De zon weerkaatst fel
het licht straalt echt verblindend
over de gladde zee
Ingrid Lenaerts
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Jouw stem
Jouw stem wandtapijt
behangt zacht alle kamers
warmte in mijn hart
taal als instrument
deel van een groot orkest vraagt
zijn wij thuis geland
Ingrid Lenaerts
In het park
Bomen in het park
ze groenen in mijn ogen
herboren krachten
Bomen over de beek
ze fluisteren nu woorden
zonnedauw zo vroeg
Ingrid Lenaerts
spiegel
Spiegel en bruid zijn nog niet tevreden
de jurk leeft een zelfstandig bestaan
wordt niet geduld dient zich aan te passen
het bolwerk van de bruid wordt gecorrigeerd
tot zij er glanzend en stralend uitziet
een paar weerbarstige lokken zoeken nog vrijheid
en nu maar aftellen tot de bruidegom verschijnt
alleen het trouwboeket laat nog op zich wachten
en natuurlijk de bruidegom die ongeduld trappelt
al sinds een slaaploze nacht vol verwachting
of twijfel
Ingrid Lenaerts
Oliviades
Op de helling van de zon in het zuiden
sinds mensen zich herinneren
het dorp oudbakken weemoed
als een kleine wonde aan het hart
voor je oog de streling zinnelijkheid
meters lang kant en linnen stoffen
waar het licht praat tegen een oude boom
zwaar van olijven, dan het mauwe
lavendelvelden wiegen zomaar de wind
als hun verdroogde huid zich onderwerpt
Jij zit veilig op oliviades op stoelen
dessert en de nasmaak der dingen
Gekruid als pepervat duurzaam
als stilstaande tijd.Wij sluiten ze
de rangen van rafels als loodzware heimwee
naar dat genageld moment op katoen
Ingrid Lenaerts
Zo vergroeid
Zo vergroeid in de tijd
steen met harde vlakken taal
als dood en kraaien
Tijd is eeuwigheid
wij alleen vergaan tot stof
as waaiend over het land
Hou de klepel vast
de kok zal nooit meer tikken
vlucht in vrije val
Tijs is koningsmacht
Schuldonderdanen zijn we
alle tijd wint toch.
Ingrid Lenaerts
in juli
Het dagelijks leven is één grote stilte op de straat.
Ingrid Lenaerts
ik wandel
Schrale poldewind
ik loop een eind ver steevast
verkild zoek ik jou
zwermen vogels uit
najaarssprokkels lucht herleeft
op het kille meer
ik wandel naar jou
antwoord in wolken bedekt
mijn hoofd vol vragen
zoek mij zacht jouw blik
ik leef ziel en lijf naar jou
geloof zo samen
draag dit land huiswaarts
geluksvogel in een nest
zonnebloem tot dak.
Ingrid Lenaerts
Tante Irma
Zij draait rond haar hoofd verleden tijd
herinnert zich niet nu ook later is er niet
alleen dat het weer regent vandaag en dat het zoemt
Wat zeg je daar allemaal? Het waait hier
Zij luister naar haar glimlach,hoor eens
zegt ze en dan vogt de nijpende stilte
terwijl ze vlindert voor mijn oog,uitgedoofd
Kunt gij breien vraagt ze.Ik zal het u leren
Ik bedank terwijl ze mijn hand neemt
ze bekijkt me en vraagt of dit nu mijn hand is
Misschien is het de hand van uw pa,zo warm
Neen fluistert ze.Ongelovig sluit ze me buiten
Tanta Irma ruikt naar bouillon en soegroenten
terwijl ze me omarmt en duisternis weent
haar eerste kind is vandaag gestorven,denkt ze
Ze wil naar haar moeder die haar thuis wacht.
Kon ik haar maar helpen?
