Naar de inhoud

Herinneringen aan mijn jeugd

seniorennet.beseniorennet.be

Ik, Eric

Ook ik, Eric, ging naar het Klein College, was de enige die na de humaniora mocht verder studeren, werd leraar Wiskunde en heb altijd ongelooflijk graag les gegeven in Opwijk. 

ikenmeter.jpg

Mijn doopmeter Colette en ik (1943)

miel%20en%20ikke%202.jpg

Miel en ik (1944)

ik%20kleuter2.jpg

Ik in de kleuterklas (1947)

ikenjaak.jpg

Jaak en ik in het enige speelgoed dat we niet zelf hadden gemaakt : een van mijn meter gekregen autootje (1947)

ik%20kleuetrschool.jpg

Ik in de kleuterklas (1947)

ik%20lagereschool.jpg

Ik in lagere school (1954)

ik%20bij%20urbain.jpg

Ik bij mijn goede vriend Urbain (1955)

Mijn broer Marc

Marc was vier jaar ouder. Ook hij ging na de lagere school naar het Klein College en werkte later in de Nationale Bank. Hij was een getalenteerde schrijver en vlotte prater. Met hem had ik, niet alleen omdat wij in leeftijd het dichtst bij elkaar waren, het meeste contact. Hij was mijn enige broer-speelkameraad.

marc%20jaak%20tant.jpg

Jaak, Marc en tant (1939)

foto26.jpg

Mark (1942)

marc%201.jpg

Marc 7 jaar (1946)

foto%209.jpg

Marc 12 jaar (1951)

marc%20jaak.jpg

Jaak en Marc (1949). Mooi zicht op de achtergevel. Sylvie staat in de deur van het latere leeg huis.

jaak%20marc%20moe%20marcellen.jpg

Maurice De Gols, Jaak, Marcel Vos, ons moe, Marc (1951).

Mijn broer Jaak

Jaak was zeven jaar ouder. Hij ging niet bij de Jezuïeten maar naar het Klein College, het Sint-Martinusinstituut, in Aalst. Op hem ben ik altijd bijzonder fier geweest, want hij was een begenadigde muzikant : hij kon erg goed zingen, leerde al op zijn zesde op het orgel spelen (in een krant werd hij ooit zelfs opgevoerd als een wonderkind) en werd organist in onze parochiekerk. Waarschijnlijk omdat het muziekwezen niet noodzakelijk een succesvolle carrière garandeerde verzeilde hij in het bankwezen, een job waarin hij ook succesvol bleek.

jaaktant.jpg

Jaak met zijn meter, tant Louise (1938)

jaaklizette.jpg

Lizette en Jaak (1938)

foto32.jpg

Jaak (1941)

jaak3.jpg

Jaak 6 jaar (1942)

foto27.jpg

Jaak (1942)

foto30.jpg

Jaak (1943)

jaak%20orgel.jpg

Jaak aan het orgel in kerk Baardegem (1943)

jaak6.jpg

Jaak 10 jaar (1946)

jaak%20pl%20com.jpg

Jaak en ouders (1948)

jaak5.jpg

Jaak 18 jaar (1954)

jaak%20en%20meester%20mon.jpg

Jaak aan het orgel, naast hem meester Mon (1957)

jaak01.jpg

Jaak als officier (1957)

Mijn zus Lizette

Mijn enige zus Lizette was exact tien jaar ouder dan ik. Toen ons moe het in haar verfwinkel druk had, moest zij over mij waken. Zij moest mij ook – vaak zéér tegen mijn zin – meenemen naar de kleuterschool bij de zusters. Ik heb haar, toen die goesting minimaal was en ze me werkelijk moest meesleuren, vaak verweten van teng. Waar ik dat woord vandaan had weet ik niet, want bij ons thuis werden uitermate weinig schutwoorden gebruikt en geduld. Toch zag ik haar graag en zij mij.

