hellend vlak
Hellend vlak waarop de clown eenzaam te huilen liep
Hellend vlak waarop de trieste clown zijn waarheid verstopte
Ingrid Lenaerts
hellend vlak
In sneeuw zit...
Moeder (internationale vrouwendag 8 maart 2006)
quasi langs me heen.
het lied van de heerHet lied voor de Heer klinkt resonantie
van gouddraad die door het godshuis zweeft
die een tent weeft voor het licht
vol mysterie door het grote rozet
kleurrrijk zoals de hoge stemmen
van het gemengd koor dat losbarst
in een feestelijke samenzang
de hulde die ons kippenvel bezorgt
genageld op onze stoelen zitten we
De helderheid van een bron beklijft
als een ontluikende boom
een prille lente onder de iep
als gratie uit een droom
Ik word allicht een luisterengel
op het hoogste van de balken
om te blijven dat het goed is.
Ingrid Lenaerts
deelachtigWat jij laat spoken in je hoofd
Wat je hoort, ziet smaakt of ruikt
Wat je vertelt over een zotte morgen
Waar je buitelt van plezier de helling af
Je maakt me deelachtig aan de horizon
Van je zonsopgang boven zee
De dans der nachtvlinders
Onder fonkelende sterren
Een oranje maan bewaakt ons kampvuur
En ik ben je mare en je bode
In goede en kwade dagen
Dat ik het spook uit mijn hoofd verkoop
Dat ik mijn waarheid vertel
Al wie het horen wil
Ingrid Lenaerts
CarnavalsdagEen grauwe omnipotente lucht
zwaar van waterzon en sneeuwbuien
alsof bazuinende engelen
het laatste oordeel aankondigen
de velden doornat in hun landschap
her en der hazelaars in de wind
met de eerste genomeerde trossenkatjes
schril contrast tussen beginnend leven
en winterse stilte die vastzit tussen de bomen
Carnavaleske taferelen van rillende boerenmeiden
met grote broden en hespen op de wagens
Prinsen met pluimen op hun hoed
verkopen zich als heersers van één dag
het volk danst op marsmuziek
dat ons versleten in de oren klinkt
Achter deze manifestatie rijdt het gezag
van Limburgse steden en gemeenten
want dit jaar worden de stemmen uitgebracht
voor een betere wereld van brood en spelen.
Ingrid Lenaerts
gregoriaanse nevels
Even in Jordanië
opboksen tegen verlies
dwalingen
twee koolmeesjes
Jacky
boksers
rootputten
uit calorische contracten
winter in de brouwerswijkRijen huizen met witte daken zoals op een slagroomtaart
gewafeld daaronder pannen kermend onder het gewicht sneeuw
en dat de kou gekomen is kunnen ze niet zeggen
en dat ze willen ademen maar slechts kraken kunnen
de fabrieksschouwen vereenzamen hoog in kilte
De brug over de drie duikers lijkt verweesd van kou
treurwilgen kaal en berijmd verkleumen in hun bast
we zien sneeuw en alweer sneeuw bij massa
langs de straat op hopen gegooid geschonden blank
tot smeurie vertrapt tegen de muren van de grote schuren
een slee schuift door de herinnering van het paard
nog een jong dier dat twee mensen onder een deken voortdrekt
in de schaduw van een ijselijke afstandelijke middagzon
stilte heeft al die jaren in dat moment geconserveerd
op een zwartwitte foto de winterse wijk van de brouwershoek
Ingrid Lenaerts
in zijn vrouw