DUBBELZINNIG. -------------------------------------------------------------------------------- …
DUBBELZINNIG.
--------------------------------------------------------------------------------
deel 2
--------------------------------------------------------------------------------
Ik wil je.......ik wil je kussen ..............ik wil je kussen op je bed, ik
wil je kussen op je bed leggen.
--------------------------------------------------------------------------------
Soms verlang ik naar jou, ga ik naar je toe, ga ik op je zitten, trek ik aan dat
ding van jou en jij spuit in het rond, oh...wc als jij toch niet bestond!
--------------------------------------------------------------------------------
Smachtend kijk ik naar je,pak je vast en begin te likken. Ik wil je nu! Ik open
mijn mond en sluit mijn lippen om je heen. MmMmM Lekkere lolly!
--------------------------------------------------------------------------------
Ik neem je in mijn mond en lik je af. Wit vocht druipt langs mijn kin en mijn
handen plakken mmm......heerlijk zo`n SOFTIJSJE.
--------------------------------------------------------------------------------
Langzaam glij ik in je cm voor cm ga steeds dieper je bent zo heet en nat ik
verlang naar je diepte lekker he zo'n heet bad!!!
--------------------------------------------------------------------------------
Heerlijk als tie stijf je mond in glijd. Het vocht langs je lippen en laat zijn
sporen na. Een druppel op je borst ...oooh heerlijk zo'n Hema worst!!
--------------------------------------------------------------------------------
Ik mag je trekken... Sta te kijken weet nog niet welke..... Ik heb gekozen maar
geen prijs bij de touwtrek kraam.......
--------------------------------------------------------------------------------
Ik neem je in mn handen, lik je af, je witte vocht druipt langs mn kin en mn
handen plakken... hmmm lekker zo'n soft-ijsje!
--------------------------------------------------------------------------------
Ik haalde het harde ding uit mijn broek, stak het in de gleuf en drukte 3,4,5
keer en alles kwam eruit... Dit was de eerste keer dat ik mijn bankkaart
gebruikte
--------------------------------------------------------------------------------
Langzaam kom ik pak je beet en ga stevig met je op en neer. Als je goed nat
bent, dan stop ik je weer in dat diepe donkere gat, Ja hoor olie op pijl.
--------------------------------------------------------------------------------
Je pakt me op.Je zet me in vuur en vlam.Je maakt me nat en maakt me heet.Je
zuigt me leeg en daarna gooi je mij weg.Ik,ik ben je sigaret.
--------------------------------------------------------------------------------
Ik kan jou laten dansen en heel veel liefde geven,ik kan de volgende morgen door
jouw hoofd zweven,ik geef liefde en plezier,aangenaam:ik ben bier.
--------------------------------------------------------------------------------
s'avonds ben ik naar je op zoek wil ik je voelen over me naakte lichaam in slaap
vallen met jouw waar ben je gebleven stomme pyama.
--------------------------------------------------------------------------------
Je greep me bij de hals ik kon me niet verweren je drukte je lippen op die van
mij ik voelde de levenskracht uit me verdwijnen maar ach ben maar een bierflesje
--------------------------------------------------------------------------------
Smachtend haal ik hem eruit. Ik open mijn mond en neem hem tussen mijn lippen.Ik
wil er wel in bijten. De witte lading vult mijn mond. MMM lekker zo'n MAGNUM.
--------------------------------------------------------------------------------
Het was een zwoele zomeravond, haar ogen glinsterden. Ik schoof haar benen uit
elkaar zocht haar tepels. Ik was zo opgewonden. Ik had nog nooit een koe
gemolken
--------------------------------------------------------------------------------
Ik zoek je gaatje en steek hem er in. Ik begin te pompen en te hijgen. Dan zit
je weer vol!!! Gelukkig! Ik kan weer fietsen.
--------------------------------------------------------------------------------
Langzaam stop ik m'n vinger erin, voel langs de haren en ga steeds dieper. Oh
wat is neuspeuteren toch lekker.
--------------------------------------------------------------------------------
S'morgens wil ik je in me voelen je met mijn lippen strelen en je met mijn mond
naar binnen zuigen,heet guts je naar binnen.Ja zo moet koffie zijn.
--------------------------------------------------------------------------------
Ik kom je bezoeken, je ligt op bed, ik kom in je, je gaat trillen en zweten, je
kreunt.......Groetjes de Griep
--------------------------------------------------------------------------------
die mooie ogen dat lekkere lichaam zo,n goed stel hersens sexy mond mooie
lach...maar nu genoeg over mij hoe is het met jou ?
