Naar de inhoud

Jancha's verhaaltjes.

Kinderverhaaltjes
seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Hallo grote en kleine blogvrienden.

Hallo grote en kleine blogvrienden.

 Ik ga even met vakantie. Maar een Pasen - verhaaltje komt er zeker weer aan!

Wat ik graag zou willen weten, of de kleine vriendjes mijn verhaaltjes leuk vinden?

Ze worden wel bij sommige groepen op school voorgelezen, maar ik zou het leuk

vinden van jullie iets te horen !! groetjes van Jancha.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De Paashaas.

“Oh, wat moet ik toch hard werken!” zei de Paashaas. Hij probeerde de kruiwagen met grote chocolade paaseieren voor uit te duwen. Die moesten allemaal in de tuinen bij de kinderen thuis verstopt worden. Maar wat ging dat zwaar! In het bos lagen allemaal wortels van bomen. Die groeiden overal heen en daarom ging het ook zo moeilijk. Puffend bleef de paashaas even staan om uit te rusten. Gelukkig, daar zag hij kabouter Witbaard aan komen. Je kon wel aan zijn baard zien dat hij al oud was. “Zal ik je even helpen duwen?” vroeg hij aan de paashaas. “Ja, als je denkt dat je dat nog kan, dan heel graag!” “We proberen het gewoon” zei Witbaard. En samen duwden ze de kruiwagen over de hobbels en wortels in het bos. Maar oh! wat gebeurde er nu? De kruiwagen begon om te vallen. En daar vielen alle eieren er uit. “Kijk eens ze zijn allemaal kapot” huilde de paashaas.”Wat moet ik nu beginnen?” Ja kabouter Witbaard was ook wel geschrokken.”Rustig maar, ik ga even nadenken.” “Ik weet het!” riep hij. “We gaan naar het chocoladevrouwtje”. Hij haalde een klein fluitje uit zijn zak, blies er op, en daar kwamen wel tien kabouters aangehold.”We gaan naar het chocoladevrouwtje” riep Witbaard. ”Alle kapotte eieren oprapen en weer in de kruiwagen doen! Iedereen moet mee helpen”. En zo gingen ze snel op weg naar het vrouwtje. Daar zagen ze het huisje al. Met al dat lawaai kwam het chocoladevrouwtje al naar buiten. Wat zag zij er leuk uit met haar bruine jurkje aan en haar schortje met chocolade spetters, op haar neus een grote lik chocolade. Ze keek naar de huilende paashaas. ”Stil maar hoor, het komt wel weer goed. Maar jullie moeten allemaal helpen”. Ze zette een grote pot witte chocolade op het vuur. En iedereen kreeg een kwast. Zij vertelde hoe ze de eieren weer konden lijmen met warme chocolade. Zo kwamen alle kapotte eieren weer netjes in elkaar. Het ging er vrolijk aan toe met het kaboutervolkje. Ze zongen mooie liedjes en de paashaas zong lachend mee. Eindelijk waren ze klaar.”Nu gaan we met z’n allen de paaseieren verstoppen in de tuinen van de kinderen” zei Witbaard. “Ja,” riep de paashaas “dat is goed. Dan zijn ze nog mooi op tijd”. En zo gebeurde het dat mama op Paasmorgen zei: ”Micha ga eens in de tuin zoeken of de paashaas geweest is“. “Ja, ik ga ook mee”, zei papa. “Kijk eens mama wat een mooie eieren ik vind, met allemaal witte streepjes en wat veel”. Daar ging de telefoon. “Dat is vast Maaike” riep Micha. “Ik heb hele mooie eieren gevonden” riep ze door de telefoon. ”Zal ik ze komen laten zien?“ “ja”, riep Micha “ kom gauw”. Wat een verrassing! Ze hadden dezelfde eieren gevonden, ook met witte streepjes. De Paashaas die zich met de kabouters achter een struik verborgen had keek tevreden toe. Ze zuchtten allemaal diep en zeiden: “Gelukkig het is allemaal toch goed gekomen. Kijk maar eens hoe blij en gelukkig de kinderen zijn!” “Maar wij gaan nu allemaal slapen, want we zijn toch wel een beetje moe geworden” zei Witbaard.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Een prinsesje.

