Boven de canapé in de keuken bevond zich een HDS-radio, hét belangrijkste voorwerp - vond ik - in gans ons huis.
Veel posten konden we op die radio niet pakken. Die waren allemaal vermeld op een soort schermpje in de vorm van een halve cirkel. De juiste post pakken deed je door aan een knop te draaien, die een naald over die halve cirkel deed bewegen. Het merkwaardige aan onze radio was dat je om ‘Brussel’ te pakken, de naald op ‘Toulouse’ moest zetten.
Onze radio, dit schitterend toestel, was een bron van vermaak, ontspanning, wetenschap en kennis tegelijk.
Elke werkdag was er om halfzeven ‘Het soldatenhalfuurtje’, waarbij ik kennis kon maken met de ‘moderne muziek’. Met Jan Verbraeken en Bobbejaan Schouppen, met La Esterella en Ray Franky, met Rudy Schuricke en Bob Scholten, met de orkesten van Helmut Zacharias en Kurt Edelhagen, met nog vele anderen.
Het muzikale hoogtepunt situeerde zich evenwel zondagnamiddag om twee uur met het ‘Opera- en belcantoconcert onder leiding van Etienne Vanneste’. Lang vooraf zaten we, ouders en kinderen, in spanning te wachten op wat komen zou. Zou ik vandaag nog eens ‘La donna e mobile’ horen, liefst gezongen door Benjamino Gigli ? Zou Jozef Schmidt nog eens ‘Ik hou van Holland’ zingen ? Zou het duet uit ‘de Parelvissers’ nog eens gedraaid worden, of het sextet uit ‘Lucia di Lammermoor’. Welke zanger(-es) zou vandaag in de kijker staan : Jussi Björling of Maria Mennegini Callas ? Vaak werd er na een nummer gediscussieerd van : ik hoor dat liever gezongen door Mario Lanza of Nessum Dorma is schoner dan E lucevan le stelle. Soms stelden we een opera-toptien op en stuurden we die naar Etienne Vanneste op het NIR.
De liefde voor dat soort muziek zat er uiteraard niet vanaf mijn geboorte in – ik herinner mij nog dat ik het huis uitging als de uitzending begon -, maar beetje bij beetje ‘was er beterschap’; alleen Wagner, de lievelingscomponist van papa, moest ik niet. Nadien ging ik stiekem ‘Una fortima’ en ‘Questa quella’ en vele andere aria’s nazingen, waarbij het een groot geluk was dat er op dat moment nog niet echt veel Italianen in Baardegem verbleven die mij zo bezig konden horen.
Maar de radio diende ook nog voor wat anders dan muziek : van dinsdag tot vrijdag was er een ‘bonte avond’ op één van de regionale zenders, Radio Gent, Kortrijk, Antwerpen of Hasselt met Pol Cabus. Die voerde altijd een heel dorp op via dorpsfiguren die geïnterviewd werden. Na het gesprek riep Pol Cabus altijd met veel enthousiasme : 'Geef 'm de pint'.
Die bonte avonden waren een mengeling van zang, sketches, quiz en crochetwedstrijden (de eerste winnaar van de crochetwedstrijd van 'Licht en liefde' ten voordele van de blinden was een zekere Arthur Blanckaert).
Hierin vond ikzelf inspiratie om eens deel te nemen aan dergelijke wedstrijd. Dat was in Moorsel op het voetbalplein van de Schroevers. Ik haalde er een hoopgevende derde prijs met ‘Zo gaat het in Spanjos meestalos’ van Tony Geys. Toen ik trots met mijn prijs – een beker – thuiskwam, zwaaide er wat. ‘En ik wist van niks’, zei ons moe. En meteen kreeg ik zo veel berouw voor zo veel ongehoorzaamheid dat ik stante pede en vrijwillig afzag van een muzikale carrière – toch op dat niveau.
