annie reniers


verlaten rekt de rivier zijn rotsen
naverlangend
naaldstil een laatste wesp
in spichtig gras
vertelt
en wij
waaiend met het wuivende
vurig met het smeulende
in het ondergegane blauw
van wolken
we leggen het oor aan luistergras
en vernemen een hartslag
van ruimte
de vrijgegeven witheid
van een sterven
en een weerklank
in ander zijn