Hallo lieve blog-vriendjes en -vriendinnetjes.

In Nederland waar ik woon is een prinsesje geboren en ze heet Ariane, we zijn allemaal heel blij met Prinses Ariane.
 

Van onze mooie stad  Den Haag heeft zij een leuk kado gekregen, een beroemde kunstenares heeft een mooi standbeeld van Jantje gemaakt.

 

Nu zeggen jullie vast wie is dat Jantje?

Jantje was heel lang geleden een jongetje dat in Den Haag woonde en iedereen in Den Haag kende hem dan ook.

Er is dan ook een liedje van hem gemaakt.  Ik weet niet of jullie dat kennen, maar het gaat zo.

"In Den Haag daar woont een graaf, en zijn zoon heet Jantje.

 Als je vraagt waar woont je pa? Dan wijst hij met zijn handje,

 met zijn vingertje en zijn duim. 
 Op zijn hoed draagt hij een pluim. 
 Aan zijn arm een mandje.
 Dag mijn lieve Jantje."

Vind je dat geen leuk cadeau  voor ons nieuwe  prinsesje ?

 

                                                                          Groetjes van Jancha.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Een les voor Pipi.

"Help,help", een benauwd roepen om hulp klonk er door het bos!
Wat is dat, dacht de wijze uil, wie roept daar toch om hulp? Hij zat net boven in een boom,  lekker uit te rusten. Hij sloeg zijn vleugels uit, en vloog eens rond om te kijken wat er aan de hand was. Jawel hoor, daar zag hij twee spartelende beentjes uit een holletje steken, met aan de voetjes mooie rode schoentjes. Als dat Pipi weer niet is, dacht de uil.  En vlug vloog hij naar beneden om te kijken wat er aan de hand was. Jawel het was Pipi het peuterkaboutertje, die was weer eens nieuwsgierig geweest. Hij had een holletje ontdekt van een eekhoorn, en zijn nieuwsgierige kopje er in gestoken , en kon er nu niet meer uit.
Mopperend zei de uil:  "Met Pipi is er altijd wat, niets dan kattekwaad".
Vlug riep de uil wat muizen bij elkaar: "Rennen jullie vlug naar het grote kabouterhuis en vraag om hulp voor Pipi".
"Haal mij hier uit klonk het heel zachtjes, ik ben zo bang."
Daar kwam de hulp al aan.
Kabouter Grijsbaard voorop, wat keek hij boos: " Het is steeds dezelfde ondeugd waar we voor moeten komen" riep hij.
Voorzichtig trokken ze aan de beentjes, ze kregen het er warm van. Daar kwam het zwarte gezichtje, z'n rode mutsje nog op, met veel traantjes te voorschijn.
“Wat ben ik blij dat jullie mij eruit gehaald hebben, ik was zo bang, het was zo donker daar!
Ja, zei de uil,  met jou beleven we altijd wat, je moet veel braver zijn.
Ja, snikte pipi, dat wordt ik ook voortaan.
De uil keek hem eens aan, en zei: “Ik heb wat anders bedacht, je moet maar eens wat straf  krijgen.  Je mama vindt het goed, want die weet ook niet goed raad met jou!”
Je gaat voorlopig met mij mee naar het uilennest, sprak de uil.
Nee huilde Pipi nu heel hard , dan kan ik niet meer in het bos spelen.
Dat is precies de bedoeling, je moet maar eens boven in de boom blijven, en naar beneden kijken hoe braaf de andere kabouter kinderen zijn, misschien kun je daar wat van leren, zei kabouter Grijsbaard. En iedereen wist wel als Grijsbaard gesproken had, dan gebeurde het ook zo en daar werd de huilende Pipi op de uil gezet en meegenomen om te leren hoe hij zich moest gaan gedragen!

