Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
vuur
Ingrid Lenaerts
vaal
In vaal blauwe lucht
scheren meeuwen luid schreeuwend
door het morenlicht
Ingrid Lenaerts
de kerstden vol kleurrijke slingers
Wij daarbij elk jaar organisatoren
niets verandert
Ingrid Lenaerts
burentuin
Het burentuintje ligt na te denken
in de schrale zon van eindejaar
hoe kaal zijn buik erbij ligt
tussen de triestige kabouters
die doelloos vissen zonder vijver
die hun lantaarn uit de hand verdween
verweesd staan de afgebladerde beeldjes erbij
het stenen konijnen is zo goed als blind
de kikker oogt nog het gezondst
onder het groene mos op zijn kop.
Af en toe bezoeken vogels
het bontet uingezelschap
ze kwetteren er honderduit
tot hun vliegdrift hen weer duwt
de hoge lucht in
zij het verlaten tuintje vaarwel zeggen.
tot bij een volgende passage,
"dag burentuintje."
Ingrid Lenaerts
verklaring
bang een andere vast te stellen
de zon te zien ondergaan voor altijd
nu de dagen korter worden
en me zoveel tijd door handen glipt
Ik wil je weer ontdekken
op het bospad van weleer
er de sparren gaan tellen
als levende herinnering
aan die middag
toen ikje voor het eerst ontmoette
we droegen de stichting nog op handen
nu ze haar eigen weg gaan leven is
Alles wordt zo mistig en onzeker
in dit donkere jaargetijde
Ingrid Lenaerts.
monument
een fabrieksschouw waakt
als een monument
Ingrid Lenaerts
wintertuin
In de wintertuin
ritsen twee veldmuizen weg
op zoek naar voedsel
de grote huiskat
springt hen listig achterna
mist echter haar prooi
de tuin slaapt weer in
in de schrale bleke zon
tegen deemstering
Ingrid Lenaerts
wij zitten
ik tuur om me heen
lijkt alles zo onbekend
onbemind zegt mijn maat
de stad heeft dikke muren en poorten
zwijgend passeren wij de wacht
die te dommelen ligt
van de vele bottels rode wijn
een engel in schitterend licht
wijst ons de weg
geruisloos zweeft hij naast ons heen
als een in een droompassage
wij krijgen een kamer
met houten bedden en rode dekens
er schittert een ster
boven onze hoofden
wat zij wij hier wereldvreemd
in deze stad der stilte
vol engelen en verblindend licht
Wij geloven onze ogen niet
knijp me in de arm zegt mijn maat
hij roept luidkeels "auw"
wij slapen tevreden in
in de stad der stilte
zonder enige vragen.
Ingrid Lenaerts
tussen gedachten
van de beukenbomen
die nu ook uitgeschud
het landschap vullen
loopt een wandelaar
met zijn hond
Zij mijmeren beiden
diep en traag
dat de zon ondergaat.
De vogels scheren in het rond
als een wapperend deken
Wij zitten aan het raam
op deze dag des heren
met op naastons een Perzische kat
die ooit verloren liep.
zij legt zich behaagziek neer
voor het vuur
tot ze wegrent
en kinderen met rode neuzen
hun intrede doen.
Ach opa en oma
jullie moeten naar buiten
roepen ze samen
wandelen en bewegen
bewegen...
Ingrid Lenaerts
naar de stad
Naar de stad met het kloppend hart
van een ruim historisch verleden
waar ik ooit mocht rondlopen aan de hand
van meerdere ooms en tantes
waar ik kon schoollopen van morgen tot avond
waar ik bang was voor de beer aan de ketting
waar ik de witte sokken ruilde
voor een grijze look van ernst
die ik als een gewicht op mijn jeugd voelde
waar ik de maagd van Vlaanderen zag
haar immiteerde in haar bezwering
Naar de stad met het kloppend hart
dat haar binnenstad afbrak
en nu er als een maandlandschap bijligt
wachtend op een groots project
die haar rivier een andere wending gaf
en een illusie armer
geen echte zuiderse bestemming te zijn.
die ondanks haar zielsverandering
mijn bakermat is en blijft
die ik niet verloochen
waar ik me nog kan wentelen in haar erfenis
waarvan ik hou.
Ingrid Lenaerts
een deel van de stille wereld
Alsof dit deel van de wereld
zich afzonderde voor de tijd
dit deel is hier in mijn vizier
de kamer in schemerdonker
de oude klok die vijf uur tikt
de kachel die brandt
de ekster in een kale appelboom
Mie, de gans die naar stal waggelt
en ik die voor me uitstaar
Straks wordt dit deel weer aangehecht
en draaien we op volle toeren verder
de kerstboom streelt het oog
de liederenboekjes liggen klaar
straks zingen we uit volle borst
de kerstdagen in
voor vrede en mensen van goede wil.
Ingrid Lenaerts
koude
Deze nacht trok de vriezeman rond
de deugniet deed ons bibberen in bed
hij schilderde zijn ijskoude adem
lukraak op ramen en deuren
als een klidderaar in volle actie.
de wagen wil niet starten
de wissels van de trein zijn bevrozen
het is overal witterdan wit
op de daken en in de straten.
Die kerel kent zijn vak op en top
maar laat ons wat ellende na
met zijn vriezerskapriolen
hij draagr geen hoed of wanten
valt niet achterna te zitten
hij is er en blijft onderons
als ongevraagde gast
Je moet het maar durven.
Ingrid Lenaerts
avonden in december
Avonden in december
ze zijn lang en traag
buiten sluipt hun duisternis
ze kijkt door de verlichte ramen
als een vermoeide reiziger
die geen onderdak vindt
Avonden in december
vertellen hun verhaal binnenskamers
bij het haardvuur
bij een glas rode wijn
en lichtere gedachten
in sprankelende ogen
van een beetje gelukzaligheid.
Ingrid Lenaerts
Onder
Onder dikke mist
sluimeren veel verlangens
naar zonnewarmte
Ingrid Lenaerts
kristaldraden
Kristaldraden spin
een schittering in de zon
gezondheidsgevaar
Ingrid Lenaerts
winterprins
aan de rechterhand van verlangen
wie maakt jou zo vreemd afstandelijk
wie bracht je die vreemde schittering
in donkere tijden duisternis ?
Winterprins van weinig woorden
naast jou wacht het licht
dat zich wil openbaren
elk jaar opnieuw
als een brandende kaars
die haar vlammen nooit likt
Winterprins der ijdelheid
verdrongen onder in wolverhulde woorden
ontdoe je dan van schroom
lach en dans op het feestgeschal
dat je verbergt in dat diepe huis
van winterzijn .
Wij wachten bij het vuur
om samen te smelten
in deze feestdagen.
Ingrid Lenaerts
kerstboom uit hout gesneden
Kerstboom uit hout gesneden
vier plankjes met reliëf
groengeschilderd met witte sneeuwvlokken
een bos in perspectief
behangen met tintelende lichtjes
gouden engeltjes met trompet
sneeuwmannen met wortelneus
de buishoed op het hoofd
pakjes in glinsterend rood met zilveren strik
in de top een ster
uit bethlehem
om de geboorte van christus te melden
Ingrid Lenaerts
smog
Geheel dicht en verpakt in watten
lijkt de lucht een ondoordringbaar wolkenbos
dat zijn blaren verliest bij duizende
ijskristallen als een betovering
op alles wat gaat of staat
je ziet geen hand voor ogen
slechts de tromp van een vertrekkende boot
loeit in de opake morgenstilte
speciaal bij dit weer
alsof we ingeblikt zijn
Ingrid Lenaerts

