winterduinen
Ze liggen er verlaten bij,
de duinenrij aan het strand van bredene
de wandelpaden zitten dik onder het zand
van de scherpe oostenwind
winterduinen fluitend
in de pannen
Een eenzame wandelaar
met hond lopen er te dromen
de zee schuimkopt over haar diepte
het helmgras is houterig moe
het continu buigen is te nederig
de wind eist altijd zijn tol
hij is een egoïst eerste klasse
laat niets ongelegen zijn wil te behagen
de zandkorrels verstuiven
de duinen zijn aan rust toe.
Ingrid Lenaerts

