koen stassijns
de laatste dagen, en nog zoveel moet
aan kant gedaan, om nooit te vergeten
gooi overboord, scheep in, het ga je goed
wij moeten maar eens willen wat we weten
dat wat wij willen er niet echt toe doet
ontroering heet nu: kast waarin mijn kleren
aandoenlijk toen ik er voor je uit ging, zoet
bed dat die herinnering licht op doet veren,
en een boek waarin ik je meenam op reis
naar het noorden - hoe ik je daar ontkleedde
en verboden bloemen sneed uit het ijs
neem al die beelden mee, begraaf ze niet in
nieuwe aarde, in een taal die ik nooit sprak
och, denk aan mij als aan een lekkend dak




