ted van lieshout


Als uit een kaal ei een donzig kuikentje
komt, uit een vraatzuchtig lompe rups
een lichte vlinder ontsnapt, dan waarom
kan ik niet op een dichtbije dag opstaan
en veranderd zijn van wie ik was
in wie ik ben bedoeld, in iets moois
op zijn minst? als alles op weg is,
als alles nieuw wordt, waarom luistert
de spiegel dan zo langzaam als ik erin kijk?








