Gelukkige zaterdag, oma
| Het miezert zo’n klein beetje vanmorgen, maar toch valt het ochtendlicht ongegeneerd de slaapkamer binnen. Even soezen nog kan zo heerlijk zijn op een zaterdagmorgen waarop je met de rest van je gezin even later ofwel allerlei uitgestelde karweitjes dient bij te klussen of keihard aan ’t blokken dient te slaan. Nog wat gezellig onder het dek kruipen tot je ineens ver weg een vogel zijn luide lied hoort roepen: koekoek – koekoek – koekoek … Wat een blije morgen, wat een zalig ochtendgloren. Klaarwakker op het vroege uur rep je je fris en monter naar beneden om iedereen te voorzien van spijs en dranken aan de ontbijttafel. Het druilerige zonnetje geeft echter ineens naarstig gouden bevelen en tovert een stralende gloed in het huis en op ieders gezicht. Gezellig keuvelend worden de boterhammen met beleg naar binnen gewerkt en de koffie smaakt als nooit tevoren. De ochtenden in het weekend zijn, als het enigszins mogelijk is, voor ons de momenten waar ieder zijn of haar verhaal kan doen en waar een kwinkslag en een ontspannen sfeer ons vaak de kans geven om even te relaxen na een erg drukke werkweek. Deze nacht hadden we ook weer een klein logeetje. Yentl, onze oogappel, die altijd goedgezind wakker wordt en kraait dat het een lieve lust is. Haar grote blauwe kijkers schitteren als saffieren in een immer lachende snoet. Heerlijk zo’n kleindochter. Je zou ze wel kunnen opeten en voor haar maak je nu extra tijd om haar te zien ontluiken tot hét superkind waar je haar voor houdt. Buiten sneeuwt het intussen roze bloesems en de kleurrijke bloemen lokken ons gewoonweg in sneltempo naar de tuin. De geur van vers gemaaid gras komt je even later tegemoet en de zilvergouden vissen in de vijver zwemmen net of hun leven er van afhangt onder invloed van het steeds warmer wordende zonnetje. Ik toon die kleine meid hoe dolgele vlinders dansend de wereld verkennen, maar plots gonst er een dikke hommel langs mijn oor. Geen paniek echter want dat brommende insect heeft geen oog voor ons, maar wel voor die dikke bloemknop achter in de tuin. Fantastisch gevoel is het, dat kleine speelse ding op je arm, grijpend naar al wat ze tegen komt. Het prille groen staat in zijn meest frisse kleedje te lonken en de kakelende kippen fascineren haar zo dat ze er even stil van wordt. Een lentebriesje kust haar wangetjes en ze gilt het uit van pret. Ik druk haar even dicht tegen me aan en besef maar al te goed dat ik dit kleine blonde schatje voor geen geld van de wereld meer zou kunnen missen. Haar geur vertedert me zo en mijn ogen worden vochtig van ontroering en intens geluk. Haar opa streelt over haar zijden haartjes en die klein uk wil ineens weer eens de grond op. De adembenemend blauwe lucht begoochelt ons allen zo dat het een zonde zou zijn om op deze prachtige dag niet altijd in de buitenlucht te zijn. Spijtig dat onze jongste dochter serieus dient te blokken, meer nog dan de voorbije jaren omdat zij normaliter afstudeert en er voor haar een geheel nieuwe toekomst wenkt. Ik weet dat ze vandaag extra op haar tanden dient te bijten, maar toch kan ik het niet nalaten om haar naar buiten te roepen, eventjes maar. Zo’n mooi weer vraagt immers gewoonweg om een zwierige dans op het gazon. Die uitgelaten ukkepuk op de arm van een zingende tante gekoppeld aan een uitgelaten oma en niemand die ons gek gedoe kan gadeslaan. Allez, ’t is toch te hopen, want tot nu toe was ik nog niet ècht gek verklaard, maar alles kan natuurlijk snel veranderen! ã |




