--------------------------------------------------------------------------------
Smachtend haal ik hem eruit.Ik open mijn mond en neem hem tussen m'n lippen.Ik
wil er wel in bijten.De witte lading vult m'n mond.mmmmm lekker zo'n MAGNUM
--------------------------------------------------------------------------------
Ik kan uren naar je kijken, je mooie vormen laten me niet los, je bent ook zo
mooi van stuk, jij lekker stuk. Wat kan een breedbeeld TV toch mooi zijn !
--------------------------------------------------------------------------------
Vannacht lag ik aan je te denken,Ik wilde je voelen op mijn naakte lijf,maar ik
moest weer zonder jou in slaap vallen,waar was je !? .......... stomme pyjama
--------------------------------------------------------------------------------
Soms verlang ik zo naar je, dan ren ik naar je toe en laat mijn broek zakken. Ik
laat me helemaal gaan. Wat zou ik zonder jou moeten... mijn dierbare wc-pot!
--------------------------------------------------------------------------------
Vannacht was koud...ik wilde je heerlijk zacht over me heen voelen, me armen om
je heen slaan en me stevig aan je vast klemmen, waar was je toch...raar dekbed!!
--------------------------------------------------------------------------------
Ik heb vannacht over je gedroomd. Je was heel bruin en kon heel goed zwemmen.
Toen ik achterom keek heb ik je toch maar door gespoeld.
--------------------------------------------------------------------------------
's Morgens wil ik je in me voelen je met mijn lippen strelen en je naar binnen
zuigen,heet guts je naar binnen.....Ja zo moet koffie zijn
--------------------------------------------------------------------------------
Langzaam kom ik pak je beet en ga stevig met je op en neer. Als je goed nat
bent, dan stop ik je weer in dat diepe donkere gat, Ja hoor olie op pijl
--------------------------------------------------------------------------------
kijkend naar jouw strakke gleuf denk ik,zou het passen...met zak en al? met
subtiel geweld druk ik 'm erin!oh wat is het toch fijn om postbode te zijn!
--------------------------------------------------------------------------------
Ik heb toch zo,n handig ding,je stopt hem erin,zet um aan.en dan....zo lekker in
twee min ben je klaar...ideaal zo,n electr. tandenborstel
--------------------------------------------------------------------------------
Ik had je nodig dus ik stak hem er in. toen je vol was en ik moest betalen was
ik pas echt genaaid.... verdomme benzine is duur!
--------------------------------------------------------------------------------
Je staat voor me klaar, ik ruik je en proef, je glijd lekker in me
binnen,mmmm...... lekkere kop koffie wat zou ik zonder je beginnen ?
--------------------------------------------------------------------------------
Je bent er als ik je nodig heb, je bent er om me op te warmen, me te wassen en
in te zepen, wat zou ik toch zonder je moeten doen? dank je, lieve douche
--------------------------------------------------------------------------------
Heerlijk als tie stijf je mond in glijd. Het vocht langs je lippen en laat zijn
sporen na. Een druppel op je borst ...oooh heerlijk zo'n Hema worst!!
-----------jepico------------------------------------------------------------------------------------
Het boshuis Een arme houthakker leefde eens met zijn vrouw en zijn drie dochters in een klein huisje aan de rand van een eenzaam bos. Eens o…
Het boshuis
Een arme houthakker leefde eens met zijn vrouw en zijn drie dochters in een
klein huisje aan de rand van een eenzaam bos. Eens op een morgen, toen hij weer
naar zijn werk ging, zei hij tegen zijn vrouw: "Laat me het middageten door 't
oudste meisje brengen, buiten in het bos; anders kom ik niet klaar. En om haar
niet te laten verdwalen," voegde hij erbij, "zal ik een zak gerst meenemen en de
korrels op de weg strooien." Toen de zon hoog boven 't bos stond, ging 't meisje
met een pan vol soep op weg. Maar de mussen van veld en bos, de leeuweriken en
de vinken, de sijsjes en de merels hadden die gerst al lang opgepikt, en 't
meisje kon de weg niet vinden. Op goed geluk liep ze maar door, tot de zon zonk
en de nacht aanbrak. De bomen ruisten in de duisternis, de uilen kraten, en ze
begon bang te worden. Daar zag ze in de verte een lichtje, dat tussen de bomen
blonk. "Daar zullen wel mensen wonen," dacht ze, "die mij vannacht wel zullen
houden" en ze ging op het licht af. Het duurde niet lang of ze kwam bij een huis
waarvan de vensters verlicht waren. Ze klopte aan, en een rauwe stem riep
"Binnen!" Het meisje kwam de donkere deel binnen en klopte op de kamerdeur.
