Altijd daar
Altijd er zijn
Altijd en immer stond je klaar.
Had hij je nodig dan was je daar.
Nou heeft hij een vrouw gekregen.
Die is niet zoals je dacht verlegen.
Delen wil ze hem totaal niet.
Ook niet met zijn moeder die ziet.
Teveel van de dingen die ze doet
Ze zijn helegaar niet zoals het moet.
Zeggen doe je eigenlijk geen woord.
Maar je blikken zeggen te veel ongehoord.
Hoeveel kan een moeder toch verdragen?
Tot dat ze voelt totaal verslagen.
Is het de zoon zijn schuld?
Opgeven doe je aan geduld.
Het zijn gevoelens in je hart.
Hoe moet dat toch denk je met smart.
Kun je op een dag weer gewoon doen?
Net zoals het was zoals eens toen?
De tijd zal het wel eens weten.
Kun je dan weer alles vergeten?
Van een kind kun je alles verdragen.
Want eens heb je hem onder je hart gedragen
De dag van zijn geboorte was een dag van feest
Hij is voor altijd gegrift in je geest
CvdB

