schimmen
Ingrid Lenaerts
schimmen
wijnrode ziel
verwonderingBij ondergaande zon gevallen blaren op een helling
een schaduw op een stam naar mensenmaat
de man ziet zijn contouren
tussen de vele andere stammen
langgerekte verwondering
bijzondere ontroering
in een notendop.
Ingrid Lenaerts
bij een gevangenismuur
Met de muur kon hij geen akkoord verkrijgen
Steen voor steen gaf geen krimp om zijn bede
ook maar één gat te vinden dat oogde
een voet te plaatsen een haak te slaan
een touw te binden of een hand te grijpen
de vrijheid was een stuk gedroomd land
dat zich niet zomaar heroveren liet
als een lammetje op een slachtblok
De muur bevestigde zijn vrijheidsberoving
slag om stoot en onvoorwaardelijk
Ingrid Lenaerts
in de b uik van
keuze
rijke oogstBreugeliaans en terug in de tijd
temidden het korenveld
ligt de lome landman te slapen
tussen de talrijke schoven
de grote zon hoog aan de hemel
de schaduw van het bos
als een aardsparadijs
heuvellandschap van een milde aarde
waar de zorgen voor morgen zijn
alleen hier en nu telt.
Ingrid Lenaerts
tanendVerassend onwennig het weerzien nabij het venster
opent de dag de deur op ware realiteit
Waar moeten we heen nu de koers verloren
een nieuwe richting is alleen jong van hart
Op groene pleinen bij de eerste voorjaarszon
we rillen echter na de hoogzomer
Die nooit van harte uitgesproken werd
maar op de zijwegen verdween
Achter de takkenbossen van de valse schaamte
we hebben al wijnrode herfstgedachten
In onze tanende gemeenschap die wegdrijft
Laat de winterput daar nog even uitblijven
Ingrid Lenaerts
aan tafelHij zit er aan de tafel op de Mechelse stoel
het hoofd gedraaid bril laag op de neus
bekijkt indringend de vlegeltje
dat hem probeert te verschalken
oren aan te naaien
per definitie een niet zo fraaie bijnaam
op de jas te kleven.
Hij wijst vermanend "naar buiten met jou"
Het was alleen maar een grap opa
jammert de kleinzoon
Opa kan echter niet lachen.
Ingrid Lenaerts
je draagt...
alleen
verbreek de stilteZelfs stilte in de kamer vraagt antwoord
de wacht één voor één bij moeder
al maanden in bed tussen de sponden
alsof ze de gevangene is van zichzelf
Comateus en starend naar het plafond
waar de vliegen gonzen bij deze hitte
Ze geeft nauwelijks nog een krimp
een grijns op het gezicht onverklaarbaar
wij houden haar hand die uit onze hand valt
als een weerlloos vogeltje bij de eerste vlucht
wij fluisteren haar zachte woorden toe
die in het dagelijks fluidum vervagen
Wij neuriën de liedjes van toen
maken misbaar als joelende circusclowns
ze heeft er geen oor naar tenzij afwezig
een zucht die de kamer alleen registreert
Moeder zoals je éénmaal was
grappig en guitig onze levensboom
geef ons je kinderen één teken van leven
Verbreek die verschrikkelijke stilte.
Ingrid Lenaerts
woeste zeeNauwelijks nog te herkennen
alsof ze kookt met haar gifgroene dampen
en koppen op de golven
zoals de grijnslach van rijen saters
die dood en vernieling dansen
onder een grijs laag wolkendek
dat gedreven wordt door een zotte wind
een bende imaginaire paarden
die op hol slaan naar nergens.
De dijken zijn leeg geveegd
baden in plassen glimmende stenen
Het strand draagt een tonnenlast
nat zand dat verzopen berust
Een occasionele wandelaar is eenzaat
diep in de jekker gedoken
op zoek naar droogte
en wat warmte bij het vuur
binnenskamers
Ingrid Lenaerts
dennenbos
de zomer is moeDe zomer is moe in de buik van het jaar
weldra wil hij vertrekken naar de overkant
de regen schudt hem uit de bomen
de aarde moddert hem maar aan
in trieste plassen en koude rillingen
de lucht met zijn te grijze overjas
heeft zich ter plaatse gevestigd
het vakantieleven draagt de regenjas
zelfs de wolletjes zijn al uit de kast
wat een contrasten in dit eigenste land!.
Ingrid Lenaerts
spaanse tuinenBlijf bij het vuur na de patio
tot de goden van de nacht springen
uit bolle glazen
In hun sterke armen en benen
verstikt mijn grootmoeder
haar doofheid
zij hoort krekels en schuine moppen
zij bestrooit de wereld met peper en zout
Grootvader jij houdt van bloesempracht
op dit onkristelijk uur der trompetboom
onder de arabesken wacht de oppergod
geniet er van geuren klanken en betovering
Zo juist kwam De Falla langs
Ingrid Lenaerts
hou de rampen verafHet regent druppels waterverdriet
in het hoge gras dat zich gemarteld weet
deze grillige zomer die tergt als een demoon
eerst met zijn verzengende hitte
schroeit hij de aarde dicht
gebakken klei die barst en water bedelt
even later watersluizen open
dood en vernieling voor de akkers
die verzinken in een modderbad
rillend in hun overnatte vlakte
om evenwicht smeekt de groei
hou de rampen veraf
Ingrid Lenaerts
nachtzwaluw
Uit alle' windhoekenLiefde uit alle windhoeken
als van alle markten thuis
welllicht de kleine registratie
tot boomhut verbouwd
waar wij ons veilig voelen
elkaar licht victorie kraaien in
betere tijden of gewoon zwijgen
tot de dood zijn vennoten haalt
Comptabiliteit van geliefde lijven
waar wij sparen met onthaasting
op de roulette zonder halte
voor vaders in titanenstrijd en moeders
die elkaar verdringen op de troon
de liefde die ze hebben of verlizen
de kleine duimpjes ten voeten uit
de zware lasten die ze verbloemen.
Ingrid Lenaerts
help ik verzuip