geluk
jepico
geluk
beste wensen
plaatjes
Wiens hart is echt zo rein ?Wiens hart is echt zo rein?
Pijn, waarom doen we dat elkander aan?
Heeft niet iedereen recht op wat geluk?
Mag ons geluk ten koste van een ander gaan,
en maken we daarom elkaar maar stuk?
Mogen we zelf wel zeggen wat we willen,
maar moet een ander alsmaar zwijgen?
En doet hij dat niet, hem dan maar villen,
alsof we er geen genoeg van kunnen krijgen.
Altijd commentaar op een ander,
zelf zijn we zo perfect en goed.
Maar geven we echt wat om elkander,
dan zeggen we niet steeds hoe het moet!
Dan laten we anderen in hun waarde,
zodat ze niet steeds zijn veracht.
Want geen mens op deze aarde,
heeft de waarheid toch in pacht.
Normen en waarden, de grootste onzin die bestaat.
Laat je echt een ander leven naar jouw wensen?
Weet je echt waar het werkelijk om gaat,
of zijn we uiteindelijk allemaal maar mensen.
We denken zelf een voorbeeld te zijn,
en dat de meerderheid denkt als wij.
Maar is onze intelligentie echt zo klein,
of staan we alsmaar in de verkeerde rij?
Wiens hart is echt zo zuiver en rein,
dat hij mag oordelen over een ander mens?
Wie maakt ongestraft een ander klein,
en laat hem leven naar zijn wens?
Denken we echt het allemaal te weten?
Zijn we echt zo goed en puur?
Of zijn we misschien vergeten,
dat hij voor ons ook komt dat uur.
Dat uur waarin we afscheid nemen van elkander,
ons lichaam voorgoed moeten laten gaan.
Dan blijken we niets meer dan de ander
die we nu steeds laten staan.
Dus kom op toch lieve mensen,
leef in vrede naast elkander.
Want ondanks al onze dromen en ook wensen,
gaan we heen, zoals een ander.
jepico
niets is sterker dan de stilteNiets is sterker dan de stilte
Niets heeft zoveel kracht als het zwijgen van de nacht
Niets is sterker dan het woord dat niemand hoort
'T is niet altijd gemakkelijk de scherpe kanten van het leven te dragen
Probeer vooral het goede te zien
En koester de mooie dagen...
Als de zon voor de laatste keer in het oude jaar ondergaat,
Zal ik aan jullie denken
jepico
engeltje met bloem
viagra
happy new year
chat-box
er is nog zat om voor te levenToe geef me een reden om te vechten.
Geef me een reden om te blijven bestaan.
Om te kunnen strijden voor mijn rechten,
voor het leed mij aangedaan.
Ik kan geen reden meer verzinnen,
alle moed ben ik nu kwijt.
Zoveel pijn voel ik van binnen,
niet gesleten door de tijd.
Moe van alsmaar strijden,
van alsmaar op en neer.
Geen hoop meer voor ons beiden,
geen geloof meer in de heer.
Geen geloof meer in het leven,
niet in goed of kwaad.
Soms denk ik echt heel even,
dat er na dit niets bestaat.
Dat ik rust vindt voor altijd,
nooit zorgen meer of pijn.
Alle ellende voor altijd kwijt,
alleen met niets te kunnen zijn.
Geen geluk, maar ook geen haat,
geen gelach maar ook geen traan.
Nooit problemen meer van 's avonds laat,
tot aan het kraaien van de haan.
ER IS NOG ZAT OM VOOR TE LEVEN
Geen kommer en geen kwel,
geen hartstocht maar ook geen bedrog.
Geen hemel maar ook geen hel,
Niets voelen, hoe mooi is dat toch.
Maar ik voel wel, ik besta!
Dat ik dat nu pas in moet zien!
Ik denk dat ik daarom toch maar verder ga,
weg met de tranen en het gegrien!
Vechten zal ik keer op keer,
al wordt ik moe soms van die strijd.
Vertrouw opnieuw weer op de heer,
want het is nog lang geen tijd.
Geen tijd nog om te gaan,
nog zoveel goeds te geven.
Dus weg nu met die traan,
er is nog zat om voor te leven!
jepico
De koningin van de nachtDE KONINGIN VAN DE NACHT
De koningin van de liefde en de nacht
zo noemde men dat meisje ooit.
Had al heel wat mannen het hoofd op hol gebracht
maar niemand had haar ooit gekooid.
Vrij wilde ze blijven dansen
blijven stappen elke nacht.
Oh ja ze had wel telkens kansen,
maar het nooit tot een huwelijksnacht gebracht.
Haar leven was de dansvloer en de kroeg,
kreeg geen genoeg van het nachtelijk leven.
Ging steeds door tot 's morgens vroeg,
om zich dan voldaan naar huis te begeven.
Maar de drank werd alsmaar meer
en de aandacht alsmaar minder.
Diep van binnen deed het zeer,
in het hart van de mannen verslinder.
Geen man die nog naar haar keek,
ze begonnen haar te vermijden.
Soms was ze totaal van streek,
en begon steeds verder af te glijden.
Van de drank naar de spuit,
van de kroeg naar de straat.
Vuil en verlept was haar huid,
en haar hart vervuld met haat.
Haat tegen het leven van anderen
haat tegen haar eigen bestaan.
Kon ze het nog maar veranderen,
hoe heeft het toch fout kunnen gaan?
Lang heeft ze daar nog gelopen
verwende soms voor slechts een euro een vent.
