.                                                                          
De shaikh verrichtte hadj tot de leeftijd van eenennegentig jaar. De goede manieren van hem waren 
in zijn leven duidelijk zichtbaar, maashaa’Allaah. Hij bediende voorbijgangers in de Haram met thee 
wanneer het tijd was voor iftaar om het vasten te verbreken. Mensen kwamen voor zijn 
aardbeienthee met melk en grote dadels. De shaikh nodigde altijd iedere donderdag na ‘ishaa gasten 
uit om met hem in zijn huis in Makkah te eten. Een lange dag vasten en dan niet zitten totdat hij de 
laatste gast bediend had, waarbij hij zei: “Eet en drink en dit is een bevel van jullie Heer!”
Maashaa’Allaah! Hij zei vaak: “Geef jullie maag verschillende kleuren (voedsel) en het zal jullie 
voordeel geven.” Na de maaltijd zat de shaikh dan met zijn gasten en beantwoordde hun vragen, 
terwijl hij hen met fruit bediende. Moge Allaah hem beschermen en genezen.
De laatste keer zag ik de ogen van de shaikh gevuld met tranen toen hij Allaah om een goed einde 
vroeg. Ik bid dat hij een goed einde zal krijgen, aamien. Hij maakte veel du’aa voor degenen die hij 
ontmoette, groette hen altijd met een lach en adviseerde hen altijd om de soennah te volgen.                              
Ik prijs hem niet boven Allaah’s lof en Allaah is Degene Die afrekent.
Zijn reizen omwille van de da’wah    
De shaikh reisde met shaikh Muhammad Nasr ud-Dien al-Albaanie (rahimahullaah).                                                      
Hij zegt dat dat gouden jaren waren. De shaikh organiseerde uitjes voor de studenten, die bedoeld 
waren om hen te onderwijzen. De shaikh sliep een beetje na een lange dag les geven aan de 
studenten en stond dan op voordat de studenten opstonden en waste hun kleren en maakte hun 
ontbijt. De shaikh reisde naar Amerika, Japan, Uk en Marokko vanuit het verzoek van shaikh Bin Baaz.    
Degenen die hem geprezen hebben
Shaikh ‘Abdur-Razzaaq al-‘Afifie, de onderdirecteur van het Shoura council onder shaikh ‘Abdul-‘Aziz 
Bin Baaz, vroeg of shaikh Muhammad al-Banna tot de eerste predikkers kon behoren van het 
educatief instituut van Riyad. Shaikh Rabie’ Ibn Haadie zei toen hij hem bezocht in september 2001 
(Djumaada 2 1422): “Shaikh Al-Banna verrichtte zestig jaar lang de dawa’h as-Salafiyyah,                                   
leer zijn manieren want je zult er baat bij hebben.” Shaikh Taqui-ud-Dien al-Hilaali (rahimahullaah) 
schreef een brief aan shaikh ‘Abdul-‘Aziz Bin Baaz (rahimahullaah) en andere geleerden en sinds kort 
is deze brief te lezen.11
Degenen die hij heeft geprezen
De shaikh prees shaikh Bin Baaz (rahimahullaah), shaikh al-Albaanie (rahimahullaah)                                     
en shaikh Muhammad Ibn Saalih al-‘Uthaymien (rahimahullaah). Hij prees ook shaikh ‘Ubayd,                                     
die hij in de Haram van Makkah ontmoette en shaikh Muhammad zei wat betreft shaikh ‘Ubayd dat 
degenen die hem tegenspreken geen stevige grondslag hebben voor hun beweringen.                                            
(dit was tijdens de laatste ontmoeting met de shaikh vorig jaar) In het verleden prees hij ‘Alie Hasan 
en ‘Abul Hasan al-Misrie, maar dit veranderde aan het einde van zijn leven, toen zij samenwerkten 
met de groep van ‘Abdur-Rahmaan ‘Abdul Khaaliq; ‘Ihyah Turath’ en fitnah overviel hen in een 
zodanige erge mate dat hun houding ten opzichte van degenen die verkeerd bezig waren niet goed 
was. Dus shaikh Muhammad al-Banna adviseerde de mensen om shaikh Rabie’ over hun zaak te 
vragen en was niet blij met hun samenwerking met en verdediging van degenen die waren 
afgedwaald. Shaikh Muhammad al-Banna adviseerde ‘Abul Hasan Al-Misrie om zijn fouten recht te 
zetten wat betreft het slecht spreken over de metgezellen en adviseerde hem om naar shaikh Rabie’ 
te gaan en zichzelf te excuseren over wat hij over hem had verspreid. ‘Abul Hasan al-Misrie ging naar 
het huis van shaikh Rabie’, maar verhief zijn stem en was respectloos tegen hem                                                              
(ik was daar aanwezig, want het was vlak voor de vrijdagklas van ‘Adjurie van shaikh Rabie’).                                
