Sprookje


Toen ik klein was
met mooi jong haar
bouwde ik ergens
een kaartenhuis
in een dal
onder de wind
de muren waren ruiten
het dak was van klaver
en voor de deur stond hartenvrouw
maar nooit in mijn sprookje
vond Sneeuwwitje
een prins
die bleef.
Paul Snoek



















