EEN IJSJE VOOR HET MEISJE
Wanneer ik terugkijk en over mijn leven denk
Aan dingen waaraan ik weinig aandacht schenk
Dan krijg ik soms een vreemd beklemmend gevoel
Dan lijkt het of ik miste menig belangrijk doel
Vroeger moest men studeren en iets verwerven
Wij werkten hard en zouden heel oud sterven
Met inzet en geluk hebben wij iets verworven
Maar vele medestanders zijn al lang gestorven
Altijd onderweg en geen tijd voor de kinderen
Alles week voor wat de doelstelling kon hinderen
De kinderen groeiden op en wij zagen het niet
Kinderen geloven al lang niet meer in Zwarte Piet
En dan komt de ijdele wens om te herbeginnen
Het kan niet meer, dat weten wij diep vanbinnen
Wij proberen een nieuw leven, maar het loopt verkeerd
Hoe kan het anders, te leven hebben wij nooit geleerd
Een kleinkind komt nader en vraagt een ijsje
“Natuurlijk”, zeg ik, het is zo een lief meisje
Dat deed ik nooit met mijn eigen kinderen
Ik was er niet en dat begint mij nu te hinderen
Ik zie het kleine meisje aan het ijsje likken
Ze trippelt weg en laat mij verdomme stikken
Ik ben gekwetst en doe alsof dat niet mocht
Maar ja, de vervreemding heb ik zelf gezocht
Daar is mijn vrouw, het meisje wil bij haar vertoeven
Het meisje vraagt of ze van haar ijsje eens wil proeven
Een beetje sip kijk ik naar dat ijsjesritueel
Na al dat werken, beteken ik voor niemand veel
Ik sta op van mijn stoel en slenter langzaam naar de tuin
Ik denk na over mijn leven;”God, wat bakte ik het bruin !”
Maar ja, men kan niet alles hebben in het leven
Ik had toch nog geld om het meisje een ijsje te geven
Daar komt het meisje weer; ze zal mij nog iets vragen
Ze weet dat ik toegeef; dat ik een weigering niet zou wagen
Met grote ogen vraagt zij:”Opa, waarom kijk jij zo sip”
“Dat moet toch niet, jij bent mijn opa met grote stip !”
Ik ben diep ontroerd en begin bijna te wenen
Maar door mijn leven zijn alle tranen al verdwenen
Ik lach naar het meisje en neem het bij de hand
Ik denk:”Meer dan ik heeft dat kindje gezond verstand.”
En daar sta ik dan met mijn kennis uit de school
Ik wist het allemaal wel, maar raakte op de dool
Het meisje wacht op antwoord; kijkt een beetje bang
Zij heeft mij door en geeft mij een kusje op de wang
Door dat lieve gebaar raak in nog meer in de war
Ik breek bijna, maar verhinder dat en kijk heel star
Stoer blijven en zeker geen gevoelens laten blijken
Het meisje lacht en blijft diep in mijn ogen kijken
Het meisje begrijpt de situatie wonderwel
“Opa, krijg ik een kusje als ik van 1 tot 20 tel ?”
Ik weet niet wat te doen; kijk minzaam op haar neer
Ik buig naar voor, maar mijn rug en hart doen zeer
Het kleine meisje denkt dat ik echt rugpijn voel
Zij plooit haar kleine beentjes en kruipt nu op een stoel
Zij houdt haar koppeke schuin en wijst op haar wang
“Zo opa, geef nu een kusje ! Duurt dat nog lang ?”
Ik ben nu in mijn eigen netten gevangen
Het kleine meisje wacht met groot verlangen
Ik geef het op en moet capituleren dus
Het is vreemd, maar ik geef het meisje een kus
Het meisje springt vlotjes van haar stoel
De kleine meid bereikte toch haar doel
Ze loopt weg en ik hoor een vragend krijsje
“Opa, krijg ik nu van jou nog een ijsje ?”
Ik vertel nu dit gecompliceerd verhaal
Niet voor de inhoud, maar voor de moraal
Hoe sterk en stoer je jezelf ook vindt
Veel sterker nog is de glimlach van een kind.