Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
zij hadden het...
Zij hadden het over onbeschaamd levensgenot
terwijl ze tafelden op verfijnde wijze
uitgebreid aperitieven , hapjes bij de vleet
voorgerecht dan "le plat delicieux "en bijbehoren
een dessert dat beestig lekker smaakte
glaasje wijn als koetsier der verleiding
die de tongen losser maakte de harten sneller deed slaan
en hen dromen deed van verre landen
stranden onder de palmen
waar terzeldertijd in het Afrikaanse hinterland
honger loerde in elke donkere kasba
die als een duivelse kat zou aanvallen
de uitgebluste kinderen met bange ogen op zak
bedelend om een portie rijst en wat water
Overleven is daar al een godgeschenk zonder meer
Ingrid Lenaerts
In de galmgaten van de klokkentoren
daar schittert de zon in schuinstand
meestal is het er rustig op die hoogte
slechts wanneer de klokken gaan luiden
dan zwermen bosduiven verschrikt omhoog
soms ontvangt een kerkbezoeker narigheid
op het hoofd door die lozende vogels
bij dag zit het kerkuilenpaar er te soezen
als symbolische dragers van de wijsheid
zij willen niet gestoord in hun waardigheid
om dan 's nachts als ware rovers
door de lucht te klieven jagend
op spek voor hun bek
alsof hun leven grof bedreigd wordt
de oorlog verklaard wordt aan het nachtruim
Die wijze uil verandert dan in een ware nachtgriezel.
Ingrid Lenaerts
heel ver
Ik ben zijn heel ver verleden
op zoek naar de gelijke kansen
aan de waterkant stil en verlegen
toen het nog groende in ons hoofd
wij elkaar nauwelijks durfden vermoeden
dat wij al een beetje bestonden
wij hadden eenzelfde kern gekozen
die ons door de woestijn liet trekken
lucht weerspiegelingen in de toekomst
die ik nu nog opspoor soms dronken
van klein geluk,soms triest heel triest
van jaren afwezigheid
Ingrid Lenaerts
verloren dag
Een verloren dag zonder zon
waar hij dwaalde zonder mening
wist niet waarin of waaruit
Waar hij thuishoorde was niet meer
verbannen uit het heden zonder bagage
zag hij het water van de rivier
Zij sprak haar welkom uit dacht hij blij
waadde diep en nog dieper
Ze sloot haar armen rondom voor altijd
Ingrid Lenaerts
wij draaien
Mocht je weten dit huistoneel
wij draaien herinneringen ,
een rol uit de oude doos
een wierookvat uit de buik der aarde
Onze hoofden zijn beneveld
dronken in de tijd van toen
Wij delven moederkuilen
dagen verdampen van weemoed
en ragfijn patroon houdt me gevangen
als een kantklossen van het verleden
net een priemende levensdraad
die wij weer opvisten , herinnering
nu als herwonnen tijd op de kale akker.
Ingrid Lneaerts
grote woorden
op je huid wanneer het haar zint
Ingrid Lenaerts
leeuwin
Hij houdt de leeuwin in zijn hoofd gekooid
dit zolang hij kan wanneer zij slaapt
op tienpond vlees dat ze in voorraad heeft
maar eens de dromen verteerd wordt zij woest
beukt tegen de wanden van haar kooi
dramt om verlossing en jaagt op grof wild
Hij kan haar weer altijd vangen
wanneer hij weer lief haar honger lokt
de andere wereld laat verkommeren
tot zij hem weer in haar macht heeft
het eeuwige spel van trekken en stoten
Hij houdt zijn leeuwin in zijn hoofd gekooid
tegen alle prijs voor alle prijs.
Ingrid Lenaerts
te warm
Ze bouwen nesten
merels willen nazaten
vlak voor de winter
een te warme herfst
maakt de vogels echt van streek
verwarring alom
Ingrid Lenaerts
moment
de populieren
wenken met hun brede kruin
als monumenten
gele hoge zon
als hemelse oppergod
koestert de aarde
maakt boomschaduwen
zwijgend tot middag vrede
heerlijke koelte
Ingrid Lenaerts
nostalgie
Even stuwde er zo'n golf van verwondering door me heen
Ingrid Lenaerts
onvoltooide tijd
Het lijkt alsof alles onvoltooide tijd is
we maken onze onvoltooide tijd zelf
zondag
de dag des Heren
Ingrid Lenaerts
wintertinteling
wintertinteling
in de laatste herfstblaren
een nieuw seizoen wacht
Grijsvale luchten
staan er academisch streng
in decemberwacht
Ingrid Lenaerts
dun licht
Heel dun licht
bijna in strepen
is de zon veraf
mager en dof
alsof ze wegkwijnt
een zon
in anorexia
een zon in ascese
Laat ze vlug herstellen
van haar nukken
Ingrid Lenaerts
zuiders
Ingrid Lenaerts
het weerzien
Ingrid Lenaerts
twee honden
Nog vroeg in de morgen
twee honden
ontmoeten elkaar
tussen de laagstam perelaars
Ze besnuffelen hun lijf
springen likken en grommen
hun dans is geopend
Het grote werk kan beginnen
Ingrid Lenaerts
Reiger
Reiger met brede vleugelslag
landt tussen het riet
als heerser over de plas
smikkelt tussen het gras
op de oever
Hij slaat toe
als een ervaren rover
en verdwijnt een ogenblik
in het groen.
dan in het niets
Ingrid Lenaerts
botenhuis
Een botenhuis
onder dak op water
laat de rust
na het varen
dromerig aan het meer
Het riet speelt zijn concert
in de monotone wind
Eenden snateren
hun samenzijn
Een wandelaar op de bank
voltooit zijn gedachten.
Ingrid Lenaerts