Toen shaikh Muhammad al-Banna dit ontdekte was hij erg overstuur en adviseerde de mensen om 
niet met shaikh Muhammad al-Banna te zitten en van zijn kennis te nemen, want hij zei dat hij 
zichzelf boven de geleerden plaatste vanuit arrogantie. Hij verbond zijn zaken aan ‘Abdur-Rahmaan 
‘Abdul-Khaaliq, die dwaalde omdat de mensen hem vereerden en hij gaf veel geld uit aan de 
dwalende groeperingen en personen die beschouwd werden als van de Ahl-us-soennah walDjamaa’ah en die niet behoorden tot een van de tweeënzeventig groeperingen die bedreigd worden 
door het Vuur, om hen excuses te geven. Dus ik getuig dat dit is wat de shaikh in het laatste deel van 
zijn leven volgde, totdat ik hem laatst in zijn huis in Jeddah zag. Hij zei dat shaikh Rabie’ de Yahyaa 
ibn Ma’ien van zijn buurt was en dat shaikh Bin Baaz de ‘Umar ‘Abdul-‘Aziz van zijn buurt was qua 
rechtvaardigheid. Shaikh al-Albaanie zag hij als de Ibn Taymiyyah van zijn buurt.
Bismillaahir-Rahmaan-nir-Rahiem
Ik begin in de Naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle.                                                  
Alle lof is aan Allaah, de Heer der werelden. We prijzen Hem en zoeken Zijn steun en vergeving.                                 
We zoeken toevlucht bij Allaah tegen het kwade van onze daden en tegen het kwade binnenin 
onszelf. Degene die Allaah leidt kan niet misleid worden en degene die Allaah misleidt kan door 
niemand geleid worden. Ik getuig dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden, behalve 
Allaah en dat Muhammad Zijn dienaar is en Boodschapper.  In soerah Aal-‘Imraan 3: 102 staat:
“O jullie die geloven, vrees Allaah vol ware godsvrees voor Hem,                                                                                               
en sterf niet anders dan als moslims.”
In soerah An-Nisaa’ 4: 1 staat: 12
“O mensen, vrees jullie Heer Die jullie uit een enkele ziel schiep.                                                                                            
En Die daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voort 
komen. En vrees Allaah in Wiens naam jullie elkaar (om hulp) vragen.                                                                                      
En onderhoud de familiebanden. Voorwaar, Allaah is de Waker over jullie.”  
In soerah Al-Ahzaab 33: 70-71 staat:
“O jullie die geloven! Vrees Allaah en spreek (altijd) de waarheid.                                                                                  
Hij zal jullie aansporen tot het verrichten van goede daden en jullie zonden vergeven.                                                        
En wie Allaah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt; waarlijk, die heeft een geweldige triomf 
behaald.”                                                                                                                                                                                 
Redding ligt in de Qur’aan, de soennah en het begrip van de metgezellen
Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 110:
“Jullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht, (zolang) jullie tot het goede 
oproepen en jullie het verwerpelijke verbieden en jullie in Allaah geloven.”
Dit vers werd over de besten van onder de mensen geopenbaard; de metgezellen van de Profeet 
Muhammad.  Zij waren de beste mensen toen zij het goede bevolen en het slechte verboden.                            
Het grootste goed dat zij verrichtten, was (oproepen tot) at-Tawhied; de Eenheid van Allaah.                          
Het grootste kwaad dat zij verboden, was het kwaad van shirk (afgoderij).                                                                 
Het vers eindigt met de woorden: dat zij geloofden in Allaah; d.w.z. dat zij op de juiste manier in 
Allaah geloofden. Toen zij eenmaal de geboden vervulden van het goede bevelen en het slechte 
verbieden, werden zij de beste van onder alle naties. Vergelijk dit met veel van de moslims van 
tegenwoordig; bevelen zij het goed en verbieden zij het kwade bij zichzelf en degenen onder hun 
verantwoordelijkheid? Hebben zij de juiste geloofsleer? Dus hoe kunnen zij worden gezien als de 
beste van alle naties? Allaah zegt in soerah Aal-‘Imraan 3: 103:
“En houd jullie allen stevig vast aan het touw (de godsdienst) van Allaah en wees niet verdeeld. 
Gedenk de gunst die Allaah jullie schonk toen jullie vijanden waren en Hij jullie harten tot elkaar 
bracht en jullie door Zijn gunst broeders werden.”