Omdat meisjes goed moesten kunnen koken en naaien, ging ze naar de plaatstelijke vakschool, de coupe, op de Hoogstraat naast de zaal ‘Ons huis’. Ze werd een uitstekende naaister die bij mieësters ( Emma en Margriet Moortgat) ging werken.

lizette%20klein.jpg

Lizette 4 jaar (1937)

Lizette.jpg

Plechtige communie Lizette (1945)

foto%204.jpg

Plechtige communie Lizette (1945)

jaak%20plcom.jpg

Jaak communicant, Lizette is de engel (1948)

liz%20miel%20toneel.jpg

Miel en Lizette (1948)

lizette.jpg

Lizette 18 jaar (1948)

foto31.jpg

Lizette aan ingang van klooster Affligem (1950)

foto8.jpg

Lizette (augustus 1951)

lizette%20hermine%20miel.jpg

Lizette, Hermine en Miel (1953)

foto16.jpg

militairen.jpg

Lizette op een feest van officieren (1957)

foto%201.jpg

Trouwfeest Lizette en Louis bij meters.
Marc, Mia, Herwig Blindeman, nonkel Jef, tant, Frans Snoeck en Emma Moortgat. Vooraan : Jozefa Bourlon.

Mijn broer Herman

Herman was twaalf jaar ouder dan ik en ging, toen ik acht was en na eveneens studies in het Groot College, naar het seminarie. Toen hij voor de eerste keer naar het klein seminarie in Drongen ging – het was een zaterdagmiddag toen hij met zijn valies, papa en ons Lizette naar de statie trok - heb ik mijn moeder voor de eerste keer zien wenen; en ik bleef bij haar en weende mét haar mee.

herman%20miel1933.jpg

Miel en Herman in de hof bij meters (1933)

herman%202.jpg

Herman (1933)

herman%20lagere%20school.jpg

Herman 10 jaar (1941)

herman%20pl%20com.jpg

Herman plechtige communie (16 mei 1943)

foto14.jpg

Herman bij plechtige communie (16 mei 1943)

foto7.jpg

Herman bij plechtige communie (16 mei 1943)

foto9.jpg

Herman en Miel (16 mei 1943)

foto13.jpg

Pasfoto van Herman (12 augustus 1943)

herman%2018.jpg

Herman 18 jaar

foto13.jpg

Tant, Raymonda Blindeman, Angèle van de paster (Blindeman) en Herman : op Romereis (1950)

foto14.jpg

Romereis (1950)

foto15.jpg

Herman, Raymonda Blindeman en Angèle van de paster (Blindeman) : op Romereis (1950)

foto19.jpg

Herman, Raymonda Blindeman en Angèle van de paster (Blindeman) : op Romereis (1950)

foto20.jpg

Romereis (1950)

foto21.jpg

Romereis (1950)

foto12.jpg

Herman en Miel in de hof bij meters (1951)

foto17.jpg

Nicht Mia en Herman (1951)

herman%20naar%20semenarie.jpg

Herman vertrekt naar het seminarie (1951)

foto23.jpg

Papa, Herman en Lizette bij vertrek van Herman naar klein seminarie (1951)

Mijn broer Miel

Kamiel (of Miel) was veertien jaar ouder dan ik en verbleef, omwille van huisvestingsproblemen (wij hadden eigenlijk maar twee slaapkamers), meestal bij meiters rechtover ons. Hij was, vond ik, de braafste van ons allemaal (alhoewel mijn moeder steevast zei dat ík dat was), en heb het daarom altijd zo spijtig gevonden dat hij zo veel ouder was dan ik. Na de plaatselijke pedagogische opleidingen liep hij school bij de Jezuïeten in het Groot College in Aalst. Later werkte hij aan de post en de belastingen.


miel%201%20en%20tant.jpg

Miel en tant (1930)

miel%201%20jaar.jpg

Miel (1930)

miel%20max.jpg

Miel en Max (1930)

foto29.jpg

Miel (1931)

miel%2010%20jaar.jpg

Miel 10 jaar (1939)

miel%20pl%20com.jpg

Miel plechtige communie (1941)

foto25.jpg

Jaak, meter, Miel (die zijn plechtige communie doet), tant en ons moe

miel%20pl%20com%20nonkel.jpg

Miel en nonkel Hildebrand (1941)

miel%20pl%20com%20meter.jpg

Miel en meter (1941)

foto4.jpg

Miel

foto28.jpg

Miel (1942)

miel%20en%20ikke%202.jpg

Miel en ik (1944)

miel%2018.jpg

Miel (1947)

miel%20voetballer.jpg

Miel op de boomgaard van meters (rond 1947)

Papa en moe

Bijna onopgemerkt maar consequent hebben mijn ouders mij en mijn broers en zus een aantal waarden meegegeven :  respect voor mens en dier, oog hebben voor schoonheid in de kunst en de natuur, betrokkenheid bij het sociale en kerkelijke leven in ons dorp, ontzag voor de meerderen die het verdienen, kritische houding ten opzichte van bepaalde gezagsdragers, solidariteit met armen en sukkelaars, meeleven op het ritme van de seizoenen en van het kerkelijke jaar, zorg voor dingen die je had gekregen of geleend .

