gwij mandelinck
er zit een dreiging in de wallen onder onze ogen
en op de bedrand hebben wij onszelf
met moeheid zo belogen dat er onverwacht
wat aarzeling ontstaat, een nacht die liefde overslaat
we leggen ons - ontmaskerd als een paar - de afstand op,
die egels met hun stekels prikken voor elkaar
zo wennen wij aan een verlies dat lijkt
op wat ons bij het bukken uit de zakken glijdt.




