aftellen
Ingrid Lenaerts
aftellen
ontgoocheling.
krakende kouEenden en zwanen zitten verfomfaaid
bij de vijver die veranderde in schaatsbaan
Ze zitten er te mediteren
over non-actief aan de harde graskant
het ijs reikt al een heel eind van de oever
het rukt op zoals een leger ten aanval.
De vogels komen nog nauwelijks de loopplank op
hun aangepast hok staat er eenzaam bij
een man met een stok slaat het ijs stuk
in de bres die met moeite openblijft
dan waagt zich een dappere eend te water
gevolgd door andere vogels.
eenden en zwanen vechten op overleven.
Ingrid Lenaerts
winterduinenZe liggen er verlaten bij,
de duinenrij aan het strand van bredene
de wandelpaden zitten dik onder het zand
van de scherpe oostenwind
winterduinen fluitend
in de pannen
Een eenzame wandelaar
met hond lopen er te dromen
de zee schuimkopt over haar diepte
het helmgras is houterig moe
het continu buigen is te nederig
de wind eist altijd zijn tol
hij is een egoïst eerste klasse
laat niets ongelegen zijn wil te behagen
de zandkorrels verstuiven
de duinen zijn aan rust toe.
Ingrid Lenaerts
sterLichtjaren veraf
sterren staan onbereikbaar
dicht boven ons huis
Ingrid lenaerts
komkom naar deze stralende sterren
bij maanlicht oranje tegen donkerblauw
de vriezeman loopt over berg en dal
met zijn ijsstaf en tovert kristallen de luxe
als een uitdagend werkje brugse kant
in plassen op straten over velden
de ramen zijn witdicht gevrozen
het weidegras draagt witte helmen
de aarde kraakt van mens en dier
elke beweging klinkt ijler in de lucht
alles lijkt zo groot en overtreffend
ik voel me nietig bij deze sterrenwacht
Ingrid Lenaerts
lege supermarkt
sneeuwDe sneeuw verwachten
hopen op een witte kerst
romantische droom.
vlokken dwarrelen
als engelenhaar neerwaarts
voor het vensterraam
over de straten
een vacht van grote stilte
dempt mijn voetstappen
Ingrid Lenaerts
ijsschaatsen
koukleumen
morgenluchtwolken jagen snel
plooien de blauwe hemel
tot een wattig bed
Ras verdwijnt het licht
het wordt zo een grauwe dag
met ijzige wind
Ingrid Lenaerts
wintertuineen wintertuin met rijm omkranst
de laatste rozen halfstok
broos rood geknakt door vorst
de grassen omrand met kristalwit
zie ik huiveren in hun plunje
Koolmeesje op de voedertafel
slaat zijn voorraad op
een wintertuuin vol blijvend groen
de sparren wiegen licht in de wind
klimop stevig aan de muur gehecht
keert zijn blaren naar de hemelkant
de hulst heeft nog al zijn rode bolletjes
om zich te laten bewonderen
de wintertuin wacht op de rijzende zon
die verbleekt en afstandelijk is.
nog probeert zij warmte tot leven te wekken
een wintertuin met rijm omkranst
Ingrid Lenaerts
maanBoven mijn hoofd
een halve maan
begeleider van de nacht
in een donkerblauwe lucht
tussen de sterren
zij reist en waakt
tot de morgen
boven mijn hoofd
een halve maan.
Ingrid Lenaerts
vroege vogel
kalender
bosbessenMet blauwige mist
vertoeven bosbessen stil
op de heidegrond
donkere tijden
RoosEen roos in de storm
knakt er af door brut geweld
wil toch liefde niet kwijt.
Ingrid Lenaerts
wij