Nu oude jaar treurt
om de verloren dagen
begint een nieuw jaar
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
sneeuw en ijs
Meestal zitten sneeuw en ijs bij elkaar
Ze jagen in hun jaargetijde over land en water
met kapriolen en onverbiddelijkheid
ze haken in elkaar als kwetterende mussen
ze zitten elkaar op de hielen
geven zich nooit gewonnen
zolang de nulwaarden regeren
van het potentieel gevaar
dat ze zelf in hun hoofd dragen
kennen ze geen kwaad
van het betoverende spel
met lucht en water
de schoonheid en weerspiegeling
die ze scheppen in een landschappen
hebben ze geen benul.
ze zijn er gewoonweg
als te aanschouwen fenomeen
Ingrid Lenaerts
sneeuw en ijs
Meestal zitten sneeuw en ijs bij elkaar
Ze jagen in hun jaargetijde over land en water
met kapriolen en onverbiddelijkheid
ze haken in elkaar als kwetterende mussen
ze zitten elkaar op de hielen
geven zich nooit gewonnen
zolang de nulwaarden regeren
van het potentieel gevaar
dat ze zelf in hun hoofd dragen
kennen ze geen kwaad
van het betoverende spel
met lucht en water
de schoonheid en weerspiegeling
die ze scheppen in een landschappen
hebben ze geen benul.
ze zijn er gewoonweg
als te aanschouwen fenomeen
Ingrid Lenaerts
op sneeuw en ijs.
Meestal zitten sneeuw en ijs bij elkaar
Ze jagen in hun jaargetijde over land en water
met kapriolen en onverbiddelijkheid
ze haken in elkaar als kwetterende mussen
ze zitten elkaar op de hielen
geven zich nooit gewonnen
zolang de nulwaarden regeren
van het potentieel gevaar
dat ze zelf in hun hoofd dragen
kennen ze geen kwaad
van het betoverende spel
met lucht en water
de schoonheid en weerspiegeling
die ze scheppen in een landschappen
hebben ze geen benul.
ze zijn er gewoonweg
als te aanschouwen fenomeen
Ingrid Lenaerts
Gelukkig Nieuwjaar
Ingrid Lenaerts
we wachten
We wachten op het laatste uur
aansluitend op het eerste van een ander jaar
we vieren en we sieren
de dagen met goede voornemens
wensen van de beste soorten
als een voorbeeld van deugd
en puur verlangen.
Er wordt schuimwijn gekraakt
geklonken onde de klok van twaalf
gevierd tot de vroeg uurtjes
op weer een jaartje meer.
Ingrid Lenaerts
koopjesjacht
In drommen jagen horden
verdringen elkaar voor de deur
liefst zodicht mogelijk
op de gekste uren
om het eerst
te veroveren
zoals kapers op de kust
het begeerde ding
afgeprijsde begeerte.
In drommen jagen horden zichzelf voorbij
hun koopdrang
draagt grote ogen
heeft een grote mond
met de smaak van bezit
ontziet niet
maar eist alles op
tot oneindig.
Ingrid Lenaerts
Ingrid Lenaerts
vuur
Ingrid Lenaerts
vaal
In vaal blauwe lucht
scheren meeuwen luid schreeuwend
door het morenlicht
Ingrid Lenaerts
de kerstden vol kleurrijke slingers
Wij daarbij elk jaar organisatoren
niets verandert
Ingrid Lenaerts
burentuin
Het burentuintje ligt na te denken
in de schrale zon van eindejaar
hoe kaal zijn buik erbij ligt
tussen de triestige kabouters
die doelloos vissen zonder vijver
die hun lantaarn uit de hand verdween
verweesd staan de afgebladerde beeldjes erbij
het stenen konijnen is zo goed als blind
de kikker oogt nog het gezondst
onder het groene mos op zijn kop.
Af en toe bezoeken vogels
het bontet uingezelschap
ze kwetteren er honderduit
tot hun vliegdrift hen weer duwt
de hoge lucht in
zij het verlaten tuintje vaarwel zeggen.
tot bij een volgende passage,
"dag burentuintje."