Ook informatief speelde onze radio een belangrijke rol. Zelfs de nieuwsuitzendingen (waarvan ik het toenmalig kenwijsje nog altijd ken) trokken mijn aandacht, ook al begreep ik alle nuances nog niet.
Zo volgde ik de perikelen rond de koningskwestie en hoopte ik vurig dat de koning zou mogen terugkomen. Die – toenmalige – aanhankelijkheid voor de koning was voor een groot deel te danken aan zuster Alberta. Die had ons allen opgedragen om thuis te zeggen dat onze ouders moesten ‘Ja’ stemmen – ‘Ja, de koning komt terug‘ -. Op de koer zei mijn latere goede en veel te vroeg gestorven vriend Benoit Saerens : ’Ik zeg da niet’. Van zoveel republikeinse heiligschennis was ik helemaal van streek. Toch verbaasde mij dat niet helemaal, want het was toch ook Benoit die zuster Magriet-Marie van antwoord diende ? Toen die ons het tweede gebod van de Heilige Kerk wilde duidelijk maken door te stellen dat we op boet- en vrijdag geen pensen mochten eten, zei hij verontwaardigd : ‘Daar zit toch brood in’.
Ook de schoolstrijd en de schoolmarsen kregen mijn aandacht. Weken heb ik in onze hof minister Collard weggewenst met de gekende slogan ‘Weg met Collard’ !
Wat ik mij ook nog goed herinner is de waterramp in 1953. Toen we op 1 februari thuiskwamen van de vroegmis – het waaide en regende hevig – meldde de radio dat de Zeeuwse eilanden bijna volledig overstroomd waren en er verschillende honderden slachtoffers waren. Aldus leerde ik Schouwen-Duiveland, Goeree, Overflakkee, Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren kennen. De Nederlandse reporter probeerde boven de stormwind uit te komen om te melden hoe erg de toestand wel was, hoe het water bleef wassen, hoeveel slachtoffers er al waren. Dat was echt dramatisch.
De belangrijkste rol van de radio, wat mij betrof, was de sportieve. Hoeveel uren heb met mijn oor tegen de zender gelegen om een verslag van Maurice Dieudonné of Hubert Van De Vijver te volgen ? Veel, zeer veel !
Ik heb in 1948 gehoord – en gejuicht - hoe Briek Schotte wereldkampioen werd in Valkenburg. Ik was toen vijf jaar en ik weet nog wie toen bij ons aan tafel zat, waarmee ik niet wil bewijzen dat ik mij nog alles uit mijn kleutertijd herinner of dat ik ongelooflijk slim ben, alleen dat ik voor sport altijd een aparte interesse had.
Ik heb Fred Debruyne, Martin Van Geneugden en Jean Branckaert een tourrit horen winnen en ik heb Armand Baeyens horen vloeken. Ik heb ook gehoord hoe mijn later idool Rik Van Looy moest opgeven in de Olympische wegrit in Helsinki 1952, de koers die André Noyelle voor eeuwig beroemdheid zou geven.
Ik heb gehoord hoe Jef Mermans in de laatste minuut van een Holland – België via een penalty Piet Kraak versloeg en de 3 – 3 scoorde. Ik heb gehoord hoe Rieke Meert een reuzenwedstrijd tegen Italië speelde waardoor de onzen verrassend met 2 – 0 konden winnen. Maar ik heb ook gebaald toen wij met 7 – 2 verloren van die kaaskoppen.
Wat een sportvreugde en –verdriet heeft onze radio mij ooit verschaft !
Vaak speelde ik zelf voor Hubert Van De Vijver. Ik had daartoe in een blikje een gaatje gedaan om een draad door te halen, kwestie van een micro te hebben. Ik verzon dan een rit in de Tour waarbij een bergrit als Pau – Luchon vaak door Richard Van Genechten werd gewonnen en een vlakke rit met aankomst in Bordeaux in de spurt door André Rosseel met een banddikte vóór de Fransman Adolphe Deledda.