appels
Veel appels blozen
van rijkdom onder hun schil
eet smakelijk
Ingrid Lenaerts
appelsVeel appels blozen
van rijkdom onder hun schil
eet smakelijk
Ingrid Lenaerts
kantlijn
winterwoudBerghelling met woud
naaldbomen onder de sneeuw
verwondering wenkt
een prentkaart belicht
dit knusse dorp in winter
oostenrijks rijkdom
rood en groen verhaal
rode oortjes rond de haard
geluk op schoot warmt.
Ingrid Lenaerts
schouwenlijnDe huizenrij draagt haar schouwenlijn
als een winterlast op haar daken
Ze weerspiegelt zich glashelder
in de vensters van een bovenbouw
der zwervende gedachten van oneindig
Ze zit midden in de taal der wolken
met al haar rokende pijpen
net niet genoeg om een cirkel indianen te kneden
die voor vrede de vlam aanmaken
k
raaien meeuwen en mussen verzamelen er
alsof ze er vergadering houden
een wereld van gemeenschap waar ik buiten sta
waar ik kan van dromen
met nog één raakpunt tussen de dolenden
alvorens ik naar mijn nest vertrek
ik wou leren vliegen
Ingrid Lenaerts
de vloedlijn
loodgrijs
sprokkelhoutOp het pad der vergankelijkheid
dwars door het plassenbos
ritselt blad en tak herfstgezind
verkleurd en verfomfaaid doorschijnend
sprokkelhout knispert onder de voet
het ruikt naar verdunning in de bast
het leven gaat op welverdiende rust
de bomen zijn als kloosterlingen
in hun wintermeditatie
Ingrid Lenaerts
novembermiddagAchter glas lijkt de wereld zonovergoten
om het hoekje huilt de noorderwind zijn deuntje
draait er zijn klaagbobijntje af
dat je verstijft in merg en been
alsof verloren zielen wachten op vrede
de lucht is iel en leeggezogen
de schaduwen laag bij de grond
de laatste stokrozendoen hun best
om nog roos te zijn in rood en geel.
ik duik diep in min kraag
op zoek naar warmere gedachten
dan buitenwerelds ' suggestie
Ingrid Lenaerts
liede aan tafel
vorst
kermispaard
stad aan zeeEen stad aan zee spreekt
van wind en kou op haar strand
haar hart blijft steeds warm
Ingrid Lenaerts
op een soldatenkerkhofRijen witte kruisen
duizendmaal de onschuld van jonge levens
rustend in weer en wind tussen groen
oorlogsmonument van winter en zomer
herinnert ons voor wie beschouwt
dapperheid of zinneloos geweld
dood en verdriet met onomkeerbare sporen
na jaren afstand en gelatenheid
van de grote oorlog die als een tijger raasde
door deze vlakte
ik voel de weemoed van de tijd
het lijden blijft een open wonde.
Ingrid Lenaerts
gebroken licht
licht weerkaatsend in scherven
gebroken spiegel in het ruige wolkenspel
onderworpen aan macht
totaal willoos in de capriolen van wind
het steekt me de ogen uit
hoe verblindend is de zon op de weg
slechts een moment
als een surrealistiche openbaring
en dan volgt weer donker de dreiging
het gehuil van de wind
als woorden voor een klaagzang.
Ingrid Lenaerts
stormWat je ziet op zee het is al voorbij
de wind baast over het water
blaast torenhoog golven over de dijk
sleept zijn staart na vol gekke kronkels
verjaagt man en macht van het strand
zelfs de meeuwen vliegen ter plaatse
als gekken windvogels aan een touw
regen striemt tegen onze kuiten
paraplu's keren hun gespan onderste boven
uit noordwesten de ijskoude dood op zee.
Ingrid Lenaerts
Hortus conclusus
wachten
Wachten op de grote zon
de belofte van vrijheid
die lonkt als een wilde deerne
je dromen uitholt
voor grijnzend kaarslicht
in een bietenkop
het toevluchtshuis
achter prikkeldraad
ik dacht het beeld weg
ver weg uit onze tijden
maar het duikt weer op
zolas een hersenschim
uit de beemden bij mist.
Ingrid Lenaerts
duisternis
ijschaatsenRijdend op de schaats
sierlijk als een hazenwind
zwanen op een meer
ze cirkelen er
draaien spiralen
een kaleidoscoop
Ingrid Lenaerts
wintersprokkel