.

                                           Wordt vervolgd.

 

 

 

 

 

 

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Pipi kan niet braaf zijn.

Zo zei de uil tegen Pipi en dit is nu mijn huis. Hier moet je nu een week blijven!

Pipi keek eens rond. Waar is dan mijn bedje, vroeg hij.
Ja, het is hier niet zo als bij je mama thuis.! We maken wel een bedje van veren voor je en daar kruip je vannacht dan maar in!

Ik vind het niet leuk, zei Pipi boos.
Ja jongetje, als je lief bent dan hoef je hier ook niet meer te komen!  Ik vind mijn nest trouwens wel mooi, zei de uil. Zo, nu ga ik wat te eten zoeken en in de tijd dat ik weg ben  kan jij mooi mijn nest opruimen!
En weg was de uil, o wat was Pipi boos.

Hij ging in een hoekje zitten en dacht ik doe lekker niks, ik wacht gewoon tot de uil terug komt.
Maar wat duurde dat lang en wat kreeg hij een honger.
Zachtjes begon Pipi te huilen. Hij wilde naar huis!
Ik wil hier niet zijn! Het huilen klonk steeds harder.
Opeens hoorde hij een stemmetje.
Wat is hier aan de hand? Een spin keek over het randje van het nest.
Wat doe jij hier?
O, huilde Pipi, de uil heeft mij gevangen genomen en nu moet ik zijn nest opruimen en van alles voor hem doen en eten krijg ik niet! Kunt u mij helpen mevrouw de spin?

Is die uil nu helemaal gek geworden, ik zal je helpen ontsnappen, zei de spin.
Ja, zei Pipi, alstublieft.

Ik ga van spinrag een mooi trapje maken, en daar kan jij dan mee naar beneden klimmen.
Ja goed, zei Pipi, maar het moet wel vlug gaan want misschien blijft de uil nu niet lang meer weg!
En zo ging mevrouw spin haastig aan het werk!
En weldra klom Pipi naar beneden langs een mooi spinnerag.
Precies op tijd want daar kwam de uil al aan vliegen.
Snel, riep de spin, klim op mijn rug  dan loop ik hard weg.!
Zo, zei de uil terwijl hij weer op zijn nest neerstreek, ik hoop dat je mijn nest schoon gemaakt heb, dan kun je mijn eten eens klaarmaken!
Wat is dat nu , hij keek eens goed rond.
Waar ben je kwajongen, kom te voorschijn.
De uil snapte er niets meer van , hij zocht en zocht en vond geen spoor van Pipi.
Eens kijken of hij soms uit het nest gevallen is, maar nee nergens een  Pipi te vinden. 
Ja, zei hij, nu moet ik maar eens goed nadenken... waar zou die dekselse kwajongen  gebleven zijn ?
Dit is echt niet meer leuk, hier kan ik heel boos om worden, bromde hij.

    

    Wordt vervolgd!

 

 

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Pipi kan ontsnappen.

Zo hard als mevrouw de spin kon lopen rende ze door het bos, met Pipi op haar rug. Maar o wee; daar zag ze de tak niet die laag over de grond hing.
Pas op riep Pipi, maar het was al te laat, met een grote zwaai kwam Pipi op de grond terecht.
Help  wacht even, maar de spin hoorde niets en rende maar door en was weldra niet meer te zien. Daar lag de kleine kabouter zo maar op een hoop bladeren. “Hé wil je van mij afgaan hoorde hij met een boze stem roepen. “Wat wie ik?