Dit toont aan dat de metgezellen allen gezamenlijk aan de Qur’aan vast hielden en dat zij nadachten 
over de Qur’aan. In soerah Muhammad 47: 24 zegt Allaah:
“Denken zij dan niet na over de Qur’aan? Er zijn zelfs sloten op hun harten.”13
Niet zoals de mensen deze dagen doen; zij proberen het en lezen de Qur’aan voor de dode mensen 
om de beloning ervoor te krijgen. Zij hebben de ware bedoeling van de openbaring gemist, en dat is: 
het lezen, erover nadenken en het volgen. In soerah Ash-Shoera 42: 52 zegt Allaah:
“Zo hebben Wij aan jou een openbaring neer gezonden, een zaak van Ons.                                                                       
Jij wist toen niet wat het Boek (de Qur’aan) was en wat het geloof (iemaan) was,                                                                                                                
maar Wij hebben hem tot een licht gemaakt waarmee Wij van Onze dienaren leiden wie Wij 
willen. En voorwaar, jij leidt zeker naar een recht Pad.”
Deze Qur’aan werd door Allaah als een licht geopenbaard, d.w.z. het bevat leiding waarmee Allaah
naar het Rechte Pad leidt wie Hij wil en waarlijk, de Boodschapper  kende deze Qur’aan niet, 
noch kende hij geloof (iemaan) voordat Allaah het aan hem openbaarde. Hij werd door Allaah als 
leider voor de mensheid gekozen. Hier worden twee soorten leiding genoemd; de leiding van 
verlichting (‘tawfieq’), welke alleen tot Allaah behoort en de leiding van de mensen wijzen naar de 
juiste weg (‘bayan wal irshaad’), welke de leiding is van de boodschappers en de oproepers.                            
Hier is een voorbeeld van de leiding van het wijzen van de rechte weg aan de mensen.                                                   
In soerah Ash-Shoera 42: 52 zegt Allaah:
“En voorwaar, jij leidt zeker naar een recht Pad.”
Hier is een voorbeeld van de leiding van verlichting van Allaah. Allaah heeft in soerah Adh-Dhuhaa
93: 7 tegen Muhammad  gezegd:
“En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.”
De metgezellen begrepen deze Qur’aan door de uitleg ervan direct van de Boodschapper  te 
nemen, zoals Allaah zegt in soerah An-Nahl 16: 44:
“(Wij zonden hen) met duidelijke (Tekenen) en de Zaboer. En Wij deden aan jou de Vermaning                  
(de Qur’aan) neerdalen om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen is neer gezonden.”
Deze openbaring werd aan de gehele mensheid en de wereld van de djinn geopenbaard,                                       
zoals Allaah in soerah Al-Ahqaaf 46: 29 zegt:
“En (gedenk) toen Wij een paar van de djinns bij jou brachten, om naar de Qur’aan te luisteren.                  
Toen zij daarbij aanwezig waren, zeiden zij: “Luister in stilte!” Toen (de voordracht) beëindigd was,                              
keerden zij tot hun volk terug als waarschuwers.”
Toen de djinn de Qur’aan hoorden, zeiden zij (in soerah Al-Ahqaaf 46: 30:)14
“Zij zeiden: “O volk van ons, voorwaar wij hebben over een Boek gehoord dat tot Musaa is neer 
gezonden, ter bevestiging van wat daarvoor was, het leidt naar de Waarheid en de rechte Weg.” 
Zelfs de djinn wisten dat het rechte pad volgen, het volgen van de Qur’aan en de Boodschapper 
is. In soerah An-Nahl 16: 44 staat:
“En Wij deden aan jou de Vermaning (de Qur’aan) neerdalen om aan de mensen duidelijk te 
maken wat aan hen is neer gezonden.”
De metgezellen vroegen de Boodschapper om islaam  aan hen uit te leggen
De metgezellen namen de betekenis van de Qur’aan rechtstreeks van de Boodschapper,                       
zoals in de authentieke hadieth uit Sahieh Al-Bukhaarie en Sahieh Muslim staat wat betreft het vers 
in soerah Al-Ahzaab 33: 56: 
“Voorwaar, Allaah en Zijn engelen sturen ‘salaah’ voor de Profeet.                                                                              
O jullie die geloven, smeek om ‘salaah’ en ‘salaam’ voor hem.”