Ruzie zoeken of maken behoorde zeker niet tot de aangeboren gebreken bij één van mijn ouders. Ik heb ze trouwens zelden weten kwaad zijn op elkaar. Maar, hoe klein ik ook was, toch had ik soms het gevoel dat ons moe voldoende redenen had om eens boos te zijn op papa. Zo bleef hij meestal hangen na één of andere vergadering, of een donderdagavondtraining van de wipschutters, of een schitting. Vaak trok hij er ook op uit om in de natuur schetsen te gaan nemen voor zijn latere schilderijen.

Één keer heb ik meegemaakt dat ons moe behoorlijk boos was. Dat was in de week vóór de eremis van onze Herman in augustus 1957. Ik hoor het haar nog zeggen : ‘Zjef, naa goje bij de mensen a geld aulen want ik em genne fran ne mieë in auës’. Papa had namelijk de onhebbelijke gewoonte om, als hij bij de mensen gewerkt had, niet onmiddellijk zijn rekening te gaan presenteren, alsof hij daar zo’n  beetje beschaamd voor was.

 

Eigenlijk hebben we nooit grote overschot gehad. Dat besefte ik pas later, want grote hinder heb ik daar op het moment zelf niet veel van ondervonden.

Toegegeven, als jongste van de bende moest ik er nooit op rekenen dat ik een nieuwe broek of zjep (vest) zou krijgen. Ik kreeg gewoon dingen waar onze Marc uitgegroeid was. Van mijn doopmeter kreeg ik elk jaar wel een nieuw paar bottines en ons moe heeft mij zeker en vast wel eens een mooie vareis (pull) gebreid. Ik was dertien toen ik mijn eerste echte lange broek droeg : een door ons Lizette vermaakte bruine broek van meester Paul. Stropbroeken had ik wel al gehad, maar ik deed die niet graag aan. Ik had veel liever een korte, zelfs in de winter.

 

Wat eten betreft : daar was geen gebrek aan, weliswaar geen grote hoeveelheden vlees, maar voor de rest alles wat we maar wilden. En in de zomer mocht ik van ons moe elke dag ne kreim van één frank kopen bij René de kaatman, die rond reed met zijn ijskreemkar. En elke dag vroeg ik hem : ‘René, ge komt toch mergen verom hé ?’ Die ene frank mocht ik nemen uit een platte doos, een lege sigarillodoos. Die doos stond open en bloot op een schap naast onze radio en daarin stopte ons moe haar ontvangsten van de verfwinkel.

 

Op reis gingen we niet, daar dachten we zelfs niet aan. Ik kan me uit mijn prille jeugd slechts één uitstap herinneren : met ons moe ben ik eens met Leireken naar de paardenprocessie in Opwijk gaan kijken.

 

Papa en ons moe trouwden, een beetje omdat ze 'moesten' van hun beider ouders, in 1929 en kregen zes kinderen : Miel (1929), Herman (1931), Lizette (1933), Jaak (1936), Marc (1939) en ik (1943). 

Mijn moeder

Mijn moeder was 38 toen ik geboren werd. Ik zei altijd moeken of moe, de anderen mama. Ik zou dat overgenomen hebben van mijn buren, de kinderen Gribbe, die tegen hun moeder ook moe zegden.

Zij werd geboren in 1905 op het Kokerij in Meldert. Haar vader, Alfons De Wolf, was een kleine boer, haar moeder was Mie De Craecker. Zij had drie zussen, Malvine, Alice en Delphine, en twee broers, de tweeling Hector en Louis.