“Ja jij, je hoort hier niet! Pipi schoof een beetje op, en daar zag hij het al, een grote boze mier keek hem kwaad aan.”Neemt u mij niet kwalijk stamelde Pipi “Ik ben gevallen!” Niets mee te maken gromde de mier , je gaat hier toch maar weg. “Nee riep Pipi het wordt al donker ,dat durf ik niet zo alleen.

“Wat heb je daar op je hoofd’; zo mooi rood.”Dat is mijn puntmutsje, mijn mama heeft dat voor mij gemaakt! ”Ik weet het :zei de mier , geef mij dat puntmutsje, dan mag je hier een nacht blijven. Pipi wilde het eigenlijk niet , maar gaf toch maar zijn mutsje. Vlug zette de mier het op zijn kopje, en zei ,”Dat staat mij zeker erg mooi. Pipi keek eens goed , en vond zijn mutsje maar gek staan op het zwarte mierenkopje.”Je krijgt hem niet meer terug ; zei de mier. “Je kan hier een nacht slapen , maar je moet heel stil zijn want ik hou van mijn rust in de avond en nacht.” Overdag moeten we hard werken en wil ik dus rustig slapen. Pipi maakte vlug een bedje van bladeren, en vond ook nog een groter blad waar hij onder kon liggen.En zachtjes begon Pipi te huilen, hij wilde naar zijn mama en papa. Nu was hij ook nog zijn mutsje kwijt want die boze mier gaf dat niet meer terug. En wat werd zijn hoofdje koud. Maar wat voelde hij daar, een klein muisje kroop tegen hem aan.”Piep piep, mag ik bij je komen liggen, ik heb het zo koud. En Pipi die ook wel lief kon wezen pakte het muisje en zei “Kom maar lekker onder mijn jasje liggen en zo vielen ze samen in slaap.

                          Wordt vervolgd.     

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Pipi heeft een vriendje.

Pipi schrok wakker, wie stond daar zo aan zijn benen te trekken!

Hou op, riep hij, wat is er?
Daar zag hij het al, het was de boze mier.
Niets er van , ik hou niet op. Je moet opstaan en weg wezen hier!
Voorzichtig stak het muisje zijn kopje uit de mouw van Pipi's jasje. Bang glipte hij weer terug in de mouw.
Wat moet die muis hier, gilde de mier.
Dat is mijn vriendje zei Pipi dapper.
Niets mee te maken, weg hier jullie alle twee.
Maar we moeten nog eten, zei Pipi.
Dat krijgen jullie niet, voor eten wordt hier gewerkt en jullie hebben de hele nacht liggen slapen!
Dan wil ik wel mijn mutsje terug.
Ha, ha, lachte de mier,  ik ben niet gek, dat staat mij veel te mooi en nu opstappen,  alle twee!
Even later liep Pipi met het muisje in het bos.
Mijn buikje doet pijn van de honger en mijn hoofdje wordt zo koud,  klaagde Pipi.
Ach troostte het muisje hem, we gaan gewoon wat eten zoeken. Kijk daar ligt al een lekker nootje.
Nee dat lust ik niet.
Wat wil je dan ?
Een boterham, zoals mijn mama die maakt,  of een lekker toetje.
Ja dat kun je in het bos niet vinden!
Laten we maar verder lopen misschien vinden we iets anders!
Ik denk dat het moeilijk gaat worden, mompelde het muisje. Kom we gaan even zitten om uit te rusten.
In het zonnetje gingen ze onder een boom zitten. Ze vielen er bijna van in slaap.
Ik hoor iets zei Pipi, ja nu hoorde het muisje het ook.
Het was net of er iemand huilde.
We gaan eens kijken zei Pipi, ja nu hoorden ze het beter.
Kijk nu eens, daar ligt een klein konijntje riep Pipi .
Vlug liepen ze er naar toe.
Wat is er, vroeg het muisje, waarom huil je zo?
Ik ben gevallen en nu kan ik niet meer op mijn pootje staan, snufte het kleine konijntje.Ik lig hier al zo lang en ik heb het zo koud!
Vlug trok Pipi zijn jasje uit en deed het voorzichtig bij het konijntje aan.” Leun maar op ons en zeg maar waar je holletje is, dan brengen we je thuis!
Steunend en kreunend hing het konijntje tussen hen in. Maar het lukte, en zo vergaten Pipi en het muisje hun honger en voelden zij ook geen kou meer, zo hard moesten zei werken om het konijntje weer thuis te krijgen.

