bron
een wellende bron
maakt de wei dubbel drassig
ziet haar levensloop.
Ingrid Lenaerts
broneen wellende bron
maakt de wei dubbel drassig
ziet haar levensloop.
Ingrid Lenaerts
luchtencomplexe luchten
betwisten elkaar ruimte
op leven en dood.
Ingrid Lenaerts
kort sprookjeonder de varens
zat slapend een kabouter
hij droomde luidop
van rijstpap eten
met heel veel bruine suiker
plus toetje slagroom.
het regende plots
grote droppen op zijn hoofd
hij werd heel erg boos
weg was de rijstbrij
hij keek heel sip en heel triest
wou weer iets anders
Ingrid Lenaerts
momentDe zon flikkert scherp
breekt zon door het blauwe glas
schemeringsflitsen
Ingrid Lenaerts
ik moet
achter de hegAchter de haag bloeit
papaver in wildernis
zo sereenvol rood
Ingrid Lenaerts
de wereld puft
eksters roversEksters trippelen
roven driest het brood op straat
dieven van formaat
in hun wit zwarte outfit
loeren ze geniepig rond
in de bek de buit.
Ingrid Lenaerts
gele ambachtenstraat
zonDe zon viert hoogtij
strooit haar mand met stralen uit
tot ze zinkt in zee.
Ingrid Lenaerts
stroefstroef en stuurs is hij
oorzaak en gevolg went nooit
aan zijn verklaring
Ingrid Lenaerts
kort...Kortgerokt de droom
op hoge hakken loopt hij
voorbij voor altijd
Ingrid Lenaerts
geld
wit bierEen schuimige kraag
Mist die wolkt in een bierglas
drink je heerlijk koel
Ingrid Lenaerts
goud
morgen in de bergen Jong pastel op de grijze bergwand
licht schittert in zijn kristallen
de raakvlakken zijn vervuld van elkaar
de zon wint aan hoogte
flist door de waterval die verstuift
in regenboogkleuren
dit moment is zo broos en vergankelijk
nauwelijks te aanschouwen
vluchtig als de wind
tracht ik het te boekstaven
in het geheugen van de tijd.
Ingrid Lenaerts
in het gebergteTegen de steile bergwand antwoordt echo
waar het dal de bomen achter zich laat
waar het gras uiterst dun staat
tussen de doornachtige struiken
waar de koeien met bellen grazen
zonder opkijken de tijd wegslingeren
met hun gehalm aanwezigheid bevestigen
daar wippen ook marmotten hol in en uit
ze lijken verstoppertje te spelen
als een bende uitgeslaten snaken
in de weidse alpenwei.
Groots is afstand en ruimte
in de schittering van de zon .
Hier voel ik mij nietig passant
indringer in een mij niet toegekende plaats.
Ingrid Lenaerts
al heel erg.Ik mis je nu al heel erg
zoals de regen die sporen laat
van verval in een rozentuin.
ik weet je het hart in mijn hoofd
dat sneller slaat
bij woorden als parels in mijn hand
kostbaar kleingoed
dat niemand me rooft
Verlangen is een lange slee
die de helling afglijdt bij thuiskomst
Ik verwacht je met grote spoed.
Ingrid Lenaerts
blauw geheim