De metgezellen zeiden tegen de Boodschapper:  “Wij weten hoe we de ‘salaam’ (vredewensen) 
naar u moeten sturen, maar hoe sturen wij de ‘salaah’ (de gebeden) naar u?”                                                                              
De Boodschapper  zei tegen hen: “Zeg: 
“Allaahoemma salli ‘ala Muhammadin wa ‘ala aali Muhammad, kama salayta ‘ala Ibraahiem                                  
wa ‘ala aali Ibraahiem, innaka hamiedum-madjied. Allaahoemma baarik ‘ala Muhammad                                        
wa ‘ala aali Muhammad kama baarakta ‘ala Ibraahiem wa ‘ala aali Ibraahiem,                                                   
innaka ‘hamiedum madjied.”                                                                                                                                                                              
Sahieh Al-Bukhaarie en Sahieh Muslim
(Toevoeging van de vertaalster: Abu al-‘Aaliyah heeft gezegd (in verband met soerah Al-Ahzaab 33: 
56): “Allaah’s sturen van gebeden naar de Profeet  betekent Zijn verheffing van hem en het 
verhogen van zijn rang; het sturen van gebeden van de engelen en anderen betekent hun poging dit 
van Allaah te krijgen en hier is het bedoeld als vragen om toename van de gebeden en niet vragen om 
de eigenlijke gebeden zelf.” Ibn Haadjar; ‘Fath al-Baarie’)
Sommige mensen kiezen ervoor om op hun eigen manier gebeden naar de Profeet  te sturen,                               
maar de metgezellen gingen in al hun zaken terug naar de Boodschapper.                                                                      
Het is niemand toegestaan om deze religie op zijn eigen wijze te begrijpen. Om de Qur’aan te 
begrijpen dient iemand terug te gaan naar de uitleg van de Boodschapper, die de meest gehoorzame 
persoon is (aan Allaah’s bevelen). Allaah beval de Boodschapper om de mensen uit te leggen en 15
Allaah beval alle mensen om tijdens de Profeet  zijn leven en na zijn dood zijn pad te volgen.                                                           
Iemand kan zeggen: ‘Ik houd van Allaah’, dan wordt er tegen hem gezegd wat er in soerah                       
Aal-‘Imraan 3: 31 staat:
“Zeg: (O Muhammad): “Als jullie van Allaah houden, volg mij dan; Allaah zal van jullie houden                      
en jullie zonden vergeven. En Allaah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig.”
Dit wordt ‘het getuige vers’ genoemd. Iemand kan zeggen: ‘Ik houd van de Profeet’                        
maar toch bijvoorbeeld in hun dhikrullaah volgen zij de Profeet  niet. Zodoende maken zij eerder 
hun eigen vorm van dhikrullaah door “Allaah, Allaah, Allaah” te herhalen, of door “Hu, hu, hu”                      
(“Hij is”) te zeggen. Van waar hebben zij dit soort dhikr? Gingen de Boodschapper van Allaah                          
en zijn metgezellen dit zeggen wanneer zij Allaah herdachten?                                                                                               
Allaah heeft iedere persoon die bidt bevolen om in het gebed te zeggen:                                                                                         
“Leid ons naar de Rechte Weg.” (soerah Al-Faatihah 1: 5) Moslims zeggen dit minstens zeventien keer 
op een dag (in hun gebeden). Nadat zij de nabijheid van Allah hebben gezocht via het noemen van 
Zijn Schone Namen en Eigenschappen, door te zeggen: “Alhamdulillaahi Rabbil-‘Aalamien,                                                
ar-Rahmaan, nir-Rahiem, Maaliki-yawmidien.” Vervolgens zoeken de moslims Allaah’s nabijheid met 
hun goede daden door niemand anders te aanbidden, wanneer zij zeggen:                                                    
“Iyaaka na’budu wa iyaaka nasta’ien.” (“U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp.”)
Alleen hierna zoeken de moslims leiding van Allaah naar het rechte pad, (tonen zij de correcte manier 
van leiding zoeken).Wat is het pad dat zij zoeken? In soerah Al-An’aam 6: 153 staat:
“En dat dit Mijn Pad is, een recht Pad, volg het dan en volg geen andere paden,                                      
want die zullen jullie doen afdwalen van Zijn Pad. Dat is wat jullie heeft opgedragen,                       
hopelijk zullen jullie (Allaah) vrezen.” 
Deze gemeenschap is in sektes en groeperingen verdeeld   
Deze ummah is in sektes en groeperingen verdeeld. Ieder ziet zichzelf op de Waarheid,                                     
totdat datgene wat wij verdienen ons overkomt! Allaah openbaarde aan Zijn Profeet  wat er 
gebeurd is met degenen die voor hem kwamen, en desondanks raken wij verward alsof we ons in 
donkerte begeven, zonder ons te realiseren wat de redenen zijn van deze beproevingen en de 
genezing ervan. Thawbaan  heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah  zei:
“De gemeenschappen zullen elkaar spoedig oproepen om jullie aan te vallen,                                                                        
zoals mensen die eten anderen uitnodigen om hun voedsel van een schaal te eten.”             &nb
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door karima106 om 08:12 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van info islam

↑ Terug naar de berichten