Wordt vervolgd.
Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Pipi's verjaardag.

Daar kwamen ze bij een konijnen holletje aan. Ongerust liep daar een moederkonijn heen en weer.Toen zij het drietal aan zag komen, liep ze hun snel tegemoet.”Waar bleef je toch, Maar wat is er gebeurd ,riep ze toen ze het behuilde snoetje van het kleine konijntje zag.”Mijn pootje huilde die , ik ben gevallen.”Laat mij eens kijken , o ik zie het al , het is niet gebroken, het is gekneusd!Ga maar op het bankje zitten, dan zal ik er een verband om doen.

“Nee , nee dat doet pijn . Ja het moet toch gebeuren , anders kan het niet beter worden.”Je moet nu even flink zijn. “Au Au ; huilde het konijntje. “Ja niet zo flauw doen , wat moet het kaboutertje e het muisje wel niet van je denken.? “Straks ga ik lekker eten koken, en dan mogen ze blijven eten en ook slapen! ”Want dat hebben ze wel verdiend, omdat ze jou zo mooi geholpen hebben. Ja dat wilde Pipi en het muisje wel, want nu voelde ze ook weer wat een honger en dorst zij hadden. En zo lagen ze later in bed met volle tevreden buikjes. Maar opeens dacht Pipi , ik ben jarig vandaag , dat ben ik helemaal vergeten. O, wat verlangde hij nu naar zijn mama en papa, hij kreeg er traantjes van in zijn ogen. Maar wat hoorde hij daar, de deur ging zachtjes open; en daar stonden zijn ouders, verrassing riepen ze! Wat was Pipi blij, en daar was ook de toverfee, en zijn vriendjes, de wijze uil , ze zongen allemaal; lang zal hij leven hiep hiep hoera. Daar kwam ook de boze mier en kijk eens, netjes kwam hij pipi,s mutsje brengen.”Ja sprak de toverfee,  ik denk dat je nu een brave jongen geworden ben, en dat je weer gewoon naar huis kan.”Ja knikte iedereen dat is zo. “Maar vanavond hebben we nog feest want iedereen heeft ook een kadootje voor je meegebracht.Wat waren ze allemaal vrolijk,maar het mooiste vond Pipi dat hij weer naar huis mocht en het muisje ging mee, want dat was toch zijn vriendje.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Jancha gaat op vakantie.

Hallo beste vriendjes, ik ga weer een paar weekjes op vakantie, dus moeten jullie even wachten op een nieuw verhaaltje.
Ik ga met een boot naar vreemde landen varen ... en wie weet... misschien zie ik er wel een zeemeermin die mij haar verhaal verteld .
Ik heb wel eens gehoord dat er op de bodem van de zee een groot zeekasteel is.
Dus even geduld oefenen, want als ik iets ondek dan ga ik het jullie allemaal vertellen.
 
Als jullie toevallig ook  op vakantie gaan heel veel pret en plezier!!
       
Groetjes van Jancha.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

De kleine zeemeermin.

In een dorp dat vlak bij de zee lag woonde Tom. Hij woonde daar met zijn moeder en zijn vrienden. Iedere dag ging hij uit vissen. Hij vond het heerlijk als hij op zee kon zijn. Zij waren niet zo rijk, en hij kon dan ook mooi wat vissen vangen. En soms kon hij er ook nog wat verkopen. Dan hadden ze weer wat te eten. Zijn moeder werkte ook hard, want zij deed voor de rijke mensen uit het dorp wassen en strijken. En zo hadden zij het best naar hun zin!