Ingrid Lenaerts
verklaring
bang een andere vast te stellen
de zon te zien ondergaan voor altijd
nu de dagen korter worden
en me zoveel tijd door handen glipt
Ik wil je weer ontdekken
op het bospad van weleer
er de sparren gaan tellen
als levende herinnering
aan die middag
toen ikje voor het eerst ontmoette
we droegen de stichting nog op handen
nu ze haar eigen weg gaan leven is
Alles wordt zo mistig en onzeker
in dit donkere jaargetijde
Ingrid Lenaerts.
monument
een fabrieksschouw waakt
als een monument
Ingrid Lenaerts
wintertuin
In de wintertuin
ritsen twee veldmuizen weg
op zoek naar voedsel
de grote huiskat
springt hen listig achterna
mist echter haar prooi
de tuin slaapt weer in
in de schrale bleke zon
tegen deemstering
Ingrid Lenaerts
wij zitten
ik tuur om me heen
lijkt alles zo onbekend
onbemind zegt mijn maat
de stad heeft dikke muren en poorten
zwijgend passeren wij de wacht
die te dommelen ligt
van de vele bottels rode wijn
een engel in schitterend licht
wijst ons de weg
geruisloos zweeft hij naast ons heen
als een in een droompassage
wij krijgen een kamer
met houten bedden en rode dekens
er schittert een ster
boven onze hoofden
wat zij wij hier wereldvreemd
in deze stad der stilte
vol engelen en verblindend licht
Wij geloven onze ogen niet
knijp me in de arm zegt mijn maat
hij roept luidkeels "auw"
wij slapen tevreden in
in de stad der stilte
zonder enige vragen.
Ingrid Lenaerts
tussen gedachten
van de beukenbomen
die nu ook uitgeschud
het landschap vullen
loopt een wandelaar
met zijn hond
Zij mijmeren beiden
diep en traag
dat de zon ondergaat.
De vogels scheren in het rond
als een wapperend deken
Wij zitten aan het raam
op deze dag des heren
met op naastons een Perzische kat
die ooit verloren liep.
zij legt zich behaagziek neer
voor het vuur
tot ze wegrent
en kinderen met rode neuzen
hun intrede doen.
Ach opa en oma
jullie moeten naar buiten
roepen ze samen
wandelen en bewegen
bewegen...
Ingrid Lenaerts
naar de stad
Naar de stad met het kloppend hart
van een ruim historisch verleden
waar ik ooit mocht rondlopen aan de hand
van meerdere ooms en tantes
waar ik kon schoollopen van morgen tot avond
waar ik bang was voor de beer aan de ketting
waar ik de witte sokken ruilde
voor een grijze look van ernst
die ik als een gewicht op mijn jeugd voelde
waar ik de maagd van Vlaanderen zag
haar immiteerde in haar bezwering
Naar de stad met het kloppend hart
dat haar binnenstad afbrak
en nu er als een maandlandschap bijligt
wachtend op een groots project
die haar rivier een andere wending gaf
en een illusie armer
geen echte zuiderse bestemming te zijn.
die ondanks haar zielsverandering
mijn bakermat is en blijft
die ik niet verloochen
waar ik me nog kan wentelen in haar erfenis
waarvan ik hou.
Ingrid Lenaerts
een deel van de stille wereld
Alsof dit deel van de wereld
zich afzonderde voor de tijd
dit deel is hier in mijn vizier
de kamer in schemerdonker
de oude klok die vijf uur tikt
de kachel die brandt
de ekster in een kale appelboom
Mie, de gans die naar stal waggelt
en ik die voor me uitstaar
Straks wordt dit deel weer aangehecht
en draaien we op volle toeren verder
de kerstboom streelt het oog
de liederenboekjes liggen klaar
straks zingen we uit volle borst
de kerstdagen in
voor vrede en mensen van goede wil.
Ingrid Lenaerts