"Hier, binnen!" riep de stem, en toen ze opendeed, zat er een oude, grijze man
aan tafel, z'n gezicht in z'n handen gesteund en z'n witte baard kwam van de
tafel naar beneden, bijna tot op de grond. Maar bij de haard lagen drie dieren,
een hennetje, een haantje, en een bonte koe. Het meisje vertelde de oude man wat
er gebeurd was en ze vroeg of ze daar die nacht mocht slapen. De man zei:
"Mooi hennetje,
mooi haantje,
en jij, die mooie bonte koe, wat zeg je hiertoe?"
"Doeks!" zeiden de dieren, en dat moest zeker betekenen "wij zijn 't daarmee
eens," want nu zei de oude weer: "Hier is overbloed van alles. Ga maar naar de
haard en kook een avondmaal voor ons." Het meisje vond in de keuken overvloed
van alles, en ze kookte lekker, maar aan de dieren dacht ze niet. Ze zette de
volle schotel op tafel, ging bij de oude man zitten, at en werd verzadigd. Toen
ze genoeg had gegeten, zei ze: "Maar nu ben ik zo moe, is hier ook een bed, waar
ik kan gaan slapen?" De dieren antwoordden:
"Je hebt met hem gegeten,
je hebt met hem gedronken,
je hebt aan ons niet eens gedacht:
zie jij maar, waar je blijft vannacht!"
Toen zei de oude man: "Ga de trap maar op, dan zul je een kamer vinden met twee
bedden. Schud ze goed en maak ze netjes met linnen lakens. Dan zal ik ook komen
en gaan slapen." Het meisje ging de trap op, en toen ze de bedden geschud had en
had opgemaakt, ging ze in 't ene liggen en sliep zonder de oude man af te
wachten. Maar na een poos kwam de grijze man, hij keek bij het schijnsel van een
licht naar
't meisje, terwijl hij zijn hoofd schudde. Toen hij zag dat ze vast in slaap
was, opende gij een valdeur en liet haar neer in de kelder. Laat in de avond
kwam de houthakker thuis en verweet zijn vrouw, dat ze hem de hele dag honger
had laten lijden. "Dat is mijn schuld niet," antwoordde zij: " 't kind is
weggegaan met je middageten, ze is zeker verdwaald, morgen zal ze er wel weer
zijn." De houthakker stond voor de dag en dauw op, wilde weer naar het bos en
zei dat z'n tweede dochter hem ditmaal het eten moest brengen. "Ik zal een zal
linzen meenemen," zei hij, "dat is een grotere korrel dan gerst, die zal ze
beter kunnen zien en dan kan ze de weg niet missen."
's Middags ging dit meisje ook met 't eten weg, maar de linzen waren er niet
meer; net als de vorige dag hadden de bosvogels ze opgepikt en er geeneen meer
overgelaten. Het meisje verdwaalde in het bos tot de nacht viel, en ook zij kwam
bij 't huis van de oude man, werd binnen geroepen en vroeg om eten en een
slaapplaats. De man met de witte baard vroeg weer aan de dieren:
"Mooi hennetje,
mooi haantje
en jij, die mooie bonte koe, wat zeg je hiertoe?"
En de dieren zeiden weer: "Doeks" en alles gebeurde als de vorige dag. Het
meisje maakte een goed maal klaar, at en dronk met de oude man en dacht niet aan
de dieren. En toen ze vroeg om een slaapplaats, antwoordden ze:
"Je hebt met hem gegeten,
je hebt met hem gedronken,
je hebt aan ons niet eens gedacht, zie jij maar, waar je blijft vannacht!"
En toen ze ingeslapen was, kwam de oude man, bekeek haar hoofdschuddend en liet
haar in de kelder zakken. De derde morgen zei de houthakker tegen zijn vrouw:
"Stuur vandaag de jongste maar met mijn middageten naar me toe, zij is altijd
verstandig en gehoorzaam geweest, zij zal wel op de goede weg blijven en niet
als de zusjes maar rondlopen en teuten." Dat wilde de moeder niet. Ze zei: "Moet
ik mijn lieve jongste dan ook nog verliezen?" "Heb maar geen zorg," zei hij,
"dat kind verdwaalt niet; daar is ze te verstandig voor en te slim, ten
overvloede zal ik een zak erwten meenemen en die uitstrooien langs de weg; ze
zijn nog groter dan linzen en dan zal ze het zeker vinden." Maar toen het meisje
met de mand aan haar arm buiten kwam, hadden de houtduiven en erwten al lang in
hun krop, en ze wist ook niet waar ze zich keren of wenden moest. Ze was heel
verdrietig en dacht er voortdurend aan, hoe die arme vader weer honger zou
lijden en die goede moeder zou jammeren, als ze ook niet thuis kwam. Eindelijk,
toen het donker werd, zag ze in de verte het lichtje en ze kwam bij het boshuis.