Op een mooie dag ging Tom weer vissen. Maar waar Tom gaan erg in had, was dat, steeds wanneer hij weer op zee was, een zeemeermin naar hem kwam kijken! Dat deed zij al heel lang, want ze vond Tom mooi en lief. Eigenlijk was zij verliefd op hem geworden. En zo ging het lange tijd door. Altijd zwom zij weer omhoog uit de diepe zee en zocht zij Tom weer op! “Waar ga je toch steeds naar toe?” vroeg de zeekoning, haar vader. Hij vond het niet prettig dat zij steeds zo ver weg zwom. Haar zusjes lachten haar uit. ”Ze is verliefd” riepen ze. ”Houden jullie je mond!” zei vader. “Mariana,” want zo heette de zeemeermin “wat is hier aan de hand?” Maar Mariana zei niets. Ze wilde haar geheim niet verklappen. Vader zuchtte maar eens diep en dacht: “Het zal wel los lopen, want ze is toch veel te jong”. En zo ging het dus maar door. Tot op een dag er een hevige storm op stak. Het werd Tom angstig om het hart. Hij voelde dat hij niet tegen de wind op kon, en daar kapseisde zijn bootje en viel hij in het water. Met alle macht probeerde hij zich aan het bootje vast te klemmen, maar dat lukte hem niet. Mariana die alles gezien had, zwom snel naar Tom, pakte hem bij de hand en zwom met hem naar het diepe van de zee! Tom merkte er niets meer van. Bij het zeekasteel aangekomen, bracht zij hem naar een kamer. Na een poosje werd Tom wakker. Verbaasd keek hij om zich heen. “Waar ben ik?” vroeg hij. Ademloos keek hij naar het mooie meisje met de vissenstaart. ”In een zeekasteel” zei ze “Ik heb je gered en hierheen gebracht, want zie je ik ben verliefd op je. Iedere dag heb ik je zien vissen”. “O” zei Tom “daar heb ik niets van gemerkt!” Hij keek eens rond in de kamer. Wat was dat mooi, alles lichtgroen. Zijn bed was van zeewier. Lichtgevende visjes gaven een zacht licht. Hij keek eens naar buiten, de mooiste vissen zwommen voorbij. Prachtige planten waaiden zacht heen en weer. Alle kleuren koraal vormden de achtergrond. Het leek allemaal wel betoverd. Maar de zusjes hadden gezien dat Mariana Tom binnen gebracht had, en gingen dat snel aan vader vertellen. “Dat kan toch niet” bromde hij. Snel ging hij naar de kamer van Mariana. ”Meisje wat doe je nu toch? Die jongen moet terug waar hij vandaan komt”. ”Maar vader, ik ben verliefd op hem!” riep ze. “En ik heb hem gered”. “Kind, dat kan niet: een zeemeermin met een gewone jongen”. “Hoe heet je?” vroeg hij. ”Tom mijnheer”,antwoordde Tom. “Ik wil heel graag terug naar mijn moeder en mijn vrienden, want anders heeft mijn moeder veel verdriet”. “Natuurlijk jongen. Mariana, je brengt hem onmiddellijk terug”. Met tranen in haar ogen gehoorzaamde zij. Ze zwom terug met Tom en liet de golven hem op het strand brengen. En zo werd Tom later op het strand wakker en liep vlug naar huis. ”Waar was je toch? En wat is er gebeurd?” Toen ze het hele verhaal gehoord had, sloeg zij haar handen ineen. “Gelukkig dat die vader zo verstandig was. Maar wat kunnen we dankbaar zijn dat je gered bent! Een zeemeermin verliefd op Tom dat kan toch niet!”

Wordt vervolgd.

Geschreven door janny om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Jancha's verhaaltjes.

↑ Terug naar de berichten