vissers
Twee vissers zitten er al uren
onder een grote zwarte paraplu
postgevat als ware zoutzuilen
hen vergaat de tijd met wachten
met herschikken van de vislijn
de dobber laten drijven
tot de vis bijt de bijtende vis
Een ijzige kalmte in hun blik
eerder op oneindig over grenzen heen
het wateropppervlak borrelt bellen
kringen die traag uitdienen
voor de ogen van twee dromende vissers
tot de vis hen verschakt
Ingrid Lenaerts