Mijn moeder was velerlei zaken, maar vooral een schat van een moeder, niet in het minst omdat zij gedurende drie jaren háár beste melk voor mij bewaarde, wat, gezien de barre oorlogsomstandigheden, nog niet zo slecht gezien was. Ten aanzien van de verpakking van die melk heb ik mijn eerste keer gezondigd tegen het negende gebod toen ik, beseffende dat zij mij voor het laatst het beste van zichzelf had gegeven, vroeg of ik 'ze' dan nog eens mocht zien.

Als papa mij soms wat streng had aangepakt, maakte zij dat achteraf in stilte altijd goed. Ik was een beetje haar bedervestront (verwend kind), misschien omdat ik de jongste was. Ze zei ook altijd dat ik haar beste vriend was, maar ik denk dat ze dat tegen al haar kinderen zei.

Ze verwende me verschrikkelijk wat eten betrof. Steeds had ze een kom trot (appelmoes) klaar, voor het geval ik de groente van die dag niet lustte. Ze kon ook geweldig troostend optreden en had steeds haar nezeken (geneesmiddel), wat speeksel op haar zakdoek, klaar bij één of andere wonde.

Behalve de beste moeder was zij tevens uitbaatster van een verfwinkel en, middels haar bakjes koffie, vaak ook troosteres van verdrukten, sukkelaars en eenzamen. 

Mijn papa

Mijn vader - wij zegden papa - was 43 toen ik aan deze wereld werd toevertrouwd.

Papa werd geboren in 1900 in het huis recht over ons, bij 'meiters'. Zijn vader, peter Miel, was schilder, zijn moeder Antoinette Hendrickx was huismoeder. Hij had twee ongetrouwde broers (onze nonkels Alfons en Eugeen) en een ongetrouwde zuster (onze tante Louise).

Papa had een artistieke opleiding aan de Academie van Aalst genoten, en was dan ook een gewaardeerde kunstschilder. Maar hij was, om den brode, huisschilder, behanger, glazenier geworden. Hij had een aantal ‘specialiteiten’ : imitatiemarmer aanbrengen in de gang van de huizen van de klanten en het tamponneren van trappen.

Papa was een strenge man, met wie het, wat mij betreft, zeer moeilijk converseren was.

Hij had een uitgebreid sociaal leven - hij was toneelacteur, zaalzanger, wipschutter, voorzitter van het kerstfeestcomité en nog veel meer - en liet mij daar soms van meegenieten.

Voorwoord

Ik ben Eric De Bie, de jongste zoon van Jozef De Bie en Jeanne De Wolf, geboren in Baardegem op zeventien april 1943.

Ik was een braaf kind, zei mijn moeder altijd. Ook zuster Alfreda bevestigde dat. En hoewel ik als jongste van zes hopeloos verwend werd door mijn moeder, sommige broers en zus - mijn vader had wat dat betreft minder compassieuze neigingen - kwam het in mij niet op om thuis of waar dan ook tegen te spreken of onbeleefd te zijn. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit ruzie maakte, tenzij eens - en zeer ten uitzonderlijke titel - met onze Marc omdat hij mij tijdens het spelen had uitgedaagd of mij had geplaagd met één of andere mislukte duik of sprong.

Ik heb een héél gelukkige jeugd gehad en heb héél wat beleefd in die periode. Dat had ik in grote mate te danken aan het feit dat bij ons iedereen welkom was, ook mijn vrienden en die van mijn broers en zus. En ik had véle vrienden met wie ik, wat betreft het bedenken van spelen en activiteiten, zeer creatief omging.

Het verhaal van die tijd – zo tussen 1948 en 1956 - heb ik via anekdoten en feiten willen weergeven. Soms heb ik dialectwoorden gebruikt. Ik vind dat ze er op die plaats moeten staan. Waar het moet heb ik tussen haakjes de vertaling gegeven.

Vooraf

In tegenstelling tot de meeste blogs, staat hier het oudste bericht bovenaan, het laatste onderaan. Dit verhoogt de leesvlotheid als je het blog als een geheel beschouwt en van boven naar onder leest. Links staan de berichten opgesomd. Hier staat het recentste bericht bovenaan.

Mijn foto's zijn op een onbegrijpelijke wijze verwijderd.

Maar, je kan dit blog ook op een 'andere' manier bekijken  en mét veel foto's op deze site :   http://www.ericdebie.be/

Je kan mijn herinneringen ook lezen in PDF-formaat : klik hier

Meer van Herinneringen aan mijn jeugd

↑ Terug naar de berichten