Ingrid Lenaerts
Fort Napoleon
Wij zijn onomkeerbaar bezeten
van verleden tijd het fort in zicht
Vijhoekig bolwerk verweerd in gedachten
verdedigt zich in weer en wind
Zonder doel en weg van zijn aard
sombere kijkkast van heldendaden
zweet van soldaten en zwendelaars
huin ziel verbeten in het zand
sleept nu alleen nog bezoekers aan
door zijn kelders en kokers
verwent gastronomen tot confidenties
na een betonnen dood dit dolend leven.
Ingrid Lenaerts
met zicht op zee
De zon sleept het vuur bij vegen
in haar gloed over een rimpelende zee.
Geen wolk ademt of zucht,ze zijn alleen
schitterend licht in het brandpunt
wij volgende horizon met potloodstreep
een bood verwijnt onder de kantlijn
de stilte hangt spannend over het water
als een dekzeil over een schuilplaats
Een vlucht meeuwen toert loerend
zij krijsen hun vraatzucht met nadruk
de kust lokt de vogels met hun geklapwiek
en dan vogen,vis en zout tegen wind in
Ingrid Lenaerts
begrepen
Moeder heeft het leven begrepen.
Zij nam afscheid van de laatste houvast
van de wilde rivier.
zij mocht alleen herinnerring blijven
Tijd verzamelde zijn buit;
de jaren schitteren er bovenuit
te korte vleugels de adem versneden
onvolgroeid boom en vrucht
Zij hoorde de nachtegaal zingen
zij brak het doen,liet het laten
de vogel nam het hart zij ging heen
altijd leegte
Ingrid Lenaerts
kinderen van verdriet
Ze herschreven de angst elke nacht
dat ze wenend tegen het bed bonkten
de zoveelste demoon die ze bekampten
de ommacht om elke kaakslag
het schelden en de schuttingtaal
Ze huilden hun dromen bij elkaar
Ze stikten in de valstrikken van de nacht
hun verdriet voor de volgende morgen
groter dan de diepe vijver in het park
waar ze zich spiegelden in de zon
en hoopten op een ander land
van alle lieve mama's en papa's
als sterke knuffels die zo nodig hadden
Ingrid Lenaerts
berken
Tegen de ondergaande zon
tussen torenhoge stapelwolken
prevelen berken een avondlied
in de lauwe wind die hen beroert
Ze lijken net een groep witte schutters
op uitkijkpost tussen dag en acht
voor de horizon van dit landschap
waar de eerste sterren al pinken
voor de rosse maan haar positie versterkt
Ingrid Lenaerts
vrolijke noot
woestijn
waar de aftocht moet geblazen
Hun vraag naar het waarom
Ingrid Lenaerts
brede luchten
Brede luchten
Boven de velden stonden de hoge stapelwolken te zonnen
in het felle licht dat weerkaatste van de aarde tot de horizon.
gedreven als een vogel met de wiekslag in zijn volle breedte
speelde de wind in mijn haren strekte ik mijn armen uit
dacht datik de roep van de wilde ganzen ooit zou horen
speelden de hoge canada's verstoppertje in hun schaduwen
de ladder tot de hemel met zijn witte ledikanten vol watten
de ijsgrotten gebouwd uit wasems van reuzen in de lucht
ijdele droom deed mij vleugels krijgen en dwarrelen
vertraagd zoalszilveren engelen naar de aarde wiekten
schouwde ik het land van Bohemen met grote trots
het gele koolzaad op de kavels als één wiegende zee.
Ingrid Lenaerts
huren
je kan er door de tuin
Je kan er het landhuis huren
Ingrid Lenaerts
hitte
Verlaten ligt de straat op dit uur
dat zindert in kronkels over de weg
Geen mens tuft door deze warmte
tenzij vrachtwagens met hun warme adem
hier en daar fietsers die afkoeling zoeken
in wat windsnelheid die ze aanmaken
Asfalt kleeft aan je voeten als pasta
Het trottoir gaapt van de hittegaten
Wat een hondse dagen !
Ingrid Lenaerts
ergens
Vogels oefenen hun morgenzang
Ingrid Lenaerts

