c vd a


we waren elkaars toevertrouwden
we waren niet eensgezind gelijk
we waren vervoegend verschillend
in ons samenstromen waren we
elkaars berustende beweging
soms botsend en brekend
waren we onszelf
overgestoken naar elkaar
we waren niet altijd
wat we voor elkaar wilden zijn
we blijven niet staan bij wat was
we verzoenen ons in het zijn



















