Op een bank
Bank
====
Je zit op een bank te kijken.
Zijn alle mensen wat ze lijken?
In het winkelcentrum is het druk.
Je schrikt op met een ruk.
Een kind dat schreeuwt en huilt.
Mischien heeft het zich bevuilt?
Daar is een kind zoek geraakt.
Zeker was het niet goed bewaakt.
Je slaat een blik op de gezichten.
Niemand die een lach kan verplichten.
Is er dan niemand meer blij?
We leven toch in een land dat is vrij.
Kan er dan niemand meer lachen nou?
Teveel zorgen in ieders leven wat zou.
Alles moet anders word er gegild.
Voor geluk geen tijd en niet meer gewild.
Zoveel ontevreden gezichten te zien hier.
Om naar te kijken is geen plezier.
Je staat op van de bank en zucht.
Je gaat weg het lijkt wel een vlucht.
CvdB

