

op het puntje van mijn tong
liggen woorden die geen uitweg vinden
en die ik ook niet slikken kan
op de toppen van mijn tenen
hou ik me in wankel evenwicht
tussen wat wel en niet kan
in de roos van mijn hart
projecteren mijn verlangens
een ingetogen schimmenspel
in een oeverloze strijd
tussen winnen, verliezen
en een voortdurend aftasten
op de tonen van mijn denken
danst die éne verlossende vraag
of openheid nog wel kan
loslatend vang ik mijn
nachtrust aan



