Ze vroeg heel vriendelijk of zij haar die nacht wilden herbergen, en de man met
de witte baard vroeg weer aan de dieren:
"Mooi hennetje,
mooi haantje,
en jij die mooie bonte koe, wat zeg je daar toe?"
"Doeks" zeiden ze. Het meisje ging naar de haard waar de dieren lagen, ze
streelde het hennetje en het haantje, en streek hun veren glad; en de bonte koe
krieuwelde ze tussen z'n horen. En toen ze op bevel van de oude man een lekkere
soep had gekookt en de kom op tafel stond, zei ze: "Nu krijg ik wat, maar hoe
gaat het met
't eten van de dieren? Buiten is er overvloed, ik zal hun eerst wat geven." Ze
ging weer weg, haalde gerst en gooide een handvol voor het haantje en het
hennetje en bracht een armvol geurig hooi voor de koe. "Eet maar lekker," zei
ze, "en als jullie dorst hebben, dan krijg je drinken ook." En ze haalde een
emmer water, en
't hennetje en 't haantje sprongen op de rand, staken hun snavels erin en
hielden hun koppetjes dan omhoog zoals vogels drinken, en de bonte koe nam een
flinke slobber. Toen de dieren gevoerd waren, ging het meisje aan tafel zitten
bij de oude man en at wat hij had overgelaten. Kort daarop staken het haantje en
het hennetje
't kopje onder de vleugels, en de bonte koe begon ook met z'n ogen te knipperen.
Toen zei het meisje: "Gaan we nu niet slapen?"
"Mooi hennetje,
mooi haantje,
en jij, die mooie bonte koe wat zeg je daartoe?"
En de dieren zeiden:
"Doeks,
je hebt met ons gegeten,
je hebt met ong gedronken,
je hebt ons allen goed bedacht, nu wensen wij je: goede nacht!"
En het meisje ging de trap op, schudde de veren bedden, legde er schone lakens
op, en toen ze klaar was, kwam de oude man en hij ging in het ene bed liggen en
z'n witte baard kwam tot zijn voeten. Het meisje ging in het andere bed liggen,
deed haar gebed en sliep in. Ze sliep heel rustig tot middernacht. Toen werd het
in huis zo onrustig dat ze wakker werk. In alle hoeken was er een gekraak en
gekreun, en de deur sprong open en sloeg tegen de wand; de balken dreunden als
werden ze uit hun voegen gerukt, het leek wel of de trap viel, en toen kwam er
een oorverdovend gekraak alsof het dak instortte. Maar toen werd het weer stil
en daar haar tenslotte niets kwaads gebeurde, bleef ze kalm liggen en sliep weer
in. Maar toen ze de volgende morgen bij stralende zonneschijn wakker werd: wat
zagen haar ogen? Ze lag in een grote zaal. Alles om haar heen glansde in
koninklijke pracht: aan de wanden groeiden op groen zijden grond gouden bloemen,
bewerkt. Het meisje dacht, dat ze droomde, maar nu kwamen er drie rijkgeklede
lakeien binnen en vroegen naar haar bevelen. "Ga maar," zei het meisje, "ik zal
dadelijk opstaan en me aankleden en voor de oude man soep koken en voor mooi
haantje en mooi hennetje en de mooie bonte koe voer halen." Ze dacht dat de oude
man al was opgestaan, en ze keek al naar zijn bed; maar hij lag er niet in,
alleen een geheel vreemde man. En toen ze hem zag en naar hem keek, was hij jong
en knap, en hij werd wakker en richtte zich op en zei: "Ik ben een prins, en ik
ben door een boze heks betoverd, om als een oud, vergrijsd man in het bos te
lven; niemand mocht er bij me zijn dan mijn drie bedienden, en dat in de
gedaante van een haantje, een henneetje en een bonte koe. En de betovering zou
niet eerder wijken, dan als er een meisje bij ons kwam, dat zo'n goed hart had,
dat ze niet alleen lief was voor de mensen, maar ook voor de dieren. En dat ben
jij geweest, en vannacht, om twaalf uur, was de tovernacht gebroken, en de oude
boshuis is weer veranderd in mijn eigen paleis." En toen ze opgestaan waren, zei
de prins tegen zijn drie dienaren, dat ze moesten inspannen en de vader en de
moeder van het meisje op de bruiloft uitnodigen. "Maar waar zijn mijn twee
zusters dan?" vroeg het meisje. "Die heb ik in de kelder opgesloten; morgen gaan
ze diep het bos in, en dan moeten ze bij een kolenbrander zó lang dienen, tot ze
hun leven grondig hebben gebeterd en geen arme dieren meer honger laten lijden.
jepico
-----------------------------------------------------------