Om er later weer shit van te kopen
want daar was ze nu zo aan gewent.
Ik heb haar al lang niet meer zien staan,
zal ze eigenlijk nog wel leven?
Heeft ze misschien zichzelf iets heeft aangedaan,
of heeft ze gewoon niets meer te geven?
Geen mens kent nog haar naam,
niemand herinnert haar dansen.
Waar is ze heen, waar kwam ze vandaan?
de vrouw met haar verspilde kansen.
Haar schoonheid verdween, net als haar leven.
het had haar geen geluk gebracht.
Maar gelukkig was ze ooit toch heel even
de koningin van de liefde en de nacht!
jepico
vervlogen droom
en toch
wiens hart is zo rein
Een nieuwe dag
De poorten van de hemel.
Een wandeling met een vriend.
Een man en zijn hond wandelden langs een weg. De man genoot van het landschap tot hij zich opeens realiseerde dat hij ‘dood’ was.
Hij herinnerde zich dat hij stierf en ook dat de hond die naast hem liep, al jaren geleden gestorven was.
Hij vroeg zich af waar de weg naartoe leidde.
Na een tijdje kwamen ze bij een hoge, witte stenen muur langs één kant van de weg. De muur leek gemaakt van fijne marmer. Op de top van een hoge heuvel werd de muur onderbroken door een grote boog die schitterde in het zonlicht.
Toen hij ervoor stond, zag hij een prachtige, met parels bezette poort en de straat die naar de poort leidde, leek van puur goud. Hij en de hond stapten naar de poort. Toen ze dichterbij kwamen, zag hij een man aan een bureau zitten.
Toen hij dicht genoeg genaderd was, riep hij: “Excuseer me, waar zijn we hier ergens?”
“Dit is de hemel, meneer,” antwoordde de man.
“Wauw! Heb je soms wat water voor mij?” Vroeg de man.
“Natuurlijk, meneer. Kom binnen en ik zal onmiddellijk ijsgekoeld water voor je laten brengen.”
De man wenkte en de poort begon open te gaan.
“Mag mijn vriend, deze hond, ook binnenkomen?” Vroeg de reiziger.
“Sorry, meneer. We laten geen huisdieren toe.”
De man dacht een moment na, draaide zich om, liep terug naar de weg en ging verder samen met zijn hond.
Na weer een lange tocht, op de top van een andere heuvel aangekomen, zag hij een vuile weg die naar het hek van een boerderij leidde. Dat zag eruit alsof het nog nooit gesloten was geweest. Er was geen omheining.
Toen hij dichter bij de poort kwam, zag hij een man die, leunend tegen een boom, een boek zat te lezen.
“Excuseer!” Riep hij naar de man. “Heb jij wat water voor mij?”
“Tuurlijk! Er is hier een pomp. Kom binnen.”
“En mijn vriend hier?” Vroeg de reiziger, wijzend naar de hond.
“Er staat een kommetje bij de pomp.”
Ze gingen door de poort en daar stond inderdaad een ouderwetse handpomp met een kom ernaast.
De reiziger vulde het kommetje en dronk, daarna gaf hij wat water aan de hond.
Toen ze genoeg hadden, liepen ze beiden terug naar de man die bij de boom stond.
.
“Hoe heet deze plek?” Vroeg de reiziger.
“Dit is de hemel,” antwoordde hij.
“Wel, dat is verwarrend,” zegde de reiziger. “De man aan het begin van de weg zei dat de hemel daar was.”
“Oh, je bedoelt die plaats met de gouden straat en de met parels bezette poort? Nee, hoor. Dat is de hel.”
“Maakt het je niet kwaad dat ze jullie naam zo misbruiken?” Vroeg de reiziger verbaasd.
“Nee hoor, we zijn maar wat blij dat ze er de slechte mensen uithalen die hun beste vrienden zouden achterlaten.”
jepico
Pa
ALLEENALLEEN
Daar sta je dan, heel alleen.
Geen mens wil meer van je weten.
Verloren kijk je om je heen,
Geen gelach, alleen maar geween.
Je had het niet verwacht,
op handen werd jij gedragen.
Het kwam zo onverwacht
koud zijn nu je dagen.
Trots steeg je naar de top,
hoe diep ben je nu gevallen.
Die mooie dagen zijn nu op,
nu wijzen ze met z'n allen.
Hoe raar kan het gaan in het leven,
hoe groot het succes ook lijkt.
Vaak duurt geluk maar even,
waarbij het je tijdelijk verrijkt.
Als je eenmaal bent gevallen,
dan raapt geen mens je meer op.
Dan vertrappen ze je met z'n allen,
en reizen ze zelf naar de top.
Hoe goed je ook doet voor de mensen,
hoe groot ook jouw hart,
al dat ze doen is verwensen
en jij zit dan met de smart.
Ach je wist dat het zou komen,
maar waarom toch zo vlug.
Nog eventjes dromen,
had jij het maar terug.
Daar sta je dan, alleen en verslagen,
vertrapt als een schurftige hond.
Zoveel nog te vragen,
maar ze snoeren je mond.
Al je vrienden verdwenen,
eenzaam bleef je achter met smart.
Ze trapten je op je tenen,
op je ziel en op je hart.
Hoe hoger de berg,
hoe dieper het dal.
Het gaat door been en door merg
de gil van jouw val.
Je gaat nu je eigen weg,
Waar ga je heen?
Ik zie je verdwijnen achter de heg,
Daar ga je dan, alleen!
jepico
er komt een tijd