haar rode wangen gloeiden bij ijzige kou
Geheime verliefdheid in een bonkend hart
Ingrid Lenaerts

niet origineel.Niet origineel niet opvallend mee met de massa
en toch verloren in de drukte van de ondergrondse
een jonge vrouw met een meisje op de arm
het hangt slaperig over de schouder zeurend
dat het heel veel snoepjes wil uit zo'n kabouterzakje
nu direct zegt ze en knijpt haar moeder in de wangen
niemand merkt het dat mama in de vuilnisbak duikelt
maar helaas er is niets te vinden geen gelijkenis
geld op, metro weg ,alleen nog slaapplaats voor de nacht
ergens diep in een verborgen hoek van metro centraal.
Niet origineel niet opvallend uit de massa weg.
Ingrid Lenaerts

Het huis staat nu te koop in al zijn fierheid
Als een vreemde gast in zijn eigen tuin
Het fluorescerende bord van de lotsbestemming
Het schreeuwt een wonde in onze ziel
De bewoners zijn voor altijd vertrokken
Het huis is tot het bot ontkleed en kil naakt
In de grote living triomfeert de leegte
Als doods oefenterrein voor militairen
De keukenkasten gapen uit hun muil
Een oude luster bengelt er verloren
Hier speelden wij vader moeder dief of baron
Nu resten alleen nog foto’s in het geheugen
De trap kraakt en de leuning is gekromd
De wind huilt om het hoekje als een klaagzang
Ik sluit de deur met al mijn herinneringen
De sleutel knarst een laatse maal in het slot
Ingrid Lenaerts
bij de dood van een muis
verdwenen herinneringen
verdrongenHoog aanwezig en verdrongen
op de tanden
kruipt verdriet
in het woord
dat manhaftig
zwelgen doet
Verstikkend tot
diepe gorgel
van rauwheid
Een naakte wortel
ademt nog een wapenschild
als tegenbeeld
te veel dorst blust niet
de brand blijft
ondanks droge aardkluiten
Een hartslag troost
de bleke en lauwe hand.
Ingrid Lenaerts
dwalingenZiet ze het maanlicht op de oude muur
van de schuur op het wazige outerveld
door het vierkant van haar verbeelding
die een tocht van dwaallichten verzint?
Hoort ze bij nacht en maanlicht
het gejammer van de floddergeesten?
of het stampen van wilde paarden
op de veengronden in het eikenbos.?
Ze vreest de kus van de weerwolf
die ruikt naar azijn en stervende kastanje
die haar veranderen zou afgrijselijk
in het felle fantoom van Bietsebauw
Ingrid Lenaerts
hoogstammenZe zijn van de dood gered de hoogstammen
perelaars en appelaars die nog resten
kriekelaars en kerselaars in herinnering
In het typische landschap van het land Loon
sinds de domme inquisitie die hen teisterde
toen ze gerooid werden zonder mededogen
wegens te laag rendement voor de fruitbeurs
Ze zijn enig vol gratie in hun oude weelde
fluisteren bloesems in de wind het verhaal
van hun knoestige stammen en blozend fruit
van de schapen die onverminderd grazen
in de schaduw van hun brede takken
van de lentebloemen onder hun hoede
van mens en dier die hen naar waarde schatten
de hoogstammen die ons nu nog resten
krijgen weer zicht op verdere evolutie.
Ingrid Lenaerts
voel me kermis
ik wil welIk wil wel even bij je langs om je te zien
er is geen want of ik heb geen moeten bij
ik heb geen bloemen bij of geen appelgebak
ik weet dat je me verzint zo graag dacht ik net
en weet je als ik je niet zie vind ik het zo kil
en ik zie de regen bij bakken uit de hemel
en ik denk dan dat ik bij jou schuilen kan
een innerlijk dak zo groot als een feestent
Ik wil echt bij je langs zelfs als kruimeltje
aan tafel in een notendop van jouw bestaan
Ingrid Lenaerts
|
jonge musDe dode jonge mus zij ligt gevalllen naast woorden
die van haar laatste vleugelslag tegen het raam
tegen het regenraam dat zijn druppels telde
die sporend diagonaal de snelweg overstaken
De dode mus is mij herinnering geworden
van het schrikken van haar lerend vliegen
nog zo pril in haar lente van vogel zijn
en al weg voor altijd.
Ingrid Lenaerts
regendag in de duinen.Met de regen vliegt het koudegevoel over mijn hoofd
over de duinen trekken de druppels striemen
in het zand de ribbels als waren ze vissenkarkassen
Het helmgras wordt uiteen gedreven tot in het hart
waar het in zijn kaalheid getroffen wordt
Met de regen vliegen vogels weg ergens schuil
beschut voor de kwade adem van de noordwestenwind
die in volle hevigheid zijn longen ledigt
zijn dorst lest aan de regen om het weer uit te braken
over de ruggen van de verkilde wandelaars
die met hem de uitdaging aandurven open vizier
maar de vuile wind geeft zich niet gewonnen
drijft de zandkorrels wild boven het strand
en wat rest ons nog meer dan ook onderdak te gaan
in de strandhut waar hij ons niet deren kan
de plaaggeest met zijn oneindige staartenveger
van opzwiepende materie in rondedansen en wervelingen
Ingrid Lenaerts
1 mei
munsterbos
een weemoedig zeemanslied
na een bezoek

